Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 154 155 156 157 158 159 160 161 162 ... 217
Перейти на страницу:

Ze likte huiverend haar lippen af. Moridins bevelen waren heel uitgesproken geweest, en de straf op ongehoorzaamheid was pijnlijk duidelijk gemaakt. Maar een lichte vertraging kon geen kwaad. Zeker niet als hij het nooit te weten kwam.

Ze sloeg het deurtje open, stapte de straat op en keek haastig om zich heen. Daar, de herberg die de hele kade overzag. En de rivier. Ze tilde haar rok op en haastte zich erheen zonder de minste vrees dat iemand haar draagstoel zou huren. Tot zij de banden van de Wilsdwang verbrak, zouden de dragers iedere vrager zeggen dat ze al ingehuurd waren, en ze zouden daar blijven staan tot ze omkwamen van de honger. Voor haar uit opende zich een pad, doordat mannen en vrouwen in gevederde maskers bijtijds opzij sprongen. Ze slaakten pijnlijke kreten en voelden aan de plek waar ze meenden gestoken te zijn. Dat waren ze ook, want bij zoveel geesten was er geen tijd voor een verfijnd weefsel, maar een wolk van met Lucht geweven naalden werkte hier ook. De stevige herbergierster van De Roeierstrots sprong bijna op bij de aanblik van Moghedien die haar gelagkamer binnenschreed in schitterende karmozijnrode zijde geborduurd met gouddraad en zwarte zijde, die even rijk glinsterde als het goud. Haar masker was een dikke bos ravenzwarte veren met de scherpe zwarte snavel van een raaf. Dat was Moridins grapje, zijn bevel feitelijk, net als de kleding. Zijn kleuren waren zwart en rood, had hij gezegd, en ze hoorde die in zijn dienst te dragen. Ze was in livrei, hoe fraai ook, en ze kon iedereen die het zag wel vermoorden.

In plaats daarvan spon ze een haastig web rond de herbergierster met de appelwangetjes. De vrouw werd overeind getrokken en haar ogen puilden uit. Geen tijd voor verfijning. Op Moghediens bevel om het dak te laten zien, holde de vrouw de zijtrap in de gelagkamer op. Het was niet erg waarschijnlijk dat een van de met veren getooide drinkers iets ongewoons zag in het gedrag van de herbergierster, bedacht Moghedien met ee’n lachje. De Roeierstrots had nog nooit zo’n belangrijke klant gezien.

Op het platte dak woog ze snel het in leven laten van de herbergierster af tegen haar dood. Een lijk kon een vingerwijzing zijn. Als je in de schaduwen verborgen wilde blijven, doodde je alleen als het echt moest. Haastig paste ze het web van Wilsdwang aan, zei de vrouw naar haar kamer te gaan om te gaan slapen en te vergeten dat ze Moghedien ooit had gezien. Door haar haast was het mogelijk dat de herbergierster de hele dag zou verliezen, of wat trager van begrip wakker zou worden dan ze vroeger was – Moghediens leven zou zo veel gemakkelijker zijn als haar Talent voor Wilsdwang sterker was geweest – maar de vrouw haastte zich in elk geval weg, vol verlangen om haar te gehoorzamen, waardoor zij alleen achterbleef.

Terwijl het luik met een klap op het smerige, wit betegelde dak neerviel, zoog Moghedien scherp haar adem in, doordat ze opeens vingers voelde die haar geest streelden en haar ziel raakten. Soms deed Moridin dat; een herinnering, zei hij, alsof ze die nodig had. Ze had de behoefte zoekend rond te kijken; haar huid kreeg kippenvel alsof ze in een onverwachte ijzige bries stond. De aanraking verdween en ze huiverde weer. Begin of eind maakte niet uit, de herinnering bleef. Moridin kon overal en op elk tijdstip verschijnen. Haast.

Ze snelde naar de lage muur rond het dak en zocht de rivier onder haar af. Talloze kleine en grote boten met roeiers schoven tussen de grotere schepen dooi; die voor anker lagen of de zeilen hadden gehesen. De meeste kajuiten van de door haar gezochte boten waren van kaal hout, maar ze zag ook een geel dak, een blauw, en daar, midden op de rivier, snel naar het zuiden varend... rood. Dat moest hem zijn; meer tijd kon ze zich niet veroorloven.

Ze hief haar handen op, maar toen het lotsvuur eruit sprong, flitste er iets langs haar heen en ze schrok op. Moridin was gekomen, hier, en hij zou... Ze staarde de wegfladderende duiven na. Duiven! Ze braakte bijna haar hele maag leeg op het dak. Een blik op de rivier deed haar sissen van woede.

