Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 138 139 140 141 142 143 144 145 146 ... 178
Перейти на страницу:

‘Het ziet ernaar uit dat ze de Toren weer verlaten heeft,’ zei hij. ‘In dienst van de Amyrlin Zetel. Die vrouw heeft haar bevoegdheden weer eens overschreden.’

Het kostte Mart geen moeite meer zijn tong in bedwang te houden. Die zat tegen zijn gehemelte geplakt. Geluk. Soms weet ik niet of bet goed of slecht is. De donkere man was de eigenaar van de diepe stem, de ‘grote meester’, die Elaynes hoofd wilde hebben. Ze noemde hem Gaebril! Haar raadsheer wil Elayne vermoorden! Licht! En Morgase staarde naar hem op als een trouw hondje, met de hand van haar meester op haar schouder.

Gaebril richtte zijn vrijwel zwarte ogen op Mart. De man had een doordringende blik in zijn ogen die veel leken te weten. ‘Wat kun je ons verder vertellen, jongen?’

‘Niets... eh... heer.’ Mart schraapte zijn keel; de onderzoekende blik van de man was nog erger dan die van de Amyrlin. ‘Ik was naar Tar Valon gekomen om mijn zus op te zoeken. Ze is een Novice. Else Grinwel. Ik ben Thom Grinwel, heer. Vrouwe Elayne hoorde dat ik van plan was onderweg Caemlin aan te doen. Ik kom uit Comfre, heer, een klein dorpje ten noorden van Baerlon. Ik had vóór Tar Valon nog nooit een grotere stad dan Baerlon gezien en zij – vrouwe Elayne, bedoel ik – gaf mij deze brief mee.’ Hij dacht dat Morgase even had opgekeken toen hij zei dat hij afkomstig was uit de streek rond Baerlon, maar hij wist dat daar een dorpje Comfre lag; hij herinnerde zich dat hij dat ergens had gehoord.

Gaebril knikte, maar hij zei: ‘Weet je waar Elayne naar toe zou gaan, jongen? Of voor welke zaken? Spreek de waarheid en je hebt niets te vrezen. Lieg, en je zult ondervraagd worden.’

Ditmaal was Mart echt bezorgd. ‘Heer, ik heb de erfdochter maar één keer gezien. Ze gaf me de brief – en een goudmark! – en zei me deze naar de koningin te brengen. Ik weet niet wat erin staat, behalve wat ik hier heb gehoord.’ Gaebril leek zijn verhaal te overwegen; op zijn donkere gezicht stond niet te lezen of hij er een woord van geloofde of niet.

‘Nee, Gaebril,’ zei Morgase plotseling. ‘Er zijn er al te veel ondervraagd. Ik kon de noodzaak daarvoor dank zij jouw raad inzien, maar hier is het niet nodig. Niet van een knaap die alleen een brief brengt, waarvan hij de inhoud niet kent.’

‘Het zal zijn zoals mijn koningin beveelt,’ zei de donkere man. De toon was eerbiedig, maar hij raakte haar wang aan op een manier die haar gezicht deed kleuren en haar lippen liet wijken, alsof ze een kus verwachtte.

Morgase haalde ietwat bevend adem. ‘Zeg me, Thom Grinwel, zag mijn dochter er goed uit toen je haar zag?’

‘Ja, mijn koningin. Ze glimlachte en lachte en haar tong was behoorlijk vrij – ik bedoel...’

Morgase lachte zachtjes om het gezicht dat hij trok. ‘Wees niet benauwd, jongeman. Elayne heeft een vrijpostige tong, vaker dan goed voor haar is. Ik ben blij dat het goed met haar gaat.’ Haar blauwe ogen keken hem doordringend aan. ‘Een jongeman die zijn dorp verlaten heeft, vindt het vaak moeilijk om weer terug te keren. Ik denk dat je ver zult reizen voor je Comfre terugziet. Misschien ga je wel terug naar Tar Valon. Als je dat doet en je ziet mijn dochter, zeg haar dan wat in boosheid wordt gezegd, vaak wordt berouwd. Ik zal haar niet voortijdig uit de Witte Toren laten halen. Zeg haar dat ik vaak terugdenk aan mijn eigen tijd daar en dat ik de kalmerende gesprekken in Sheriams werkkamer mis. Vertel haar dat allemaal, Thom Grinwel.’

Mart trok wat ongemakkelijk zijn schouders op. ‘Ja, mijn koningin. Maar... eh... ik was niet van plan naar Tar Valon terug te gaan. Een keertje in mijn leven is genoeg. Mijn pa heeft me nodig op de boerderij. Mijn zussen zullen de klus hebben gekregen de koeien te melken, nu ik er niet ben.’

Gaebril lachte, een diepe, rommelende lach. ‘Verlang je dan weer zo naar je koeien, jongen? Misschien zou je iets van de wereld moeten zien voor die verandert. Hier!’ Hij trok een beurs te voorschijn en wierp hem die toe; Mart voelde de munten in het dunne leer toen hij de beurs opving. ‘Als Elayne je een goudmark kon geven om haar brief te bezorgen, geef ik je er tien omdat je hem veilig hebt afgeleverd. Zie wat van de wereld voor je naar je koeien teruggaat.’

