Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 123 124 125 126 127 128 129 130 131 ... 203
Перейти на страницу:

‘Ik zag hem net achter u.’

‘Het spijt me, mijn heer. Als er een kapitein Caldewin in het wachthuis was, zou ik het weten.’

Rhand staarde hem aan tot Loial hem op de schouder tikte. ‘Rhand, ik denk dat we net zo goed kunnen gaan.’

‘Bedankt voor uw hulp,’ zei Rhand strak, ik kom morgen terug.’

‘Het is mij een genoegen te doen wat ik vermag,’ zei de man met zijn valse glimlach.

Rhand beende zo snel het wachthuis uit dat Loial zich moest haasten hem op straat in te halen. ‘Weet je, Loial, hij zat te liegen.’ Hij ging niet langzamer lopen, maar haastte zich verder, alsof hij door een lichamelijke inspanning iets van zijn ergernis kon kwijtraken. ‘Caldewin was daar. Hij kan best over alles liegen. Ingtar zou er best al kunnen zijn en naar ons op zoek zijn. Ik wed dat hij ook weet wie Selene is.’

‘Misschien, Rhand. Daes Dae’mar...’

‘Licht, ik ben het spuugzat telkens over het Grote Spel te horen. Ik wil het niet spelen. Ik wil er helemaal niets mee te maken hebben.’ Loial liep naast hem en zei niets, ik weet het,’ zei Rhand eindelijk. ‘Zij denken dat ik een heer ben en in Cairhien maken zelfs heren uit vreemde landen deel uit van het Spel. Ik wou dat ik deze mantel nooit had aangetrokken.’ Moiraine, dacht hij verbitterd. Ze brengt me nog steeds in de problemen. Bijna meteen daarna erkende hij aarzelend dat ze hiervan toch niet de schuld kon krijgen. Er was altijd wel een of andere reden om zich anders voor te doen als hij was. Eerst om de moed er bij Hurin in te houden en om te proberen indruk op Selene te maken. En na Selene leken er geen andere mogelijkheden meer te bestaan. Hij ging steeds langzamer lopen tot hij stilstond. ‘Toen Moiraine me liet gaan, dacht ik dat alles weer eenvoudig zou worden. Zelfs de Jacht op de Hoorn, zelfs met... met alles, dacht ik dat het simpel zou zijn.’ Zelfs met saidin in je hoofd? ‘Licht, wat zou ik er niet voor geven als alles weer eenvoudig zou zijn.’

‘Ta’veren,’ begon Loial.

‘Daar wil ik ook niets over horen.’ Rhand liep weer even snel verder als eerst. ‘Het enige dat ik wil, is die dolk aan Mart geven en de Hoorn aan Ingtar. En dan wat? Krankzinnig worden? Sterven? Als ik sterf voor ik gek word, zal ik tenminste niemand anders kwaad doen. Maar ik wil niet dood. Lan heeft mooi praten over Het planten van het zwaard, maar ik ben een schaapherder, geen zwaardhand. ‘Als ik er maar vanaf kan blijven,’ mompelde hij, ‘dan kan ik misschien... Owijn heeft het bijna gered.’

‘Wat, Rhand? Ik verstond je niet.’

‘Niks,’ zei Rhand vermoeid, ik wou maar dat Ingtar kwam. En Mart en Perijn.’

Ze liepen een tijdlang zwijgend verder, terwijl Rhand in gedachten verzonken was. Thoms neef had nog bijna drie jaar geleefd door alleen te geleiden als hij niet anders kon. Als het Owijn was gelukt heel weinig te geleiden, dan moest het mogelijk zijn helemaal niet te geleiden, ongeacht hoe aanlokkelijk saidin was. ‘Rhand,’ zei Loial. ‘Daarginds is er brand.’

Rhand maakte zich los van zijn onaangename gedachten en keek met een frons de stad in. Hoog boven de daken kolkte een dikke kolom zwarte rook. Hij kon niet zien waar het vandaan kwam, maar het was veel te dicht bij hun herberg.

‘Duistervrienden,’ zei hij naar de rook kijkend. ‘Trolloks kunnen niet binnen de muren komen zonder te worden gezien, maar Duistervrienden... Hurin!’ Hij zette het op een hollen en Loial hield hem met gemak bij.

Hoe dichter ze in de buurt kwamen, hoe zekerder hij werd, tot ze het laatste geplaveide terras oprenden en De Verdediger van de Drakenmuur zagen. Rook kwam uit de bovenste vensters en de vlammen sloegen door het dak heen. Voor de herberg had zich een menigte verzameld. Cuaal wees schreeuwend en springend aan mannen waar ze op straat de meubels konden neerzetten. Een dubbele rij mannen gaf met water gevulde emmers door naar binnen en lege emmers door naar buiten. De meeste mensen stonden alleen maar te kijken. Nog meer vlammen sprongen opeens uit het leien dak en er klonk een luid ‘aaah’.

Rhand werkte zich door de menigte naar de herbergier toe. ‘Waar is Hurin?’

