Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 120 121 122 123 124 125 126 127 128 ... 203
Перейти на страницу:

In de voorhal liet Egeanin Domon bij de deur staan en sprak een dienaar aan. Iemand uit Falme, getuige de wijde hemdsmouwen en de spiraal die op de borst van zijn hemd was geborduurd. Domon meende ‘hoogheer’ op te vangen. De dienaar haastte zich weg en kwam ten slotte weer terug om hen voor te gaan naar wat zeker het grootste vertrek moest zijn. Ieder stukje meubilair en zelfs de kleden waren verwijderd en de stenen vloer was glanzend geboend. Kamerschermen beschilderd met vreemde vogels verborgen wanden en vensters. Egeanin bleef vlak achter de deur staan. Toen Domon wilde vragen waar ze waren en waarom, bracht ze hem met een woeste blik en een woordeloos gegrom tot zwijgen. Ze bewoog zich niet, maar ze leek op het punt te staan op haar voeten te gaan wiebelen. Ze hield het onbekende voorwerp van zijn schip vast als iets kostbaars. Hij probeerde te bedenken wat het kon zijn.

Opeens galmde er zacht een gong en liet de Seanchaanse zich op haar knieën vallen, waarna ze voorzichtig het in zijde gewikkelde voorwerp naast zich neerzette. Domon keek even naar haar en liet zich ook op zijn knieën zakken. Heren hadden vreemde gewoonten en hij vreesde dat Seanchaanse heren nog vreemdere hadden dan hij vermoedde.

Twee mannen verschenen in de deuropening aan de andere kant van de kamer. Bij de een was de linkerkant van zijn hoofd kaalgeschoren en hing zijn overgebleven blonde haar in vlechten over zijn oor tot op zijn schouders. Zijn donkergele kamerjas was zo lang dat Domon nog net de punten van gele pantoffels zag. De ander droeg een blauwzijden kamerjas, met vogels van brokaat, die bijna een stap achter hem aan sleepte. Zijn hoofd was kaalgeschoren en zijn vingernagels waren minstens een duim lang; de eerste twee vingernagels van elke hand waren blauwgelakt. Domons mond viel open.

‘U verkeert in de aanwezigheid van hoogheer Turak,’ zong de blonde man eentonig, ‘die Hen die eerst komen, leidt en de Terugkeer steunt.’

Egeanin boog zo diep met haar handen in de zij dat haar voorhoofd de grond raakte. Domon bootste haar prompt na. Zelfs de hoogheren van Tyr zouden dit niet eisen, dacht hij. Uit zijn ooghoeken zag hij Egeanin de vloer kussen. Met een grimas besloot hij dat hij hier de grens trok. Ze konden toch niet zien of hij het echt deed of niet. Opeens stond Egeanin op. Domon wilde eveneens overeind komen en had net zijn ene knie opgetrokken, toen een grom in haar keel en een geschokte blik van de man met de vlechten hem zijn gezicht weer tegen de vloer deden drukken, waarna hij in zichzelf mopperde. Ik zou dit nog fiiet eens doen voor de koning van Illian en de Raad van Negen samen.

‘Uw naam is Egeanin?’ Dat moest de stem van de man in de blauwe kamerjas zijn. Zijn lispelende spraak had een ritme waardoor hij bijna leek te zingen.

‘Die naam werd mij op mijn zwaarddag gegeven, hoogheer,’ antwoordde ze nederig.

‘Dit is een mooi exemplaar, Egeanin. Heel zeldzaam. Wenst u een betaling?’

‘Uw genoegen, hoogheer, is voor mij betaling genoeg. Ik leef om te dienen, hoogheer.’

‘Ik zal de keizerin uw naam noemen, Egeanin. Na de Terugkeer zullen er nieuwe namen tot het Bloed worden geroepen. Toon uw geschiktheid en mogelijk mag u de naam Egeanin vervangen door een hogere.’

‘De hoogheer eert mij.’

‘Ja. U mag zich terugtrekken.’

Domon kon slechts haar laarzen zien, die achterwaarts wegschuifelden, regelmatig stilhoudend voor een buiging. Hij zag hoe het zweet van zijn voorhoofd op de vloer druppelde toen Turak weer het woord nam.

‘Je mag opstaan, koopman.’

Domon stond op en zag wat Turak in zijn handen hield. De cuendillarschijf in de vorm van het oude zegel van de Aes Sedai. Terugdenkend aan Egeanins reactie toen hij de Aes Sedai had genoemd, begon Domon pas goed te zweten. Er lag geen afkeer in de donkere ogen van de hoogheer, slechts een lichte nieuwsgierigheid, maar Domon vertrouwde geen hoge heren. ‘Weet je wat dit is, koopman?’

‘Nee, hoogheer.’ Domons antwoord klonk rotsvast. Geen koopman zou het lang uithouden als hij niet met een stalen gezicht en een kalme stem kon liegen.

