Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 149 150 151 152 153 154 155 156 157 ... 178
Перейти на страницу:

‘O, hij wint dus?’ Geeuwend vroeg Mart zich af hoe het zou zijn om te dobbelen met iemand anders die geluk had.

‘Soms verliest hij,’ mompelde de herbergier, ‘als de inzet slechts enkele zilveren penners bedraagt. Soms. Maar zodra er een zilvermark ligt... Ik heb hem vanavond met kroon zeker tien keer zien winnen met drie kronen en twee rozen. En ook verschillende keren met top, met drie zessen en twee vijven. Met drieën gooit hij alleen maar zessen en in windroos bij iedere worp een vijf. Als hij zoveel geluk heeft, zeg ik, het Licht schijne op hem en behoorlijk goed ook, maar laat hij het bij andere kooplui gebruiken, dat is gepast. Hoe kan een man zoveel geluk hebben?’

‘Verzwaarde stenen,’ zei Thom en hoestte. ‘Als hij er zeker van wil zijn dat hij wint, gebruikt hij stenen die altijd hetzelfde tonen. Hij is zo slim om het niet de hoogste gooi te maken, want de mensen worden achterdochtig als je steeds de koning gooit,’ – hij trok een wenkbrauw op naar Mart – ‘slechts een worp die je bijna onmogelijk kunt verbeteren, maar hij kan niet veranderen dat ze telkens op dezelfde manier rollen.’

‘Ik heb ervan gehoord,’ zei de herbergier langzaam. ‘Ze gebruiken ze in Illian, hoorde ik.’ Toen schudde hij het hoofd. ‘Maar ze gebruiken beiden dezelfde beker en dezelfde stenen. Het is onmogelijk.’

‘Geef me maar eens twee dobbelbekers,’ zei Thom, ‘en twee stel stenen. Kroon of ogen, het maakt niet uit zolang ze hetzelfde zijn.’ De herbergier keek hem fronsend aan, maar liep weg – uit voorzorg de tinnen pul met zich meenemend – en kwam terug met twee leren bekers. Thom rolde de vijf ivoren stenen op de tafel tot vlak voor Mart. Of het nu ogen waren of tekens, ieder stel stenen dat Mart ooit had gezien was van ivoor of hout gemaakt. Deze hadden ogen. Hij pakte ze op en keek Thom vragend aan. ‘Word ik geacht iets te zien?’ Thom liet de stenen uit de andere beker in zijn hand vallen, gooide ze meteen weer terug met een beweging die bijna te snel was om te volgen en zette de beker ondersteboven op tafel neer voor de stenen eruit konden vallen. Hij het zijn hand op de beker liggen. ‘Zet er eens een teken op, kerel. Iets kleins, maar wel zo dat je weet dat het jouw merkteken is.’

Mart en de herbergier keken elkaar vragend aan. Toen keken ze allebei naar de omgekeerde beker onder Thoms hand. Hij wist dat Thom een slimmigheidje ging uithalen – speelmannen deden altijd onmogelijke dingen, zoals vuur eten of zijde uit de lucht plukken – maar hij zag niet hoe Thom iets uit kon halen nu hij er zo dichtbij zat. Hij haalde zijn mes uit de schede en maakte op iedere steen een klein krasje, precies over de cirkel van zes ogen.

‘Klaar,’ zei hij en legde ze terug op tafel. ‘Laat me nu jouw kunstje zien.’

Thom stak zijn hand uit en pakte de stenen op, legde ze toen iets verder weer neer. ‘Zoek je krasjes, kerel.’

Mart trok zijn wenkbrauwen op. Thoms hand lag nog steeds op de omgekeerde leren beker. De speelman had zich niet bewogen en Marts stenen niet in de buurt gehouden. Hij pakte de stenen op... en zijn ogen werden groot. Er stond geen kras op. De herbergier snakte naar adem. Thom draaide zijn lege hand om en toonde vijf stenen. ‘Je kras zit op deze hier. Dat is het kunstje van Comar. Een simpel kinderkunstje, al zou ik nooit hebben gedacht dat hij er de vingers voor heeft.’

‘Bij nader inzien geloof ik dat ik helemaal niet met jou wil dobbelen,’ zei Mart langzaam. De herbergier zat naar de stenen te staren, maar niet alsof hij een oplossing wist. ‘Roep de wacht, of hoe jullie die hier ook noemen,’ zei Mart tegen hem. ‘Laat hem in de gevangenis gooien.’ In een kerker kan hij niemand doden. Maar stel dat ze al dood zijn? Hij probeerde niet te luisteren, maar de gedachte bleef. Dan maak ik hem dood, net als die Gaebril, wat het me ook mag kosten! Maar ik mag branden als ze dood zijn! Dat kunnen ze niet zijn. De herbergier schudde zijn hoofd, ik? Ik, een koopman aangeven bij de Verdedigers? Ze zouden nog geen blik op zijn stenen werpen. Hij hoeft maar één woord te zeggen en ik lig aan de ketting om in de Drakenvingers aan de afvoerkanalen te werken. Hij kan me ter plekke neersteken en de Verdedigers zouden zeggen dat het mijn verdiende loon was. Misschien gaat hij over een poosje wel weg.’ Mart schonk hem een wrange grijns, is het voldoende als ik hem ontmasker? Ga je dan de wacht of die Verdedigers erbij roepen?’

