Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 146 147 148 149 150 151 152 153 154 ... 178
Перейти на страницу:

Ze gaf geen namen en Sandar vroeg er niet naar. Namen waren zo gemakkelijk te veranderen. Zijn glimlach was verdwenen nu er zaken werden gedaan. Ze beschreef de dertien vrouwen, terwijl hij aandachtig luisterde en toen ze de beschrijvingen had afgerond, was Egwene er zeker van dat hij alles woord voor woord zou kunnen herhalen. ‘Moeder Guenna heeft het u misschien gezegd,’ besloot Nynaeve, ‘maar ik herhaal het nog maar eens. Deze vrouwen zijn gevaarlijker dan u kunt geloven. Voor zover ik weet, kleeft het bloed van ruim tien mensen aan hun handen, en het zou me verbazen als dat het enige bloed was.’ Sandar en Alhuin keken haar beiden met grote ogen aan. ‘Als ze ontdekken dat u navraag naar hen doet, zult u sterven. Als ze u gevangennemen, zullen ze u dwingen te zeggen waar wij zijn. Moeder Guenna zal dan waarschijnlijk samen met ons sterven.’ De oude vrouw keek ongelovig. ‘Geloof het!’ Nynaeves blik eiste instemming. ‘Geloof het of ik neem het zilver terug en zoek een ander, met meer hersens!’

‘Toen ik nog jong was,’ zei Sandar ernstig, ‘stak een beurzensnijdster haar mes tussen mijn ribben, omdat ik meende dat een lief meisje geen man zou doodsteken. Die fout maak ik niet meer. Ik zal doen of die vrouwen allemaal Aes Sedai zijn, en van de Zwarte Ajah.’ Egwene verslikte zich bijna en hij keek haar droef grijnzend aan, terwijl hij de munten in zijn eigen beurs liet glijden en hem wegstak achter zijn buikband. ‘Ik wilde u niet bang maken, vrouw. Er zijn geen Aes Sedai in Tyr. Het zal een paar dagen kosten, tenzij ze bij elkaar blijven. Een groep van dertien vrouwen is makkelijk te vinden. Als ze alleen zijn, wordt het wat lastiger. Hoe dan ook, ik zal ze vinden. En ik zal ze niet verjagen voor u van me hoort waar ze zijn.’

Nadat hij zijn strohoed en klompen had aangedaan en door de achterdeur was verdwenen, zei Elayne: ik hoop dat hij niet overmoedig is, Alhuin. Ik heb gehoord wat hij zei, maar... Hij begrijpt toch echt wel goed dat ze gevaarlijk zijn, hè?’

‘Hij is nooit een dwaas geweest, tenzij hij een stel mooie ogen of fraaie enkels zag,’ zei de grijze vrouw, ‘maar dat is een gebrek van elke man. Hij is de beste dievenvanger van Tyr. Maak je geen zorgen. Hij zal die Duistervrienden van jullie vinden.’

‘Voor de ochtend zal het weer gaan regenen.’ Nynaeve huiverde, ondanks de warme kamer. ‘Ik voel een storm opsteken.’ Alhuin schudde slechts haar hoofd en ging de kommen volscheppen met vissoep voor het eten.

Nadat ze hadden gegeten en opgeruimd, gingen Nynaeve en Alhuin aan tafel zitten praten over kruiden en geneesmiddelen. Elayne werkte aan een klein borduurwerkje op de schouder van haar mantel, met kleine blauwe en witte bloempjes, waarna ze De lessen van Willim van Maneches ging lezen, die Alhuin op haar boekenplankje had staan. Egwene trachtte te lezen, maar noch dat boek, noch De reizen van Jaim Kimstapper, noch de humoristische verhalen van Aleria Elffin konden haar meer dan een paar bladzijden boeien. Ze voelde aan de stenen ter’angreaal op haar borst onder haar kleren. Waar zijn ze? Wat willen ze in het Hart? Niemand behalve de Draak – niemand behalve Rhand – kan Callandor aanraken, dus wat willen ze eigenlijk? Wat? Wat?

Toen het laat was geworden, bracht Alhuin hen naar hun kamer op de eerste verdieping, maar toen ze haar eigen slaapkamer was ingegaan, verzamelden ze zich in Elaynes kamer bij het licht van een lamp. Egwene had zich al tot op haar ondergoed uitgekleed; om haar hals hing een koordje met de twee ringen. De gegroefde stenen ring voelde veel zwaarder aan dan de gouden. Na hun vertrek uit Tar Valon hadden ze dit iedere nacht gedaan, met uitzondering van die ene nacht bij de Aiel. ‘Maak me over een uurtje wakker,’ zei ze hun. Elayne fronste. ‘Zo kort, deze keer?’

‘Voel je je niet op je gemak?’ zei Nynaeve. ‘Misschien gebruik je hem te vaak.’

