Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 130 131 132 133 134 135 136 137 138 ... 217
Перейти на страницу:

Haar hoofd duizelde nog te zeer om saidar makkelijk te omhelzen, maar als dat kletsende volk haar al niet driftig had gemaakt, dan zorgde wat ze op straat zag liggen daar wel voor. Een pijl met een stompe, stenen punt. De pijl die haar hoofd had geschampt of de pijl die Elayne had geraakt. Ze geleidde, en de magere beurzensnijder klapte dubbel, greep zichzelf vast en gilde als een varken in een doornstruik. Een tweede stroom, en de vrouw met de grote neus viel achterover met een gil die twee keer zo hoog klonk. De man in het zijden vest besloot kennelijk dat ze zijn hulp toch niet nodig hadden. Hij draaide zich in elk geval om en holde naar de koets, maar ze gaf hem niettemin een flinke zet. Hij loeide nog harder dan een woeste stier, terwijl de vrouw in de koets hem aan zijn vest naar binnen sleurde.

‘Dank u, maar we hebben geen hulp nodig,’ riep Nynaeve. Beleefd. Er waren maar weinigen die het hoorden. Toen doordrong dat de Ene Kracht werd gebruikt – en mensen die plotseling rondhuppelend zonder aanwijsbare reden begonnen te gillen, maakten het voor de meesten wel duidelijk – gingen ze ervandoor. De vrouw met de grote neus duwde zichzelf op en sprong warempel achter op de rode koets, waar ze zich krampachtig vasthield terwijl de koetsier de paarden ondanks de menigte opzweepte, zodat iedereen opzij sprong.

Nynaeve kon het niet schelen, al had de grond zich geopend en het hele zaakje opgeslokt. Haar borst deed pijn, terwijl ze fijne stromen Wind en Water, Aarde, Vuur en Geest verweefde, mengde en door Elayne stuurde. Het was een eenvoudig weefsel, dat haar ondanks haar duizeligheid gemakkelijk afging, en het resultaat stelde haar gerust. De wond was niet ernstig; het bot van Elaynes schedel was niet gebroken. Gewoonlijk zou ze diezelfde stromen in veel ingewikkelder weefsels hebben geleid voor een Heling die zij zelf had uitgevonden. Maar nu lukte slechts een simpele weving. Met alleen Geest, Wind en Water weefde ze de Heling die de Gele zusters sinds onheuglijke tijden toepasten.

Elaynes ogen schoten wijd open en ze bewoog wild als een snoek in een net, terwijl ze naar adem snakte en haar hielen op het plaveisel trommelden. Dat duurde natuurlijk maar even, maar de buil slonk meteen en verdween.

Nynaeve hielp haar op te staan, en er verscheen een vrouwenhand met een tinnen beker water. ‘Zelfs een Aes Sedai zal na zoiets dorstig zijn,’ zei de naaister.

Elayne reikte ernaar, maar Nynaeve hield met haar vingers Elaynes pols tegen. ‘Nee, dank u.’ De vrouw haalde de schouders op en wendde zich af, waarop Nynaeve er op heel andere toon aan toevoegde: ‘Dank u.’ Hoe vaker je het zei, hoe makkelijker het leek; ze wist niet zeker of ze dat wel zo prettig vond.

Opnieuw golfde de zee van kant, toen de naaister opnieuw de schouders ophaalde, ‘Ik maak kleren voor iedereen. Ik kan iets maken wat beter bij u kleurt dan dat.’ Ze verdween in haar winkel en Nynaeve keek haar nadenkend na.

‘Wat is er gebeurd?’ wilde Elayne weten. ‘Waarom mocht ik niet van je drinken? Ik heb dorst én honger.’

Na een laatste frons vanwege de naaister bukte Nynaeve zich en pakte de pijl op. Elayne had geen uitleg nodig. Saidar lichtte in een flits om haar op. ‘Teslyn en Joline?’

Nynaeve schudde het hoofd; haar duizeligheid leek weg te trekken. Ze geloofde niet dat die twee zo laag zouden zinken om dit te doen. Nee, dat geloofde ze niet. ‘En Reanne?’ zei ze zacht. De naaister stond weer in de deuropening, nog steeds hoopvol. ‘Ze zou er zeker van willen zijn dat we hier vertrekken. Of erger nog, misschien Garenia.’ Die gedachte maakte haar nog killer dan het denken aan Teslyn en Joline. En tweemaal zo woedend.

Op de een of andere manier slaagde Elayne erin om er ondanks een norse blik leuk uit te zien. ‘Wie het ook was, we zullen het ze betaald zetten. Reken maar.’ Ze keek kalmer. ‘Nynaeve, als de Kring weet waar de Schaal is, kunnen we hem vinden, maar...’ Ze beet op haar lip en aarzelde, ‘Ik weet maar één manier om er zeker van te zijn.’

Nynaeve knikte langzaam, hoewel ze liever een handvol zand had opgegeten. Deze dag had vanmorgen zo stralend geleken, maar toen was die snel afgegleden naar duister en donker, van Reanne naar... O Licht, hoe lang zou het duren voor ze grijs haar had?

‘Niet huilen, Nynaeve. Mart kan onmogelijk zo beroerd zijn. Hij vindt binnen de kortste keren dat ding voor ons, dat weet ik gewoon.’ Nynaeve begon alleen maar harder te huilen.

