Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 147 148 149 150 151 152 153 154 155 ... 217
Перейти на страницу:

Thom berichtte dat Carridin vaak aan bedelaars gaf. Bovendien zei hij dat men in Ebo Dar elk geruchtje over hem kon verwachten, en dat het ervan afhing of de roddelaar Witmantels moordende monsters vond, of de ware redders van de wereld. Juilin was erachter gekomen dat Carridin een plattegrond van het Tarasin-paleis had verworven. Dat kon erop wijzen dat de Witmantels iets met Ebo Dar van plan waren. Het kon ook beduiden dat Pedron Nial een paleis voor zichzelf wilde hebben en van plan was het Tarasin na te bouwen. Als hij tenminste nog in leven was; er gingen geruchten in de stad dat hij dood was, maar ja, de helft zei dat de Aes Sedai hem om zeep geholpen hadden, en de andere helft dat Rhand het gedaan had, wat wel aangaf hoe betrouwbaar ze waren. Noch Juilin noch Thom hadden een zweempje kunnen opduiken over een witharige oude man met een verweerd gezicht.

Ergernis over Carridin, ergernis over de wake bij dat stomme huis, en wat het paleis betrof...

Mart kwam er die eerste nacht achter hoe alles verder zou verlopen, toen hij eindelijk in zijn kamer terugkwam. Olver was er. Hij had gegeten en had het zich gemakkelijk gemaakt met De reizen van Jaim Kimstapper. Hij vond het helemaal niet erg dat hij uit zijn eigen kamer was gezet. Madic had zich aan zijn woord gehouden, of in ieder geval aan het in zijn beurs belande goud. In de poederkamer stond nu Olvers bed. Tylin zou onder de ogen van een kind niets proberen! Maar de koningin had ook niet stilgezeten. Hij sloop naar de keukens als een vos, glipte van hoek tot hoek en rende de trappen af als een bliksemschicht... en ontdekte dat er geen eten te krijgen was.

Natuurlijk was de lucht zwanger van kookgeuren, van geroosterd vlees dat in grote haarden aan het spit ronddraaide, potten die op de wit betegelde ovens pruttelden, en de dingen waar koks door openstaande ovendeuren in prikten. Maar voor Mart Cauton was er geen eten. Glimlachende vrouwen in kraakheldere witte schorten negeerden elk glimlachje van hem en gingen voor hem staan, zodat hij niet bij de bronnen van al die heerlijke geuren kon komen. Ze glimlachten en gaven hem een tik op zijn vingers als hij een brood of een bordje met honing geglazuurde koolraap wilde stelen. Glimlachend zeiden ze dat hij zijn eetlust niet mocht bederven als hij bij de koningin ging eten. Ze wisten het. Iedere man en vrouw! Zijn gebloos verdreef hem, meer nog dan de rest, naar zijn eigen kamer, waar hij de stinkende vis van die middag bitter betreurde. Hij sloot de deur achter zich. Een vrouw die een man wilde laten verhongeren, was tot alles in staat.

Hij lag met Olver op een groenzijden tapijt slangen-en-vossen te spelen, toen het tweede briefje onder de deur door werd geschoven.

Men zegt dat het aardiger is een duif in de vlucht te vangen en te zien hoe hij fladdert, maar een hongerige vogel zal vroeg of laat naar de hand vliegen.

‘Wat is er, Mart?’ vroeg Olver.

‘Niets.’ Mart verfrommelde het briefje. ‘Nog een spelletje?’

‘O ja!’ Het joch zou dat domme spel de hele dag spelen als hij de kans kreeg. ‘Mart, heb je die ham geproefd die ze vanavond gekookt hebben? Ik heb nog nooit zoiets...’

‘Gooi de dobbelstenen nou maar, Olver. Gooi gewoon die bloedstenen.’

Toen hij de derde avond in het paleis terugkwam, had hij onderweg brood en olijven gekocht, en schapenkaas, wat maar goed was ook. De keuken volgde nog steeds haar bevelen op. Die stomme wijven lachten zelfs hardop, terwijl ze dampende schotels met vlees en vis net buiten zijn bereik hielden en hem aanraadden zijn eetlust niet te bederven.

Hij bleef waardig. Hij probeerde geen bord te grijpen en ervandoor te gaan. Hij maakte zijn fraaiste buiging en zwaaide met een denkbeeldige mantel. ‘Goede vrouwen, uw warmte en gastvrijheid overweldigen mij.’

Zijn aftocht zou waardiger zijn geweest als een van de kokkinnen niet achter zijn rug had gekakeld: ‘De koningin zal binnenkort lekker feesten met een geroosterd kuikentje, jongen.’ Leuk hoor. De andere vrouwen brulden zo van het lachen dat ze zowat over de vloer rolden. O, wat leuk.

