Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
Mart had niet beseft dat hij overeind was gekomen tot Beslan het zei. ‘Ik moet... een helder hoofd hebben.’
‘Maar je drinkt thee, Mart.’
Hij draaide om een groene draagstoel heen, zag half en half de deur van het huis opengaan en een vrouw in een mantel van blauwe veren naar buiten glippen. Zonder na te denken – het duizelde hem te veel om goed na te kunnen denken – volgde hij haar. Beslan wist het! Hij vond het goed! Zijn eigen moeder, en hij...
‘Mart?’ riep Nalesean achter hem. ‘Waar ga je naartoe?’
‘Als ik morgen niet terug ben,’ riep Mart wat afwezig over zijn schouder, ‘zeg ze dan maar dat ze het zelf mogen uitzoeken!’ Hij liep als verdoofd achter de vrouw aan en hoorde niet of Nalesean of Beslan hem iets naschreeuwden. De man wist het! Hij herinnerde zich ooit te hebben gedacht dat Beslan en zijn moeder allebei gek waren. Het was nog erger! Heel Ebo Dar was gek! Hij besefte amper dat de dobbelstenen nog steeds in zijn hoofd rondtolden.
Achter een raam in de ontvangstkamer zag Reanne Solain door de straat verdwijnen in de richting van de rivier. Ze werd gevolgd door een of andere kerel in een bronskleurige jas, maar als die zou proberen haar iets in de weg te leggen, zou hij gauw genoeg merken dat Solain geen tijd en geen geduld voor mannen had.
Reanne wist eigenlijk niet waarom ze vandaag de aandrang zo sterk voelde. Elke dag was die ’s ochtends gekomen en in de avondschemer afgenomen. Ze had er dagenlang tegen gevochten – volgens strikte regels die ze niet echt wetten durfden te noemen, werd dat bevel tijdens het Halfmaansfeest gegeven, over zes nachten – maar vandaag... Ze had het bevel onnadenkend uitgesproken, maar wilde het niet intrekken tot de juiste tijd. Het zou goed gaan. Niemand in de stad had een glimpje opgevangen van die twee jonge dwazen die zich Elayne en Nynaeve noemden. Het Licht zij dank was het niet nodig geweest om gevaarlijk spel te spelen.
Ze zuchtte en wendde zich tot de anderen die bleven staan tot zij haar stoel had ingenomen. Het zou goed gaan, zoals het altijd goed was gegaan. Geheimen zouden net als altijd geheimen blijven. Maar toch... Ze had niets van het Talent van Voorspellen, maar misschien had die overweldigende aandrang haar iets duidelijk gemaakt. Twaalf vrouwen keken haar afwachtend aan. ‘Ik geloof dat we moeten overwegen om iedereen die niet de riem draagt, een poosje naar de boerderij te sturen.’ Er werd weinig overlegd; zij waren de Ouderen, maar zij was de Oudste. Die kleine overeenkomst met het optreden van de Aes Sedai kon geen kwaad.
30
De eerste beker
‘Ik begrijp dit niet,’ protesteerde Elayne. Haar was geen stoel aangeboden en, nog erger, toen ze wilde gaan zitten, was haar kortaf gezegd te blijven staan. Vijf paar ogen waren op haar gericht, van vijf vrouwen met onbeweeglijke, strenge gezichten. ‘Jullie doen alsof we iets verschrikkelijks gedaan hebben, terwijl wij alleen maar de Schaal der Winden hebben gevonden.’ Ze stonden tenminste op het punt dat te doen, hoopte ze. De boodschap waarmee Nalesean was komen aanhollen, was niet al te duidelijk geweest. Mart was ervandoor gegaan, roepend dat hij het had gevonden. Zoiets tenminste, dacht Nalesean. Hoe meer hij praatte, hoe meer hij weifelde tussen absolute zekerheid en twijfel. Birgitte hield nog steeds Reannes huis in de gaten; ze leek bezweet en verveeld. Hoe dan ook, er was beweging in de zaak gekomen. Elayne vroeg zich af hoe het Nynaeve verging. Beter dan haarzelf, hoopte ze. Nadat ze verteld had over hun geslaagde speurtocht, had ze dit zeker niet verwacht.
‘Je hebt een geheim in gevaar gebracht dat al meer dan tweeduizend jaar door iedere vrouw met de stola bewaard is.’ Merilille zat met opeengeklemde lippen stijf rechtop; ze had bijna haar waardigheid verloren en verkeerde op het randje van een uitbarsting. ‘Je moet gek geweest zijn! De enige verontschuldiging hiervoor is dat je waanzinnig bent!’
‘Welk geheim?’ wilde Elayne weten.
