Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 124 125 126 127 128 129 130 131 132 ... 203
Перейти на страницу:

Kreunend rolde hij over de vloer en schopte de deur naar zijn kamer open.

De kamer was een en al vlammen. Vlammen laaiden op van zijn bed en kruisten elkaar op de vloer. Daar kon hij niet overheen kruipen. Hij stond op, rende gebukt de kamer door en kromp kuchend en stikkend ineen voor de hitte. Damp wolkte op uit zijn vochtige jas. Eén kant van de kleerkast stond al in brand. Hij gooide de deur open. Daarin lagen zijn zadeltassen, die de inhoud regen de vlammen beschermden, met de banier van Lews Therin Telamon. Het houten fluitkistje lag ernaast. Heel even aarzelde hij. Ik kan hem nog steeds laten verbranden.

Het plafond boven hem kraakte. Hij griste de zadeltassen en het fluitkistje mee, sprong de deur uit en plofte neer op zijn knieën toen brandende balken neerdonderden op de plek waar hij net had gestaan. Terwijl hij zijn last meesleepte, kroop hij de gang in. De vloer trilde door nog meer vallende balken.

De mannen met de emmers waren weg toen hij bij de trap kwam. Hij viel bijna de trap af naar de volgende overloop, krabbelde overeind en rende het nu verlaten gebouw door en toen de straat op. De toeschouwers staarden hem aan, met zijn roetgezicht en smerige jas. Hij struikelde naar Loial toe, die Hurin aan de overkant van de straat tegen de muur van een huis had gelegd. Een vrouw uit de menigte veegde Hurins gezicht af met een doekje, maar zijn ogen bleven gesloten en zijn adem kwam hortend.

‘Woont er een Wijsheid in de buurt?’ drong Rhand aan. ‘Hij heeft hulp nodig.’ De vrouw keek hem nietszeggend aan en hij probeerde zich te herinneren welke andere namen hij mensen had horen gebruiken voor iemand die in Tweewater een Wijsheid heette. ‘Een wijze vrouw? Een vrouw die u Moeder noemt? Een vrouw die wat weet van kruiden en helen?’

‘Ik ben een Lezer; als u dat bedoelt,’ zei de vrouw, ‘maar ik weet dat ik er in dit geval alleen voor kan zorgen dat hij gemakkelijk ligt. Ik ben bang dat er iets in zijn hoofd stuk is.’

‘Rhand! Je bént het!’

Rhand keek met grote ogen op. Het was Mart, die zijn paard door de menigte heen leidde met zijn boog op zijn rug. Mart, met een bleek en ingevallen gezicht, maar nog steeds Mart met een grijns, al was die zwakjes. Achter hem kwam Perijn, zijn gele ogen glanzend in de vlammen, en de toeschouwers gaven hem evenveel aandacht als de brand. En Ingtar, die afsteeg in een hoog gekraagde jas in plaats van een wapenrusting, maar nog steeds met zijn zwaardgevest boven zijn schouder.

Rhand voelde hoe er een huivering langs zijn ruggengraat trok. ‘Te laat,’ zei hij. ‘Jullie komen te laat.’ En hij ging op het plein zitten en begon te lachen.

31

Volg de geur

Rhand besefte pas dat Verin er was toen de Aes Sedai zijn gezicht in haar handen nam. Even kon hij op haar gezicht de bezorgdheid lezen, mogelijk zelfs angst, en ineens kreeg hij het gevoel alsof hij een koud stortbad van prikkelende kou over zich heen kreeg. Hij rilde kort en fel en hield op met lachen. Ze liet hem alleen en boog zich over Hurin. De Lezer hield haar zorgvuldig in de gaten. Dat deed Rhand ook. Wat doet ze bier? Alsof ik dat niet weet. ‘Waar zijn jullie heen gegaan?’ wilde Mart hees weten. ‘Jullie waren allemaal zomaar verdwenen, en nu zitten jullie vóór ons in Cairhien. Loial?’ De Ogier haalde onzeker zijn schouders op en keek met trillende oren naar de menigte. De helft had zich van de brand afgewend om de nieuwkomers te bekijken. Enkelen schoven wat dichterbij om te luisteren.

Rhand liet zich door Perijn overeind trekken. ‘Hoe hebben jullie de herberg gevonden?’ Hij keek naar de geknielde Verin, die het hoofd van de snuiver in haar handen hield. ‘Zij?’

‘In zekere zin,’ zei Perijn. ‘De poortwachter wilde onze namen, en een kerel die uit het wachthuis kwam, veerde op toen hij Ingtars naam hoorde. Hij zei dat die naam hem niet bekend voorkwam, maar hij had een glimlach die een span ver nog “leugenaar” schreeuwde.’ ik geloof dat ik de man ken die je bedoelt,’ zei Rhand. ‘Zo glimlacht hij altijd.’