Door haar schrik had het lotsvuur, dat door de kajuit en de passagier had moeten snijden, de boot schuin middendoor gesneden, ongeveer op de plek waar de roeiers en de lijfwachten hadden gestaan. Omdat de roeiers uit het Patroon waren gebrand vóór het lotsvuur toesloeg, lagen de twee helften nu ruim honderd pas stroomopwaarts. Maar misschien was het geen ramp. Omdat dat stuk uit het midden van de boot was verdwenen op hetzelfde moment dat de roeiers omkwamen, had de rivier meer tijd gehad om binnen te stromen. Terwijl haar ogen erop vielen, zonken de twee stukken snel weg in een draaikolk van schuim. Ze sleurden de opvarenden mee de diepte in.

Plotseling besefte ze wat ze gedaan had. Ze had zich altijd opgehouden op schemerige plekken, had zich altijd verborgen gehouden, altijd... Nu zou iedere geleidster in de stad weten dat iemand heel veel saidar had geput. Ze wisten wel niet waarvoor, maar elk waakzaam oog zou die schicht van vloeibaar wit vuur over het water hebben zien schieten. De angst gaf haar vleugels. Doodsangst.

Ze tilde haar rok op, snelde de trappen af en de gelagkamer door. Ze botste tegen tafels en mensen die probeerden haar uit de weg te gaan, en rende de straat op, te angstig om na te denken, waarbij ze zich een pad door de menigte klauwde.

‘Rennen!’ krijste ze, terwijl ze zich in de draagstoel wierp. Haar rok bleef aan het deurtje haken en ze scheurde hem los. ‘Hollen!’

De dragers schoten weg en lieten haar heen en weer schudden, maar ze gaf er niet om. Ze hield zich vast door haar vingers door het snijwerk van de houten schermen te steken, en beefde onbeheerst. Hij had dit niet verboden. Hij zou haar onafhankelijke daad misschien vergeven of zelfs negeren, als ze zijn bevelen snel en goed uitvoerde. Dat was haar enige hoop. Ze zou Falion en Ispan laten krúípen!

31

Mashiara

De boot zwenkte van de kade weg en Nynaeve gooide haar masker naast zich op de kussens van de bank. Met de armen over elkaar en een stevige greep op haar vlecht maakte ze het zich gemakkelijk, terwijl ze boos in het niets staarde. Boos naar alles staarde. Luisteren naar de Wind zei haar nog steeds dat er een flinke storm onderweg was. Zo’n storm die daken afrukte en schuren verwoestte, en ze wenste bijna dat de rivier woeste golven ging vertonen.

‘Als het niet het weer is, Nynaeve,’ bauwde ze na, ‘dan zou juist jij moeten gaan. De Vrouwe der Schepen zou zich beledigd achten als we niet de sterkste van ons tweeën stuurden. Ze weten dat Aes Sedai daar groot belang aan hechten. Bah!’ Zo had Elayne het gezegd. Behalve dat ‘bah’. Elaynes enige gedachte was geweest dat een kar vol flauwekul van Merilille te verkiezen was boven een tweede ontmoeting met Nesta. Als je eerste stap bij iemand een verkeerde was geweest, viel dat moeilijk recht te zetten. Mart Cauton was daar ruimschoots bewijs van! Als dit alles met Nesta din Reas Tweemanen maar iets slechter was verlopen, zou die hen beiden hebben laten sloven en dienen. ‘Afschuwelijk mens!’ gromde ze, en ze verschoof op de kussens. Toen Nynaeve had voorgesteld dat Aviendha naar het Zeevolk zou gaan, was die geen haar beter geweest. Ze maakte haar stem hoog en gemaakt, heel anders dan die van Aviendha, maar het paste bij haar stemming. ‘We kunnen allemaal leren van deze moeilijkheden, Nynaeve Almaeren. Misschien steek ik nog iets op van het bespieden van Jaichim Carridin.’ Er was zowat niets wat de Aielvrouw angst aanjoeg, maar anders zou ze gedacht hebben dat Aviendha bang was, gezien haar gretigheid om Carridin in de gaten te houden. Het was geen pretje om een lange hete dag tussen duwende mensen te staan, en vandaag zou het vanwege het Festival nog erger zijn. Nynaeve had verwacht dat ze zou genieten van zo’n lekker, verfrissend boottochtje.

De boot deinde omhoog. Een lekker, verfrissend boottochtje, hield ze zichzelf voor. Een lekker verfrissend briesje over de baai. Een vochtig briesje, geen droge wind. De boot rolde. ‘Bloed en as!’ kreunde ze. Verschrikt sloeg ze haar hand voor de mond en roffelde van verongelijkte woede met haar hielen tegen de bank. Als zij die lui van het Zeevolk nog lang moest verdragen, zou er evenveel smerigheid van haar tong gaan rollen als bij Mart. Ze wilde niet aan hem denken. Als ze nog één dag langer haar handen moest vouwen voor die... kerel, zou ze elk haartje uit haar hoofd trekken! Hij had nog wel niets onredelijks geëist, maar ze zat erop te wachten. En zijn houding...!

1 ... 154 155 156 157 158 159 160 161 162 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)