Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
‘Hoeveel, dochter?’ vroeg Elaida ten slotte. Ze kon niet geloven dat haar stem zo kalm klonk.
‘Ik kan niet zeggen hoeveel er ontsnapt zijn, Moeder,’ zei Covarla aarzelend. ‘We durfden niet grondig te gaan zoeken, en...’
‘Hoeveel?’ schreeuwde Elaida. Huiverend richtte ze al haar aandacht op haar breiwerk; het was zwak om aan je woede toe te geven. Ophalen, insteken, af laten glijden. Kalmerende bewegingen.
‘Er zijn nog... elf andere zusters bij me, Moeder.’ De vrouw wachtte even en haalde hortend adem. Toen Elaida niets zei, ging ze haastig door. ‘Anderen zijn wellicht op eigen houtje teruggekomen, Moeder. Gawein weigerde nog langer te wachten, en we durfden niet zonder hem en zijn Jongelingen achter te blijven. Niet met zoveel Aiel in de buurt, en...’
Elaida luisterde niet. Twaalf zusters waren teruggekeerd. Als er nog meer ontsnapt waren, zouden die zich naar Tar Valon hebben gehaast en zeker even snel als Covarla zijn aangekomen. Zelfs als er een of twee gewond waren en ze langzaam gereisd hadden... Twaalf van de negenendertig. Een ramp van een dergelijke omvang had de Toren zelfs tijdens de Trollok-oorlogen niet meegemaakt.
‘Die Aielse wilders moet een lesje geleerd worden,’ zei ze dwars door Covarla’s gebazel heen. Galina had gedacht dat ze Aiel kon gebruiken om Aiel af te leiden. Wat een dwaas was die vrouw geweest! ‘We zullen de zusters die ze gevangenhouden bevrijden, en zullen hun leren wat het betekent om Aes Sedai te bestrijden. En we zullen Altor opnieuw gevangennemen.’ Ze zou hem niet laten ontsnappen, al moest ze zelf de hele Witte Toren aanvoeren om hem te pakken te krijgen! De Voorspelling was duidelijk geweest. Ze zóu overwinnen!
Covarla wierp een ongemakkelijke blik op Alviarin en schuifelde weer met haar voeten. ‘Moeder, die mannen... Ik denk dat....’
‘Laat het denken maar aan mij over!’ snauwde Elaida. Haar handen omvatten de breinaalden krampachtig en ze boog zich zo heftig naar voren dat Covarla haar hand ophief alsof ze een aanval wilde afweren. Elaida was Alviarins aanwezigheid vergeten. Nou ja, de vrouw wist nu wat zijzelf wist; daar kon ze later mee afrekenen. ‘Je hebt volledige geheimhouding betracht, Covarla? Alleen de Hoedster ingelicht?’
‘O ja, Moeder,’ zei Covarla haastig. Haar hoofd begon te knikken van ijver, zo blij was ze dat ze tenminste iets goed had gedaan. ‘Ik ben in m’n eentje de stad binnengegaan, en ik heb mijn gezicht verborgen gehouden tot ik Alviarin kon bereiken. Gawein wilde me begeleiden, maar de brugwachters weigerden nog meer Jongelingen door te laten.’
‘Vergeet Gawein Trakand,’ beval Elaida zuur. Het leek of die jongeman slechts in leven bleef om haar plannen te dwarsbomen. Als Galina dit alles had overleefd, zou ze voor haar falen boeten, en nog wat erbij krijgen voor de ontsnapping van Altor. ‘Je vertrekt net zo omzichtig uit de stad als je gekomen bent, dochter, en je houdt jezelf en alle anderen goed verborgen in een van de dorpen voorbij de brugsteden, tot ik je laat halen. Dorlan is goed genoeg.’ In dat gehucht zouden ze in schuren moeten slapen, want een herberg was er niet. Dat was wel het minste dat ze voor hun mislukking verdienden. ‘Ga nu. En smeek maar om de spoedige komst van iemand die hoger is dan jij. De Zaal zal genoegdoening vragen voor deze ramp zonder weerga, en het lijkt erop dat jij de hoogste van de mislukkelingen bent. Uit mijn ogen!’
Covarla’s gezicht werd wit. Ze struikelde toen ze bij haar vertrek een knix maakte. Elaida dacht zelfs dat ze zou vallen. Prutsers! Ze werd omringd door dwazen, verraders en prutsers!
Zodra Elaida de buitendeur hoorde dichtvallen smeet ze haar breiwerk neer, sprong overeind en beet Alviarin toe: ‘Waarom heb ik hier niet eerder van gehoord? Als Altor ontsnapt is – wat zei ze, zeven dagen geleden? – als hij zeven dagen geleden ontsnapt is, hadden de ogen-en-oren van iemand hem moeten zien. Waarom kreeg ik geen bericht?’
‘Ik kan u alleen doorgeven wat de Ajahs mij verstrekken, Moeder.’ Alviarin verschikte kalm haar stola, in het geheel niet verstoord. ‘Bent u werkelijk van plan een derde mislukking te bewerkstelligen bij een poging om die gevangenen te bevrijden?’
