Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
Uiteraard kon Reanne geleiden – dat had ze verwacht, en ook gehoopt – maar ze had niet gedacht dat de vrouw zo sterk zou zijn. Reanne was niet zo sterk als Elayne, of zelfs Nicola – vervloekt die vreselijke meid! – maar minstens zo sterk als bijvoorbeeld Sheriam, Kwamesa of Kiruna. Er waren niet veel vrouwen die zoveel kracht bezaten, en was ze zelf heel wat sterker, het verbaasde haar toch hier zo’n sterlce geleidster aan te treffen. Die vrouw moest een wilder zijn; de Toren zou elke manier om haar vast te houden hebben aangegrepen, al had ze haar hele leven in novice-wit moeten rondlopen.
Toen ze naar binnen stapten, kwam Nynaeve overeind en streek haar rokken glad. Zeker niet uit zenuwen, zeker niet. O, wat hoopte ze dat dit goed zou aflopen...
Reannes scherpe blauwe ogen namen het tweetal op met een gezicht alsof ze een stel varkens in haar keuken aantrof, die zó uit het kot kwamen en nog dropen van de modder. Ze depte haar gezicht met een klein doekje, hoewel het binnen koeler was dan buiten, ‘Ik neem aan dat we iets met hen aanmoeten,’ mompelde ze, ‘als ze zijn wat ze beweren te zijn.’ Haar stem klonk heel hoog, muzikaal en bijna jeugdig. Meteen daarna schrok ze om de een of andere reden en keek ze de herbergierster schuins aan, wat bij Anan een nieuwe stroom van met tegenzin uitgesproken verontschuldigingen opleverde, gevolgd door Reannes gejaagde pogingen om die af te zwakken. Als de mensen in Ebo Dar écht beleefd waren, konden de verontschuldigingen over en weer wel een uur duren.
Ook Elayne was met een wat stijf glimlachje opgestaan. Kijkend naar Nynaeve trok ze een wenkbrauw op, hield een elleboog met haar hand vast en legde een vinger tegen haar wang.
Nynaeve schraapte haar keel. ‘Meesteres Corlie, mijn naam is Nynaeve Almaeren, en dit is Elayne Trakand. Wij zijn op zoek naar...’
‘Setalle heeft me alles over jullie verteld,’ onderbrak de ander haar onheilspellend. Nynaeve vermoedde dat ze ondanks haar grijze haren even hard was als een stenen muur. ‘Oefen geduld, meisje, straks heb ik tijd voor je.’ Ze wendde zich weer tot Setalle en depte haar wangen met het zakdoekje. Wederom klonk er schroom in haar stem door. ‘Setalle, het spijt me maar ik moet deze meisjes ondervragen en...’
‘Kijk eens wie er na al die jaren weer terug is,’ barstte een binnenkomend gezet vrouwtje van middelbare leeftijd los, terwijl ze naar haar gezellin knikte. Ondanks de Ebodaraanse kleding met een rode riem en het gebruinde gezicht dat glom van het zweet, was haar tongval zuiver Cairhiens. Haar al even erg zwetende gezellin was gekleed in de donkere, eenvoudige wollen kleding van een koopvrouw. Ze was niet ouder dan Nynaeve, wel een hoofd groter, en had donkere, schuin staande ogen, een scherpe haakneus en een brede mond. ‘Garenia! Ze...’ De woordenstroom brak ineens af, toen de vrouw besefte dat er anderen aanwezig waren.
Reanne vouwde haar handen alsof ze wilde gaan smeken, of misschien omdat ze iemand wilde slaan. ‘Berowin,’ zei ze scherp, ‘op een dag zul je zonder te kijken nog van een hoge rots afstappen.’
‘Het spijt me, Ou...’ Blozend sloeg de Cairhiense haar ogen neer. De Saldeaanse bestudeerde met grote aandacht een op haar borst gespeld sieraad van rode stenen.
Nynaeve keek Elayne zegevierend aan. Beide nieuwkomers konden geleiden, en ergens in het huis werd nog steeds saidar gebruikt. Weer twee erbij, en hoewel Berowin niet erg sterk was, stond Garenia zelfs boven Reanne; zij kon zich met Lelaine of Romanda meten. Niet dat het iets uitmaakte, maar dat bracht het totaal op vijf. Elaynes kin straalde koppigheid uit, maar toen zuchtte ze en knikte bijna onmerkbaar. Soms kostte het ongelooflijk veel moeite haar te overtuigen.
‘Heet jij Garenia?’ zei vrouw Anan langzaam, en keek de betrokkene nadenkend aan. ‘Je lijkt erg veel op iemand die ik ooit ontmoet heb. Zarya Alkaese.’
