Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 151 152 153 154 155 156 157 158 159 ... 178
Перейти на страницу:

‘Ik wilde dat je niet zo gretig klonk,’ rommelde Loial. ‘Je schijnt te denken dat het even simpel zal zijn als in Illian, Faile.’

‘Simpel?’ mompelde Zarine. ‘Simpel! Loial, we zijn in één nacht bijna twee keer gedood. We hebben in Illian genoeg beleefd voor een hele Jagerssage. Hoe kun je dat nog simpel noemen?’ Perijn grijnsde. Hij had liever gehad dat Loial niet had besloten Zarine bij haar zelfgekozen naam te noemen. Het herinnerde hem voortdurend aan Moiraines mening dat zij Mins valk was. En het verminderde evenmin zijn zorg dat zij de knappe vrouw van Mins waarschuwingen was. Ik ben tenminste niet tegen de havik aangelopen. Of een Tuatha’an met een zwaard! Dat zou wel het vreemdste van alles zijn, of ik ben een wolkoopman!

‘Hou op met je gevraag, Zarine,’ zei hij terwijl hij zich in Stappers zadel zwaaide. ‘Wanneer Moiraine besluit het jou te vertellen, zul je merken waarom we hier zijn.’ Hij probeerde niet naar de Steen te kijken.

Ze sloeg haar donkere, scheefstaande ogen naar hem op. ‘Ik denk dat jij niet eens weet waarom, smidje. Ik denk dat je het daarom niet wilt zeggen, gewoon omdat je het niet weet. Geef het maar toe, boerenknul.’

Met een lichte zucht reed hij de kade af, Moiraine en Lan achterna. Zarine was lang niet zo stekelig tegen Loial wanneer de Ogier haar vragen niet wenste te beantwoorden. Hij meende dat ze hem ermee wilde dwingen die andere naam te gebruiken. Daar trapte hij niet in. Moiraine had de oliemantel achter haar zadel vastgebonden, boven op de onschuldig uitziende bundel met de Drakenbanier. Ondanks de hitte had ze de blauwe linnen mantel uit Illian omgeslagen. De diepe, wijde kap verborg haar gezicht. De ring met het Grote Serpent hing aan een koordje om haar nek. Ze had verteld dat Tyr Aes Sedai de toegang niet ontzegde, hoewel het land geleiden verbood. De Verdedigers van de Steen hielden echter wel een waakzaam oog op iedere vrouw met de ring. Ze wilde niet in het oog lopen tijdens dit bezoek aan Tyr.

Lan had twee dagen eerder zijn van kleur veranderende mantel in zijn zadeltas gestopt toen duidelijk werd dat degene die de Duisterhonden had gestuurd – Sammael, bedacht Perijn huiverend, en hij probeerde het weer te vergeten – hen niet langer achtervolgde. De zwaardhand had niet toegegeven aan de hitte in Illian en hij gaf evenmin toe aan de minder grote hitte in Tyr. Zijn grijsgroene mantel was tot aan de kin dichtgeknoopt.

Perijn had zijn jas halfopen en de bovenste knopen van z’n hemd los. Tyr was misschien wat koeler dan Illian, maar het was er even heet als ’s zomers in Tweewater, en de vochtige lucht na de regen maakte de hitte nog erger. Zijn bijlriem hing aan de hoge zadelboom. Het was een handige plek om hem snel te kunnen pakken zonder het gewicht te hoeven dragen.

Hij keek verbaasd op van de modder in de eerste straten die ze inreden. Voor zover hij had gezien, kwamen zandwegen alleen in dorpen en kleine stadjes voor, maar Tyr was een van de grootste steden! De mensen hier leken het echter niet erg te vinden, vele waren blootsvoets. Een vrouw op halfhoge plankjes trok even zijn aandacht en hij vroeg zich af waarom niet iedereen die droeg. Die ruim vallende kniebroeken van de mannen leken koeler dan zijn nauwsluitende broek, maar hij zou zich zeker een zot voelen als hij er een aantrok. Hij stelde zichzelf voor met zo’n kniebroek en een van die strohoeden en grinnikte inwendig.

‘Wat vind je zo leuk, Perijn?’ vroeg Loial. Zijn oren hingen laag en de toefjes verborgen zich tussen zijn haren. Hij keek bezorgd naar de mensen op straat. ‘Dit volk ziet er... verslagen uit, Perijn. De vorige keer dat ik hier was, stonden hun gezichten heel anders. Zelfs mensen die hun gaarde laten omhakken, verdienen het niet er zo uit te zien.’ Toen Perijn naar de gezichten ging kijken in plaats van naar de omgeving, zag hij dat Loial gelijk had. Uit al te veel gezichten was iets verdwenen. Hoop, misschien. Nieuwsgierigheid. Ze keken amper naar de groep die langsreed, behalve om uit de weg te gaan. De Ogier, die een dier bereed dat zo groot was als een trekpaard, had net zo goed Lan kunnen zijn, of Perijn.

