Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 144 145 146 147 148 149 150 151 152 ... 217
Перейти на страницу:

Dat was amper gebeurd of Thom stak zijn hoofd rond de deur. ‘Mart? Ik wist niet of jij het was. O, majesteit.’ Voor een tanige, aanmatigende oude speelman kon Thom ondanks zijn kreupelheid een zwierige buiging maken als de beste. Juilin kon dat niet, maar hij zette haastig zijn belachelijke rode hoed af en probeerde het zo goed mogelijk. ‘Neem me niet kwalijk. We wilden niet sto...’ begon Thom, maar Mart onderbrak hem haastig.

‘Kom binnen, Thom!’ Haastig trok hij zijn jas weer goed en wilde opstaan, maar hij besefte opeens dat dat vreselijke mens zowaar zijn bróék had open geknoopt zonder dat hij het in de gaten had gehad. Die twee zagen misschien over het hoofd dat zijn hemd tot zijn navel openhing, maar een afzakkende broek zouden ze beslist opmerken. Tylins blauwe gewaad vertoonde geen enkele kreukel! ‘Kom erin, Juilin!’

‘Ik ben blij dat de kamers aanvaardbaar zijn, meester Cauton,’ zei Tylin, een toonbeeld van waardigheid. Maar niet met haar ogen, want ze stond zodanig dat Thom en Juilin die niet konden zien. Haar ogen kruidden de onschuldige woorden met bijbedoelingen, ‘Ik zie met genoegen uit naar uw gezelschap. Het lijkt me geweldig een ta’veren binnen handbereik te hebben. Maar ik zal u nu aan uw vrienden overlaten. Nee, blijf alsjeblieft zitten.’ Dat laatste met de schim van een spottende glimlach.

‘Nou, jongen,’ zei Thom, zijn snor glad strijkend na haar vertrek, ‘je hebt geluk; de koningin zelf ontvangt je met open armen.’ Juilin had ineens grote belangstelling voor zijn hoed.

Mart nam hen achterdochtig op en tartte hen in gedachten of ze nog een woord – één woord – durfden te uiten. Nadat hij echter naar Nynaeve en Elayne had gevraagd, maakte hij zich niet meer bezorgd over hun vermoedens. De meisjes waren nog niet terug. Hij was bijna opgesprongen, broek of geen broek. Ze probeerden nu al onder hun overeenkomst uit te komen; hij moest telkens uitleggen wat hij van hen verlangde. Dit alles tussen hun uitbarstingen van ongeloof en zijn uitgesproken mening over die stommelingen van een Nynaeve Almaeren en erfdochter Elayne. Er was niet veel kans op dat ze zonder hem naar de Rahad zouden zijn gegaan, maar hij achtte hen best in staat om Carridin te bespieden. Elayne zou een bekentenis eisen, erop rekenend dat de man instortte, en Nynaeve zou proberen die bekentenis uit hem te slaan.

‘Ik betwijfel of zij Carridin lastig vallen,’ zei Juilin, achter zijn oor krabbend. ‘Ik hoorde dat Aviendha en Birgitte een kijkje bij hem zijn gaan nemen. We hebben ze niet weg zien gaan. Je hoeft je volgens mij geen zorgen te maken over wat hij zal zien, zelfs al loopt hij vlak langs hen.’ Thom schonk zich een gouden roemer met vruchtenwijn in, die Mart had zien staan, en deelde Juilins mening.

Mart hield een hand voor zijn ogen. Een vermomming met de Kracht maken; geen wonder dat ze steeds naar believen als een slang konden wegglippen. Die meiden zouden moeilijkheden veroorzaken. Daar waren vrouwen het beste in. Het verbaasde hem nauwelijks dat Thom en Juilin nog minder van de Schaal der Winden wisten dan hij.

Nadat ze waren weggegaan om zich klaar te maken voor een tocht naar de Rahad, had hij de tijd om zijn kleren op orde te brengen voordat Nynaeve en Elayne terug waren. En om naar Olver te gaan kijken, die een verdieping lager een kamer had. Olvers magere jongensfiguur was wat steviger geworden, dankzij Enid en de andere kokkinnen in De Zwerfster. Ze hadden hem volgestopt, maar hij zou altijd klein blijven, zelfs voor een Cairhiener. Als zijn oren tot de helft zouden slinken en zijn mond de helft minder breed werd, zou zijn neus hem nog steeds niet echt knap maken. Niet minder dan drie dienstmeisjes verwenden hem terwijl hij met gekruiste benen op het bed zat.

‘Mart, heeft Haesel niet de prachtigste ogen?’ zei Olver terwijl hij stralend keek naar het meisje met de grote ogen dat Mart de vorige keer in het paleis had ontmoet. Ze keek stralend terug en woelde door zijn haar. ‘Maar Alis en Loya zijn ook zo lief. Ik zou nooit kunnen kiezen.’ Een mollige vrouw van bijna middelbare leeftijd keek op van het uitpakken van Olvers zadeltassen en gaf hem een brede grijns. Een slank meisje met een tuitmondje klopte de handdoek glad die ze juist op de wastafel had gelegd, en wierp zich toen op her bed om Olver te kietelen tot hij hulpeloos lachend achterover viel.

