Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 141 142 143 144 145 146 147 148 149 ... 217
Перейти на страницу:

‘Wat doen die hier?’ Hij knikte naar een klein groepje te paard dat zich op de achtergrond hield. Hij herkende Selande, Camaille en de lange Tyreense. Ze droegen allen nog steeds mannen kleren en een zwaard. De vierkante kerel in een jas met pofmouwen, met een ingevet puntbaardje en haren die door een lint bijeen waren gebonden, kwam hem ook bekend voor. De andere twee mannen, allebei uit Cairhien, kende hij niet, maar hij kon het wel raden. Hun jonge leeftijd en het lint in hun haar waren teken genoeg dat zij deel uitmaakten van Selandes ‘krijgsgenootschap’ .

‘Ik heb Selande en enkele van haar vrienden in dienst genomen,’ zei Faile luchtig; ze verspreidde opeens mistige golven van behoedzaamheid. ‘In de stad zouden ze zich vroeg of laat moeilijkheden op de hals hebben gehaald. Ze hebben iemand nodig die hun een doel geeft. Zie het maar als een daad van naastenliefde. Ik zorg wel dat ze je niet voor de voeten lopen.’

Perijn zuchtte en krabde zijn baard. Een wijs man zei zijn eigen vrouw niet midden in haar gezicht dat ze iets verzweeg. Vooral niet wanneer die vrouw Faile heette. Ze zou even ontzagwekkend worden als haar moeder, als ze dat al niet was. Voor de voeten lopen? Hoeveel van die... jonge honden had ze aangenomen? ‘Alles klaar? Het duurt niet lang of een of andere dwaas in de stad besluit Rhands gunst te verwerven door hem mijn hoofd te brengen. Voor dat gebeurt, zou ik graag uit de buurt willen zijn.’ Aram liet een kelig gegrom horen.

‘Niemand slaat je hoofd eraf, echtgenoot,’ maakte Faile hem met flitsend witte tanden duidelijk, en ze fluisterde vervolgens zo zacht dat zij wist dat alleen hij het kon horen: ‘Behalve ik, misschien.’ Op een normale toon zei ze: ‘Alles is klaar.’

In een redelijk vlak heuveldal achter de bomen stonden de mannen van Tweewater naast hun paarden, in een dubbele rij die zich aan de andere kant van de heuvel uit het zicht slingerde. Opnieuw zuchtte Perijn. De banier met de rode wolfskop en die met de Rode Adelaar van Manetheren bewogen lichtjes in een hete bries aan de kop van de rij. Zeker nog zo’n tiental andere Speervrouwen zat gehurkt bij de banieren. Aan de andere kant van de rij vertoonde Gaul een bijna gemelijke blik, wat Perijn nooit eerder bij een Aiel had gezien.

Bij het afstappen werd hij benaderd door twee mannen in het zwart die hem begroetten met de vuist tegen het hart. ‘Heer Perijn,’ zei Jur Gradi. ‘We zijn hier gisteravond aangekomen. We zijn klaar.’

Gradi’s verweerde boerengezicht maakte dat Perijn zich bij hen bijna op zijn gemak voelde, maar Fager Neald, zo’n tien jaar jonger dan Gradi, was een andere zaak. Voor zover Perijn wist, had de man ook best boer kunnen zijn, maar hij stelde zich aan met gebaartjes en nuffigheidjes, en kweekte een zielig vettig snorretje dat in een soort punt moest uitlopen. Terwijl Gradi een Toegewijde was, was Neald nog soldaat; hij droeg geen zilveren zwaardje op zijn kraag. Dat weerhield hem er echter niet van iets te zeggen. ‘Heer Perijn, is het echt noodzakelijk die vrouwen met ons mee te nemen? Ze zullen alleen maar last veroorzaken, zeker weten, dat hele stel, en u beseft dat heel goed.’

Enkele van de vrouwen over wie hij sprak, stonden niet ver van de mannen uit Tweewater met omslagdoeken over hun armen. Edarra leek de jongste van de zes Wijzen. Onaangedaan hielden zij de twee vrouwen in het oog die Neald met zijn knikje had aangeduid. Eigenlijk baarden die twee Perijn ook zorgen. Seonid Traighan, volkomen koel en beheerst in groene zijde, trachtte hooghartig de Aielvrouwen te negeren. De meeste Cairhienin die niet wilden doen of ze Aiel waren, vonden hen verachtelijk – maar bij het zien van Perijn nam ze de teugels van haar vos over in de andere hand en gaf Masuri Sokawa een stoot in de ribben. Masuri schrok op – Bruine zusters leken behoorlijk vaak te dagdromen -, staarde effen naar de Groene zuster en richtte toen haar ogen op Perijn. Haar blik leek op een blik die ze een of ander merkwaardig of gevaarlijk dier zou hebben geschonken, een beest dat ze wilde temmen voor ze klaar was. Ze hadden gezworen Rhand Altor te gehoorzamen, maar hoe zou het zijn met hun gehoorzaamheid aan Perijn Aybara? Een bevel geven aan een Aes Sedai leek onnatuurlijk. Het was in elk geval beter dan omgekeerd.

‘Iedereen gaat mee,’ zei Perijn. ‘Laten we gaan voor we worden gezien.’ Faile snoof.

