Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 143 144 145 146 147 148 149 150 151 ... 178
Перейти на страницу:

Een vrouw deed de deur net genoeg open om er argwanend doorheen te loeren. Egwene meende eerst dat ze dik was, totdat de vrouw de deur helemaal opende. Ze was zeker behoorlijk stevig, maar haar bewegingen verrieden de spieren eronder. Ze leek even sterk als vrouw Lohan, en er waren Emondsvelders die beweerden dat Alsbet Lohan even sterk was als haar man. Het was niet waar, maar ook niet ver bezijden de waarheid.

‘Waar kan ik jullie mee helpen?’ zei de vrouw en ze hoorden dezelfde tongval als bij de Amyrlin. Haar grijze haren lagen in dikke krullen aan beide kanten van haar hoofd en haar drie schorten vertoonden drie tinten groen, elk iets donkerder dan die eronder; maar zelfs de bovenste was bijna licht te noemen. ‘Wie van jullie heeft me nodig?’

‘Ik,’ zei Nynaeve. ‘Ik heb iets nodig voor een opspelende maag. En een van mijn metgezellen misschien ook. Als we tenminste bij de juiste deur hebben aangeklopt.’

‘Je bent geen Tyreense,’ zei de vrouw, ik had dat al aan jullie kleren moeten zien, voor je iets zei. Ze noemen me moeder Guenna, en ook wel Wijzevrouw, maar ik ben oud genoeg om daar geen naden mee te breeuwen. Kom binnen en ik zal jullie iets voor je maag geven.’ De keuken was keurig netjes, niet zo groot, met koperen pannen die aan de muur hingen en gedroogde kruiden en worsten aan de zoldering. Verschillende hoge kasten van licht hout hadden deurtjes die waren ingelegd met een soort lang gras. De tafel was bijna wit geboend en de hoge stoelruggen toonden houtsnijwerk van bloemen. Op de stenen oven stond zo te ruiken vissoep te sudderen en een ketel met een tuit die net begon te stomen. Er brandde geen vuur in de stenen haard, waarvoor Egwene meer dan dankbaar was; de oven verspreidde al meer dan genoeg hitte, hoewel moeder Guenna dat helemaal niet leek te merken. Op de haardmantel stonden borden en aan weerszijden stonden er nog meer opgestapeld. De vloer leek net te zijn aangeveegd.

Moeder Guenna deed de deur achter hen dicht en terwijl ze naar haar kast liep, vroeg Nynaeve: ‘Wat voor thee gaat u me geven? Ketenblad? Of blauwzegge?’

‘Dat zou ik doen als ik het had.’ Moeder Guenna zocht de planken even af en pakte er een stenen kruik af. ‘Aangezien ik de laatste week geen tijd had om te plukken, zal ik je een aftreksel van moerasmargriet geven.’

‘Dat ken ik helemaal niet,’ zei Nynaeve langzaam. ‘Het werkt evengoed als ketenblad, maar het heeft een sterke bijsmaak die sommigen tegenstaat.’ De forse vrouw strooide gedroogde, gebroken blaadjes in een blauwe theepot en schonk er bij de stoof heet water in. ‘Je bent dus vaardig in wijze zaken? Ga zitten.’ Ze gebaarde naar de tafel met twee helblauwe kopjes die ze van de schoorsteenmantel had gepakt. ‘Ga zitten, dan praten we wat. Wie van de anderen heeft die bedorven maag?’

‘Ik maak het best,’ zei Egwene terloops terwijl ze ging zitten. ‘Voel jij je misselijk, Caryla?’ De erfdochter schudde een tikkeltje wanhopig haar hoofd.

‘Doet er niet toe.’ De grijze vrouw schonk de donkere vloeistof in Nynaeves kopje en ging toen tegenover haar zitten, ik heb genoeg gemaakt voor twee, maar moerasmargrietthee blijft langer goed dan zoute vis. Hoe langer je het bewaart, hoe beter het werkt, maar het wordt steeds bitterder. Het is een wedstrijd tussen hoeveel je maag nodig heeft om tot rust te komen en wat je tong kan verdragen. Drink op, kind.’ Ze keek even, schonk toen de tweede beker in en nam een teugje. ‘Zie je, het doet geen kwaad.’

Nynaeve nam haar eigen kopje op en liet bij de eerste slok een klein geluidje van afschuw horen. Toen ze de kop echter weer neerzette, was haar gezicht effen. ‘Misschien een klein beetje bitter. Kunt u me vertellen, moeder Guenna, of we die regen en die modder nog lang houden?’

De oude vrouw kneep haar wenkbrauwen samen en verdeelde haar ongenoegen over de drie vrouwen voor ze uiteindelijk Nynaeve uitkoos. ‘Ik ben geen windvinder van het Zeevolk, meisje,’ zei ze kalm. ‘Als ik het weer kon voorspellen, zou ik nog liever levende zilvertanden onder mijn kleren stoppen dan dat toe te geven. De Verdedigers vatten zulke dingen bijna even zwaar op als Aes Sedai-kunsten. Nou, ben je vaardig in wijze zaken of niet? Jullie zien eruit alsof je een lange reis achter de rug hebt. Wat is goed bij vermoeidheid?’ blafte ze opeens.

