Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 171 172 173 174 175 176 177 178 179 ... 217
Перейти на страницу:

‘Ik ben de Herrezen Draak. Ik ben de Coramoor.’

Er steeg een zucht op bij allen op het dek, echter niet bij de vier vrouwen.

‘Ik ben Harine din Togara Tweewinden, golfvrouwe van de Shodein-clan,’ verkondigde degene met de meeste oorringen, een in rood brokaat gehulde knappe vrouw met een volle mond, die in elk oor vijf dikke gouden ringen droeg. Er zaten zilverwitte lokken in haar sluike zwarte haar en fijne kraaienpootjes bij haar ogen. Ze had een indrukwekkende waardigheid. ‘Ik spreek namens de Vrouwe der Schepen. Als dat het Licht behaagt, mag de Coramoor aan boord komen.’ Om de een of andere reden schrok ze, net als de drie bij haar, maar de woorden klonken te veel als een soort toestemming. Rhand stapte het dek op, samen met Min, die graag had gezien dat hij op zijn brug niet stil was blijven staan.

Hij liet de brug en saidin los, maar voelde hoe zijn brug meteen door een tweede werd vervangen. Al snel waren de Asha’man en Aes Sedai bij hem. De zusters leken net als Min niet echt opgewonden, al streken een of twee hun rok wat vaker glad dan noodzakelijk was. Wat ze ook voorgaven, ze voelden zich nog steeds niet zo op hun gemak bij de Asha’man.

De vier Zeevolkvrouwen wierpen een blik op de Aes Sedai en groepten meteen fluisterend samen. Harine sprak het meest, gevolgd door een leuke jonge vrouw in groen brokaat, met acht oorringen. Het tweetal in gewone zijde bracht slechts nu en dan wat naar voren.

Merana kuchte zachtjes en fluisterde achter haar voor de mond gehouden hand: ‘Ik hoorde dat ze je Coramoor noemde. Ik heb vernomen dat de Atha’an Miere geweldige onderhandelaars zijn, maar ik denk dat ze iets hebben weggegeven.’ Rhand knikte instemmend en wierp een blik op Min. Ze bezag het Zeevolk met toegeknepen ogen, maar zodra ze hem zag kijken, schudde ze wat zielig haar hoofd. Ze had nog niets gezien wat hem zou kunnen helpen.

Harine draaide zich zo kalm om dat het leek of er nooit haastig overleg had plaatsgevonden. ‘Dit is Shalon din Togara Vroegtij, windvindster van de Shodein-clan,’ zei ze met een kleine buiging naar de vrouw in groen brokaat. ‘Dit is Derah din Selaan Stroomgolf, zeilvrouwe van de Wit Schuim.’ Elke vrouw maakte een lichte buiging bij het noemen van haar naam en raakte met de vingers haar lippen aan. Derah, een knappe vrouw van bijna middelbare leeftijd, droeg eenvoudig blauw en ook acht oorringen, hoewel haar oorringen, neusring en het kettinkje ertussen dunner waren dan die van Harine en Shalon. ‘Mijn schip verwelkomt u,’ zei Derah, ‘en de genade van het Licht zij met u, tot u zijn dekken verlaat.’ Ze maakte een buiging naar de vierde vrouw, die in het geel. ‘Dit is Taval din Chanai Negen Meeuwen, windvindster van de Wit Schuim.’ Er hingen slechts drie ringen aan Tavals oren, net zo dun als die van de Zeilvrouwe. Ze zag er jonger uit dan Shalon, niet ouder dan Rhand.

Harine nam het weer over en gebaarde naar het hoge achterdek van het schip. ‘We zullen, als het u behaagt, in mijn hut spreken. Een scheerder is geen groot schip, Rhand Altor, en de hut is klein. Komt u alleen, met uw welnemen; allen hier aanwezig zullen uw veiligheid verzekeren.’ Zo zo. Van Coramoor weer terug naar Rhand Altor. Ze zou graag willen terugnemen wat ze had gegeven.

Hij wilde al instemmen, want het liefst zag hij alles zo snel mogelijk afgerond. Harine liep reeds naar achteren en gebaarde nog steeds dat hij haar moest volgen. De andere vrouwen liepen haar al na, toen Merana opnieuw zacht kuchte.

‘De windvindsters kunnen geleiden,’ fluisterde ze haastig achter haar hand. ‘Je moet twee zusters meenemen, anders zullen ze denken dat ze de overhand hebben.’

Rhand fronste. De overhand? Hij was uiteindelijk de Herrezen Draak. Niettemin... ‘Ik zou heel graag alleen mee willen gaan, golfvrouwe, maar Min hier vergezelt mij overal.’ Hij gaf Min een klopje op haar arm – ze had hem geen tel los gelaten – en Harine knikte. Taval hield de deur reeds open en Derah maakte weer zo’n kleine buiging en gebaarde hem naar binnen te stappen.

