Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 157 158 159 160 161 162 163 164 165 ... 178
Перейти на страницу:

Elayne stond tussen de twee Zwarte zusters in, met een gezwollen oog, een dikke wang en een gebarsten lip. Eén mouw was half gescheurd. ‘Het spijt me, Nynaeve,’ zei ze gesmoord, alsof haar kaak pijn deed. ‘We zagen ze pas toen het te laat was.’

Egwene lag als een zielig hoopje op de vloer, haar gezicht gezwollen van de klappen, bijna onherkenbaar. Toen Nynaeve en haar begeleidsters binnenkwamen, hees een soldaat Egwene over zijn schouder. Ze hing er even slap bij als een halflege gerstezak.

‘Wat hebben jullie met haar gedaan?’ wilde Nynaeve weten. ‘Bloedvuur, wat...’

Iets onzichtbaars trof haar keihard midden op de mond, zodat haar ogen een ogenblik niets meer zagen.

‘Nou, nou,’ zei Joiya Byir met een glimlach die haar ogen tegenspraken. ‘Ik sta geen brutaliteiten of smerige taal toe.’ Ze praatte zelfs als een oma. ‘Je doet alleen je mond open als je iets wordt gevraagd.’

‘Heb ik je niet gezegd dat het meisje bleef doorvechten?’ zei Liandrin. ‘Laat dat een les voor je zijn. Als je nog meer last veroorzaakt, zul je niet meer zo zachtzinnig worden behandeld.’

Nynaeve had dolgraag iets voor Egwene willen doen, maar ze liet zich de straat opduwen. Ze zorgde ervoor dat ze haar voort moesten stoten. Weigeren mee te werken was de enige manier waarop ze zich nog kon verzetten.

Er waren maar weinig mensen in de modderige straat, alsof iedereen had besloten dat hij beter elders kon zijn. De enkeling die zich aan de overkant van de straat voortrepte, waagde zijn ogen niet op te slaan naar de glanzende zwartgelakte koets met het span van zes gelijke schimmels met witte pluimen op hun tuig. Een als soldaat geklede koetsier, maar zonder wapenrusting of zwaard, zat op de bok en een ander opende het portier toen ze in de deuropening verschenen. Voor hij dat deed, had Nynaeve het wapen op het portier al gezien. Een zilveren gehandschoende vuist die zigzaggende bliksems omklemde. Ze nam aan dat dat het wapen van hoogheer Samon was. Het moest wel een Duistervriend zijn, als hij met de Zwarte Ajah te maken had. Het Licht verzenge hem! Ze had echter meer belangstelling voor de man die bij hun verschijnen op zijn knieën in de modder viel. ‘Bloedvuur, Sandar, waarom...’ Ze schoot op toen een houten stok op haar schouders leek neer te komen. Joiya Bvir glimlachte plagend en stak haar vingertje op. ‘Wees beleefd, kind, of je raakt je tong nog kwijt.’ Liandrin lachte. Ze greep met een hand in Sandars zwarte haardos en trok zijn hoofd naar achteren. Hij staarde haar aan met trouwe hondenogen – of als een straathond die op een schop rekent. ‘Wees niet te hard voor deze man.’ Ze liet ‘man’ zelfs klinken als ‘hond’. ‘Hij moest worden... overtuigd dat hij diende te helpen. Maar ik ben heel goed in het overtuigen, nietwaar?’ Ze lachte opnieuw.

Sandar richtte een verwarde blik op Nynaeve. ‘Ik moest wel, vrouw Maryim. Ik... moest.’ Liandrin draaide zijn haar gemeen rond en zijn ogen richtten zich weer op haar, opnieuw met die bange hondenblik. Licht! dacht Nynaeve. Wat hebben ze hem aangedaan? Wat gaan ze met ons doen?

Elayne en zij werden ruw de koets ingestoten, met Egwene ineengezakt tussen hen in, met willoos rollend hoofd. Liandrin en Rianna stapten in en namen de achterbank, zodat ze naar voren konden kijken. Nog steeds hing de gloed van saidar om hen heen. Waar de anderen heen gingen kon Nynaeve op dat moment niet zoveel schelen. Ze wilde haar hand uitsteken naar Egwene, haar aanraken, haar pijn verzachten, maar behalve haar hoofd kon ze niets bewegen, afgezien van wat gewriggel. Stromen Lucht boeiden het drietal als lagen strak gewikkelde dekens. De koets kwam hotsend in beweging; ondanks de Ieren vering zwaaide hij in de modder heftig heen en weer. ‘Als jullie haar verwond hebben...’ Licht, ik kan zien dat ze haar verwond hebben. Waarom zeg ik niet wat ik bedoel? Maar het was bijna even moeilijk de woorden uit haar mond te krijgen als om een hand op te tillen. ‘Als jullie haar hebben vermoord, zal ik niet rusten voor ik jullie allemaal als een stel dolle honden heb neergelegd.’ Rianna keek woest, maar Liandrin snoof alleen. ‘Wees niet helemaal zot, wilder. We willen je levend. Dood aas vangt niets.’

