Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 124 125 126 127 128 129 130 131 132 ... 217
Перейти на страницу:

Vrouw Anan schoot tussen de menigte door, langs koetsen, draagstoelen en wagens die schenen te denken dat er geen enkele reden was om langzamer te gaan. Ze versnelde haar pas om het oponthoud goed te maken. Oponthoud was er genoeg. Ze leek behoorlijk bekend te zijn en werd aangesproken door winkeliers, handwerklieden en andere herbergiersters die in de deuropening stonden. De winkeliers en handwerklieden kregen een paar woorden of een vriendelijk knikje, maar bij een herbergierster bleef ze steeds even staan babbelen. Na de eerste hoopte Nynaeve vurig dat ze het geen tweede keer zou doen; na de tweede smeekte ze erom. Na de derde staarde ze recht vooruit en deed vergeefs of ze het niet hoorde. Elaynes gezicht werd strakker en strakker, koeler en koeler; haar kin ging omhoog tot het een wonder was dat ze nog kon zien waar ze liep.

Het was terecht, moest Nynaeve met tegenzin erkennen. In Ebo Dar kon iemand in zijden kleren over een plein lopen, maar niet verder. Alle mensen om haar heen droegen wol of linnen, zelden met veel borduurwerk, behalve zo nu en dan een bedelaar die een afgedankt zijden kledingstuk had verworven, met rafels aan alle kanten en vaak meer gat dan stof. Ze had gewoon veel liever een andere uitleg gehoord waarom vrouw Anan hun tweeën door de straten leidde. Ze had heel graag niet hoeven aanhoren hoe twee lichtzinnige meiden al hun geld hadden uitgegeven aan mooie kleren om indruk te maken op een man. En Mart kwam er, bloedvuur nog aan toe, goed vanaf! Als vrouw Anan niet getrouwd was geweest, zou het een aardige jonge kerel zijn, een voortreffelijke danser en een tikkeltje een schelm. Alle vrouwen lachten. Behalve Nynaeve. Of Elayne. Niet, in Anans bewoordingen, deze twee hersenloze kleine honinglikkers. Nynaeve kon wel raden wat dat betekende. Niet deze straatarme honinglikkers die achter een man aan zaten en hun beurs vol koperdraad en tin hadden om de dwazen voor te gek te houden. Niet deze stomme halzen die tot gebedel of diefstal zouden vervallen, als vrouw Anan niet iemand kende die hen misschien aan werk in de keuken kon helpen.

‘Ze hoeft toch niet bij elke herberg in de stad te stoppen,’ bromde Nynaeve, toen ze boos wegliep van De Lamme Gans, een breed gebouw met twee verdiepingen en een herbergierster die, ondanks de nederige naam, granaatstenen in haar oren droeg. Vrouw Anan leek nauwelijks meer om te kijken of ze achter haar aan kwamen.

‘Besef je dat we hier ons gezicht nooit meer kunnen laten zien?’

‘Ik vermoed dat het daar nou juist om gaat.’ Elk woord van Elayne leek een stuk ijs. ‘Nynaeve, als wij met z’n tweeën achter een weggelopen biggetje aan jagen...’ Ze hoefde haar dreigement niet af te maken. Elayne kon haar het leven zuur maken en mocht ongetwijfeld rekenen op de hulp van Birgitte en Aviendha, tot ze tevredengesteld was. ‘Ze zullen ons recht naar de Schaal leiden,’ hield ze vol, terwijl ze een bedelaar met een vreselijk purperen litteken uit de weg wuifde. Ze zag zo dat zijn oog was verborgen onder deeg dat gekleurd was met blauw-zegge. ‘Ik weet het zeker.’ Elayne snoof heel uitdrukkelijk en beledigend.

Nynaeve was allang de tel kwijt van de overgestoken bruggen, klein en groot, waaronder lage barkassen werden voortgeboomd. De zon stond nu ruim boven de daken, zelfs nog hoger. Anan volgde zeker niet een rechte lijn – ze leek echt haar best te doen om langs alle herbergen te gaan – maar hield wel min of meer het oosten aan. Nynaeve dacht dat ze dicht bij de rivier moesten zijn, toen de vrouw zich plotseling omdraaide en hen toesprak.

‘Hou nu verder je tong in bedwang. Spreek wanneer je wordt aangesproken, anders niet. Als jullie me voor schut zetten...’ Met een laatste dreigende blik en wat binnensmonds gemompel dat ze waarschijnlijk een vergissing beging, duidde ze met een ruk van haar hoofd een huis met een plat dak aan, dat aan de overkant van de straat lag. Het was geen groot huis, twee verdiepingen zonder balkon. Op verschillende plekken staken de bakstenen door het gebarsten pleisterwerk. Het leek niet erg gunstig gelegen, met aan een kant het luide geratel van weefgetouwen en aan de andere de bijtende stank van een looier. De deur werd echter opengedaan door een dienster, een grijzende vrouw met een vierkante kaak, smidsschouders en harde ogen in een bezweet gezicht. Toen Nynaeve achter vrouw Anan naar binnen ging, glimlachte ze. Ergens in dit huis geleidde een vrouw.

