Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 133 134 135 136 137 138 139 140 141 ... 203
Перейти на страницу:

Verbeten trok hij zich terug uit de leegte. Hij zat nog steeds onbeweeglijk op zijn knieën, maar hij vocht zich vrij. Ten slotte restten slechts nog de vervagende smerigheid op zijn tong, de kramp in zijn maag en de herinnering. Zo... levend.

‘Je hebt ons gered, Bouwer.’ Hurin stond met de rug tegen de muur gedrukt en zijn stem klonk schor. ‘Dat ding... Was dat de Zwarte Wind? Het was nog erger dan... gooide die dat vuur naar ons toe? Heer Rhand! Heeft het u verwond? Heeft het u aangeraakt?’ Hij schoot op Rhand af toen die opstond en hielp hem. Ook Loial kwam overeind en veegde zijn handen en knieën af.

‘Met zoiets kunnen we Fajin nooit volgen.’ Rhand raakte Loials arm aan. ‘Dank je. Je hebt ons gered.’ Mij heb je tenminste gered. Het was bezig mij te doden. Mij te doden... en het voelde... geweldig. Hij slikte, er zat nog steeds een vage nasmaak in zijn mond. ‘Ik wil iets drinken.’

‘Ik heb enkel het blad gevonden en teruggezet,’ zei Loial schouderophalend. ‘Ik dacht dat de Wind ons zou doden als we de saidinpoort niet dicht kregen. Ik ben bang dat ik niet zo’n erg goede held ben, Rhand. Ik was zo bang dat ik amper kon denken.’

‘We waren allemaal bang,’ zei Rhand. ‘Misschien zijn we een armzalig stelletje helden, maar we zijn wat we zijn. Het is maar goed dat Ingtar bij ons is.’

‘Heer Rhand,’ zei Hurin bedeesd, ‘kunnen we nu... weggaan?’ De snuiver deed moeilijk toen Rhand als eerste over de muur wilde klimmen zonder te weten of er iemand hen aan de andere kant stond op te wachten, maar Rhand herinnerde hem eraan dat hij de enige met een wapen was. Desondanks vond Hurin het maar niets toen

Loial Rhand optilde om de bovenkant van de muur te grijpen en zich eroverheen te trekken.

Met een doffe plof kwam Rhand neer en tuurde luisterend in de nacht rond. Even dacht hij dat hij iets zag bewegen, dat hij een laars over het stenen pad hoorde schrapen, maar hij hoorde het geen tweede keer en hij schreef het toe aan zenuwen. Hij bedacht dat hij daar alle reden toe had, terwijl hij zich omdraaide en Hurin omlaag hielp. ‘Hoe moeten we ze nu volgen, heer Rhand?’ vroeg de snuiver zodra zijn voeten stevig op de grond stonden. ‘Van wat ik erover heb gehoord, kunnen ze nu alle kanten uit en heel ver weg zitten.’

‘Verin zal wel iets bedenken.’ Rhand had opeens de neiging te lachen. Om de Hoorn en de dolk terug te vinden – als dat nog kon – moest hij terug naar de Aes Sedai. Ze hadden hem laten gaan en nu moest hij weer terug, ik laat Mart niet doodgaan zonder alles te hebben geprobeerd.’

Loial voegde zich bij hen en ze gingen terug naar het hoofdgebouw. Bij de zijdeur kwamen ze Mart tegen, die net opendeed toen Rhand de knop greep. ‘Verin zegt dat je niets mag doen. Als Hurin heeft uitgezocht waar de Hoorn verborgen is, zegt ze, is dat het enige dat we nu kunnen doen. Ze zegt dat we vertrekken zodra je terug bent. En ik zeg dat dit de laatste keer is dat ik voor een boodschapje heen en weer ren. Als je iemand iets wilt vertellen, dan ga je voortaan zelf maar.’ Mart tuurde langs hem heen de duisternis in. ‘Is de Hoorn daar ergens? In een bijgebouw? Heb je de dolk gezien?’ Rhand draaide hem om en duwde hem naar binnen. ‘Hij is niet in een bijgebouw, Mart. Ik hoop dat Verin weet wat ons nu te doen staat, want ik weet het niet.’

Mart keek alsof hij allerlei vragen wilde stellen, maar liet zichzelf door de slecht verlichte gang meevoeren. Hij dacht zelfs aan het hinken toen ze de trap opgingen.

Toen Rhand en de anderen opnieuw de drukke zalen binnenkwamen, richtten vele ogen zich weer op hen. Rhand vroeg zich af of ze op de een of andere manier wisten wat er buiten in de tuin was gebeurd en of hij Hurin en Mart naar de voorzaal had moeten sturen om daar te wachten. Maar toen besefte hij dat de blikken net zo waren als eerst: nieuwsgierig en berekenend; zich afvragend wat de heer en de Ogier in hun schild voerden. Dienaren werden door deze mensen niet opgemerkt. Niemand kwam naar hen toe, aangezien ze bij elkaar waren. Klaarblijkelijk bestonden er in het Grote Spel regels voor samenzweringen. Iedereen wilde best proberen een persoonlijk gesprek af te luisteren, maar ze zouden zich nooit opdringen. Verin en Ingtar stonden bij elkaar en dus ook alleen. Ingtar zag er wat verbijsterd uit. Verin wierp een korte blik op Rhand en de drie anderen, keek nadenkend toen ze hun gezichten zag, verschikte toen haar stola en begaf zich naar de voorzaal.

