De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
‘Daar is ze best toe in staat.’ Thom staarde naar het fraaie snijwerk op de pijpenkop en trok aan zijn snorpunt. ‘Haar humeur was altijd even snel als de bliksem, en tweemaal zo gevaarlijk.’
‘Jij kunt het weten, Thom,’ zei Gil afwezig. Hij staarde in de verte en streek met beide handen door zijn grijzende haar. ‘Ik moet toch iets kunnen doen. Ik heb sinds de Aiel-oorlog geen zwaard meer vastgehouden, maar... Nee, dat zou niet helpen. Ik zou mezelf doden en er niets bij winnen. Maar ik moet iets doen!’
‘Geruchten.’ Thom streek langs zijn neus; hij scheen het speelbord te bestuderen en in zichzelf te praten. ‘Niemand kan verhinderen dat geruchten het oor van Morgase vinden, en als ze die steeds opnieuw hoort, zal ze zich dingen gaan afvragen. Geruchten zijn de stem van het volk, en de stem van het volk spreekt vaak de waarheid. Dat weet Morgase. Ik wil wedden dat er in het Spel geen mens is die het tegen haar kan opnemen. Liefde of geen liefde, wanneer Morgase Gaebril nauwkeurig gaat onderzoeken, zal hij nog geen schrammetje uit zijn jeugd voor haar kunnen verbergen. En als ze erachter komt dat hij Elayne kwaad wil doen’ – hij zette een steen op het bord; op het eerste gezicht leek het een vreemde zet, maar Mart zag dat na drie zetten een derde van Gils stenen ingesloten zou zijn – ‘dan krijgt heer Gaebril een buitengewoon fraaie begrafenis.’
‘Jij en je Spel der Huizen,’ mopperde Gil. ‘Maar het zou kunnen werken.’ Opeens verscheen er een glimlach op zijn gezicht. ‘Ik weet zelfs wie ik moet hebben om ermee te beginnen. Ik hoef Gilda maar te zeggen dat ik zoiets heb gedroomd en binnen drie dagen heeft ze alle dienstmeisjes in de Nieuwe Stad verteld dat het echt waar is. Ze is de beste roddelaarster die de Schepper ooit op de wereld heeft gezet.’
‘Zorg er maar voor dat het niet naar jou terugleidt, Basel.’
‘Daar hoef je niet bang voor te zijn, Thom. Moet je horen, een week geleden vertelde een man nog een van mijn eigen nare dromen. Hij had het gehoord van een ander die het weer gehoord had van nog iemand anders. Gilda moet me hebben afgeluisterd toen ik het aan Colene vertelde, maar toen ik het hem vroeg, gaf hij mij een rij namen die helemaal naar de andere kant van Caemlin leidde en daar stopte. Ik ben er zelf nog geweest, gewoon uit nieuwsgierigheid. Ik wilde zien door hoeveel monden het bericht was doorgegeven en ik heb de laatste man gevonden, die volhield dat het zijn eigen droom was. Wees maar niet bang, Thom.’
Het kon Mart niet echt schelen wat ze met hun geruchten deden – geruchten konden Egwene en de anderen niet helpen – maar één ding verbaasde hem. ‘Thom, je lijkt het allemaal heel kalm op te nemen. Ik dacht dat Morgase de grote liefde van je leven was.’ De speelman staarde weer in de kop van zijn pijp. ‘Mart, een zeer wijze vrouw vertelde me eens dat de tijd mijn wonden zou helen, dat de tijd alles zou gladstrijken. Ik geloofde haar niet. Maar ze had gelijk.’
‘Je bedoelt dat je niet meer van Morgase houdt.’
‘Kerel, het was vijftien jaar geleden dat ik Caemlin verliet, een halve stap vóór de beulsbijl uit, en de inkt van Morgases handtekening op het bevel was nog nat. En terwijl ik Basel hier hoor beuzelen’ – Gil protesteerde en Thom verhief zijn stem – ‘beuzelen, zei ik, over Morgase en Gaebril, en of ze gaan trouwen, besefte ik dat de hartstocht allang verdwenen is. O, ik neem aan dat ik nog steeds dol op haar ben, misschien zelfs nog wel een beetje van haar hou, maar mijn grote hartstocht is ze niet meer.’
‘En ik maar denken dat je naar het paleis zou rennen om haar te waarschuwen.’ Mart lachte en zag verrast hoe Thom meelachte. ‘Zo’n dwaas ben ik niet, kerel. Iedere dwaas weet dat mannen en vrouwen soms verschillend denken, maar het grootste verschil is dit: mannen vergeten, maar vergeven nooit; vrouwen vergeven, maar vergeten nooit. Morgase zal best mijn wang willen kussen en me een beker wijn geven en me zeggen hoezeer ze me gemist heeft. Maar ze kan mij ook even gewoon door de garde naar de kerkers en de beul laten slepen. Nee, Morgase is een van de kundigste vrouwen die ik ooit gekend heb, en dat zegt iets. Ik zou bijna medelijden met Gaebril krijgen als ze erachter komt wat hij in zijn schild voert. Tyr, zei je? Bestaat de kans dat je tot morgen wilt wachten? Ik kan wel een nachtje slaap gebruiken.’