‘Vlakbladthee,’ zei Nynaeve kalm, ‘of andilaswortel. Nu u toch vragen stelt, wat zou u doen om geboorteweeën te verlichten?’ Moeder Guenna snoof. ‘Warme doeken erop, kind, en misschien geef ik haar wat witvenkel als het een bijzonder zware bevalling is. Meer dan dat en een zorgzame hand heeft een vrouw niet nodig. Kun je geen vraag bedenken die niet elke boerenvrouw kan beantwoorden? Wat geef je iemand met hartpijn? Waar je dood van gaat?’

‘Fijngewreven giendebloesem op de tong,’ zei Nynaeve stug. ‘Als een vrouw steken in de buik heeft en bloed opgeeft, wat doe je dan?’ Ze gingen er helemaal in op. Ze stelden elkaar op de proef, kaatsten elkaar vragen en antwoorden steeds sneller toe. Soms viel de ondervraging even stil als iemand een plant noemde die de andere vrouw onder een andere naam kende, maar al gauw keerden de snelle vragen terug. Ze twistten over de verdiensten van aftreksels tegen thee, zalfjes tegen smeersels en wanneer het ene beter was dan het andere. Geleidelijk begonnen alle snelle vragen zich te richten op kruiden en wortels die de een kende en de ander niet, spittend naar nieuwe kennis. Egwene hoorde het aan en begon zich steeds meer te ergeren. ‘Nadat je hem de botheler hebt gegeven,’ zei moeder Guenna net, ‘wikkel je het gebroken bot in doeken, geweekt in water waarin je blauwe geitenbloemen hebt gekookt, let wel, alleen de blauwe!’ – Nynaeve knikte ongeduldig – ‘en zo heet als hij het kan verdragen. Eén deel blauwe geitenbloemen op tien delen water, niet slapper. Vervang de doeken zodra ze niet meer dampen en blijf het de hele dag volhouden. Met botheler zal het bot twee keer zo snel helen en twee keer zo sterk.’

‘Dat zal ik onthouden,’ zei Nynaeve. ‘U had het net over schapentongwortel tegen oogpijn. Ik heb nog nooit...’

Egwene kon er niet langer tegen. ‘Maryim,’ onderbrak ze, ‘geloof je echt dat je dit soort zaken ooit nog hoeft te weten? Je bent geen Wijsheid meer, of ben je dat vergeten?’

‘Ik ben niets vergeten,’ zei Nynaeve scherp, ik herinner me de tijd nog dat je even gretig nieuwe dingen leerde als ik.’

‘Moeder Guenna,’ zei Elayne effen, ‘wat hebt u voor twee vrouwen die maar blijven kibbelen?’

De grijsharige vrouw perste haar lippen op elkaar en keek fronsend naar haar kopje. ‘Gewoonlijk zeg ik zowel tegen mannen als vrouwen dat ze uit elkaars buurt moeten blijven. Dat is het beste en gemakkelijkste.’

‘Gewoonlijk?’ zei Elayne. ‘En als er een reden is waarom ze bij elkaar moeten blijven? Bijvoorbeeld omdat ze zusters zijn?’ ik heb wel een manier om een eind aan ruzie te maken,’ zei de grote vrouw langzaam, ik dring er niet echt op aan dat ze dat moeten proberen, maar er zijn mensen die het me vragen.’ Egwene meende een verdacht glimlachje rond haar mondhoeken te zien spelen, ik vraag een zilvermark per persoon. Twee bij mannen, omdat mannen meer opspelen. Er zijn mensen die het alleen willen doen als het genoeg kost.’

‘Maar hoe worden ze genezen?’ vroeg Elayne.

‘Ik zeg tegen ze dat ze de ander mee moeten nemen, de persoon waar ze ruzie mee hebben. Beiden rekenen erop dat ik de ander de mond zal snoeren.’ Ondanks alles zat Egwene te luisteren. Ze merkte dat Nynaeve ook scherp oplette. ‘Zodra ze me hebben betaald,’ vervolgde moeder Guenna, haar gespierde arm buigend, ‘neem ik ze mee naar achteren en duw hun hoofden in de regenton tot ze ermee instemmen geen ruzie meer te maken.’ Elayne barstte in lachen uit.

‘Ik denk dat ik zelf ook iets dergelijks zou hebben gedaan,’ zei Nynaeve met een stem die veel te opgewekt klonk. Egwene hoopte dat haar gezicht niet leek op dat van Nynaeve.

‘Dat zou me helemaal niet verbazen.’ Moeder Guenna zat nu openlijk te glimlachen. ‘Ik vertel ze dat als ik ooit nog van ruzie hoor, ik het voor niets doe, maar dan wel de rivier gebruik. Opmerkelijk hoe dat mijn aanzien heeft doen stijgen. Om de een of andere reden vertelt niemand hoe het precies gaat, dus om de twee, drie maanden komt er weer iemand met die vraag. Wie zo dwaas is geweest om moddervis te slikken, gaat dat niet aan anderen vertellen. Ik neem aan dat geen van jullie graag een zilvermark uit wil geven.’

1 ... 143 144 145 146 147 148 149 150 151 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)