Toen ze er aankwamen, dook Barthanes op, alsof iemand hem had verteld dat ze vertrokken. ‘U vertrekt al zo snel? Verin Sedai, kan ik u niet overhalen nog wat langer te blijven?’

Verin schudde haar hoofd. ‘We moeten gaan, heer Barthanes. Ik ben in geen jaren in Cairhien geweest. Ik was blij met uw uitnodiging aan de jonge Rhand. Het was heel... interessant.’

‘Moge de Genade van het Licht u veilig naar uw herberg leiden. De Grote Boom, nierwaar? Misschien wilt u mij een andere keer verblijden met uw aanwezigheid? U zou me eren. Verin Sedai, en u, heer Rhand, en u, heer Ingtar, om maar te zwijgen van u, Loial, zoon van Arent, zoon van Halan.’ Hij boog iets dieper voor de Aes Sedai dan voor de anderen, maar het was nog steeds met meer dan een neigen van zijn hoofd.

Verin knikte bevestigend. ‘Misschien. Het Licht verlichte u, heer Barthanes.’ Ze wendde zich naar de deur.

Toen Rhand in beweging kwam om de anderen te volgen, pakte Barthanes met twee vingers zijn mouw en hield hem staande. Mart keek alsof hij ook wilde blijven, tot Hurin hem meetrok en ze zich bij Verin en de anderen voegden.

‘U waadt zelfs nog dieper in het Spel dan ik dacht,’ zei Barthanes zacht. ‘Toen ik uw naam hoorde, kon ik het niet geloven, maar toch kwam u, en de beschrijving paste.... Mij werd een boodschap voor u gegeven. Ik geloof dat ik hem tóch maar aan u doorgeef.’ Rhand voelde een prikkeling langs zijn ruggengraat gaan bij Barthanes’ woorden, maar toen die zweeg, staarde hij hem aan. ‘Een boodschap? Van wie? Vrouwe Selene?’

‘Een man. Niet het soort man voor wie ik normaal een boodschap zou doorgeven, maar hij heeft... bepaalde... aanspraken die ik niet over het hoofd kan zien. Hij noemde geen naam, maar het was een Lugarder. Ah, u kent hem.’

‘Ik ken hem.’ Heeft Fajin een boodschap achtergelaten? Rhand keek de grote zaal rond. Mart, Verin en de anderen stonden bij de deur te wachten. Dienaren in livrei stonden stijfjes tegen de muren, klaar om op bevel naar voren te schieten en toch de indruk te geven dat ze niets hoorden en niets zagen. Het leek geen plek waar Duistervrienden hen zouden aanvallen.

‘Hij zegt dat hij op de Kop van Toman op u wacht. Hij heeft wat u zoekt, en als u het wilt hebben, moet u volgen. Als u weigert, zegt hij dat hij uw bloed en uw mensen zal belagen, ook degenen die u liefhebt, tot u tegenover hem staat. Het klinkt uiteraard waanzinnig, zo’n man die een heer bedreigt, maar toch was er iets aan hem. Ik denk dat hij gek is. Hij ontkende zelfs dat u een heer bent, wat ieder oog kan zien, maar er is iets vreemds met hem. Wat heeft hij bij zich dat zijn Trolloks bewaken? Wat is het dat u zoekt?’ Barthanes leek zelf geschokt door zijn rechtstreekse vragen. ‘Het Licht verlichte u, heer Barthanes.’ Rhand slaagde erin een buiging te maken, maar zijn knieën knikten toen hij zich bij Verin en de anderen aansloot. Hij wil dat ik hem achterna gaf En hij gaat Emondsveld kwaad doen, Tham, als ik het niet doe. Hij koesterde geen enkele twijfel dat Fajin het kon, dat hij het zou doen. Egwene is tenminste veilig in de Witte Toren. Hij zag ziekmakende beelden van horden Trolloks die Emondsveld belaagden, van oogloze Schimmen die achter Egwene aan slopen. Maar hoe kan ik hem volgen? Hoef

Toen was hij buiten, in de nacht en besteeg hij Rood. Verin, Ingtar en de anderen zaten al te paard en hun Shienaraanse erewacht stelde zich rond hen op.

‘Wat heb je ontdekt?’ wilde Verin weten. ‘Waar heeft hij hem?’ Hurin schraapte luidruchtig zijn keel en Loial verschoof in zijn hoge zadel. De Aes Sedai keek hen strak aan.

‘Fajin heeft de Hoorn door een saidinpoort meegenomen naar de Kop van Toman,’ zei Rhand dof. ‘Op dit ogenblik wacht hij mij daar waarschijnlijk op.’

1 ... 133 134 135 136 137 138 139 140 141 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)