‘Verin liet hem haar ring zien,’ bracht Mart naar voren, ‘en fluisterde iets in zijn oor.’ Mart zag er ziek uit, klonk ook ziek, met hoogrode wangen en een strak gespannen huid, maar hij slaagde erin een grijns op zijn gezicht te brengen. Rhand had nog nooit zijn jukbeenderen gezien, ik kon niet horen wat ze zei, maar ik dacht dat óf zijn ogen uit zijn kop zouden springen of dat hij zijn tong zou inslikken. Ineens wilde hij alles voor ons doen. Hij vertelde ons dat je op ons wachtte en gaf precies aan waar je verbleef. Bood zelfs aan ons erheen te brengen, maar hij keek opgelucht toen Verin zei dat dat niet hoefde.’ Hij snoof. ‘Heer Rhand van het Huis Altor.’

‘Dat verhaal is te lang om het nu uit te leggen,’ zei Rhand. ‘Waar zijn Uno en de rest? We zullen ze nodig hebben.’

‘In Voorpoort.’ Mart keek hem donker aan en ging langzaam door: ‘Uno zei dat ze liever daar zaten dan binnen de stadsmuren. Uit wat ik om me heen zie, zou ik ook liever daar zijn. Rhand, waarom hebben we Uno nodig? Heb je... zé gevonden?’

En plotseling besefte Rhand dat hij dit moment had willen voorkomen. Hij haalde diep adem en keek zijn vriend recht in de ogen. ‘Mart, ik had de dolk, maar ik ben hem weer kwijt. De Duistervrienden hebben hem teruggestolen.’ Hij hoorde hoe de luisterende Cairhienin hun adem inhielden, maar het kon hem niet meer schelen. Ze mochten hun Grote Spel spelen als ze daar zin in hadden. Ingtar was er nu en dus was hij er eindelijk vanaf. ‘Maar ze kunnen nog niet ver weg zijn.’

Ingtar had gezwegen, maar nu kwam hij naar voren en greep Rhands arm. ‘Je had hem? En de...’ – hij keek om zich heen naar de omstanders – ‘het andere ding?’

‘Dat hebben ze ook meegenomen,’ zei Rhand kalm. Ingtar sloeg met zijn vuist op een handpalm en draaide zich om. Enkele Cairhienin weken achteruit toen ze zijn gezicht zagen.

Mart beet op zijn lip en schudde toen het hoofd, ik wist niet dat hij gevonden was, dus heb ik niet het gevoel dat ik hem opnieuw kwijt ben. Hij is gewoon nog steeds weg.’ Het was duidelijk dat hij het over de dolk had en niet over de Hoorn van Valere. ‘We zullen hem terugvinden. We hebben nu twee snuivers. Perijn is er ook een. Hij heeft het spoor helemaal tot aan Voorpoort gevolgd nadat jij met Hurin en Loial was verdwenen. Ik dacht dat je er gewoon vandoor was gegaan... Nou ja, je weet wat ik bedoel. Waar bén je geweest? Ik begrijp nog steeds niet hoe je zo ver vooruit kan zijn. Die vent zei dat je hier al dagen was.’

Rhand keek naar Perijn – Hij een snuiver? – en merkte dat Perijn hem ook opnam. Hij dacht dat Perijn iets mompelde. Schaduwdoder? Ik moet hem niet goed verstaan hebben. Perijns gele ogen hielden hem even vast; ze leken geheimen over hem te bevatten. Hij bedacht dat hij zich te veel in zijn hoofd haalde – Ik ben niet krankzinnig. Nog niet. – en wendde zijn ogen af.

Verin hielp een nog steeds beverige Hurin op de been. ‘Ik voel me zo licht als een ganzenveer,’ zei hij. ‘Nog steeds wat moe, maar...’ Zijn woorden stierven weg en hij leek Verin voor het eerst te zien, voor het eerst te beseffen wat er was gebeurd.

‘Je blijft nog een paar uur moe,’ zei ze tegen hem. ‘Het kost het lichaam veel inspanning om zichzelf snel te helen.’ De Cairhiense Lezer kwam overeind. ‘Aes Sedai?’ zei ze zacht. Verin neigde haar hoofd en de Lezer maakte een diepe knix. Ze had het heel zacht gezegd, maar de woorden ‘Aes Sedai’ gingen als een lopend vuurtje door de menigte in toonaarden die varieerden tussen ontzag, vrees en haat. Iedereen stond naar hen te kijken – zelfs Cuaal vergat dat zijn eigen herberg in brand stond – en Rhand dacht dat een beetje voorzichtigheid geen kwaad kon. ‘Hebben jullie al kamers?’ vroeg hij. ‘We moeten praten en hier kan dat niet.’

1 ... 124 125 126 127 128 129 130 131 132 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)