Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 140 141 142 143 144 145 146 147 148 ... 217
Перейти на страницу:

De paleisbedienden die hij in de gangen zag, droegen onopgesmukte zwarte livreien. Wellicht had Rhand het bevolen, misschien waren de bedienden het gewoon gaan dragen. Ze hadden zich niet op hun gemak gevoeld zonder livrei, alsof ze dan niet wisten waar ze thuishoorden, en zwart leek een veilige keus als Rhands kleur, vanwege de Asha’man. De mensen die Perijn zagen, schoten zo snel mogelijk weg zonder zich tijd te gunnen voor een buiging of een knix. De geur van hun vrees bleef achter.

Voor het eerst hadden zijn gele ogen niets te maken met hun angst. Nee, het zou weleens niet veilig kunnen zijn rond te hangen bij een man op wie de Herrezen Draak zo openlijk zijn woede had botgevierd. Perijn ontspande zijn schouder onder de zadeltassen. Het was al een hele tijd niet meer gebeurd dat iemand hem had kunnen optillen en op de grond werpen. Natuurlijk had niemand daarbij ooit de Kracht toegepast. Eén ogenblik in het bijzonder was hem bijgebleven.

Hij duwde zich op, zijn schouder vasthoudend, en schoof omhoog met zijn rug tegen de vierkante pilaar die zijn buiteling had gestopt. Het voelde of hij enkele ribben had gebroken. Overal in de Grote Zaal van de Zon stonden heren en vrouwen van Huizen die voor het een of ander een beroep wilden doen op Rhand. Ze keken alle mogelijke kanten op en deden of ze ergens anders waren. Alleen Dobraine keek toe en schudde zijn grijze hoofd terwijl Rhand door de troonzaal beende.

‘Ik pak die Aes Sedai aan, zoals ik dat wil,’ schreeuwde Rhand. ‘Hoor je me, Perijn? Zoals ik wil.’

‘Je hebt ze gewoon aan de Wijzen overgeleverd,’ gromde hij terug, en hij duwde zich van de pilaar weg. ‘Je weet niet eens of ze op zijde slapen of dat hun keel is opengesneden! Jij bent de Schepper niet!’

Met een woeste grauw gooide Rhand zijn hoofd in de nek. ‘Ik ben de Herrezen Draak!’ riep hij. ‘Het kan me niet schelen hoe ze worden behandeld! Ze verdienen de diepste kerkers.’

Perijns nekharen kriebelden toen Rhand zijn blik van het tonvormige plafond omlaag liet zakken. Blauw ijs was hiermee vergeleken warm en zacht. Het viel nog meer op doordat die ogen in een van pijn verwrongen gezicht stonden. ‘Ga uit m’n ogen, Perijn. Hoor je me? Maak dat je wegkomt uit Cairhien! Vandaag nog! Nu! Ik wil je nooit meer zien.’ Hij draaide zich op zijn hakken om en schreed weg, terwijl de edelen voor hem zich bijna plat op de vloer wierpen.

Perijn veegde met een duim een druppeltje bloed uit zijn mondhoek. Er was een ogenblik geweest dat hij haast zeker had geweten dat Rhand hem ging doden.

Hij schudde zijn hoofd om die gedachte kwijt te raken, sloeg een hoek om en botste bijna tegen Loial op. Met een groot pak op de rug gebonden en een tas over de schouder geslingerd die groot genoeg was Voor een schaap, gebruikte de Ogier zijn enorm lange bijl als wandelstaf. De ruime jaszakken puilden uit van vierkante vormen. Boeken. Loials pluimoren schoten bij het zien van Perijn omhoog en zakten nog sneller weer omlaag. Zijn treurige gezicht leek uitgezakt en zijn wenkbrauwen raakten de wangen. ‘Ik heb het gehoord, Perijn,’ galmde hij droevig. ‘Rhand had het niet moeten doen. Snelle woorden maken lange ruzies. Ik weet dat hij erop terug zal komen. Morgen wellicht.’

‘Het is in orde,’ zei Perijn. ‘Cairhien is toch te... verfijnd... voor mij. Ik ben een smid, geen hoveling. Morgen hoop ik heel ver hier vandaan te zijn.’

‘Jij en Faile kunnen met mij meegaan. Karldin en ik gaan de stedding bezoeken, Perijn. Allemaal, in verband met de saidinpoorten.’ Achter Loial keek een jonge kerel met licht haar en een smal gezicht niet meer nadenkend naar Perijn maar naar de Ogier. Ook hij had een tas en een pak bij zich en een zwaard aan de heup. Ondanks de blauwe jas herkende Perijn de Asha’man. Karldin leek niet al te blij Perijn te zien, bovendien rook hij koud en boos. Loial tuurde de gang achter Perijn in. ‘Waar is Faile?’

‘Ze... ik heb haar in de stallen gezien. We hadden wat woorden.’ Dat was gewoon de waarheid. Faile leek schreeuwen soms fijn te vinden. Hij ging wat zachter praten. ‘Loial, ik zou er niet over praten. Waar iedereen het kan horen. Over de saidinpoorten, bedoel ik.’