De meid kende Setalle Anan duidelijk van gezicht, maar reageerde vreemd. Ze maakte echt een beleefde knix, maar was toch verrast haar te zien. Even duidelijk was haar twijfel of de herbergierster hier wel hoorde te zijn. Ze deed druk en doenerig voor ze hen binnenliet. Maar er was geen aarzeling in de ontvangst van Nynaeve en Elayne. Ze werden naar een kamer boven gebracht, waar de meid hun streng zei: ‘Verroer geen spier. Raak niks aan of je krijgt het bekende je-weet-wel-wat,’ waarna ze verdween.

Nynaeve keek naar Elayne.

‘Nynaeve, één geleidster betekent nog niet...’ Het gevoel veranderde, nam even toe en weer af, tot minder dan tevoren. ‘Zelfs twee betekent nog niets,’ wierp Elayne haar voor de voeten, maar het klonk weifelend. ‘Dat was de onbeschoftste meid die ik ooit gezien heb.’ Ze nam plaats op een rode stoel met een hoge rug, even later gevolgd door Nynaeve, die op het randje ging zitten. Van ongeduld, niet van de zenuwen. Helemaal niet van de zenuwen.

De kamer was niet groots, maar de blauw met witte vloertegels glommen en de lichtgroene muren leken pas geschilderd. Er was nergens een spoor van verguldsel te zien, maar de rode stoelen langs de muren en enkele kleine tafels van een dieper blauw dan de vloertegels, hadden allemaal fraai houtsnijwerk. De hangende muurlampen waren glimmend gepoetst en duidelijk van koper. De schoongeveegde haard was afgedekt met zorgvuldig geschikt naaldgroen, en de schoorsteenmantel was niet van kale steen maar vertoonde beeldhouwwerk. De afbeeldingen leken een vreemde keus. In de omgeving van Ebo Dar noemde men ze de Dertien Zonden: een man met ogen die bijna zo groot waren als zijn hele gezicht, stond voor Afgunst; een kerel wiens tong tot aan zijn enkels hing, voor Achterklap; een snauwende man met scherpe tanden die munten tegen zijn borst drukte, voor Hebzucht; enzovoorts. Maar het geheel stemde haar tevreden. Wie zich deze kamer kon veroorloven, kon het buiten opnieuw laten bepleisteren, en de enige reden om dat niet te doen was elke aandacht te willen vermijden.

De meid had de deur opengelaten en plotseling drongen er stemmen door de gang naar boven.

‘Ik kan niet geloven dat je ze hier naartoe gebracht hebt.’ De stem van de spreekster klonk strak van ongeloof en boosheid. ‘Je weet hoe voorzichtig we zijn, Setalle. Je weet al meer dan je zou moeten, en dit wist je zeker.’

‘Het spijt me echt, Reanne,’ antwoordde vrouw Anan stijfjes, ‘Ik neem aan dat ik niet goed heb nagedacht. Ik... zal borg staan voor deze meisjes en ik onderwerp mij aan je oordeel.’

‘Natuurlijk niet!’ Reannes stem klonk nu schril van geschoktheid. ‘Nou ja... ik bedoel, je had het niet moeten doen, maar... Setalle, mijn verontschuldigingen voor de boze woorden. Zeg dat je me vergeeft.’

‘Jij hoeft je niet te verontschuldigen, Reanne.’ De herbergierster slaagde erin zowel tegenzin als spijt uit te drukken. ‘Het was verkeerd van me om ze hier te brengen.’

‘Nee, nee, Setalle. Ik had niet op die manier tegen je mogen spreken. Vergeef me alsjeblieft.’

Vrouw Anan en Reanne Corlie kwamen de kamer binnen en Nynaeve knipperde verrast met haar ogen. Aan de woordenwisseling te horen had ze iemand verwacht die jonger was dan Setalle Anan, maar Reannes haar was voornamelijk grijs en haar gezicht was vol lach-rimpels, hoewel die nu zorgelijk stonden. Waarom vernederde de oudste van de twee zich zo, en waarom stond een jongere vrouw dat min of meer toe? Het Licht mocht weten hoezeer gewoonten hier verschilden, sommige meer dan ze wenste te overdenken, maar ze konden toch niet zo anders zijn. Nou ja, thuis in de Vrouwenkring was ze ook niet bepaald onderdanig, maar dit...

1 ... 124 125 126 127 128 129 130 131 132 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)