‘En natuurlijk Dashiva.’ De man schrok toen hij werd genoemd, alsof hij had staan slapen. Hij keek tenminste niet met uitpuilende ogen rond, zoals Flin en Narishma die naar de vrouwen staarden. De verhalen noemden de verlokkende schoonheid en sierlijkheid van Zeevolkvrouwen en Rhand kon dat duidelijk zien, maar hij had de mannen niet meegenomen om hun ogen hier de kost te geven. ‘Hou je ogen open,’ zei hij ruw. Narishma kreeg een kleur en schoot in de houding. Hij drukte zijn vuist tegen zijn borst. Flin gaf gewoon een groet maar beiden leken waakzamer. Om de een of andere reden keek Min met een wrang grimlachje naar hem op.

Harine knikte wat ongeduldiger. Een man stapte uit de bemanning naar voren, in een ruim vallende, groenzijden kniebroek. Hij had een zwaard met een ivoren gevest en een dolk in zijn sjerp gestoken. Hij had witter haar dan zij, maar droeg eveneens vijf dikke gouden ringen in zijn oor. Ze gebaarde hem nog ongeduldiger weg te gaan. ‘Met uw welnemen, Rhand Altor,’ zei ze.

‘En natuurlijk,’ voegde Rhand eraan toe, alsof het hem nu pas inviel, ‘moet ik Merana en Rafela bij me hebben.’ Hij wist niet zeker waarom hij de tweede naam koos. Misschien omdat de gezette Tyreense de enige hier was die niet van de Groene Ajah was, afgezien van Merana, maar tot zijn verbazing knikte Merana goedkeurend. Bera trouwens ook, net als Faeldrin en Alanna.

Harine vond dit niet prettig. Haar mond verstrakte voor ze zich kon beheersen. ‘Zoals u wenst,’ zei ze, maar ze klonk minder vriendelijk dan eerst.

Toen hij eenmaal in de kajuit op het achterschip was, waar alles, afgezien van enkele met koper beslagen kisten, in de wanden leek te zijn ingebouwd, was Rhand er niet zeker van of de vrouw al geen voordeel had behaald door hem hierheen te brengen. Om te beginnen was hij gedwongen zich te bukken, zelfs tussen de nokbalken, of hoe ze zoiets op een schip ook noemden. Hij had verschillende boeken over schepen gelezen, maar geen enkel boek had het hierover. De stoel die hem werd aangeboden, aan het hoofd van een smalle tafel, kon niet worden verschoven, omdat hij aan het dek was vastgemaakt. Min moest hem voordoen hoe hij de armleuning kon losklikken en naar buiten zwaaien, zodat hij kon gaan zitten. Zijn knieën raakten de onderkant van het tafelblad. Er stonden slechts acht stoelen. Harine zat aan de andere kant van de tafel, met haar rug naar de van rode luiken voorziene vensters in de achtersteven. Haar windvindster zat links naast haar, de zeilvrouwe en Taval rechts. Merana en Rafela namen de stoelen naast Shalon, terwijl Min links van Rhand plaatsnam. Dashiva had geen stoel en ging naast de deur staan, waar hij met gemak rechtop kon staan, hoewel zelfs bij hem de zolderbalken zijn haren raakten. Een jonge vrouw in een lichtblauw hemd en met een dun ringetje in elk oor, bracht koppen van dik aardewerk met zwarte, bittere thee.

‘Laten we dit snel afhandelen,’ zei Rhand kribbig, zodra de vrouw met het dienblad was verdwenen. Na één slokje liet hij zijn mok op tafel staan. Hij kon zijn benen niet strekken. Hij haatte deze kleine ruimte. De gedachte aan dubbel gebogen in een kist te zitten, flitste door zijn hoofd en hij had de grootste moeite om zijn drift te beheersen. ‘De Steen van Tyr is gevallen, de Aiel zijn over de Drakenmuur getrokken en alle woorden van jullie Jendai-voorspelling zijn uitgekomen. Ik ben de Coramoor.’

Harine glimlachte over haar mok heen, een kleine glimlach waarin geen enkel vermaak lag. ‘Dat kan wel zo zijn, als dat het Licht bevalt, maar...’

‘Het is zo,’ snauwde Rhand, ondanks een waarschuwende blik van Merana, die zelfs zover ging om zijn been met haar voet aan te stoten. Ook dat negeerde hij. Op de een of andere manier leken de wanden op hem af te komen. ‘Wat gelooft u niet, golfvrouwe? Dat de Aes Sedai mij dienen? Rafela, Merana?’ Hij gebaarde fel.

1 ... 171 172 173 174 175 176 177 178 179 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)