25

Geestesval

Moghedien wilde niet opnieuw die droom beleven, maar de wil om te ontwaken en te krijsen hielp niet veel. De slaap hield haar in een vastere greep dan een tentakel. Het begin ging snel voorbij, in een vage waas. Dat was niet uit mededogen. Ze zou de rest des te sneller opnieuw doormaken.

Ze herkende amper de vrouw die de tent betrad waarin ze gevangen werd gehouden. Halima, de schrijfster van een van die zottinnen die zich Aes Sedai noemden. Het waren dwazen maar ze hielden haar zeker goed gevangen met die halsband van zilverig metaal, waardoor ze moest gehoorzamen. Snelle beweging, al smeekte ze om traagheid. De vrouw geleidde om licht te maken en Moghedien zag slechts het licht verschijnen. Het moest met saidin zijn gebeurd – want de Uitverkorenen waren de enige levenden die wisten hoe ze de Ware Kracht konden aftappen - de Kracht die van de Duistere stamde – en slechts weinigen durfden die behalve in de allergrootste nood te gebruiken – maar dat was onmogelijk! Wazige snelheid. De vrouw die zich Aran’gar noemde en Moghedien met haar eigen naam aansprak, gaf door dat ze naar de Doemkrocht geroepen was en verwijderde de a’dam, krimpend van een pijn die geen enkele vrouw had mogen voelen. Opnieuw – hoe vaak had zij dit gedaan? – opnieuw weefde Moghedien een kleine doorgang in haar tent. Ze scheerde weg om zich wat tijd te gunnen in dat eindeloze zwart, maar ze was nauwelijks op haar vlot gestapt -een afgesloten marmeren balkon voorzien van een gemakkelijke stoel – of ze kwam al aan op de zwarte hellingen van Shayol Ghul die voor eeuwig in de schemer waren gehuld en waar schachten en tunnels stoom, rook en bijtende dampen uitbraakten. Een Myrddraal in doods-zwarte kleding kwam op haar af, een madenwitte, oogloze man, maar langer en steviger dan elke andere halfman. Hij nam haar hooghartig op en verstrekte ongevraagd zijn vreemde naam, waarna hij haar beval hem te volgen. Zoiets deed een Myrddraal niet bij een Uitverkorene. Nu slaakte ze in de diepste diepten van haar geest een kreet. Ze beval de droom sneller te bewegen, zo snel dat ze niets meer kon zien, voorbij het weten, maar nu volgde ze Shaidar Haran, naar de toegang tot de Doemkrocht, en gebeurde alles weer in zijn gebruikelijke tempo; het leek echter dan Tel’aran’rhiod of de wakende wereld.

Tranen biggelden uit Moghediens ogen, langs wangen die reeds glinsterden. Schokkend bewoog ze op haar harde strozak, haar armen en benen bewogen wild terwijl zij wanhopig en vergeefs probeerde wakker te worden. Ze was zich er niet meer van bewust dat ze droomde – alles leek echt – maar diepe herinneringen bleven en in die diepten krijsten haar onbewuste gevoelens en zocht ze klauwend en krabbend naar een uitweg.

Ze was heel goed bekend met de hellende tunnel waarvan het plafond was afgezet met de sabeltanden van stenen dolken en waarvan de muren glansden in een bleek licht. Vele malen had ze deze tocht omlaag gemaakt, al vanaf de dag, al zo lang geleden, dat ze de Grote Heer voor het eerst gehoorzaamheid betuigde en Hem haar ziel aanbood. Nooit eerder echter, maar nu wel, was haar falen in alle omvang bekend. Andere keren was het haar altijd gelukt haar falen te verbergen, zelfs voor de Grote Heer. Vele malen. Hier konden dingen worden gedaan die nergens anders werden verricht. Hier gebeurden dingen die zich nergens anders voltrokken.

Ze schrok toen een stenen slagtand door haar haren streek, maar sterkte zich vervolgens zo goed mogelijk. Die scherpe punten hielden zich nog steeds met gemak ver van die vreemde, al te lange Myrddraal, maar hoewel de man ruim met kop en schouders boven haar uitstak was zij nu gedwongen haar hoofd telkens voor die pieken opzij te houden. Hier was de werkelijkheid voor de Grote Heer als klei en hij maakte vaak zijn ongenoegen op deze wijze kenbaar. Een stenen tand prikte in haar schouder en ze moest opzij buigen om een volgende te ontwijken. De tunnel was niet hoog genoeg meer om rechtop te lopen. Ze bukte zich nog dieper en haastte zich in elkaar gedoken verder, in het kielzog van de Myrddraal waarbij ze trachtte wat dichter bij hem te komen. Hij deed geen stap sneller, maar hoe ze zich ook repte, de afstand tussen hen werd niet kleiner. Terwijl het plafond omlaag kwam om met de slagtanden van de Grote Heer verraders en stommelingen te beproeven, liet Moghedien zich op handen en knieën zakken. Ze kroop en maakte zich daarna nog platter, op ellebogen en knieën. Licht vlak voor haar flikkerde en flitste vanuit de krocht zelf de toegang van de tunnel in en Moghedien schoof op haar buik verder, trok zich met haar handen verder, duwde zich verder met haar voeten. Stenen punten groeven zich in haar huid, scheurden aan haar kleding. Hijgend kronkelde ze over het laatste stukje terwijl ze wol hoorde scheuren.

1 ... 130 131 132 133 134 135 136 137 138 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)