De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Ze gooide haar hoofd in de nek en lachte, ik ben Faile, boerenknul, een Jager op de Hoorn. Wie denk je dat ik ben? De vrouw van je dromen? Waarom vloog je overeind? Ik zou bijna denken dat ik je kippenvel had bezorgd.’
Voor hij een antwoord kon bedenken, dreunde de deur tegen de muur. In de deuropening stond Moiraine, haar gezicht even bleek en grimmig als de dood zelf. ‘Jouw wolfsdromen zijn zo waar als die van een Dromer, Perijn. De Verzakers zijn los en een van hen heerst over Illian.’
44
Opgejaagd
Perijn klom uit bed en begon zich aan te kleden zonder erom te geven of Zarine toekeek of niet. Hij wist wat hij wilde doen, maar hij vroeg het toch nog aan Moiraine: ‘We vertrekken?’
‘Tenzij je nader wilt kennismaken met Sammael,’ zei ze droog. Als om haar uitspraak te onderstrepen, rommelde boven hun hoofden de donder en flitste de bliksem. De Aes Sedai zag Zarine nauwelijks staan. Perijn propte zijn hemd in zijn broek en wenste plotseling dat hij zijn jas en mantel aanhad. Het noemen van een Verzaker had de kamer ineens kil gemaakt. Alsof Ba’alzamon nog niet erg genoeg is. Nu moeten we het ook nog opnemen tegen loslopende Verzakers. Licht, maakt het nog iets uit of we Rhand vinden ? Is het al te laat! Maar hij ging door met zich aankleden en stampte zijn voeten in zijn laarzen. Het was dit doen of opgeven, en de mensen van Tweewater stonden er niet om bekend dat ze snel opgaven.
‘Sammael?’ zei Zarine zwakjes. ‘Een van de Verzakers heerst...? Licht!’
‘Wil je nog steeds met ons mee?’ zei Moiraine zacht. ‘Ik zal je niet dwingen hier te blijven, nu niet meer, maar ik geef je een laatste kans om te zweren dat je een andere weg verkiest.’
Zarine aarzelde, en Perijn wachtte, met zijn jas half aan. Geen mens zou er toch voor kiezen iemand te vergezellen die de toorn van een Verzaker had opgewekt? Zeker niet nu ze iets wist van wat hun te wachten stond. Tenzij ze een heel goede reden heeft. Bij zoiets als een vrije Verzaker zou iedereen meteen naar een schip van het Zeevolk rennen en mee willen zeilen naar de andere kant van de Aielwoestenij. ‘Nee,’ zei Zarine, en ontspande zich. ‘Nee, ik zweer niet een ander pad te kiezen. Of u me naar de Hoorn van Valere brengt of niet, zelfs de vinder van de Hoorn zal nooit zo’n verhaal hebben als ik. Ik denk dat dit verhaal in alle tijden voort zal leven, Aes Sedai, en ik wil erbij horen.’
‘Nee!’ snauwde Perijn. ‘Dat is niet goed genoeg. Wat wil je?’ ik heb geen tijd voor gekibbel,’ onderbrak Moiraine. ‘Héér Brend kan er elk moment achter komen dat een van zijn Duisterhonden dood is. Je kunt er van op aan dat hij weet dat dit op een zwaardhand duidt en dat hij de Aes Sedai van die gaidin zal gaan zoeken. Wil je hier blijven zitten tot hij ontdekt waar je bent? Schiet op, dwaze kinderen! Opschieten!’ Ze verdween de gang in voor Perijn iets had kunnen zeggen. Zarine wachtte ook niet langer. Ze rende zonder haar blaker de kamer uit. Perijn verzamelde haastig zijn spullen en rende naar de achtertrap, terwijl hij de bijlriem om zijn middel gespte. Hij kwam tegelijk met Loial bij de trap. De Ogier probeerde een in hout gebonden boek in zijn zadeltas te stoppen en tegelijk zijn mantel om te slaan. Perijn hielp hem met de mantel terwijl ze naar beneden holden. Nog voor ze de stromende regen in konden stuiven, werden ze door Zarine ingehaald.
Perijn trok zijn hoofd tussen zijn schouders en rende over de donkere binnenplaats naar de stallen zonder de kap van zijn mantel op te slaan. Ze moet een reden hebben. Een rottig verhaal meemaken is niet genoeg, behalve voor een krankzinnige! Voor hij langs de staldeuren schoot, had de regen zijn wilde krullen doorweekt en ze tegen zijn hoofd geplakt.