Mart snoof. Harnan en dat stel waren al erg genoeg, maar nu moedigden die vrouwen de jongen gewoon aan! Hoe zou hij ooit leren zich te gedragen als de vrouwen zoiets deden? Olver moest op straat spelen, net als alle andere jongens van tien jaar. Hij zelf zou in zijn kamers zeker geen dienstmeisjes hebben die zich op hem zouden storten. Daar had Tylin wel voor gezorgd, dat wist hij zeker.

Daarna had hij ook nog tijd om Harnan en zijn Roodarmen op te zoeken die vlak bij de stallen een groot vertrek met een rij bedden deelden, en om naar de keukens beneden te slenteren voor wat brood en vlees. Hij had die ochtend de herbergpap niet onder zijn neus willen krijgen. En toen waren Nynaeve en Elayne nog steeds niet terug. Uiteindelijk bekeek hij de boeken in zijn zitkamer en begon aan De reizen van Jaim Kimstapper, hoewel hij zo zat te tobben dat hij amper de woorden las. Thom en Juilin kwamen net binnen, toen ook de meisjes binnenvielen. Ze riepen hoe verrast ze waren hem hier te vinden, alsof ze dachten dat hij zich niet aan zijn woord zou houden.

Hij sloot kalm het boek en legde het rustig op de tafel naast zijn stoel. ‘Waar zijn jullie geweest?’

‘Hoezo? We hebben een wandeling gemaakt,’ zei Elayne vrolijk. Haar blauwe ogen stonden groter dan ooit. Thom keek nadenkend, hij vond een mes in zijn mouw en liet dat tussen zijn vingers spelen. Heel opvallend vermeed hij elke blik naar Elayne.

‘We hebben theegedronken met wat kennissen van jouw herbergierster,’ zei Nynaeve. ‘Ik zal je niet vervelen met geklets over naaien.’ Juilin wilde zijn hoofd schudden, maar stopte ermee voor ze het zag.

‘Maak dat de kat wijs,’ zei Mart droog. Hij nam aan dat ze het oog van een naald kon onderscheiden van de punt, maar hij vermoedde dat ze er nog liever een door haar tong stak dan over naaiwerk te praten. Geen van beiden nam de moeite iets over beleefdheid te zeggen, wat zijn ergste achterdocht bevestigde, ‘Ik heb twee mannen opgedragen jullie vanmiddag te begeleiden. Morgen zijn er weer twee, en zo elke dag. Als jullie niet in het paleis zijn, of ergens waar ik jullie kan zien, hebben jullie lijfwachten. Ze weten al wanneer ze aan de beurt zijn. Ze blijven de hele tijd bij jullie – de héle tijd – en jullie laten me weten waar jullie heen gaan. Ik heb geen zin me tot over mijn oren bezorgd te maken.’

Hij verwachtte verontwaardiging en ruzie. Hij verwachtte gezeur over wat ze wel of niet hadden beloofd. Hij had een heel brood willen eisen en erop gerekend zich met een sneetje – het kapje, als hij geluk had – tevreden te moeten stellen. Nynaeve keek naar Elayne. Elayne keek naar Nynaeve.

‘Nee maat, lijfwachten! Wat een geweldig idee, Mart!’ riep Elayne uit. Haar glimlach maakte kuiltjes in haar wangen. ‘Ik geloof dat je groot gelijk hebt. Heel verstandig om je mannen al in een rooster in te delen.’

‘Een gewéldig goed idee,’ zei Nynaeve, geestdriftig knikkend. ‘Heel goed van je, Mart.’

Thom liet met een gesmoorde vloek zijn mes vallen en begon aan zijn vinger te zuigen, terwijl hij naar de vrouwen staarde.

Mart zuchtte. Moeilijkheden. Hij wist het. En dat alles nog vóór hun opmerking om de Rahad voorlopig maar te vergeten.

Waardoor hij nu op een bank zat voor een goedkope herberg niet ver van de haven die De Roos van de Elbar heette, en dronk uit een gedeukte tinnen beker die aan de bank was vastgeklonken. Gelukkig spoelden ze de beker voor elke nieuwe klant wel om. De stank van een looierij aan de overkant verbeterde het aanzien van De Roos. Niet dat het een sjofele buurt was, verre van dat, hoewel de straat te smal was voor koetsen. Er zwaaiden behoorlijk wat kleurrijk gelakte draagkoetsen door de straat. Er mochten meer voorbijgangers in wol of een gildejas gekleed zijn dan in zijde, maar de kleren waren even vaak goed gesneden als versleten. De huizen en de winkels waren het gewone allegaartje van wit pleisterwerk. De meeste waren klein en zelfs wat vervallen, maar rechts van hem stond op de hoek wel het grote huis van een rijke koopman, en links zelfs een paleisje – zeker kleiner dan het koopmanshuis – met een enkele koepel zonder spits maar met een groene band. Enkele herbergen en een taveerne in de straat zagen er koel en aantrekkelijk uit. Helaas was De Roos de enige waar een man buiten kon zitten, de enige op de juiste plek. Heel jammer.

1 ... 144 145 146 147 148 149 150 151 152 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)