Vandene, een van de twee zusters aan weerszijden van Merilille, verschikte geprikkeld haar lichtgroene rok en zei: ‘Daar is wel tijd voor als je op de juiste manier verheven bent, kind. Ik dacht dat je verstandiger was.’ Adeleas, gekleed in donkergrijs afgezet met donkerbruin, was een knikkend evenbeeld van Vandenes afkeuring. ‘Het kind kan er niets aan doen dat ze een geheim onthuld heeft waar ze niets van wist,’ zei Careane Fransi links van Elayne, en ze verschoof haar forse lijf in de groengouden armstoel. Ze was niet plomp, maar het scheelde niet veel, met schouders en armen die bijna even breed waren als die van veel mannen.
‘De wet van de Toren staat geen uitvluchten toe,’ bracht Sareitha Tomares haastig en op zelfverzekerde toon naar voren. Haar gewoonlijk nieuwsgierige ogen stonden streng. ‘Als een smoes eenmaal wordt toegestaan, zullen er onvermijdelijk steeds zwakkere uitvluchten aanvaardbaar worden, totdat de wet zelf verdwenen is.’ Haar stoel met de hoge rug stond rechts. Alleen zij droeg de stola, maar alles in Merililles vertrek was opgesteld alsof het een rechtszitting betrof, hoewel niemand het zo noemde. Tot dusver. Merilille, Adeleas en Vandene traden op als richters, Sareitha’s stoel stond op de plaats van de Zetel van Berisping, en die van Careane vertegenwoordigde de Zetel van Vergeving. De Domaanse die haar verdedigster zou zijn geweest, knikte nadenkend toen de Bruine zuster die haar aanklaagster zou zijn geweest, vervolgde: ‘Ze heeft met eigen mond schuld bekend. Mijn aanbeveling is het kind tot ons vertrek vast te houden in het paleis, met wat goed hard werk om haar geest en handen bezig te houden. Ik beveel ook een regelmatige, ferme behandeling met de slof aan, om haar eraan te herinneren nooit meer iets achter de rug van een zuster om te doen. Hetzelfde geldt voor Nynaeve, zodra ze gevonden is.’
Elayne slikte. Vast te houden? Al noemden ze het geen geding, het was er wel een. Sareitha mocht dan nog geen leeftijdloos gezicht bezitten, maar de jaren die ze meer telde, wogen zwaar voor Elayne. De haren van Adeleas en Vandene waren bijna helemaal wit, en zelfs hun tijdloze gezichten spraken van jaren. Merilille had glanzend zwart haar, maar het zou Elayne niet verbazen als ze de stola langer had gedragen dan veel vrouwen die geen Aes Sedai waren, leefden. En als het daarom ging, gold dat net zo goed voor Careane. Niemand van hen was zo sterk in de Kracht als zij, maar... Die jarenlange ervaring van een Aes Sedai, hun kennis. Al dat... gezag. Dit alles wreef heel stevig onder haar neus dat zij nog maar achttien was en nog geen jaar geleden novice-wit had gedragen.
Careane maakte geen aanstalten om tegen Sareitha’s voorstel in te gaan. Misschien kon ze maar beter zichzelf verdedigen. ‘Het is duidelijk dat het geheim waar jullie van spreken, iets met de Kring te maken heeft, maar...’
‘De Kinne gaat jou niet aan, kind,’ onderbrak Merilille haar scherp. Ze haalde diep adem en streek haar met goud bewerkte zilvergrijze rokken glad. ‘Ik stel voor uitspraak te doen,’ zei ze koud.
‘Ik stem ermee in en steun jouw beslissing,’ zei Adeleas. Ze keek Elayne afkeurend aan en schudde haar hoofd.
Vandene wuifde minachtend met haar hand. ‘Ik stem ermee in en steun je. Maar ik ben het eens met de Zetel van Berisping.’ Misschien had Careanes blik een heel klein beetje medeleven bevat. Misschien. Merilille wilde antwoorden.
Het bescheiden klopje op de deur klonk behoorlijk luid in de oorverdovende stilte die even ontstond.
‘In Lichtsnaam, wat nu weer?’ mopperde Merilille boos. ‘Ik heb Pol gezegd dat we door niemand gestoord kunnen worden. Careane?’
Careane stond op en gleed naar de deur. Niet omdat ze de jongste was, maar de zwakste met de Kracht. Ondanks haar omvang bewoog ze altijd als een zwaan.
Het was Pol zelf, de dienares van Merilille, die naar binnen snelde en links en rechts knixen maakte. Ze was een slanke, grijsharige vrouw die gewoonlijk een waardigheid bezat welke zich kon meten met die van haar meesteres, maar nu keek ze wat bang. Dat mocht ook wel als ze tegen Merililles bevel in kwam binnenvallen. Elayne was nog nooit zo blij geweest met iemands komst sinds... sinds Mart Cauton in de Steen van Tyr was opgedoken. Een vreselijke gedachte. Als Aviendha niet heel gauw verklaarde dat ze haar toh voldoende was nagekomen, zou ze de man gewoon om een pak slaag vragen. Dan was ze tenminste van al die ellende af.