‘U begrijpt het niet. U bent een vreemdeling. Zelfs als hij niet van hier is, blijft hij toch een belangrijk man, rijk.’

‘Wacht hier,’ zei Mart tegen Thom. ‘Ik ben niet van plan toe te laten dat hij Egwene en de anderen te pakken krijgt, wat het me ook mag kosten.’ Hij geeuwde terwijl hij zijn stoel krassend achteruitschoof. ‘Wacht, jongen!’ riep Thom hem na, zacht maar doordringend. De speelman kwam met moeite overeind. ‘Bloedvuur, je weet niet waar je je neus insteekt.’

Mart gebaarde hem te blijven zitten en liep naar Comar toe. Niemand had de uitdaging van de gebaarde man aangenomen en hij nam Mart belangstellend op toen die zijn vechtstok tegen de tafel zette en ging zitten.

Comar bekeek Marts jas en grijnsde onaangenaam. ‘Je wilt enkele koperstukken inzetten, boer? Ik verspil geen tijd aan...’ Hij zweeg plotseling toen Mart een Andoraanse goudkroon op tafel legde en hem toegeeuwde, zonder een poging te doen zijn hand voor zijn mond te houden. ‘Je zegt niet veel, boer, hoewel je manieren beter kunnen zijn, maar goud spreekt voor zich en heeft geen manieren nodig.’ Hij schudde de leren beker in zijn hand en gooide de stenen. Hij grinnikte al voor ze tot stilstand waren gekomen, waarbij drie kronen en twee rozen boven kwamen. ‘Dat kun je niet verbeteren, boer. Heb je in die vodden misschien nog meer goud verstopt dat je kwijt wilt? Wat heb je gedaan? Je meester beroofd?’

Hij wilde de stenen oppakken, maar Mart was hem te snel af. Comar keek boos, maar liet hem de beker houden. Als beide worpen hetzelfde waren, zouden ze opnieuw gooien, tot er één had gewonnen. Mart glimlachte terwijl hij de stenen liet ratelen. Hij was niet van plan Comar de kans te geven zijn stenen weer om te ruilen. Als er drie- of viermaal achter elkaar dezelfde gooi uitkwam – precies hetzelfde, elke keer – zouden zelfs die Verdedigers wel luisteren. De hele gelagkamer zou het zien en ze zouden zijn aanklacht ondersteunen. Hij gooide de stenen op tafel. Ze stuiterden vreemd. Hij voelde iets... draaien. Net of zijn geluk op hol was geslagen. De gelagkamer leek om hem heen te kronkelen en met koordjes aan de stenen te trekken. Om de een of andere reden wilde hij naar de deur kijken, maar hij bleef de stenen in het oog houden. Ze kwamen stil te liggen. Vijf kronen. Comars ogen leken uit hun oogkassen te vallen. ‘Je verliest,’ zei Mart zachtjes. Als zijn geluk zo sterk was, werd het misschien tijd er gebruik van te maken. Een stem in zijn hoofd vertelde hem na te denken, maar hij was te moe om te luisteren, ik denk dat je je geluk verbruikt hebt, Comar. Als je die meisjes iets gedaan hebt, is het met al je geluk gedaan.’

‘Ik heb ze nog niet...’ begon Comar, die nog naar de stenen zat te staren en toen met een ruk opkeek. Zijn gezicht was wit. ‘Hoe weet je mijn naam?’

Hij had ze nog niet gevonden. Geluk, lief geluk, blijf bij me. ‘Ga terug naar Caemlin, Comar. Vertel Gaebril dat je ze niet hebt gevonden. Zeg maar dat ze dood zijn. Vertel hem van alles, maar vertrek vannacht nog uit Tyr. Als ik je weer tegenkom, dood ik je.’

‘Wie ben jij?’ vroeg de grote man met trillende stem. ‘Wie...?’ Het volgende moment kwam hij met getrokken zwaard overeind. Mart duwde de tafel tegen hem aan, gooide die om en greep zijn vechtstok. Hij was vergeten hoe groot Comar was. De man schoof de tafel meteen weer terug. Mart viel met stoel en al om, waarbij hij zijn stok nog net vast wist te houden, terwijl Comar de tafel opzij slingerde en naar hem stak. Mart zette zijn voeten in de buik van de man om hem tegen te houden en gaf een onhandige zwaai met de stok, net genoeg om het zwaard af te weren. Maar de slag sloeg de stok uit zijn vingers en hij merkte dat hij de pols van Comar vasthield, met de kling vlak voor zijn gezicht. Grommend rolde hij achterover en strekte toen zijn benen zo hard mogelijk. Comars ogen werden groot toen hij over Mart heen zeilde en met zijn gezicht tegen een tafel klapte. Mart graaide naar zijn stok, maar toen hij hem te pakken kreeg, had Comar zich nog niet bewogen.

1 ... 149 150 151 152 153 154 155 156 157 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)