Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
‘Jou is een aanzien geschonken dat groter is dan je beseft,’ vertelde ze hem. Alsof haar smerige kleed van het fijnste streel was, nam ze plaats in de leunstoel tegenover hem. ‘Laat me wat van die wijn brengen en ik zal het je vertellen. Slechts negenentwintig anderen hebben ooit de gunst verkregen...’
Ze merkte geschokt dat hij lachte. ‘Je veronderstellingen zijn verkeerd, Moghedien. Je dient nog steeds de Grote Heer, maar niet zoals eerst. De tijd om je eigen spelletjes te spelen is voorbij. Als je niet per ongeluk iets goed had gedaan, zou je nu al dood zijn geweest.’
‘Ik ben een Uitverkorene, jongen,’ zei ze, en woede schroeide elke behoedzaamheid uit haar weg. Ze ging rechtop zitten en keek hem aan met alle kennis van een Eeuw die zijn eigen tijd reduceerde tot een tijd van modderhutjes. In elk geval zoveel kennis als ze bezat. Slechts op die gebieden die de Ene Kracht betroffen, waar niemand haar kon verbeteren. Ze had bijna de Bron omhelsd, al was Shayol Ghul nog zo nabij. ‘Je moeder heeft waarschijnlijk nog niet zo lang geleden mijn naam gebruikt om je vrees aan te jagen. Besef goed dat volwassen kerels als een kletsnat vod neerstorten wanneer ze die horen. Let op je woorden in mijn aanwezigheid.’
Hij stak zijn hand in de open hals van zijn hemd en haar eigen tong kleefde vast aan het gehemelte. Haar ogen staarden strak naar het kooitje van gouddraad en bloedrood kristal dat hij aan een koordje uit zijn hemd trok. Even meende ze vaag te zien dat hij er net zo een weer terugstopte, maar ze had alleen oog voor dat van haar. Het was zeker haar kooitje. Hij streek er met zijn duim over en ze voelde die streling over haar geest en ziel glijden. Het breken van een geestesval eiste weinig meer kracht dan hij nu gebruikte. Ze kon aan de andere kant van de wereld vertoeven of nog verder weg en het zou geen haartje verschil maken. Het deel van haar dat van haar was gescheiden, zag nog met haar ogen, hoorde nog met haar oren, proefde wat haar tong raakte en voelde wat haar beroerde, maar ze was even hulpeloos als een automaat, volledig gehoorzaam aan ieder die haar cour’souvra bezat. Of er nu wel of niet een manier was om uit een geestesval bevrijd te worden, hij deed precies wat de naam aangaf. Ze voelde het bloed uit haar gezicht wegtrekken.
‘Begrijp je het nu?’ zei hij. ‘Je zult nog steeds de Grote Heer dienen, maar nu zal dat gebeuren door te doen wat ik zeg.’
‘Ik begrijp het, mia’cova,’ zei ze willoos.
Hij deed haar geestesval weer onder zijn hemd en lachte opnieuw, een laag en vol geluid dat haar bespotte. ‘Dat hoeft niet, nu je je lesje hebt geleerd. Ik noem je Moghedien en jij noemt me Moridin. Je bent nog steeds een Uitverkorene. Niemand kan jou toch vervangen?’
‘Ja, natuurlijk, Moridin,’ zei ze toonloos. Wat hij ook zei, ze wist dat ze zijn bezit was.
26
Onherroepelijke woorden
Morgase was klaarwakker. In de maanverlichte nacht staarde ze naar de zoldering en probeerde aan haar dochter te denken. Ze lag onder een witlinnen laken, en had ondanks de hitte en het zweet een dikke wollen nachtpon aan die tot de hals was dichtgestrikt. Het zweet deed er niet toe. Het maakte niet uit hoe vaak ze baadde of hoe heet het water was; ze bleef zich smerig voelen. Elayne was vast en zeker veilig in de Witte Toren. Er waren ogenblikken dat het jaren geleden leek dat ze Aes Sedai kon vertrouwen, maar wat die ongerijmdheid ook inhield, de Toren was beslist de veiligste plaats voor Elayne. Ze probeerde aan Gawein te denken. Hij zou in Tar Valon bij zijn zuster zijn, zo trots op haar, zo vastbesloten in zijn verlangen haar schild te zijn als ze er een nodig had. En Galad – waarom stonden ze haar niet toe hem te zien? Ze hield van hem alsof hij van haar eigen vlees was, en hij had die liefde meer nodig dan de andere twee. Ze probeerde aan hen allemaal te denken. Het was zo moeilijk aan iets anders te denken dan... Wijd open ogen staarden het donker in, glinsterend van nimmer geschrei de tranen.
