Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 176 177 178 179 180 181 182 183 184 ... 217
Перейти на страницу:

‘Nog niet,’ zei hij zachtjes, en hij raakte haar neus aan met het topje van zijn vinger. ‘Dankzij jou weet ik dat.’ En hij tilde haar op de merrie, waarna hij zich in het zadel van de vos zette en het dier aanspoorde tot hij naast Darlin was.

Ze reden naar het noorden, hielden iets westelijk aan, gingen een helling op en lieten Rovair en Ines, die elkaar zuur aankeken, onder de bomen staan. Terwijl ze zich achter de Cairhienin aansloten, wensten de andere Tyreners hun lachend toe te genieten van hun wandeling. Min zou graag naast Rhand hebben gereden, maar Caraline legde een hand op haar arm en hield haar tegen, zodat ze de twee mannen volgden. ‘Ik wil zien wat hij doet,’ zei Caraline kalm. Wie van de twee? vroeg Min zich af. ‘Ben je zijn minnares?’ vroeg Caraline.

‘Ja,’ zei Min verdedigend nadat ze haar adem weer terug had. Haar wangen voelden vuurrood. De vrouw knikte echter alleen alsof het de gewoonste zaak ter wereld was. Misschien was het dat in Cairhien ook wel. Er waren tijden, besefte ze, dat alle wereldwijsheid die ze had opgepikt ongeveer even dun was als haar hemd.

Rhand en Darlin reden knie aan knie vlak voor hen. De jongere man was een half hoofd groter dan de ander, beiden droegen hun trots als mantels om hen heen. Niettemin waren ze in gesprek. Het was niet gemakkelijk om iets op te vangen. Ze spraken zacht en de dode bladeren ritselden onder de hoeven, gevallen takken kraakten en dat was vaak voldoende om de woorden te dempen. Toch was het mogelijk wat flarden op te vangen.

‘Vergun mij op te merken, Thomas,’ zei Darlin op een gegeven moment, terwijl ze na de eerste helling weer omlaag reden, ‘en bij het Licht, ik wil niet neerbuigend doen, maar je mag je gelukkig prijzen met zo’n knappe vrouw. Als het Licht het wenst, zal ik zelf een even knappe krijgen.’

‘Waarom hebben ze het niet over iets belangrijks,’ mopperde Caraline. Min wendde haar hoofd af om een glimlachje te verbergen. Vrouwe Caraline keek lang niet zo verstoord als ze klonk. Zelf had ze er nooit veel om gegeven of iemand haar knap vond of niet. Nou ja, tot ze Rhand in Baerlon had ontmoet. Misschien was die neus van Darlin eigenlijk zo lang nog niet.

‘Ik zou hem Callandor uit de Steen hebben laten meenemen,’ zei Darlin wat later bij het beklimmen van een spaarzaam begroeide helling, ‘maar ik kon niet verdragen dat hij die Aielrovers naar Tyr bracht.’

‘Ik heb De Voorspellingen van de Draak gelezen,’ zei Rhand, voorover leunend over de nek van de vos en het dier aansporend. Ondanks het fijnglanzende uiterlijk had het paard even weinig ruggengraat als zijn eigenaar, vermoedde Min. ‘De Steen diende te vallen voor hij Callandor kon opnemen,’ vervolgde Rhand. ‘Ik heb gehoord dat andere Tyreense heren hem wel volgen.’

Darlin snoof. ‘Ze kruipen en likken zijn laarzen. Ik had hem kunnen volgen als hij dat had gewild, als...’

Zuchtend schudde hij zijn hoofd. ‘Te veel “alsen”, Thomas. Er is een spreekwoord in Tyr: “Elke ruzie kan vergeven worden, maar koningen vergeten nooit.” Na Artur Haviksvleugel heeft Tyr nooit meer een koning gekend, maar ik denk dat de Herrezen Draak veel van een koning weg heeft. Nee, hij heeft me, zoals hij het noemt, verraad aangewreven en ik dien verder te gaan op het ingeslagen pad. Als het Licht het wil, zal ik nog voor mijn dood mogen meemaken dat Tyr weer over zijn eigen streken heerst.’

Het moest iets van dat ta’veren zijn, wist Min. De man zou anders nooit zo open zijn tijdens een toevallige ontmoeting, of hij het nu tegen een neef van Caraline Damodred had of niet. Maar wat dacht Rhand? Ze kon amper wachten om hem van de kroon te vertellen.

Ze reden de heuveltop over en stootten onverwachts op een groep speerdragers van wie sommigen een gedeukte kuras of helm droegen. De meesten moesten het zonder zoiets doen en ze bogen bij het zien van de jachtpartij. Links en rechts kon Min tussen de bomen andere groepen schildwachten zien. Beneden hen strekte het kamp zich uit in een schijnbaar eeuwig waas van stof. Het nam de bijna boomloze helling, het dal en de volgende heuvel in beslag. De paar tenten die er stonden, waren groot en sommige toonden de banier van een edelman, slap aan de punt van een stok hangend. Er stonden bijna evenveel paarden aan lijnen als er mensen waren en er slenterden duizenden mannen en een handvol vrouwen tussen de kookvuren en wagens. Niemand juichte toen hun aanvoerders binnenreden.