‘Ik wil voor de nacht valt een eind op weg zijn naar Tyr.’ Mart knipperde even met zijn ogen. ‘Bedoel je dat je mee wilt? Ik dacht dat je hier wilde blijven.’
‘Hoorde je me net niet zeggen dat ik besloten heb mijn hoofd niét te laten afhakken? Tyr klinkt veiliger dan Caemlin, en dat lijkt me ineens zo slecht nog niet. Bovendien; ik mag die drie meisjes graag.’ Er verscheen een mes in zijn hand, dat even plotseling verdween, ik vind het niet prettig als hen iets zou overkomen. Maar als je Tyr snel wilt bereiken, moet je langs Aringil. Met een snelle boot zijn we daar dagen eerder dan te paard, zelfs al rijden we ze dood. En dat zeg ik niet alleen omdat in de spiegel mijn billen op een zadel lijken.’
‘Aringil dan. Als het maar snel is.’
‘Nou,’ zei Gil, ‘als je dan toch vertrekt, jongen, kan ik er maar beter voor zorgen dat je dat maal krijgt.’ Hij schoof zijn stoel achteruit en liep naar de deur.
‘Bewaar dit voor me, baas Gil,’ zei Mart, hem de leren beurs toewerpend.
‘Wat is dit, jongen? Geld?’
‘Een inzet. Gaebril weet het niet, maar hij en ik hebben een weddenschap gesloten.’ De kat sprong op de grond toen Mart de houten dobbelbeker opnam en de stenen op tafel wierp. Vijf zessen. ‘En ik win altijd.’
48
Vaardig in wijze zaken
Toen de Schicht naar de Tyreense kaden deinde, aan de westelijke oever van de Erinin, zag Egwene niets van de naderende stad. Staande bij de boeg staarde ze met gebogen hoofd naar het water dat langs de dikke romp klotste en naar de heen en weer gaande voorste roeispaan aan haar kant, die witte schuimkragen in het water maakte. Ze werd er akelig van, maar ze wist dat ze nog misselijker zou worden door naar de oever te kijken en dat de trage kurkentrekkerbeweging van de Schicht dan nog erger zou worden. Al vanaf Jurene had het vaartuig zo dansend heen en weer geschommeld. Het kon haar niet meer schelen hoe de boot voor die tijd had gezeild; ze wenste dat de Schicht vóór Jurene gezonken was. Ze wou dat ze de schipper had omgepraat om in Aringil aan te leggen, zodat ze daar een ander schip hadden kunnen nemen. Ze wenste dat ze nooit op een schip was geweest. Ze had nog veel meer wensen en de meeste dienden haar gedachten van de boot op het water af te leiden.
Het deinen was bij het roeien minder erg dan tijdens het zeilen, maar het ging nu al zoveel dagen door, dat het verschil er niet meer toe deed. Haar maag leek als melk in een stenen kan heen en weer te klotsen. Ze slikte en probeerde het beeld te vergeten.
Ze had met Nynaeve en Elayne niet veel plannen kunnen bedenken aan boord van de Schicht. Nynaeve leek om de haverklap te moeten braken en als Egwene dat zag, raakte zij ook al het voedsel kwijt dat ze naar binnen had kunnen krijgen. Dat de hitte tijdens hun tocht naar het zuiden toenam, hielp ook al niet. Nynaeve was nu benedendeks, terwijl Elayne ongetwijfeld een waterbak voor haar klaar hield. O, Licht, nee’. Denk er niet aan’. Groene velden. Weilanden. Licht, weilanden gaan niet zo op en neer. Honingvogels. Nee, geen honingvogels’. Leeuweriken. Zingende leeuweriken. ‘Vrouw Joslyn? Vrouw Joslyn!’
Het duurde even voor ze de naam herkende die ze voor schipper Canin had verzonnen, en de stem van de schipper. Ze hief langzaam haar hoofd op en vestigde haar ogen op zijn lange gezicht. ‘We lopen binnen, vrouw Joslyn. U zei voortdurend dat u aan land wilde. Nou, we zijn er.’ Zijn stem verborg niet hoe graag hij deze drie opvarenden kwijt wilde, van wie er twee alleen maar lagen te zieken, zoals hij het noemde, en de hele nacht kreunden. Scheepsmaten met ontbloot bovenlijf op blote voeten gooiden touwen naar de mannen op de stenen pier. De dokwerkers leken geen hemden maar lange leren vesten te dragen. De roeispanen waren reeds ingetrokken, met uitzondering van twee die voorkwamen dat het schip te hard tegen de kade stootte. De vlakke stenen van de kade waren nat; de lucht was nog vochtig van eerdere regen en dat hielp een beetje. De dansende beweging was nu al enige tijd verdwenen, besefte ze, maar haar maag herinnerde het zich nog. De zon ging in het westen onder. Ze probeerde niet aan eten te denken.