Loial snoof zo luid dat een stier weggehold zou zijn, maar sprak daarna wel zachter. ‘Ik zie alleen ons drieën maar,’ rommelde hij. Alleen iemand die meer dan twee of drie pas achter Karldin stond zou het niet horen. Zijn oren... zwiepten – dat was het enige juiste woord – en gingen geërgerd weer liggen. ‘Iedereen is bang om met jou te worden gezien. Na alles wat je voor Rhand hebt gedaan.’

Karldin trok aan Loials mouw. ‘We moeten gaan,’ zei hij met een boze blik op Perijn. Iedereen die de Herrezen Draak uitschold, had wat hem betrof elke grens geschonden. Perijn vroeg zich af of hij op dat ogenblik vervuld was van de Kracht.

‘Ja, ja,’ bromde Loial, en hij wuifde met zijn ham-grote hand. Hij bleef echter op zijn bijl leunen en peinsde fronsend verder. ‘Ik vind dit niet goed, Perijn. Dat Rhand je wegjaagt. En mij stuurt hij ook weg. Hoe ik ooit mijn boek af moet krijgen...’ Zijn oren bewogen en hij kuchte. ‘Nou ja, dat doet er nu niet toe. Maar jou en mij... en het Licht mag weten waar Mart is. Hierna stuurt hij Min ook nog weg. Hij hield zich vanmorgen voor haar verborgen. Hij zond me naar buiten om haar te zeggen dat hij er niet was. Ik denk dat ze wist dat ik loog. Dan is hij alleen, Perijn. “Het is verschrikkelijk om alleen te zijn.” Dat zei hij tenminste tegen me. Hij is van plan al zijn vrienden weg te sturen.’

‘Het Rad weeft wat het Rad wil,’ merkte Perijn op. Loial knipperde met zijn ogen bij die weerklank van Moiraines woorden. Perijn had de laatste tijd veel aan haar gedacht. Ze had Rhand in toom weten te houden. ‘Vaarwel, Loial. Pas op en vertrouw niemand als het niet hoeft.’ Hij keek niet echt in Karldins richting.

‘Dat kun je niet menen, Perijn.’ Het klonk geschokt. Loial leek iedereen te vertrouwen. ‘Dat kun je niet. Ga met mij mee, jij en Faile.’

‘Op een dag zullen we elkaar weer tegenkomen,’ zei Perijn vriendelijk. Hij snelde verder voor hij meer moest zeggen. Hij hield niet van liegen, zeker niet tegen een vriend.

In de noordstal was alles vrijwel hetzelfde als in het paleis. De stalknechten zagen hem binnenkomen en lieten hun mestgrepen en borstels vallen, waarna ze door de achterdeuren naar buiten dromden. Geritsel op de hoge zolder boven hem, dat andere oren niet zouden hebben opgevangen, verried dat zich ook daar mensen verborgen. Hij kon hun benauwde en angstige zuchten horen. Hij leidde Stapper uit een stal van groen gestreept marmer, deed het hoofdstel om en bond de vaalgrijze hengst aan een vergulde leidselring. Hij haalde een deken en een zadel uit een marmeren tuigkamer, waar de helft van de zadels beslagen was met zilver of goud. Deze stal paste volmaakt bij een koninklijk paleis met hoge vierkante marmeren pilaren en marmeren vloeren; zelfs onder het stro in de stallen lag marmer. Hij reed naar buiten, blij dat hij al die grootsheid niet meer hoefde te zien.

Hij reed naar het noorden, over de weg die hij enkele dagen geleden zo angstig samen met Rhand had gevolgd. Hij reed door tot de lage heuvels Cairhien achter hem verborgen. Daar wendde hij Stapper naar het oosten, waar nog een behoorlijk woud was overgebleven, draafde een hoge heuvel af en de volgende over die nog hoger was. Vlak achter de bomenrij spoorde Faile Zwaluw aan om hem tegemoet te rijden, waarbij Aram haar als een hondje op zijn eigen paard volgde. Arams gezicht lichtte op bij het zien van Perijn, al zei dat niet zoveel. Hij verdeelde zijn trouwe hondenblikken nu tussen hem en Faile.

‘Echtgenoot,’ zei ze. Niet echt koeltjes, maar vlijmscherpe boosheid en geprikkelde jaloezie weefden zich nog steeds door haar geur van kruidenzeep. Ze was gekleed voor de reis met een dunne stofmantel op haar rug en rode handschoenen die pasten bij de laarzen onder de strakke rijrok die ze het liefst droeg. Aan haar riem hingen niet minder dan vier dolken in een schede.

Bewegingen achter haar brachten Bain en Chiad in het zicht. En Sulin met nog een tiental Speervrouwen. Perijns wenkbrauwen gingen omhoog. Hij vroeg zich af wat Gaul ervan zou vinden. De Aielman had gezegd dat hij graag alleen met Bain en Chiad wilde spreken. Nog verrassender waren Failes andere gezellen.

1 ... 140 141 142 143 144 145 146 147 148 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)