Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 145 146 147 148 149 150 151 152 153 ... 217
Перейти на страницу:

‘Ik betwijfel of ik ooit zulke fraaie vliegen gezien heb,’ gromde Nalesean, die een paar vette voorbeelden van zijn beker verjoeg. ‘Wat doen we hier ook alweer?’

‘Jij zuipt zwetend als een otter dat smerige bocht,’ mopperde Mart, en hij trok aan zijn hoed om zijn ogen meer schaduw te geven. ‘Ik ben bezig ta’veren te zijn.’ Hij keek nijdig naar het verwaarloosde huis tussen de looier en een lawaaiige weverij in, dat hij moest bewaken. Niet gevraagd, maar bevolen! Daar kwam het op neer, hoe ze het ook verpakten; ze probeerden onder hun beloften uit te kronkelen. O, ze vertolkten het als een vraag en uiteindelijk als een smeekbede, wat hij zou geloven als honden dansten, maar hij wist wanneer hij een ring door zijn neus kreeg. ‘Je hoeft alleen maar ta’veren te zijn. Mart,’ deed hij na. ‘Ik weet dat je gewoon zult wéten wat je moet doen. Bah!’ Misschien wist die vervloekte erfdochter van een Elayne met haar vervloekte kuiltjeswangen hoe, of wist Nynaeve die zowat haar bloed-vlecht uit haar hoofd trok hoe, maar hij mocht in brand vliegen als hij het wist. ‘Als die rottige Schaal in de Rahad is, hoe kan ik hem dan aan déze kant van de bloedrivier vinden?’

‘Ik kan me niet herinneren dat ze dat zeiden,’ zei Juilin droog, een slok nemend van een of ander drankje dat van een gele vrucht gemaakt werd. ‘Je hebt dat al minstens vijftig keer gevraagd.’ Hij beweerde dat met deze hitte het drankje verfrissend was, maar Mart had een hap van zo’n citroen genomen en was niet bereid ook maar iets te drinken wat daarvan gemaakt was. Zijn hoofd bonsde nog steeds en hij dronk thee. Die smaakte alsof de kroegbaas, een magere kerel met achterdochtige kraaloogjes, al sinds de stichting van de stad elke dag wat nieuwe bladeren en water boven op de overblijfselen van gisteren had gegooid. De smaak paste bij zijn stemming.

‘Wat mij nieuwsgierig maakt,’ mompelde Thom over zijn gespitste vingers, ‘is waarom ze zoveel vragen stelden over jouw herbergierster.’ Hij leek het niet erg te vinden dat de vrouwen nog steeds geheimen hadden; soms was hij een vreemde vent. ‘Wat hebben Setalle Anan en die vrouwen met de Schaal te maken?’

Vrouwen liepen het verwaarloosde huis in en uit. Een gestage stroom van vrouwen, van wie sommigen goed gekleed waren, zij het niet in zijde. En niet één man. Drie of vier droegen de rode riem van een Wijzevrouw. Mart had overwogen om er een paar te volgen, maar dat voelde te veel als opzet aan. Hij wist niet hoe ta’veren werkte – hij had nooit een of andere aanwijzing bij zichzelf ontdekt – maar zijn geluk werkte altijd het best als alles op toeval berustte. Zoals met dobbelen. De meeste ijzeren puzzeltjes kon hij niet ontraadselen, al had hij nog zoveel geluk.

Hij sloeg geen acht op Thoms vraag; Thom had hem minstens even vaak gesteld als Mart had gevraagd hoe hij geacht werd hier de Schaal te vinden. Nynaeve had hem recht in zijn gezicht gezegd dat ze niet beloofd had hem alles te vertellen. Ze zei dat ze hem het nodige zou vertellen; ze zei... Zien hoe ze bijna stikte in haar poging om hem niet uit te schelden, was bij lange na niet genoeg wraak.

‘Ik loop maar eens die steeg in,’ zuchtte Nalesean. ‘Voor het geval een van die vrouwen het in haar hoofd haalt om over de tuinmuur te klimmen.’ De smalle strook tussen het huis en de looier was over de hele lengte zichtbaar, maar er liep een ander steegje achter de winkels en huizen langs. ‘Mart, vertel me nog eens waarom we dit doen in plaats van kaart te spelen.’

‘Ik ga wel,’ zei Mart. Misschien zou hij er achter de tuinmuur achter komen hoe ta’veren werkte. Hij maakte een rondje en kwam nergens achter.

Uiteindelijk kroop de schemering de straat in en kwam Harnan aanlopen met een kale Andoraan met samengeknepen ogen die Wat heette. Het enige mogelijke gevolg van ta’veren zijn dat Mart ontdekte, was dat de herbergier zowaar een verse pot thee zette. Die smaakte bijna net zo slecht als de oude.

Terug in het paleis vond hij in zijn kamers een briefje, een soort sierlijk geschreven uitnodiging op dik wit papier, dat rook als een bloementuin.

Mijn haasje, ik verwacht je vanavond voor het avondmaal in mijn vertrekken.