‘Ja, heer.’ Mart hief de beurs op en slaagde erin zwakjes te grijnzen. ‘Dank u, heer.’

Maar de donkere man had hem al weggewuifd, zijn vuisten in zijn heupen geplaatst en zich tot Morgase gekeerd. ‘Ik denk dat het tijd wordt, Morgase, om die etterende zweer aan Andors grens door te prikken. Jouw huwelijk met Taringael Damodred geeft je het recht aanspraak op de Zonnetroon te maken. De koninginnegarde kan die aanspraak kracht bij zetten. Misschien kan ik daarbij op mijn eigen manier helpen. Hoor mij aan.’

Tallanvor raakte Marts arm aan en ze trokken zich buigend terug. Mart dacht niet dat iemand keek toen ze weggingen. Gaebril was nog steeds aan het woord en iedere heer en vrouwe leek aan zijn lippen te hangen. Morgase luisterde nadenkend, maar ze knikte even hard mee als de anderen.

Tallanvor leidde Mart snel van het kleine binnenhof met de visvijver naar de grote binnenplaats aan de voorzijde van het paleis, naar de hoge, vergulde poorten in de zon. Het zou spoedig middag zijn. Mart voelde de drang ver weg te zijn, de noodzaak om zich te haasten. Het was moeilijk om niet vlugger dan de jonge officier te lopen. Iemand zou zich kunnen afvragen waarom hij rende. Of misschien – heel misschien – waren de dingen werkelijk wat ze leken. Misschien vermoedde Gaebril echt niet dat hij het wist. Misschien. Hij herinnerde zich die bijna zwarte ogen, die hem grepen en vasthielden alsof twee tanden van een hooivork zich in zijn hoofd boorden. Licht, misschien. Hij dwong zich gewoon te lopen, alsof hij alle tijd van de wereld had. Je bent maar een boerenpummel met hooi tussen zijn oren, die zich vergaapt aan de tapijten en het goud. Gewoon een warhoofd die nooit gelooft dat iedereen een mes in je rug kan steken. Uiteindelijk leidde Tallanvor hem door een manspoortje in een van de grote poorten naar buiten en liep met hem mee.

De dikke officier met de rattenoogjes stond nog steeds op wacht, en toen hij Mart zag, werd zijn gezicht weer rood. Maar voor hij wat had kunnen zeggen, snoerde Tallanvor hem de mond. ‘Hij heeft een brief van de erfdochter aan de koningin afgegeven. Wees blij, Elbar, dat Morgase of Gaebril niet weet dat jij probeerde hem tegen te houden. Heer Gaebril had zeer veel belangstelling voor het schrijven van vrouwe Elayne.’ Elbars gezicht verschoot van rood naar wit, even wit als zijn kraag. Hij keek Man woest aan en schuifelde toen langs de rij wachten. Zijn kraaloogjes tuurden door de spijlen van hun vizier alsof hij wilde nagaan of ze zijn vrees hadden gezien.

‘Dank u,’ zei Mart tegen Tallanvor, en hij meende het. Hij was de dikke kerel totaal vergeten, tot hij hem weer in het gezicht staarde. ‘Vaarwel, Tallanvor.’

47

Wedren met een Schaduw

Hij begon het ovale plein over te steken en probeerde niet te snel te lopen. Tot zijn verrassing liep Tallanvor met hem mee. Licht, is hij een man van Gaebril of van Morgase? Hij begon jeuk tussen zijn schouderbladen te voelen, alsof er elk moment een mes in kon worden geplant – Hij weet het niet, bloedvuur! Gaebril vermoedt niet dat ik het weet! - toen de jonge officier eindelijk wat zei. ‘Heb je veel tijd in Tar Valon doorgebracht? In de Witte Toren? Lang genoeg om iets op te steken?’

‘Ik was er maar drie dagen,’ zei Mart behoedzaam. Hij zou nog minder dagen hebben genoemd – als hij bij het afgeven van de brief Tar Valon niet had moeten noemen, zou hij zijn aanwezigheid daar zelfs helemaal hebben ontkend – maar hij dacht niet dat de man zou geloven dat hij dezelfde dag van het bezoek aan zijn zuster weer zou zijn afgereisd. Waar is hij in Lichtsnaam op uit? ‘Ik leerde alleen wat ik in die dagen zag. Niks van belang. Ze hebben me niet rondgeleid en me dingen verteld. Ik kwam alleen voor Else.’

‘Maar je moet toch iets gehoord hebben, man. Wie is Sheriam? Weet je wat “praten in haar studeervertrek” betekent?’ Mart schudde heftig zijn hoofd, zodat de opluchting op zijn gezicht verborgen bleef. ‘Ik weet niet wie zij is,’ zei hij naar waarheid. Misschien had hij Egwene of anders Nynaeve de naam horen noemen. Een Aes Sedai, misschien? ‘Waarom zou het iets betekenen?’

1 ... 138 139 140 141 142 143 144 145 146 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)