Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 129 130 131 132 133 134 135 136 137 ... 203
Перейти на страницу:

‘Barthanes heeft het gebied waarschijnlijk met een list ingepikt.’ Rhand keek onrustig de zaal door. Iedereen stond nog steeds te praten, maar er waren nogal wat edellieden die naar de Ogier en hem keken. Hij kon Ingtar niet zien. Verin stond te midden van een groep

vrouwen, ik wou dat we bij elkaar konden blijven.’

‘Verin zegt dat het beter is van niet, Rhand. Ze zegt dat het hen achterdochtig en nijdig zal maken, omdat ze dan denken dat we onszelf afzijdig willen houden. We moeten achterdocht vermijden tot Mart en Hurin iets hebben gevonden.’

‘Ik heb haar ook gehoord, Loial. Maar ik blijf volhouden dat Barthanes weet waarom we hier zijn als hij een Duistervriend is. Als we op eigen houtje gaan zoeken, vragen we gewoon om een klap op ons hoofd.’

‘Verin zegt dat hij niets zal doen tot hij heeft uitgezocht of hij ons kan gebruiken. Doe maar wat ze ons gezegd heeft, Rhand. Aes Sedai weten wat ze doen.’ Loial liep de menigte in en voor hij tien stappen verder was, had zich een kring van heren en vrouwen om hem heen verzameld.

Anderen kwamen op Rhand af nu hij alleen was, maar hij draaide zich om en haastte zich weg. Aes Sedai zullen best weten wat ze doen, maar ik wou dat ik bet wist. Ik hou hier niet van. Licht, ik wou dat ik wist of ze de waarheid vertelde. Aes Sedai liegen nooit, maar de waarheid die je hoort, hoeft niet de waarheid te zijn die je denkt dat het is.

Hij bleef rondwandelen om te voorkomen dat hij met de edelen moest praten. Er waren veel meer kamers. Overal was het druk, overal waren kunstenmakers. Er waren drie speelmannen in hun lapjesmantels, vele jongleurs en tuimelaars, en muzikanten die fluit, hanou, hakkebord of luit bespeelden, vijf verschillende soorten vedels, zes soorten hoorns, recht of gebogen of gedraaid, en wel tien soorten trommels, van kleine tot grote pauken. Hij bekeek de hoorns van enkele hoornblazers van dichtbij, maar ze waren allemaal van gewoon koper.

Dwaas! Hier hebben ze de Hoorn van Valere niet. Tenzij Barthanes als onderdeel van het feest dode helden wil oproepen. Er was zelfs een bard. Hij droeg een geel wambuis en met zilver afgezette Tyreense laarzen, schreed door de kamers, bespeelde zijn harp en bleef hier en daar staan om in Hoge Zang uit te barsten. Hij keek minachtend naar de speelmannen en bleef niet rondhangen in de kamers waar zij aanwezig waren, maar Rhand hoorde weinig verschil; hij was enkel anders gekleed.

Plotseling liep Barthanes naast hem. Onmiddellijk verscheen er een dienaar die hem met een buiging een zilveren dienblad voorhield.

Barthanes pakte een handgeblazen roemer met wijn. De dienaar liep al buigend achterwaarts voor hen uit en hield Rhand zijn dienblad voor tot deze zijn hoofd schudde, waarna hij in de menigte verdween. ‘U lijkt rusteloos,’ zei Barthanes terwijl hij een slokje nam. ‘Ik hou van wandelen.’ Rhand vroeg zich af hoe hij Verins raad kon opvolgen. Toen herinnerde hij zich haar opmerking over de Amyrlin en mat hij zich de houding van Kat sluipt over binnenhof aan. Trotser kon hij zich niet voorstellen. Barthanes kneep de lippen op elkaar en Rhand dacht dat de hoge heer het mogelijk al te trots vond. Verins raad was echter het enige waaraan hij zich kon vastklampen, dus hield hij vol. Om er iets van de scherpte uit te halen zei hij vriendelijk: ‘Een mooi feest. U hebt vele vrienden, en ik heb nog nooit zoveel artiesten gezien.’

‘Vele vrienden,’ beaamde Barthanes. ‘U kunt Galdrian zeggen hoeveel en wie er waren. Enkele namen zullen hem mogelijk verbazen.’ ik heb de koning nog nooit ontmoet, heer Barthanes, en ik verwacht ook niet dat dat ooit zal gebeuren.’

‘Uiteraard. U was gewoon toevallig in dat dorp. U keek niet hoe het stond met de opgraving van dat beeld. Een grote onderneming is dat.’

‘Ja.’ Hij moest aan Verin denken en wenste dat ze hem wat raad had gegeven over hoe hij met iemand moest praten die aannam dat hij loog. Hij voegde er onnadenkend aan toe: ‘Het is gevaarlijk om je te mengen in zaken uit de Eeuw der Legenden als je niet weet wat je doet.’

Barthanes tuurde nadenkend in zijn wijn, alsof Rhand iets diepzinnigs had gezegd. ‘Bedoelt u te zeggen dat u Galdrian hierin niet steunt?’ vroeg hij ten slotte.