Moiraine was er al, in een druipende oliemantel, samen met Nieda die een lantaarn vasthield voor Lan zodat hij de paarden kon opzadelen. Er was één paard meer, een voskleurige ruin met een nog forsere neus dan die van Zarine.
‘Ik zal elke dag duiven sturen,’ zei de forse vrouw. ‘Niemand zal me verdenken. Het Fortuin hale me! Zelfs de Witmantels zeggen niets dan goeds over mij.’
‘Luister, vrouw!’ snauwde Moiraine. ‘Ik heb het niet over een Witmantel of een Duistervriend. Je moet deze stad ontvluchten en ervoor zorgen dat iedereen waar je om geeft met je meegaat. Je hebt me ruim tien jaar gehoorzaamd. Gehoorzaam me nu!’ Nieda knikte, maar met tegenzin, en Moiraine gromde van ergernis.
‘De vos is van jou, meisje,’ zei Lan tegen Zarine. ‘Klim erop. Als je niet weet hoe je moet rijden, zul je het al doende moeten leren, of mijn aanbod aannemen.’
Ze greep de zadelknop en zwaaide gemakkelijk in het zadel, ik heb al eens eerder op een paard gezeten, steengezicht, nou ik eraan denk.’
‘Wat bedoelde je, Moiraine?’ wilde Perijn weten, terwijl hij zijn zadeltassen over Stappers rug gooide. ‘Je zei dat hij erachter zou komen waar ik ben. Hij weet het. De grijzels!’ Nieda giechelde en hij vroeg zich geërgerd af hoeveel ze feitelijk wist of geloofde van alle dingen waarvan ze zei dat ze er niet in geloofde.
‘Sammael heeft die grijzels niet gestuurd.’ Moiraine besteeg Aldieb rustig en met een rechte rug, alsof ze totaal geen haast had. ‘Maar de Duisterhond kwam van hem. Ik geloof dat die mijn spoor volgde. Hij zou ze niet allebei gestuurd hebben. Iemand wil jou, maar ik denk dat Sammael niet eens van je bestaan af weet. Nog niet.’ Perijn verstijfde, met één been in de stijgbeugel. Hij staarde naar de Aes Sedai, maar haar aandacht was meer gericht op geruststellende klopjes op de nek van de merrie dan op zijn vragende gezicht.
‘Goed, dat ik achter je aanging,’ zei Lan, en de Aes Sedai snoof luid. ‘Ik wou dat je een vrouw was, gaidin. Dan had ik je als een Novice naar de Toren gestuurd om gehoorzaamheid te leren!’ Hij trok zijn wenkbrauwen op, raakte het gevest van zijn zwaard aan en zwaaide zich toen in het zadel. Ze zuchtte. ‘Misschien is het eigenlijk wel goed dat je ongehoorzaam bent. Soms. Bovendien geloof ik dat zelfs Sheriam en Siuan Sanche je nog geen gehoorzaamheid kunnen bijbrengen.’
‘Ik begrijp het niet,’ zei Perijn. Ik lijk dat nogal vaak te zeggen en ik begin er genoeg van te krijgen. Ik wil een paar antwoorden, zodat ik het kan begrijpen. Hij trok zich verder op in het zadel zodat Moiraine niet op hem neer kon kijken; ze was al genoeg in het voordeel. ‘Als hij de grijzels niet stuurde, wie dan wel? Als een Myrddraal of een andere Verzaker...’ Hij hield op omdat hij moest slikken. Nóg een Verzaker! Licht! ‘Als iemand anders ze heeft gestuurd, waarom hebben ze het elkaar dan niet verteld? Het zijn toch allemaal Duistervrienden? En waarom ik, Moiraine? Waarom ik? Het is Rhand die de rottige Herrezen Draak is!’
Hij hoorde hoe Zarine en Nieda naar adem snakten en besefte toen pas wat hij had gezegd. Moiraines stalen blik scheen hem levend te villen. Haastige, rottige tong. Vroeger dacht ik toch altijd eerst na voor ik wat zei? Hij dacht dat vroeger vóór Zarine was, vóór hij voor het eerst Zarines ogen had gevoeld. Ook nu keek ze naar hem en haar mond hing open.