De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Nynaeve stemde ermee in alsof ze het nog niet zeker wist. Alhuin bond de plankjes onder haar schoenen – ze noemde ze klompen – en haastte zich naar buiten. Egwene zag haar gaan, door een van de keukenramen, langs de paarden en toen de hoek om naar de straat aan de voorkant.
‘Je leert hoe je een Aes Sedai moet zijn, maryim,’ zei ze toen ze zich weer omdraaide. ‘Je manipuleert mensen even goed als Moiraine.’ Nynaeves gezicht werd krijtwit.
Elayne liep naar haar toe en gaf Egwene een klap in het gezicht. Egwene was zo geschokt dat ze alleen maar staarde. ‘Jij gaat te ver,’ zei de goudharige vrouw scherp. ‘Te ver. We moeten samen leven of we sterven samen! Heb jij Alhuin je echte naam gegeven? Nynaeve heeft haar verteld wat we konden zeggen, dat we Duistervrienden zoeken en het was al riskant genoeg om onze naam aan Duistervrienden te verbinden. Ze heeft gezegd dat ze gevaarlijk waren, moordenaars. Had je liever gehad dat ze vertelde dat ze van de Zwarte Ajah waren? In Tyr? Zou je alles op het spel willen zetten zonder te weten of Alhuin dat voor zich kan houden?’
Egwene wreef zachtjes over haar wang. Elayne was sterk. ‘Het hoeft me geen plezier te doen.’
‘Weet ik,’ zuchtte Elayne. ‘Mij ook niet. Maar het móét!’ Egwene draaide zich om en keek door het raam naar de paarden buiten. Ik weet dat het moet. Het hoeft me geen plezier te doen.
49
Een storm in Tyr
Uiteindelijk kwam Egwene weer aan tafel zitten voor haar thee. Ze vond dat Elayne misschien gelijk had en dat ze te ver was gegaan, maar ze kon het niet opbrengen om zich te verontschuldigen, en zo zaten ze zwijgend bijeen. Toen Alhuin terugkwam, was er een man bij haar, een magere kerel van middelbare leeftijd die eruitzag of hij uit oud hout was gesneden. Juilin Sandar zette zijn klompen bij de deur en hing zijn platte strooien punthoed aan een haak. Een hartsvanger, bijna net zo een als die van Hurin, hing aan een riem die hij over zijn bruine jas droeg. In zijn handen had hij een stok die precies even lang was als hij, maar niet veel dikker dan een duim en van datzelfde lichte hout met ribbels dat de ossendrijvers gebruikten voor hun trekdieren. Zijn kortgeknipte zwarte haren lagen plat op zijn hoofd en zijn vlugge donkere ogen leken iedere kleinigheid in het vertrek op te merken en vast te leggen. Plus iedereen die daar was. Egwene zou er wat om durven verwedden dat hij Nynaeve tweemaal opnam en voor haar was Nynaeves achteloosheid bijzonder opvallend. Zij had het duidelijk ook gemerkt.
Alhuin wees hem een stoel aan de tafel, en hij stroopte zijn mouwen op, maakte voor ieder afzonderlijk een buiging en ging zitten met zijn stok tegen zijn schouder aan. Hij nam pas het woord toen de grijsharige vrouw een verse pot thee had gezet en iedereen aan een beker thee zat te nippen.
‘Moeder Guenna heeft me van jullie probleem verteld,’ zei hij kalm toen hij zijn beker neerzette, ik zal naar vermogen helpen, maar de hoogheren zullen mij misschien spoedig eigen opdrachten verstrekken.’ De grote vrouw snoof. ‘Juilin, wanneer ben je gaan sjacheren als een winkelier die linnen voor zijde wil verkopen? Ga nou niet beweren dat jij vooraf weet wanneer de hoogheren beslag op je leggen.’
‘Dat beweer ik ook niet,’ gaf Sandar met een glimlach terug, ‘maar ik weet wanneer ik ’s nachts mannen op daken zie en wanneer niet. Vanuit mijn ooghoeken – ze kunnen zich schuilhouden als buisvissen in riet – maar de bewegingen heb ik opgevangen. Tot nog toe heeft niemand een diefstal aangegeven, maar binnen de muren zijn dieven bezig, daar durf ik een gratis maal om te verwedden. Let op mijn woorden. Voor de week om is, zal ik naar de Steen worden geroepen, omdat er een dievenbende koopmanswoningen of zelfs herenhuizen aan het leegroven is. De Verdedigers zijn goed voor het bewaken van de straat, maar als er dieven moeten worden gezocht, halen ze er een dievenvanger bij, en mij als eerste. Ik probeer er niet meer geld uit te slaan, maar wat ik ook voor deze knappe vrouwen ga doen, het moet wel snel gebeuren.’