Gradi en Neald groetten opnieuw en schreden naar het midden van het boomloze veld. Perijn had geen idee wie van de twee het noodzakelijke deed, maar opeens wentelde de nu bekende zilveren streep in de lucht rond en klapte open tot een poort die net niet groot genoeg was om doorheen te rijden. Achter de doorgang waren bomen te zien die niet veel verschilden van de bomen die ze op de heuvels om hen heen zagen. Onmiddellijk stapte Gradi erdoorheen, maar desondanks werd hij bijna omver gelopen door Sulin en een kleine horde gesluierde Speervrouwen. Ze leken zichzelf de eer te hebben verschaft als eersten door de poort te stappen en waren niet van plan iemand anders die eer te gunnen.

Perijn voorzag reeds honderden moeilijkheden waar hij niet aan gedacht had en leidde Stapper het wat vlakkere land binnen. Er was hier geen open veld, maar de bomen stonden minder dicht op elkaar als daarginds in het Cairhiense dal. De verspreide bomen waren hoger, maar wel even uitgedroogd, zelfs de naaldbomen. Veel meer dan eik en lederblad herkende hij niet. De lucht leek warmer.

Faile volgde hem, maar terwijl hij naar links liep, stuurde zij Zwaluw naar rechts. Arams hoofd zwaaide bezorgd tussen hen heen en weer, tot Perijn hem met een knikje naar Faile zond. De jongeman volgde haar met zijn ruin, maar al was hij nog zo snel, hij moest Bain en Chiad voor laten gaan. Ze waren nog steeds gesluierd. Ondanks Perijns be vel dat daarna de mannen uit Tweewater dienden te komen, stroomden ongeveer dertig jonge Cairhienin en Tyreners door de poort die allen een paard meeleidden. Dertig! Hoofdschuddend bleef Perijn naast Gradi staan die alle kanten opkeek en het open bosgebied afzocht. Gaul kwam aanbenen nadat Danel Lewin eindelijk hollend verscheen met de mannen uit Tweewater en hun paarden. Die stomme banieren kwamen meteen na Danel te voorschijn en werden fier opgestoken zodra ze uit de doorgang waren. De man hoorde die dwaze snor af te scheren.

‘Vrouwen zijn ongelooflijk,’ gromde Gaul.

Perijn wilde Faile al verdedigen, tot hij bemerkte dat de man woest naar Bain en Chiad keek. Hij wist het nog net weg te slikken en vroeg: ‘Heb jij een vrouw, Gradi?’

‘Sora,’ antwoordde Gradi afwezig, zijn aandacht nog steeds op de omringende bomen gericht. Perijn zou er wat om durven verwedden dat de man nu zeker de Kracht vasthield. Iedereen kon hier ver om zich heen kijken, vergeleken met die bossen thuis, maar iemand kon je nog steeds besluipen. ‘Ze mist me,’ ging Gradi verder, bijna in zichzelf. ‘Je leert die ene meteen en snel te herkennen. Ik zou echter graag willen weten waarom haar knie pijn doet.’

‘Haar knie doet pijn,’ zei Perijn effen. ‘Nu, op dit ogenblik doet haar knie pijn.’

Gradi leek te beseffen dat hij stond te staren, net als Gaul. Hij knipperde met zijn ogen, maar kweet zich meteen weer van zijn uitkijktaak. ‘Vergeef me, heer Perijn. Ik moet de wacht houden.’ Hij zweeg heel lang maar zei uiteindelijk: ‘Het is iets waar een man die Canler heet, achter is gekomen. De M’Hael houdt er niet van als wij uit onszelf dingen uitvinden, maar als het eenmaal gedaan is...’ Zijn dunne grijns zei dat Taim daarna waarschijnlijk ook niet echt gemakkelijk was geweest. ‘We nemen aan dat het net zoiets is als de binding tussen zwaardhanden en Aes Sedai. Ongeveer een op de drie van ons is getrouwd; tenminste, zoveel vrouwen zijn er gebleven, nadat ze hoorden wat hun mannen waren. Op deze manier weet je dat ze het goed maakt, wanneer je ver weg bent, en weet zij dat jij dat ook doet. Een man wil graag weten dat zijn vrouw veilig is.’

‘Dat wil hij zeker,’ zei Perijn. Wat was Faile met die dwazen van plan? Ze had Zwaluw weer bestegen en ze stonden nu allemaal vlak bij haar naar haar op te kijken. Het zou echt iets voor haar zijn om zelf ook iets van die ji’e’toh-onzin op te pikken. Seonid en Masuri gleden achter de laatste mannen uit Tweewater naar binnen, met drie zwaardhanden tussen hen in en de Wijzen er meteen weer achter, wat geen verrassing was. Zij dienden een oogje op de Aes Sedai te houden. Seonid greep haar teugels alsof ze op wilde stappen, maar Edarra zei zachtjes iets en wees naar een dikke scheve eik. De twee Aes Sedai keken haar aan, hun hoofden schoten erheen, toen keken ze elkaar aan en leidden hun paarden naar de boom. Alles zou veel vlotter verlopen als die twee altijd zo mak bleven... nou ja, eigenlijk niet mak, want Seonids nek was zo stijf als een ijzeren staaf.

1 ... 141 142 143 144 145 146 147 148 149 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)