‘En toch bewaarde je het op een geheime plek.’

‘Ik verzamel oude voorwerpen, hoogheer, uit vroeger tijden. Er zijn zeker mensen die zoiets zouden stelen als het voor het grijpen lag.’ Turak bekeek de zwartwitte schijf een ogenblik. ‘Dit is cuendillar, koopman – ooit van dat woord gehoord? – en ouder dan je misschien wel vermoedt. Loop met me mee.’

Behoedzaam volgde Domon de hoogheer en hij voelde zich wat zekerder. Elke heer, waar dan ook, zou volgens hem op dit punt lijfwachten hebben ontboden. Maar het weinige dat hij van de Seanchanen had gezien, vertelde hem dat ze de dingen anders deden als gewone mensen. Met een nietszeggend gezicht werd Domon naar een ander vertrek geleid. Hij dacht dat de meubels door Turak hierheen waren gebracht. Ze leken uit gebogen vormen te bestaan en het hout was zo gewreven dat de vreemde nerven zichtbaar waren. In de kamer stonden een ronde stoel op een zijden tapijt met geweven vogels en bloemen en een grote ronde kast. Kamerschermen vormden nieuwe muren.

De man met de vlecht opende de deuren van de kast, waardoor planken zichtbaar werden met een vreemde verzameling figuurtjes, bekers en vazen. Het waren er ongeveer vijftig en geen twee waren er gelijk in grootte of vorm. Domons adem stokte toen Turak de schijf voorzichtig naast zijn evenbeeld zette.

‘Cuendillar,’ zei Turak. ‘Dat verzamel ik, koopman. Alleen de keizerin zelf heeft een mooiere verzameling.’

Domons ogen rolden haast uit hun kassen. Als alles op die planken echt cuendillar was, dan stond daar genoeg om een koninkrijk te kopen, of minstens een hoog Huis te stichten. Zelfs een koning zou zich tot de bedelstaf kunnen verlagen door zoveel te kopen, als hij al wist waar zo’n schat was te vinden. Hij begon te glimlachen. ‘Hoogheer, wilt u dit voorwerp alstublieft als geschenk aanvaarden?’ Hij wilde het eigenlijk niet weggeven, maar het was beter dan deze Seanchaan boos te maken. Misschien zullen de Duistervrienden nu op hém jagen. ‘Ik ben een eenvoudige koopman, ik wil enkel handel drijven. Als ik weer mag uitzeilen, beloof ik echt dat...’

De gezichtsuitdrukking van Turak veranderde in het geheel niet, maar de man met de vlechten onderbrak Domon met een snauw. ‘Ongeschoren hond! Hoe waag je het te spreken van een gift aan de hoogheer als kapitein Egeanin dat al heeft geschonken? Je staat te handelen alsof de hoogheer een... een koopman is! Je zult negen dagen lang worden gegeseld, hond, en...’ Een miniem vingergebaar van Turak bracht hem tot zwijgen.

‘Ik kan je niet toestaan mij te verlaten, koopman,’ zei de hoogheer. ‘In dit schaduwland van eedverzakers heb ik niemand kunnen vinden die met een gevoelig man als ik een gesprek kan voeren. Maar jij bent een verzamelaar. Misschien zullen je gesprekken boeiend zijn.’ Hij liep naar de stoel en liet zich in de ronding onderuit zakken om Domon op te nemen.

Domon mat zich een naar hij hoopte innemende glimlach aan. ‘Hoogheem ik ben slechts een eenvoudige koopman, een simpel man. Ik beschik niet over de kennis hoe ik met een hoogheer moet omgaan.’ De man met de vlecht keek hem kwaad aan, maar Turak leek niet te luisteren. Van achtereen van de schermen verscheen een slanke, knappe jonge vrouw die snel naast de hoogheer neerknielde en hem een gelakt dienblad voorhield. Er stond één kopje op, dun en zonder oor, waarin de een of andere dampende vloeistof zat. Haar donkere, ronde gezicht deed hem vaag aan het Zeevolk denken. Turak nam het kopje voorzichtig in zijn vingers, zonder naar de jonge vrouw te kijken, en snoof de damp op. Domon wierp een blik op het meisje en wendde verschrikt zijn ogen af. Haar witzijden gewaad zat vol geborduurde bloemen, maar het was zo dun dat hij er recht doorheen kon kijken en daaronder zag hij haar naakte slanke gestalte. ‘Het aroma van kaf,’ zei Turak, ‘is een bijna even groot genot als de smaak. Goed, koopman. Ik heb vernomen dat cuendillar hier zelfs nog zeldzamer is dan in Seanchan. Vertel me eens hoe een eenvoudige koopman aan zo’n stuk is gekomen.’ Hij nipte aan zijn kaf en wachtte.

1 ... 120 121 122 123 124 125 126 127 128 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)