Het papier verkreukelde in haar vuist. Hoe durfde hij? De pijn van haar moeders dood, zonder zelfs een lichaam om te begraven, begon pas de laatste dagen wat minder te worden. Hoe waagde Carridin het haar zó te bespotten! Ze reikte naar de Bron, wierp de leugens van zich weg en geleidde. Een vlam brandde in de lucht, zo heet dat er slechts fijne as op de blauw-met-gouden tegels viel. Zo, daar kon die Witmantel het mee doen! De trots van duizend jaar Andoraanse koninginnen staalde haar.
Merilille sprong op. ‘Je hebt geen toestemming gekregen om te geleiden. Laat de...!’
‘Laat ons alleen, Pol,’ zei Elayne. ‘Nu!’ De dienares staarde haar aan, maar Elaynes moeder had haar goed onderricht. Ze sprak met gezag, de stem van een koningin vanaf haar troon. Pol maakte een haastige knix en liep al weg voor het tot haar doordrong. Slechts heel even aarzelde ze voor ze haastig naar buiten stapte en de deur achter zich sloot. Wat er nu ging gebeuren was duidelijk alleen voor Aes Sedai bestemd. ‘Wat bezielt jou, kind?’ De resten van Merililles kalmte gingen onder in pure woede. ‘Laat de Bron onmiddellijk los of ik beloof je dat ik je nü een aframmeling met de slof zal toedienen.’
‘Ik ben Aes Sedai.’ De woorden klonken als vriesharde rots, wat Elaynes bedoeling was. Eerst Carridins leugens en nu deze vrouwen. Merilille dreigde haar met een aframmeling? Genoeg. Ze moesten onderhand maar eens erkennen dat de plaats van zuster haar toekwam. Zij en Nynaeve hadden de Schaal gevonden! Bijna dan, en de afspraken over het gebruik kwamen er ook aan. ‘Het is je voorstel mij te straffen voor het mogelijke verraad van een geheim dat kennelijk alleen aan de zusters bekend was. Niemand heeft echter de moeite genomen om dat mij te vertellen bij de aanvaarding van mijn stola. Het is je voorstel mij te straffen als was ik een novice of Aanvaarde, maar ik ben Aes Sedai. Ik ben tot de stola verheven door Egwene Alveren, de Amyrlin die jullie zeggen te dienen. Als jullie Nynaeve en mij niet als Aes Sedai erkennen, dan erkennen jullie de Amyrlin Zetel niet. Zij is het, die mij heeft gezonden om de Schaal der Winden te vinden en dat hebben wij gedaan. Ik wil er niets meer over horen! Ik roep je ter verantwoording, Merilille Ceandevin. Onderwerp je aan de wil van de Amyrlin Zetel of ik vraag het gericht om een oordeel over jóu als een opstandige verraadster!’
Merililles ogen puilden uit en haar mond zakte open, maar vergeleken met Careane of Sareitha was ze de kalmte zelf. Die twee zagen eruit of ze zouden stikken van ongeloof. Vandene leek ietwat verbaasd en hield met wat grotere ogen dan anders bedachtzaam een vinger tegen haar lippen. Adeleas boog zich naar voren en keek onderzoekend naar Elayne, alsof ze haar voor het eerst zag.
Elayne geleidde en liet een hoge stoel naar haar toe zweven. Ze ging zitten en deed haar rok goed. ‘Je kunt wel weer gaan zitten, Merilille.’ Ze gebruikte nog steeds haar gezag – het was kennelijk de enige manier om ze te laten luisteren – maar ze keek toch wel iets op, toen Merilille zowaar traag in haar stoel terugzakte en haar met grote ogen aankeek.