Donkere ogen knipperden verrast. De Saldeaanse koopvrouw trok een kanten doekje uit haar mouw en depte haar wangen. ‘Dat is de naam van mijn oudtante,’ zei ze even later. ‘Ze zeggen dat ik sterk op haar lijk. Ging het haar goed toen u haar zag? Na haar vertrek naar de Witte Toren is ze haar hele familie vergeten.’
‘De zuster van jouw grootmoeder.’ De herbergierster lachte zachtjes. ‘Natuurlijk. Het ging haar goed toen ik haar zag, maar het is wel lang geleden. Ik was toen jonger dan jij nu bent.’
Reanne was vol ongeduld naast haar blijven staan. Ze had haar nog net niet bij de arm gegrepen, maar sprong er nu middenin. ‘Setalle, het spijt me heel erg, maar ik moet je nu vragen ons alleen te laten. Vergeef me dat ik je niet tot aan de deur breng.’
Vrouw Anan sprak haar eigen spijt uit alsof het haar schuld was dat de ander haar niet naar beneden kon begeleiden, en vertrok ten slotte met een laatste, nogal weifelende blik op Nynaeve en Elayne.
‘Setalle!’ riep Garenia uit, zodra de herbergierster weg was. ‘Was dat Setalle Anan? Hoe heeft ze...? Licht van de Hemel! Zelfs na zeventig jaar zou de Toren...’
‘Garenia!’ zei meesteres Corlie buitengewoon scherp. Haar blik priemde nog sterker en de Saldeaanse werd rood. ‘Nu jullie hier zijn, kunnen we een drietal vormen voor het ondervragen. Meisjes! Blijf daar staan en hou je stil.’ Dat laatste was voor Nynaeve en Elayne bestemd. De anderen trokken zich terug in een hoekje en begonnen zacht mompelend te overleggen.
Elayne schoof naar Nynaeve toe. ‘Als novice had ik er al een hekel aan om als novice behandeld te worden. Hoe lang wil je deze klucht nog volhouden?’
Nynaeve siste dat ze stil moest zijn. ‘Ik probeer te luisteren, Elayne,’ fluisterde ze.
Het was uiteraard onmogelijk om de Kracht te gebruiken. Het drietal zou het onmiddellijk geweten hebben. Gelukkig hadden ze geen scherm geweven, misschien omdat ze niet wisten hoe dat moest, en soms klonken hun stemmen net hard genoeg.
‘... zei dat het misschien wilders waren,’ zei Reanne, en op de gezichten van de andere twee waren geschoktheid en afkeer te lezen. ‘Dan wijzen we hen de deur,’ zei Berowin. ‘De achterdeur. Wilders!’
‘Ik wil nog steeds weten wie die Setalle Anan is,’ bracht Garenia naar voren.
‘Als je je gedachten er niet bij kunt houden,’ maakte Reanne haar duidelijk, ‘hoor je deze beurt wellicht op de boerderij door te brengen. Alise weet heel goed hoe ze je aandacht bij iets eenvoudigs moet houden. Wel...’ De woorden waren nog slechts een zacht gezoem.
Een andere dienster verscheen, een slanke vrouw die er aardig uitzag, al trok ze een gemelijk gezicht. Ze was gekleed in grof grijze wol onder een lang wit schort, en plaatste een groen dienblad op een bijzettafel. Ze veegde steels haar wangen af met de punt van haar schort, waarna ze zich druk bezighield met de kommen en theepot in blauw glazuur. Nynaeves wenkbrauwen gingen omhoog. Ook deze vrouw kon geleiden, zij het niet erg veel. Wat deed ze dan als dienstmeisje?
Garenia keek over haar schouder en vroeg verbaasd: ‘Wat heeft Derys gedaan om bestraft te worden? Ik dacht dat de vissen zouden gaan zingen op de dag dat zij een regel zou buigen, Iaat staan breken.’
Berowin snoof luid, maar haar antwoord was nauwelijks hoorbaar. ‘Ze wilde trouwen. Ze mag een beurt eerder; op de dag na het Halfmaansfeest gaat ze met Keraille mee. Daarmee zal baas Denal wel afgehandeld zijn.’
‘Misschien willen jullie beiden voor Alise de akkers gaan wieden?’ zei Reanne droog, en hun stemmen werden weer zachter.
Nynaeve voelde een golf van opwinding. Ze gaf niet veel om regels, tenminste niet om regels voor anderen. Anderen hadden de toestand zelden zo goed door als zijzelf, en dus stelden ze domme regels op; waarom zou die Derys-vrouw bijvoorbeeld niet mogen trouwen als ze wilde? Maar regels en straffen duidden op een genootschap. Ze had gelijk gehad. En nog iets. Ze porde Elayne tot die zich naar haar toe boog.