‘Voorzichtig met die tafel!’ riep Cuaal. ‘Maak er geen krassen op!’ Hij keek naar Rhand en knipperde met zijn ogen. Zijn gezicht zat vol roetvlekken. ‘Mijn heer? Wie? Uw dienaar? Ik herinner me niet dat ik hem heb gezien, mijn heer. Hij zal zonder twijfel al buiten zijn. Laat die kandelaars niet vallen, stommerd! Ze zijn van zilver!’ Cuaal liep weg om de mannen lastig te vallen die zijn bezittingen de herberg uitsleepten.

‘Hurin zou niet naar buiten gaan,’ zei Loial. ‘Hij zou de...’ Hij keek

rond en slikte de rest in. Sommige toeschouwers leken een Ogier even

boeiend te vinden als een brand.

‘Weet ik,’ zei Rhand en holde naar de herberg.

In de gelagkamer was weinig van de brand te merken. De dubbele

rij mannen liep de trap op, emmers werden doorgegeven en anderen

beijverden zich de laatste meubels naar buiten te dragen. Er hing beneden niet meer rook dan in een keuken waar iets aanbrandt. Toen Rhand langs de rij naar boven schoof, werd de rook dikker. Kuchend rende hij de trap op. De rij eindigde net voor de tweede overloop. Mannen gooiden halverwege de trap het water de met rook gevulde gang in. Vlammen likten aan de muren en Hakkerden rood in de zwarte rook.

Een van de mannen hield Rhand aan zijn arm tegen. ‘U kunt niet naar boven, mijn heer. Hierboven is alles verloren. Ogier, hou hem tegen.’

Voor het eerst merkte Rhand dat Loial hem was gevolgd. ‘Ga terug, Loial. Ik breng hem naar buiten.’

‘Je kunt met én Hurin én de kist tegelijk naar buiten brengen, Rhand.’ De Ogier trok zijn schouders op. ‘Bovendien laat ik mijn boeken niet verbranden.’

‘Buk je dan. Onder de rook door.’ Rhand kroop op handen en voeten de volgende treden op. Laag bij de treden en vloer was de lucht zuiverder, hoewel er nog wel zoveel rook hing dat hij moest hoesten, maar hij kon ademhalen. Toch scheen zelfs de lucht brandblaren te trekken. Hij kon door zijn neus niet genoeg lucht binnenkrijgen. Hij haalde met open mond adem en voelde zijn tong uitdrogen. Een deel van het water dat de mannen omhoog gooiden, kwam op hem terecht en maakte hem tot de huid toe nat. Dat gaf heel even opluchting, maar toen kwam de hitte alweer terug. Vastberaden kroop hij verder en door Loials gehoest wist hij dat de Ogier hem volgde.

Een gangmuur stond in lichterlaaie en van de vloer voegden de eerste dunne rooksliertjes zich bij de rook boven zijn hoofd. Hij was blij dat hij niet boven de rook kon kijken. Dreigend gekraak vertelde voldoende.

De deur naar Hurins kamer had nog geen vlam gevat, maar was zo heet dat Rhand het twee keer moest proberen voor hij erin slaagde die open te duwen. Het eerste wat hij zag, was Hurin die languit op de vloer lag. Rhand kroop naar de snuiver toe en tilde hem op. Boven zijn oor zat een bult zo groot als een ei.

Hurin sloeg glazig zijn ogen op. ‘Heer Rhand?’ mompelde hij zwakjes. ‘... klop op de deur... dacht dat het weer een uitno...’ Zijn ogen draaiden omhoog. Rhand voelde of zijn hart nog klopte en zakte opgelucht neer toen hij het voelde.

‘Rhand,’ hoestte Loial. Hij zat geknield voor zijn bed en had het dek omhoog geslagen om de kale planken eronder te tonen. De kist was weg.

Boven de rook kraakte de zoldering en vlammende stukken hout vielen op de vloer.

Rhand zei: ‘Pak je boeken. Ik neem Hurin mee. Opschieten.’ Hij begon de snuiver over zijn schouder te schuiven, maar Loial nam Hurin van hem over. ‘De boeken zullen moeten verbranden, Rhand. Je kunt niet tegelijk hem dragen en kruipen, en als je opstaat, zul je de trap nooit bereiken.’ De Ogier trok de bewusteloze Hurin op zijn brede rug. De zoldering kraakte luid. ‘We moeten weg, Rhand.’

‘Weg, Loial. Weg, ik volg je.’

De Ogier kroop met zijn last de gang op en Rhand volgde hem. Toen hield hij stil en keek om naar de tussendeur. Daar lag de banier nog. De banier van de Draak. Laat maar verbranden, dacht hij en hoorde een antwoord alsof hij Moiraine het hoorde zeggen. Je leven kan ervan afhangen. Ze probeert me nog steeds te gebruiken. Je leven kan ervan afhangen. Aes Sedai liegen nooit.

1 ... 123 124 125 126 127 128 129 130 131 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)