‘Als ik dat niet had gedaan, zouden we in Tar Valon nog steeds pannen boenen, in de hoop een Zwarte zuster te ontdekken voor we door een grijzel werden gevonden,’ zei Egwene scherp. Licht! Elayne heeft gelijk. Ik snauw echt als een dreinend kind. Ze haalde diep adem. ‘Misschien voel ik me écht niet op mijn gemak. Misschien doordat we nu zo vlak bij het Hart van de Steen zijn. Zo vlak bij Callandor. Zo vlak bij de val, wat voor val dan ook.’

‘Pas op,’ zei Elayne en Nynaeve zei wat kalmer: ‘Pas heel erg op, Egwene. Alsjeblieft.’ Ze gaf korte, felle rukjes aan haar vlecht. Toen Egwene ging liggen op het bed met de lage poten, terwijl de andere twee links en rechts van haar op een kruk zaten, rommelde de donder door de hemel. De slaap kwam langzaam.

Net als de andere keren stond ze in een zacht glooiend heuvellandschap met bloemen en vlinders in een lentezon, met zachte briesjes en vogelgezang. Ditmaal droeg ze groene zijde met geborduurde gouden vogels op de borst en groene fluwelen muiltjes. De ter’angreaal leek zo licht dat hij uit haar kleed omhoog leek te zweven, maar door het gewicht van de Grote Serpent-ring werd hij omlaag gehouden. Met vallen en opstaan had ze iets van de wetten van Tel’aran’rhiod geleerd. Zelfs deze Wereld der Dromen, de Ongeziene Wereld, had wetten, al waren die vreemd. Ze wist zeker dat ze er niet meer dan een tiende van kende en maar één manier om naar de verlangde plek te gaan. Ze sloot haar ogen en maakte haar geest leeg, zoals ze zou hebben gedaan als ze saidar had willen omarmen. Het was niet gemakkelijk, doordat de rozenknop zich telkens hardnekkig opdrong en ze voortdurend de Ware Bron voelde en die wilde omarmen, maar ze moest haar leegte met iets anders vullen. Ze vormde een beeld van het Hart van de Steen, zoals zij het in haar dromen had gezien, vormde in de leegte volmaakt ieder onderdeel. De enorme gladde roodstenen zuilen. De eeuwenoude, verweerde vloerstenen. De koepel hoog daarboven. Het kristallen zwaard, onaanraakbaar, langzaam in de lucht wentelend, met het gevest omlaag. Toen alles zo echt was dat ze haast zeker wist dat ze slechts haar hand uit hoefde te steken om het aan te raken, deed ze haar ogen open en was ze er, in het Hart van de Steen. Of het Hart van de Steen zoals het in Tel’aran’rhiod bestond. De zuilen waren aanwezig, en Callandor. En rond het fonkelende zwaard zaten, bijna even vaag en onstoffelijk als schaduwen, dertien vrouwen met gekruiste benen naar het ronddraaiende wapen te staren. De honingblonde Liandrin keek om. Haar grote, donkere ogen keken recht naar Egwene en haar rozenknopmond glimlachte.

Zwaar ademend schoot Egwene zo snel overeind dat ze bijna uit bed viel.

‘Wat is er aan de hand?’ wilde Elayne weten. ‘Wat is er gebeurd? Je ziet er bang uit.’

‘Je hebt nog maar net je ogen gesloten,’ zei Nynaeve zachtjes. ‘Dit is de eerste keer dat je bent teruggekomen zonder dat we jou hebben gewekt. Er is zeker iets gebeurd, niet?’ Ze trok fel aan haar vlecht. ‘Ben je in orde?’

Hoe ben ik teruggekomen? vroeg Egwene zich af. Licht, ik weet niet eens wat ik deed. Ze wist dat ze alleen maar trachtte uit te stellen wat ze te vertellen had. Ze maakte het koord rond haar nek los en hield de Grote Serpent-ring en de grotere ter’angreaal in haar handpalm. ‘Ze wachten op ons,’ zei ze eindelijk. Ze hoefde niet te zeggen wie. ‘En ik denk dat ze weten dat wij in Tyr zijn.’ Buiten barstte de storm los boven de stad.

Terwijl de regen boven zijn hoofd op het dek van de Spoed roffelde, staarde Mart naar het Steenbord op de tafel tussen hem en Thom, maar hij had zijn aandacht eigenlijk niet bij het spel, zelfs niet nu er een Andoraanse mark op het spel stond. Het onweer donderde, en achter de kleine raampjes flitste de bliksem. Vier lampen verlichtten de hut van de schipper. Dit vervloekte schip mag dan zo snel zijn als een vogel, het duurt nog steeds bloedlang. Het vaartuig schoot even omhoog, toen nogmaals, de beweging leek te veranderen. Laat hij maar oppassen dat we niet in die bloedmodder vast komen te zitten! Als hij uit deze karnton niet de hoogst mogelijke snelheid wringt, stamp ik hem dat goud dwars door zijn strot! Geeuwend – hij had na hun vertrek uit Caemlin niet goed meer geslapen; hij piekerde te veel om goed te kunnen slapen – verplaatste hij een steen naar het snijpunt van twee lijnen. Nog drie zetten en hij zou bijna het vijfde deel van Thoms zwarte stenen kunnen insluiten.

1 ... 146 147 148 149 150 151 152 153 154 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)