Geen ondertekening, maar die had hij nauwelijks nodig. Licht! Die vrouw wist niet wat schaamte was! Er zat een roodgeschilderd ijzeren slot op de deur naar de gang; hij vond de sleutel en draaide hem op slot. Vervolgens zette hij voor de zekerheid een stoel klem onder de deurklink naar Nerims kamer. Hij kon wel zonder avondmaal. Net toen hij in bed wilde klimmen, rammelde de klink. Op de gang lachte een vrouw, toen ze de deur gesloten vond.

Daarna had hij gemakkelijk en heerlijk moeten slapen, maar om een of andere reden lag hij voortdurend te luisteren naar zijn rommelende maag. Waarom deed ze dit nou? Nou ja, het waarom wist hij wel, maar waarom bij hem? Ze zou toch niet alle zedigheid overboord hebben gegooid, alleen maar om met een ta’veren naar bed te gaan? Goed, hij was veilig nu. Tylin zou tenslotte niet de deur open rammen. Of wel? En het sierlijke ijzersmeedwerk rond de balkons hield zelfs grotere vogels buiten. Bovendien zou ze voor deze hoogte een lange ladder nodig hebben. En mannen om die ladder te dragen. Tenzij ze zich met een touw van het dak liet zakken. Ze kon ook... De nacht ging voorbij, zijn maag rammelde, de zon kwam op en hij had zijn ogen geen tel dicht gehad en aan niets behoorlijks kunnen denken. Maar hij had een besluit genomen. Hij had iets nuttigs voor de poederkamer bedacht, al gebruikte hij zelf nimmer poeder.

Bij het eerste licht sloop hij zijn kamer uit en zocht een paleisdienaar die hij zich herinnerde. Een kalende kerel die Madic heette, met van die zelfverzekerde maniertjes en een sluwe trek rond zijn mond die zei dat hij niet tevreden was. Een man die gekocht kon worden. Maar de verschrikte blik op zijn vierkante gezicht en het meesmuilende lachje dat hij amper verhulde, maakten duidelijk dat hij precies wist waarom Mart goud in zijn hand liet glijden. Bloed en as! Hoeveel mensen wisten wat Tylin in haar schild voerde?

Kennelijk niet Elayne en Nynaeve, het Licht zij dank. Hoewel het inhield dat ze hem plaagden met het mislopen van een etentje met de koningin. Daar waren ze achter gekomen toen Tylin vroeg of hij ziek was. Het werd nog erger...

‘Wil je alsjeblieft bij de koningin je beste beentje voorzetten,’ zei Elayne, en ze glimlachte bijna alsof haar dat helemaal geen moeite kostte. ‘Je hoeft niet zo zenuwachtig te zijn. Je zult een avond met haar heel aangenaam vinden.’

‘Zorg er alleen voor dat je haar nergens mee beledigt,’ bromde Nynaeve. Bij haar was er geen twijfel aan dat beleefdheid haar pijn deed. Haar wenkbrauwen trokken zich diep samen, haar kaak verstrakte en haar handen trilden om niet aan haar vlecht te rukken. ‘Wees nou eens voor één keer inschikkelijk... Ik bedoeclass="underline" ze is een keurige vrouw en probeer niet een van je... Licht, je weet wat ik bedoel.’

Zenuwachtig. Ha! Keurige vrouw. Ha!

Geen van beiden leek het erg te vinden dat hij een hele middag verknoeid had. Elayne gaf hem een meelevend schouderklopje en vroeg of hij het alsjeblieft nog een dag of twee wilde proberen. Het was beslist beter dan in deze hitte door de Rahad te sjouwen. Nynaeve zei precies hetzelfde – vrouwen! – maar zonder schouderklopje. Ze gaven ruiterlijk toe dat ze die dag wilden trachten om samen met Aviendha Carridin in het oog te houden, al ontweken ze zijn vraag over wie zij daar wilden herkennen. Nynaeve liet zich zoiets ontvallen en Elayne had haar zo woest aangekeken dat hij eindelijk meende mee te mogen maken hoe Nynaeve een draai om haar oren kreeg. Ze aanvaardden gedwee zijn bevel om bij hun lijfwachten te blijven en lieten hem al even gedwee hun vermommingen zien. Hoe het stel opeens voor zijn ogen in Ebodaraanse vrouwen veranderde, was zelfs na Thoms beschrijving een minstens even grote schok als hun makheid. Nou ja, Nynaeve deed een zielige poging om meegaand te zijn, maar ze begon te grommen toen tot haar doordrong dat hij het meende, dat de Aielvrouw geen lijfwacht nodig had, maar desondanks lukte het haar bijna. Het maakte hem zenuwachtig te zien hoe een van die twee haar handen vouwde en onderdanig antwoord gaf. Maar nu ze het allebei deden – terwijl Aviendha goedkeurend knikte! – was hij blij dat hij hen op pad kon sturen. Voor de zekerheid beval hij hun de vermomming te tonen aan de mannen die hij meestuurde; hij negeerde hun plotseling smalle monden. Vanin greep met beide handen de kans om Elaynes lijfwacht te zijn en tikte als een dwaas links en rechts met zijn knokkels tegen zijn voorhoofd.

1 ... 145 146 147 148 149 150 151 152 153 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)