Uiterlijk hield ze zich kalm en koel, maar vanbinnen kookte de woede. Nee, raasde. Geheimen. Ze had altijd gemeend dat de Aes Sedai, zelfs voor elkaar, te veel zaken geheimhielden. Vooral voor elkaar. Zijzelf bewaarde ook een paar geheimen, maar alleen uit noodzaak, niet voor iemand die het moest weten. En deze vrouwen hadden gemeend haar te straffen? ‘Jouw gezag komt van de Zaal van de Toren, Merilille; dat van mij en Nynaeve komt van de Amyrlin Zetel. Het onze overstijgt dat van jou. Van nu af aan krijg je je opdrachten van Nynaeve of mij. Natuurlijk zullen we zorgvuldig luisteren naar elke raad die je ons wilt geven.’ Daarnet meende ze dat Merililles ogen uitpuilden, maar nu...
‘Onmogelijk,’ sputterde de Grijze zuster. ‘Je bent...’
‘Merilille!’ zei Elayne scherp, en ze boog zich naar voren. ‘Ontken je nog steeds het gezag van jouw Amyrlin? Waag je dat nog steeds?’ Merililles mond bewoog geluidloos. Ze maakte haar lippen nat. Ze schudde beverig haar hoofd. Elayne voelde een huiverende verrukking. Het hele verhaal over haar leiding tegen Merilille was natuurlijk onzin, maar ze gingen haar als zuster erkennen. Thom en haar moeder hadden allebei gezegd dat je moest beginnen om tien te vragen als je er één wilde hebben. Maar daarmee was haar boosheid nog niet gezakt. Ze wilde al half en half zelf een schoen pakken en zien hoe ver ze kon gaan. Maar dat zou alles kapotmaken. Dan zouden ze zich weer snel haar leeftijd herinneren, en weten dat ze kortgeleden nog novice-wit had gedragen. Ze zouden misschien weer bedenken dat ze een dwaas kind was. Die gedachte stookte haar woede weer op. Maar ze stelde zichzelf tevreden met de woorden: ‘Terwijl jij rustig overdenkt wat mij nog meer als Aes Sedai verteld had moeten worden, Merilille, brengen Adeleas en Vandene mij op de hoogte van het geheim dat ik in gevaar heb gebracht. Bedoelen jullie dat de Toren altijd al van de Kring – die Kinne, zoals jullie ze noemen – heeft afgeweten?’ Arme Reanne, met haar ijdele hoop niet de aandacht van een Aes Sedai te trekken.
‘Al bijna net zo lang als de tijd dat de eerste zuster naar de Toren kwam, denk ik,’ gaf Vandene ten antwoord. Zorgvuldig. Ze nam Elayne nu even doordringend op als haar zuster. Ze was een Groene, maar had vaak dezelfde manieren als Adeleas. Careane en Sareitha zagen er verbijsterd uit, terwijl hun ongelovige blikken heen en weer schoten tussen Elayne en de zwijgende Merilille met haar rode wangen.
‘Ten tijde van de Trollok-oorlogen faalden er reeds vrouwen bij hun beproeving. Het ontbrak ze aan vermogen, of ze werden om de gebruikelijke redenen uit de Toren gestuurd.’ Adeleas deed alsof ze les gaf, maar het was niet beledigend. Bruine zusters deden dat vaak als zij iets uitlegden, in die omstandigheden was het niet verrassend dat een aantal bang was om alleen in de wereld te staan. Het was evenmin verrassend dat ze naar Barashta zouden vluchten, zoals Ebo Dar toen werd genoemd. Hoewel het grootste gedeelte van Barashta uiteraard was opgetrokken op de plaats waar de Rahad zich nu bevindt. Niet dat er nu nog één steen van Barashta overeind staat. De Trollok-oorlogen breidden zich pas tegen het einde van de strijd over Eharon uit, maar uiteindelijk werd Barashta even volledig verwoest als Barsine of Shaemal, of...’
‘De Kinne...’ onderbrak Vandene haar vriendelijk. Adeleas knipperde even met haar ogen, maar knikte toen. ‘De Kinne bleef bestaan, zelfs na de val van Barashta, op dezelfde wijze als voor de oorlog. Ze namen wilders op, en vrouwen die uit de Toren waren gezet.’ Elayne dacht fronsend na; vrouw Anan had ook gezegd dat de Kinne wilders opnam, maar Reanne had er tegen haar en Nynaeve grote nadruk op gelegd dat dat niet het geval was.