Min nam hen over het doekje heen op, dat ze vanwege het stof tegen haar neus drukte. Het kon haar niet schelen of Caraline zag wat ze deed. Ontmoedigde en grimmige gezichten zagen hen langsrijden; mensen die wisten dat ze in de val zaten. Hier en daar stond de koin van een Huis stijf boven een mannenhoofd, maar de meesten leken alles te dragen wat ze hadden kunnen vinden: stukken en delen van wapenrustingen die vaak niet of slecht pasten. Een groot aantal echter, mannen die te lang waren voor Cairhienin, droeg rode jassen onder beschadigde kurassen. Min zag een bijna zwart geworden witte leeuw, geweven in een smerige rode mouw. Darlin kon maar enkele mannen op de bark hebben meegenomen, misschien weinig meer dan waaruit zijn jachtpartij bestond. Caraline keek links noch rechts terwijl ze door het kamp reden, maar telkens wanneer ze in de buurt van die mannen in het rood kwamen, verstrakte haar mond.

Darlin steeg af voor een indrukwekkende tent. De grootste die Min ooit had gezien, groter dan ze zich ooit had kunnen voorstellen. Een reusachtige ovaal met rode strepen, glanzend als zijde in het zonlicht, terwijl er niet minder dan vier hoge kegelvormige punten in het dak zaten. Op het dak stond de Opgaande Zon van Cairhien in goud op blauw, traag bewegend in een luie bries. Het getokkel van harpen steeg op uit het gemompel van vele stemmen, als het geluid van ganzen. Terwijl bedienden de paarden wegleidden, bood Darlin Caraline zijn arm. Na enige tijd legde ze haar vingers licht op zijn pols zonder dat er iets van haar gezicht viel af te lezen en liet ze zich naar binnen leiden.

‘Mijn gade?’ mompelde Rhand met een glimlach, zijn arm aanbiedend. Min snoof en legde haar hand op de zijne. Nog liever zou ze hem een klap hebben verkocht. Hij had niet het recht van zoiets een grapje te maken. Hij had niet het recht haar hierheen te brengen, ta’veren of niet. Bloedvuur, hij kon hier zijn dood vinden. Maar gaf hij er wat om, als zij de rest van haar leven bleef huilen? Ze voelde bij het binnengaan aan een gestreepte voorhang en schudde verbaasd haar hoofd. Hij was van zijde. Een tent van zijde!

Ze waren amper binnen of ze voelde Rhand verstrakken. Darlins kleinere gevolg en dat van Caraline haastten zich met onoprechte, gefluisterde verontschuldigingen weg. Tussen de vier hoofdtentpalen kreunden lange schragen onder het vele voedsel en de drank. Ze stonden op kleurrijke tapijten die hier als vloerbedekking dienden. Overal waren mensen. Cairhiense edelen in hun fraaiste kledij, enkele soldaten met hun kaalgeschoren en bepoederde hoge voorhoofden, duidelijk mannen van hoge rang, aan de mooie snit van hun kleding te zien. Een handvol barden bewoog zich al spelend door de menigte, opvallend zowel door hun veel gemoedelijker uiterlijk als door de fraai gesneden en vergulde harpen. Niettemin schoten Mins ogen – alsof haar blikken door het voorwerp van Rhands zorgen werden aangetrokken – naar drie pratende Aes Sedai. Ze hadden stola’s om met groene, bruine en grijze franje. Beelden en kleuren flitsten rondom hen, maar er was niets wat ze kon duiden. Een beweging in de menigte onthulde er nog een, een gezellig uitziende vrouw met een rond gezicht. Nog meer beelden en flitsende kleuren maar Min wist al genoeg toen ze de stola met de rode franje over haar volle armen zag.

Rhand stak zijn hand onder haar arm en gaf er een klopje op. ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij zachtjes. ‘Alles gaat heel goed.’ Ze had hem moeten vragen wat ze hier deden, maar was bang voor zijn antwoord. Darlin en Caraline waren samen met hun volgelingen in de menigte verdwenen, maar toen een buigende dienstknecht in rood, groen en wit een blad vol zilveren roemers wijn voorhield aan Rhand en Min, verscheen Caraline weer en wimpelde de wenkende gebaren van een kerel met een beulsgezicht in zo’n rode jas af. Hij keek haar woest na, terwijl ze een roemer vruchtenwijn nam en de bediende wegwuifde. Mins adem stokte door de aura die ze plotseling om hem heen zag opflitsen, van zulke ziekelijke donkere tinten dat ze bijna zwart leken. ‘Vertrouw die man niet, vrouwe Caraline.’ Ze kon zich niet bedwingen. ‘Hij zal iedereen vermoorden die hem iets in de weg legt. Hij zal moorden om niets en iedereen doden.’ Ze perste haar tanden op elkaar om niet meer te zeggen.

1 ... 176 177 178 179 180 181 182 183 184 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)