Ze had altijd gedacht dat ze sterk genoeg was om te doen wat gedaan moest worden, om alles en alles te trotseren; ze had altijd geloofd dat ze weer overeind kon komen en het gevecht opnieuw aangaan. In slechts één eindeloos uur, dat alleen enkele lichte, reeds helende kneuzingen had achtergelaten, had Rhadam Asunawa haar anders geleerd. En Emon Valda had haar opvoeding met één enkele vraag voltooid. De wond die het antwoord aan haar eigen hart had toegebracht, was niet geheeld. Ze had uit eigener beweging naar Asunawa terug moeten gaan en hem moeten opdragen om haar het allerergste aan te doen. Ze had... Ze bad dat Elayne veilig was. Misschien was het niet eerlijk om meer aan Elayne dan aan Galad of Gawein te denken, maar Elayne zou de volgende koningin van Andor zijn. De Toren zou de kans om een Aes Sedai op de Leeuwentroon te zetten, niet laten lopen. Kon ze Elayne maar zien, kon ze haar drie kinderen nog maar één keer zien.
Er ritselde iets in de donkere slaapkamer. Ze hield haar adem in en bestreed haar angst. In het vage maanlicht kon ze nauwelijks de stijlen van het bed zien. Valda was gisteren met Asunawa en duizenden Witmantels uit Amador naar het noorden gereden om de Profeet aan te pakken, maar als hij was teruggekomen, als hij...
Een schaduw in de duisternis werd een vrouw, te klein voor die van Lini. ‘Ik dacht al dat je nog wakker was,’ klonk Breanes stem zacht. ‘Drink dit op; het helpt.’ De Cairhiense probeerde een zilveren beker in Morgases hand te duwen. Er steeg een enigszins zure geur uit op. ‘Wacht tot je wordt geroepen om me drinken te brengen,’ snauwde ze, en ze duwde de beker weg. Er druppelde een warme vloeistof op haar hand en het linnen laken. ‘Ik was al bijna in slaap toen je binnen kwam klossen,’ loog ze. ‘Ga weg!’
In plaats van te gehoorzamen bleef de vrouw op haar neerkijken, met haar gezicht in de schaduw. Morgase was niet op Breane Taborwin gesteld. Of Breane echt van edele geboorte en komaf was, zoals ze beweerde, of enkel een dienares die geleerd had haar meerderen na te apen, ze gehoorzaamde alleen als het haar uitkwam en ze had een veel te losse tong. Zoals ze nu weer bewees.
‘Je blaat als een schaap, Morgase Trakand.’ Zelfs haar gedempte stem trilde van woede. Ze zette de beker met een klap op een tafeltje naast het bed en nog meer vocht spatte op het blad. ‘Bah! Heel wat mensen hebben veel ergere dingen meegemaakt. Jij leeft nog. Geen van je botten is gebroken, en je verstand evenmin. Leef ermee; laat het verleden los en ga door met je leven. Je bent zo geprikkeld dat de mannen op kousenvoeten lopen, zelfs baas Gil. Langwin heeft al drie dagen lang nauwelijks een oog dichtgedaan.’
Morgase werd rood van boosheid. Zelfs in Andor spraken bedienden niet op die manier. Ze greep de arm van de vrouw beet, maar bezorgdheid overwon haar boosheid. ‘Ze weten het toch niet, hè?’ In dat geval zouden ze proberen haar te wreken of te redden en daarbij sterven. Tallanvor zou sterven.
‘Lini en ik hebben ter wille van jou hun ogen geblinddoekt,’ spotte Breane. Ze trok haar hand los en wees naar haar. ‘Als ik Langwin daarmee kon redden, zou ik hem tonen wat voor blatend schaap je bent. Hij ziet in jou het vleesgeworden Licht; ik zie een vrouw die de moed niet heeft om de zaken te nemen zoals ze zijn. Ik laat hem niet door jouw lafheid kapotmaken.’
Lafheid. Woede borrelde in Morgase op, maar er kwamen geen woorden. Haar vingers knepen het laken bij elkaar. Ze geloofde niet dat ze koelbloedig had kunnen besluiten met Valda te slapen, maar ware dat het geval geweest, dan had ze ermee kunnen leven. Dat dacht ze tenminste. Maar het was iets heel anders om ‘ja’ te zeggen, omdat ze bang was voor een herhaling van Asunawa’s geknoopte koorden en naalden, en nog banger voor de ergere dingen die zouden volgen. Hoe hard ze ook had geschreeuwd bij Asunawa’s daden, juist Valda had haar de echte grenzen van haar moed getoond en die lagen dichterbij dan ze had aangenomen. Valda’s strelingen of zijn bed konden mettertijd vergeten worden, maar ze zou nooit de schande kunnen uitwissen van dat ene ‘ja’ dat van haar lippen was gekomen. Breane hield haar de waarheid onder ogen en ze wist er geen antwoord op te geven.