‘Ik geloof dat hij de waarheid spreekt,’ zei Alhuin na enige aarzeling. ‘Als hij denkt dat het hem een ferme zoen oplevert, zal hij je wijsmaken dat de maan groen is en water wit, maar over dat soort dingen liegt hij minder dan veel andere mannen. Misschien is hij wel de eerlijkste man die ooit in de Maule werd geboren.’ Elayne hield een hand voor haar mond en Egwene moest moeite doen om niet te lachen. Nynaeve zat er onbewogen en zichtbaar ongeduldig bij. Sandar schonk de grijsharige vrouw een grijns en besloot toen klaarblijkelijk haar opmerking te negeren. Hij glimlachte Nynaeve toe. ‘Ik wel best toegeven dat die dieven me nieuwsgierig maken. Ik heb dievegges gekend en dievenbenden, maar van een vrouwenbende heb ik nog nooit gehoord. En ik ben moeder Guenna nog wat verschuldigd.’ Opnieuw leken zijn ogen alles van Nynaeve vast te leggen. ‘Wat vraagt u?’ vroeg ze scherp.
‘Gestolen goederen terugbrengen,’ zei hij bruusk, ‘een tiende van de waarde van wat ik terugvind. Voor het opsporen van iemand, vraag ik een zilvermark per persoon. Moeder Guenna zegt dat de gestolen voorwerpen niet zo waardevol zijn, behalve voor uzelf, vrouw, dus stel ik u voor het laatste te kiezen.’ Weer een glimlach; hij had parelwitte tanden, ik zou helemaal geen geld van u willen aannemen, maar de broederschap zou er moeilijk over doen. Niettemin zal ik het goedkoop houden. Twee koperstukken, niet meer.’
‘Ik ken een dievenvanger,’ vertelde Elayne. ‘Uit Shienar. Een zeer achtenswaardig man. Hij heeft zowel een zwaard als een hartsvanger. Waarom heeft u dat niet?’
Sandar keek even geschokt en was toen boos op zichzelf dat hij geschokt was. Hij had haar vraag niet begrepen, of had anders besloten hem niet te horen. ‘U bent geen Tyreense. Ik heb weleens van Shienar gehoord, vrouw, verhalen over Trolloks en dat iedere man daar een krijgsman is.’ Zijn glimlach maakte duidelijk dat hij niet in kinderverhaaltjes geloofde.
‘Ze zijn waar,’ zei Egwene. ‘Of waar genoeg. Ik ben in Shienar geweest.’ Hij keek haar met knipperende ogen aan en praatte door. ‘Ik ben geen heer, geen rijke koopman, zelfs geen soldaat. De Verdedigers vallen vreemden met een zwaard niet erg lastig – tenzij ze van plan zijn hier lang te blijven – maar ik zou meteen in een cel onder de Steen worden gegooid. Er bestaan wetten, vrouw.’ Zijn hand streek over de staf alsof hij er onbewust aan dacht. ‘Maar ook zonder zwaard kan ik me best redden.’ Wederom schonk hij Nynaeve een glimlach. ‘Goed, als u me nu die voorwerpen wilt beschrijven...’ Hij zweeg opeens toen ze haar beurs op de rand van de tafel plaatste en dertien zilvermarken uittelde. Egwene zag dat ze de lichtste munten had gekozen; de meeste waren van Tyr, en er zat maar één Andoraanse munt bij. De Amyrlin had hun veel goud meegegeven, maar zelfs dat zou niet eeuwig meegaan.
Nynaeve keek nadenkend in haar beurs voor ze de koordjes aantrok en hem weer wegstopte. ‘Er zijn dertien vrouwen die u voor ons moet vinden, baas Sandar, en u krijgt hetzelfde in zilver als u ze vindt. Vind ze en we halen onze eigendommen zelf terug.’
‘Zoiets doe ik al uit mezelf voor minder,’ protesteerde hij. ‘En een extra beloning is niet nodig. Ik reken u wat ik reken. U hoeft niet bang te zijn dat ik zal worden omgekocht.’
‘Dat is zeker niet te vrezen,’ beaamde Alhuin. ‘Ik heb gezegd dat hij eerlijk is. Geloof hem alleen niet als hij zegt dat hij van je houdt.’ Sandar keek haar boos aan.
‘Ik leg de munten op tafel, baas Sandar,’ zei Nynaeve vastbesloten, ‘dus bepaal ik wat ik koop. Kunt u die vrouwen vinden en het daarbij laten?’ Ze wachtte tot hij een aarzelend knikje gaf, voor ze verder ging. ‘Ze zijn misschien bij elkaar, misschien ook niet. De eerste komt uit Tarabon. Ze is wat langer dan ik, heeft zwarte ogen en bleek, honingkleurig haar, dat ze in vele vlechtjes draagt, zoals men in Tarabon gewoon is. Sommige mannen zullen haar knap vinden, maar dat zal ze niet op prijs stellen. Ze heeft een smal pruilmondje. De tweede komt uit Kandor. Ze heeft lang zwart haar, met een witte lok vlak boven haar linkeroor, en...’