Aas? Voor wat? Voor wie? ‘Jij bent de zot, Liandrin! Denk je dat we hier alleen zijn? Wij alleen met z’n drieën en niet een hele stad vol Aes Sedai? Wij zijn het lokaas, Liandrin. En jullie zijn als een vette fazant regelrecht in de val getrapt.’

‘Vertel haar niets,’ zei Elayne scherp en Nynaeve knipperde even met haar ogen voor het tot haar doordrong dat Elayne hielp met haar leugen. ‘Als je woede de overhand krijgt, zeg je dingen die ze niet hoeven te horen. Ze moeten ons de Steen binnenbrengen. Ze moeten...’

‘Hou je mond!’ snauwde Nynaeve. ‘Jóuw tong zit te los.’ Het lukte Elayne ondanks haar zere plekken beschaamd te kijken. Laat ze daar maar op kauwen, dacht Nynaeve.

Maar Liandrin glimlachte slechts. ‘Zodra je geen lokaas meer bent, zul je ons alles vertellen. Graag zelfs. Ze zeggen dat je op een dag heel sterk zult zijn, maar ik zal ervoor zorgen dat je me altijd zult gehoorzamen, zelfs al voor de Grote Meester Be’lal zijn plannen met jullie heeft afgehandeld. Hij laat dertien Myrddraal komen. Dertien.’ Haar rozenknopmond lachte die laatste woorden.

Nynaeve voelde hoe haar maag zich omdraaide. Een Verzaker! Haar gedachten werden dof van de schok. De Duistere en alle Verzakers zijn gekerkerd in Shayol Ghul, gebonden door de Schepper op bet ogenblik van de Schepping. Maar de belijdenis hielp niet. Ze wist maar al te goed hoeveel er niet van klopte. Toen drongen de andere woorden tot haar door. Dertien Myrddraal. En dertien zusters van de Zwarte Ajah. Ze hoorde Elayne krijsen voor ze besefte dat zij eveneens krijsend en zinloos met de onzichtbare boeien van Lucht worstelde. Het viel onmogelijk te zeggen wat luider klonk, hun wanhopige geschreeuw of het gelach van Liandrin en Rianna.

52

Op zoek naar een middeltje

Ineengezakt op een kruk in de kamer van de speelman grimaste Mart toen Thom weer hoestte. Hoe kunnen we blijven zoeken ah bij zo bloedziek is dat bij niet eens kan lopen? Hij schaamde zich zodra hij het dacht. Thom was even naarstig aan het zoeken geweest als hij, had zich dag en nacht ingezet, terwijl hij wist dat hij iets onder de leden had. Mart was zo volkomen opgegaan in de jacht dat hij te weinig aandacht had geschonken aan Thoms gehoest. Door de overgang van voortdurende regen naar dampige hitte was het er niet veel beter op geworden. ‘Vooruit, Thom,’ zei hij, ‘Lopar zegt dat hier dichtbij een Wijzevrouw woont. Zo noemen ze een Wijsheid hier, een Wijzevrouw. Dat zou Nynaeve mooi vinden!’

‘Ik wil geen... vies... brouwsel... door mijn keel gieten, kerel.’ Thom hield vergeefs zijn vuist onder zijn grote snor om het geblaf te smoren. ‘Zoek jij maar verder. Gun me... wat uurtjes... op mijn eigen bed... dan ben ik weer van de partij.’ Het rauwe gehoest liet hem dubbelslaan tot zijn hoofd bijna tussen zijn knieën zat.

‘Zo, zo, dus ik mag al het werk doen, terwijl jij je het hier gemakkelijk maakt?’ zei Mart opgewekt. ‘Hoe kan ik zonder jou iets vinden? Jij vangt de meeste nieuwtjes op.’ Dat was niet helemaal waar. Onder het dobbelen praatten de mensen even vrijuit als bij de wijn die ze de speelman aanboden. Vrijer dan tegen een speelman die zo hard zat te blaffen dat ze bang waren aangestoken te worden. Maar hij raakte er steeds meer van overtuigd dat Thoms gehoest niet vanzelf zou verdwijnen. Met wie kan ik nog Steen spelen als die ouwe bok het loodje legt? maakte hij zichzelf ruw wijs. ‘In ieder geval houdt je bloedhoest mij zelfs in de kamer hiernaast nog wakker.’ Hij negeerde Thoms protesten en trok de witharige man overeind. Geschrokken merkte hij dat Thom haast geen enkele kracht meer had, zodat het meeste werk op hem neerkwam. Ondanks de klamme hitte stond Thom erop zijn lapjesmantel aan te trekken. Mart had alle knopen van zijn eigen jas en alle koordjes van zijn hemd losgemaakt, maar die oude bok kon het krijgen zoals hij wilde. Niemand in de gelagkamer schonk hun enige aandacht, toen hij Thom half en half meedroeg de broeierige namiddag in.

1 ... 157 158 159 160 161 162 163 164 165 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)