‘Ik heb u gezegd dat ik de koning nog nooit heb ontmoet.’

‘Uiteraard. Ja. Ik wist niet dat Andoranen het Grote Spel zo goed speelden. Wij zien hen niet vaak in Cairhien.’ Rhand haalde diep adem om te voorkomen dat hij boos over hun Spel zou uitvallen. ‘Er liggen veel graanboten uit Andor in de rivier.’

‘Kooplieden en handelaren. Wie slaat acht op zulke lieden? Men kan evengoed een kever op een boomblad bekijken.’ Barthanes liet het net klinken of kevers en kooplieden evenveel verachting verdienden, maar opnieuw zag Rhand hem diep nadenken, alsof hij een toespeling had gemaakt. ‘Er zijn maar weinig mensen die in het gezelschap van Aes Sedai reizen. U lijkt mij te jong voor een zwaardhand. Ik neem aan dat heer Ingtar de zwaardhand is van Verin Sedai?’

‘Wij zijn wie we zeggen,’ zei Rhand en grijnsde. Behalve ik. Barthanes liep Rhands gezicht haast openlijk te bestuderen. ‘Jong. Jong om een reigerzwaard te dragen.’

‘Ik ben minder dan een jaar oud,’ zei Rhand gedachteloos en wilde meteen dat hij dat niet had gezegd. In zijn oren klonk het dwaas, maar Verin had gezegd dat hij moest zijn zoals hij zich bij de Amyrlin had gedragen, en dat was het antwoord dat Lan hem had geleerd. Een Grenslander beschouwde de dag waarop hij zijn zwaard kreeg als zijn naamdag.

‘Wel, wel. Een Andoraan en toch opgeleid in de Grenslanden. Of opgeleid door een zwaardhand?’ Barthanes’ ogen vernauwden zich en gleden onderzoekend over Rhand. ‘Ik begrijp dat Morgase slechts één zoon heeft. Ik heb gehoord dat hij Gawein heet. U zult zowat even oud zijn.’

‘Ik heb hem ontmoet,’ zei Rhand behoedzaam. ‘Die ogen. Dat haar. Ik heb gehoord dat het koninklijk geslacht van Andor bijna dezelfde soort haar en kleur ogen heeft als de Aiel.’ Rhand verstapte zich, ondanks de gepolijste marmeren vloer, ik behoor niet tot de Aiel, heer Barthanes, en ik ben ook niet van koninklijk bloed.’

‘Wat u zegt. U hebt me veel stof tot nadenken gegeven. Ik geloof dat wij iets gemeenschappelijks kunnen vinden als we weer met elkaar spreken.’ Barthanes knikte, hief zijn glas bij wijze van groet en keerde zich toen af om iets tegen een grijze man te zeggen met heel veel kleurbanen op zijn mantel.

Rhand schudde het hoofd, liep door en wilde met niemand anders praten. Eén Cairhiense heer was al erg genoeg en hij wilde geen tweede gesprek riskeren. Barthanes scheen in de meest alledaagse opmerkingen een diepere betekenis te vinden. Rhand besefte dat hij zojuist genoeg van Daes Dae’mar had geleerd om te weten dat hij absoluut niet wist hoe het werd gespeeld. Mart, Hurin, vind iets, vind het snel, zodat we hier weg kunnen. De mensen hier zijn gek. En toen liep hij een andere zaal binnen en daar stond in de verste hoek een speelman die zijn harp aansloeg en een verhaal uit De Grote jacht op de Hoorn uitvoerde: Thom Merrilin. Rhand bleef stokstijf staan. Thom scheen hem niet op te merken, hoewel de blik van de speelman twee keer langs hem heen gleed. Thom leek te menen wat hij had gezegd. Een snel afscheid is het beste. Rhand draaide zich om, maar een vrouw kwam handig voor hem staan en legde een hand op zijn borst. Het kant viel terug en toonde een slanke pols. Haar hoofd reikte net niet tot zijn schouders, maar haar hoge krullenkapsel maakte aan lengte veel goed. Een slanke hals stak uit de kantplooien van haar hoge kraag en de kleurrijke stroken op haar donkerblauwe gewaad liepen door tot onder haar borsten, ik ben Alaine Chuliandred, en u bent de beroemde Rhand Altor. Ik neem aan dat in zijn eigen huis Barthanes als eerste het recht heeft met u te spreken, maar we zijn allen zeer geboeid door wat we van u horen. Ik heb zelfs gehoord dat u fluit speelt. Kan dat waar zijn?’

‘Ik speel fluit.’ Hoe heeft ze? Caldewin. Licht, iedereen hoort alles in Cairhien. ‘Als u mij wilt verontschuldigen...’ ik heb gehoord dat sommige buitenlandse heren muziek spelen, maar ik heb het nooit geloofd. Ik zou u heel graag horen spelen. Misschien wilt u hierover en over nog wat andere dingen met me praten. Barthanes leek uw gesprek buitengewoon boeiend te vinden. Mijn echtgenoot brengt zijn dagen proevend in zijn eigen wijngaard door en laat me helemaal alleen. Ik kan nooit met hem praten.’

1 ... 129 130 131 132 133 134 135 136 137 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)