Brood, olijven en gezouten kaas vormden een goed maal. Hij spoelde het weg met wat water van zijn wasbak. Na de eerste dag had er geen vruchtenwijn meer in zijn kamer gestaan. Olver probeerde hem te vertellen over een of andere geroosterde vis met mosterdsaus en rozijnen; Mart zei hem zijn lezen te oefenen.

Die nacht schoof niemand een briefje onder zijn deur door. Niemand rammelde aan het slot. Hij wilde geloven dat het nu beter zou gaan. Morgen was het Festival van de Vogels. Van wat hij had gehoord over de kostuums die sommige mensen droegen, zowel de mannen als de vrouwen, was her heel goed mogelijk dat Tylin een nieuw kuikentje voor haar jacht zou vinden. Iemand kon uit dat stomme huis tegenover De Roos van de Elbar komen en hem die stomme Schaal der Winden in handen drukken. De zaken moesten eindelijk eens beter gaan. Toen hij op de vierde ochtend wakker werd in het Tarasin-paleis, ratelden de dobbelstenen in zijn hoofd.

29

Het Festival van de Vogels

Mart ontwaakte door de dobbelstenen en overwoog weer te gaan slapen tot ze weggingen, maar stond uiteindelijk op. Hij voelde zich landerig. Alsof hij al niet genoeg op zijn bord had. Hij joeg Nerim weg, kleedde zichzelf aan en at ondertussen brood en kaas, overgebleven van de avond ervoor. Vervolgens ging hij naar Olver kijken. De jongen schoot nu eens haastig zijn kleren aan om de straat op te kunnen, en bleef dan opeens met een laars of een hemd in zijn hand staan om een handvol vragen af te vuren die Mart afwezig beantwoordde. Nee, vandaag gingen ze niet naar de wedrennen, vergeet die Renbaan van de Hemel ten noorden van de stad met zijn rijke toeschouwers. Misschien konden ze naar het beestenspul gaan kijken. Ja, Mart zou voor hem een gevederd masker voor het festival kopen. Als hij tenminste eindelijk aangekleed was. Waardoor Olver zich opeens weer repte.

Marts gedachten draaiden rond die vervloekte dobbelstenen. Waarom waren ze weer begonnen? Hij wist nog steeds niet waarom ze dat eerder hadden gedaan!

Toen Olver eindelijk aangekleed was, liep hij achter Mart de zitkamer in, nog vol vragen die maar half gehoord werden, en botste van achteren tegen Mart op die doodstil was blijven staan. Tylin legde het boek waar Olver de vorige avond in had zitten lezen op tafel.

‘Majesteit!’ Marts ogen vlogen naar de deur die hij de vorige nacht had afgesloten en nu wijd openstond. ‘Wat een verrassing.’ Hij trok Olver voor zich, tussen zichzelf en die spottende glimlach in. Nou ja, misschien was die niet echt spottend, maar op dat moment leek het wel zo. Ze was beslist zeer ingenomen met zichzelf, ‘Ik was van plan Olver mee te nemen. Naar het feest. Naar het beestenspul. Hij wil een gevederd masker.’ Hij klemde zijn kaken op elkaar om een eind te maken aan zijn gedaas en begon naar de deur te schuiven, met de jongen als schild voor zich.

‘Ja,’ murmelde Tylin, vanonder haar oogharen toekijkend. Ze maakte geen aanstalten om in te grijpen, maar haar glimlach werd breder, alsof ze erop zat te wachten hoe zijn voet in de strik terecht zou komen. ‘Veel beter als hij in gezelschap is en niet meer zomaar rondholt met de straatjongens, naar ik heb vernomen. Je hoort een heleboel over die jongen van je. Riselle?’

In de deuropening verscheen een vrouw, en Mart was met stomheid geslagen. Een grillig masker van golvende blauwe en gouden veren verborg een groot deel van Riselles gezicht, maar de veren op haar kostuum bedekten heel wat minder. Ze bezat de opzienbarendste boezem die hij ooit gezien had.

‘Olver,’ zei ze, voor de jongen neerknielend, ‘zou je het leuk vinden om met mij naar het feest te gaan?’ Ze hield hem een masker voor van een rood met groene havik, in de juiste maat voor de jongen.

Voor Mart ook maar iets kon zeggen, rukte Olver zich los en rende naar haar toe. ‘O ja, alsjeblieft. Dank je wel.’ Het ondankbare kleine monster lachte toen ze het masker om zijn gezicht vastbond en hem aan haar boezem drukte. Hand in hand renden ze naar buiten, Mart met open mond achterlatend.

1 ... 147 148 149 150 151 152 153 154 155 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)