Elaida snoof geringschattend. ‘Denk je echt dat die wilders zich tegenover Aes Sedai staande kunnen houden? Galina heeft zich laten overrompelen; dat kan niet anders.’ Ze fronste. ‘Wat bedoel je, een dérde mislukking?’
‘U hebt niet geluisterd, Moeder.’ Geschokt zag ze toe hoe Alviarin ging zitten zonder op toestemming te wachten en kalm haar rokken verschikte. ‘Covarla dacht dat ze de wilders konden verslaan – hoewel ik geloof dat ze daar niet zo zeker van was als ze voorgaf – maar de mannen waren een heel ander verhaal. Een paar honderd man in het zwart.
Allemaal geleiders. Daar was ze zeker van, en kennelijk zijn de anderen dat ook. Levende wapens, noemde ze hen. Ik denk dat ze zich zowat bevuilde, bij de gedachte alleen al.’
Elaida bleef verstard staan. Een paar honderd? ‘Onmogelijk. Er kunnen er nooit meer dan...’ Ze liep naar een tafel die uitsluitend uit ivoor en verguldsel scheen te bestaan, en schonk zich een roemer vruchtenwijn in. De schenktuit van de kristallen karaf rinkelde tegen de kristallen roemer, en er kwam bijna evenveel wijn op het gouden blad terecht.
‘Aangezien Altor kan Reizen,’ zei Alviarin plotseling, ‘is het op zijn minst aannemelijk dat een paar van die mannen dat ook kunnen. Covarla wist heel zeker dat ze op die manier aankwamen. Ik neem aan dat hij nogal vergramd is over zijn behandeling. Covarla leek zich daarover niet erg op haar gemak te voelen; ze duidde min of meer aan dat een aantal zusters dat ook niet was. Hij neemt wellicht aan dat hij je wat terug moet betalen. Het zou niet erg plezierig zijn als die kerels ineens uit het niets de Toren binnenvielen, nietwaar?’
Elaida gooide de wijn zo ongeveer haar keelgat in. Aan Galina was opgedragen ermee te beginnen Altor wat gezeglijker te maken. Als hij op wraak uit was... Als er echt honderden geleiders waren, of zelfs maar een honderdtal... Ze moest nadenken!
‘Ik denk eigenlijk dat ze hier al geweest zouden zijn, als ze van plan waren om te komen. Die verrassing zouden ze niet willen uitstellen. Misschien wenst zelfs Altor niet tegen de voltallige Toren op te trekken. Ik neem aan dat ze allemaal zijn teruggekeerd naar Caemlin, naar hun Zwarte Toren. Dat betekent, vrees ik, dat Toveine een hoogst onprettige schok te wachten staat.’
‘Schrijf een opdracht dat ze onmiddellijk dient terug te keren,’ zei Elaida hees. De wijn scheen niet te helpen. Ze draaide zich om en schrok toen ze Alviarin vlak voor haar vond. Misschien waren heter niet eens honderd – niet eens honderd? De vorige avond hadden tien al waanzin geleken – maar ze kon niets riskeren. ‘Schrijf het bevel, Alviarin. Nu.’
‘En hoe moet het bericht haar bereiken?’ Alviarin hield haar hoofd schuin in een ijzige nieuwsgierigheid. Om de een of andere reden speelde er een vage glimlach om haar lippen. ‘Geen van ons kan Reizen. Elke dag nu kunnen de schepen Toveine en haar gezelschap in Andor aan land zetten, als dat al niet gebeurd is. Je hebt bevolen dat ze zich in kleine groepen moeten opsplitsen en de dorpen moeten vermijden, zodat die mannen niet gewaarschuwd kunnen worden. Nee, Elaida, ik ben bang dat Toveine haar strijdmacht bij Caemlin verzamelt en de Zwarte Toren zal aanvallen. Geen enkel berichtje van ons zal haar op tijd kunnen bereiken.’
Elaida snakte naar adem. Dat mens had haar zojuist bij haar naam genoemd! En voor ze in woede kon uitbarsten, kwam er meer, en erger, ‘Ik denk dat je in grote moeilijkheden verkeert, Elaida.’ Kille ogen staarden in de hare, en moeiteloos kwam een stroom koude woorden van Alviarins glimlachende lippen. ‘Vroeg of laat zal de Zaal de ramp met Altor vernemen. De Zaal zou zich wellicht met Galina tevreden hebben gesteld, maar Covarla...? Ik betwijfel het. Ze zullen iemand... hogerop... willen laten boeten. En vroeg of laat zullen we allemaal Toveines lot vernemen. Het zal moeilijk worden deze om je schouders te houden.’ Achteloos verschoof ze de stola om Elaida’s hals. ‘In feite zal het onmogelijk zijn, als ze dit allemaal kort na elkaar te weten komen. Je zult gesust en ten voorbeeld gesteld worden, zoals jij met Siuan Sanche had willen doen. Maar er is misschien tijd om de schade te herstellen, als je naar je Hoedster luistert. Je hebt goede raad nodig.’