Achter de poort in de hoge, grijze stadsmuur veranderden de straten. Daar waren ze geplaveid met grote stenen. Bij de poort reden ze langs de harde, donkergrijze ogen van soldaten in borstkurassen en rode jassen met wijde mouwen die bij de handen smal en wit waren. Ze droegen ronde helmen die van een kam waren voorzien en strakke broeken die in kniehoge laarzen waren gestopt. De soldaten keken met een diepe frons naar Lans zwaard en voelden aan hun eigen wapens. Ze staarden scherp naar de bijl en de pijl en boog van Perijn, maar ondanks hun diepe rimpels en scherpe blikken toonde ook hun gezicht iets van verslagenheid, alsof er eigenlijk niets meer de moeite waard was.

Binnen de muren waren de gebouwen hoger en groter, hoewel de meeste niet echt verschilden van die buiten de poort. Perijn vond de daken er vreemd uitzien, vooral die die in een punt uitliepen, maar hij had na zijn vertrek uit Emondsveld al zoveel soorten daken gezien, dat hij zich alleen nog afvroeg welke spijkers ze voor hun leien gebruikten. In sommige streken gebruikten de mensen helemaal geen spijkers in hun daken.

Paleizen en grote gebouwen stonden midden tussen kleinere en gewonere huizen; ze leken volkomen willekeurig opgetrokken. Tegenover een gebouw met torens en vierkante witte koepels, dat aan alle kanten omgeven was door brede lanen, stonden winkels en herbergen en huizen. Een bakker en een kleermakerij waren gehuisvest aan weerszijden van een enorm openbaar gebouw met een voorgevel van vierkante marmeren zuilen van vier pas breed en een bordes van vijftig treden die opklommen naar bronzen deuren van vijf stap hoog. Hier droegen mannen vaker dezelfde kleding als de soldaten, hoewel kleurrijker en zonder de wapenrusting, en sommigen droegen zelfs een zwaard. Niemand was hier blootsvoets, zelfs de mannen in de ruime kniebroeken niet. De zijden of wollen kledij van de vrouwen was hier vaak langer, en de hals zo laag dat die de schouders en een groot deel van hun boezem onbedekt liet. Tyr was voor het Zeevolk een grote handelsmarkt van zijde. Door de straat bewogen zich evenveel draagstoelen en rijtuigen als ossenwagens en karren. Maar ook hier toonden al te veel gezichten dat elke hoop was opgegeven. De herberg die Lan uitkoos, de Ster, had als buren een wever en een smid, met smalle stegen ertussen. De smederij was opgetrokken uit onbewerkte grijze steen, terwijl de weverij en de herberg van hout waren. De Ster relde drie verdiepingen en had bovendien een rij kleine raampjes in het dak. Het geratel van de weefgetouwen bevocht het gekletter van de smidshamers. Ze gaven hun paarden over aan stalknechten, die de dieren om de herberg heen leidden, en stapten de herberg binnen. Uit de keuken dreef de lucht van gebakken en gestoomde vis en van gebraden lamsvlees. De mannen in de gelagkamer droegen allen strakke jassen en ruime broeken. Perijn dacht niet dat ze rijk waren – volgens hem waren de mannen in kleurrijke jassen met ruime mouwen en de vrouwen in felgekleurde zijden gewaden allemaal rijk of van adel – want zulke mensen zouden zo’n herrie niet dulden. Misschien had Lan de herberg daarom uitgekozen. ‘Hoe kunnen we in die herrie slapen?’ mopperde Zarine. ‘Geen vragen?’ zei hij met een glimlach. Heel even dacht hij dat ze haar tong zou uitsteken.

De herbergier was een kalende man met een vollemaansgezicht die een lange donkerblauwe jas droeg en eenzelfde ruime kniebroek. Hij maakte een buiging, met zijn vingers verstrengeld voor zijn grote buik. Op zijn gezicht lag diezelfde blik van uitgeputte overgave. ‘Het Licht schijne op u, vrouwes. Welkom,’ zuchtte hij. ‘Het licht schijne op u, heren. Welkom.’ Hij schrok even van Perijns gele ogen en liet zijn blik behoedzaam over Loial glijden. ‘Het Licht schijne op u, vriend Ogier. Welkom. Het is alweer ruim een jaar geleden dat ik iemand van uw ras in Tyr heb gezien. Een of andere werkzaamheid aan de Steen. Ze verbleven daar ook, natuurlijk, maar ik ben ze op een dag op straat tegengekomen.’ Hij besloot weer met een zucht, blijkbaar niet in staat om genoeg nieuwsgierigheid op te brengen voor de vraag waarom er een Ogier naar Tyr kwam of waarom de anderen van het gezelschap hierheen waren gereisd.

1 ... 151 152 153 154 155 156 157 158 159 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)