Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 120 121 122 123 124 125 126 127 128 ... 217
Перейти на страницу:

‘De Atha’an Miere noemen het de Schaal der Winden, baas... Mart. Het is een ter’angreaal...’

Tegen het eind glansde er opwinding in zijn bloeddoorlopen ogen. ‘Kijk, dat zou iets zijn om te vinden,’ mompelde hij. ‘In de Rahad.’ Hij schudde het hoofd en kromp ineen. ‘Ik zeg je nu alvast dat jullie beiden geen voet aan de andere kant van de rivier zetten zonder dat er voor ieder van jullie vier of vijf Roodarmen bij zijn. En nu we het er toch over hebben: ook niet buiten het paleis. Heeft Birgitte jullie verteld over het briefje dat in mijn jaszak was gestopt? Ik weet zeker dat ik het haar gezegd heb. En dan heb je nog Carridin en zijn Duistervrienden. Jullie kunnen me niet wijsmaken dat die niets in zijn schild voert.’

‘Iedere zuster die Egwene als Amyrlin steunt, heeft gevaar van de Toren te duchten.’ Overal lijfwachten? Licht! Nynaeves ogen glansden gevaarlijk en haar voet begon sneller te tikken. ‘We kunnen ons niet verbergen, baas... Mart, en dat zullen we ook niet doen. Te gelegener tijd zal met Jaichim Carridin worden afgerekend.’ Ze hadden niet beloofd hem alles te vertellen, en hij mocht niet afgeleid worden. ‘Er zijn belangrijker zaken aan de orde.’

‘Te gelegener tijd?’ begon hij ongelovig, waarbij zijn stem steeds hoger klonk, maar Nynaeve onderbrak hem.

‘Vier of vijf voor elk van ons?’ zei ze zuur. ‘Dat is belach...’ Ze sloot even haar ogen en haar stem werd kalmer. Een klein beetje kalmer. ‘Ik bedoeclass="underline" dat is niet zo verstandig. Elayne en ik, Birgitte en Aviendha. Zoveel soldaten heb je niet. Trouwens, we hebben eigenlijk alleen jou nodig.’ Het klonk of het eruit getrokken moest worden. Het was te veel een erkenning.

‘Birgitte en Aviendha hebben geen oppassers nodig,’ zei hij afwezig, ‘Ik neem aan dat die Schaal der Winden belangrijker is dan Carridin, maar... het lijkt me niet goed om Duistervrienden ongehinderd hun gang te laten gaan.’

Nynaeves gezicht nam langzaam een purperen tint aan. Elayne keek in de staande spiegel en was opgelucht dat ze haar eigen gezicht in de plooi hield. De man was gewoon te erg! Oppassers? Ze wist niet wat erger was: of die terloopse belediging opzettelijk was geuit, of dat hij het zich onbewust had laten ontvallen. Ze keek weer naar zichzelf in de spiegel en liet haar kin wat zakken. Oppassers! Ze was een voorbeeld van kalmte.

Hij nam hen met zijn rode ogen op, maar kon kennelijk niets ontdekken. ‘Was dat alles wat Birgitte jullie gezegd heeft?’ vroeg hij, en Nynaeve snauwde terug: ‘Meer dan voldoende, denk ik, zelfs voor jou.’ Merkwaardig genoeg keek hij verbaasd en nogal tevreden.

Nynaeve schrok ervan en drukte haar armen wat steviger tegen zich aan. ‘Aangezien je in deze toestand niet in staat bent om ergens met ons heen te gaan – kijk niet zo kwaad, Mart Cauton; dat is geen gekat, het is gewoon de waarheid! – kun je de ochtend gebruiken om naar het paleis te verhuizen. En denk maar niet dat we je helpen met het versjouwen van je spullen. Ik heb niet beloofd je pakpaard te zijn.’

‘De Zwerfster is goed genoeg...’ begon hij boos, maar hield toen op. Er gleed iets van verwondering over zijn gezicht. Elayne meende zelfs afschuw te zien. Dat zou hem leren om te mopperen, als hij een hoofd als een meloen had. Nou ja, zo had haar hoofd toen in Tanchico aangevoeld. Natuurlijk zou hij er niets van leren. Mannen staken steeds weer hun handen in de vlammen en dachten elke keer dat ze zich niet zouden branden, zei Lini altijd.

‘Je kunt – ta’veren of niet – moeilijk verwachten dat we de eerste de beste keer de Schaal vinden,’ ging Nynaeve door. ‘Je hoeft dan niet meer het plein over te steken en we kunnen er elke dag gemakkelijker opuit trekken.’ Dan hoeven we niet elke ochtend op je te wachten, bedoelde ze. Volgens haar gebruikte hij dronkenschap niet als enige smoes om de hele dag in bed te liggen. Integendeel.

‘Bovendien,’ voegde Elayne eraan toe, ‘kun je op die manier een oogje op ons houden.’ Het geluid dat Nynaeve maakte leek erg veel op gekreun. Had ze niet in de gaten dat hij gelijmd moest worden? Alsof ze hem daadwerkelijk had toegestaan een oogje op hen te houden!

Hij leek haar of Nynaeve niet gehoord te hebben. Vermoeide ogen staarden recht door haar heen. ‘Waarom moesten ze uitgerekend nu ophouden met rammelen?’ kreunde hij, zo zacht dat ze het nauwelijks kon horen. Wat bedoelde hij daar in Lichtsnaam mee?

‘De kamers zijn een koning waardig, baas... Mart. Tylin zelf heeft ze uitgekozen, vlak naast de hare. Ze heeft zich er persoonlijk mee beziggehouden. Mart, je wilt toch niet dat we de koningin voor het hoofd stoten, hè?’

Eén blik op zijn gezicht was voldoende. Haastig geleidde Elayne het raam open en gooide de waskom leeg. Als ze ooit een man gezien had die op het punt stond om de inhoud van zijn maag te verliezen, dan was hij het wel, zoals hij haar met zijn bloeddoorlopen ogen aanstaarde.

‘Ik begrijp niet waarom je je daar zo druk om maakt,’ zei ze. Maar eigenlijk wist ze het wel. Er zouden hier wel wat diensters met hem aanpappen, en ze betwijfelde of dat in het paleis ook zou gebeuren. Hij zou zeker geen nacht meer kunnen verslempen of vergokken. Tylin zou Beslan geen slecht voorbeeld toestaan. ‘We moeten ons allemaal opofferingen getroosten.’ Het kostte haar moeite om er verder het zwijgen toe te doen en niet te zeggen dat die van hem maar klein én terecht waren, terwijl hun opoffering monsterlijk groot en onterecht was, wat Aviendha ook mocht beweren. Nynaeve had zich trouwens verzet tegen élke opoffering.

Hij liet zijn hoofd weer in zijn handen zakken en maakte verstikte geluiden waarbij zijn schouders schokten. Hij zat te lachen! Ze tilde de waskom met een stroompje Lucht op en overwoog hem een klap te verkopen. Maar toen hij het hoofd opnieuw ophief, stonden zijn ogen om een of andere reden woedend. ‘Opofferingen?’ snauwde hij. ‘Als ik jullie hetzelfde zou vragen, zouden jullie me een draai om m’n oren geven en het dak boven me laten instorten.’ Was hij nog steeds dronken?

Ze verkoos zijn boze blik te negeren. ‘Nu we het toch over jouw hoofd hebben... Als je wilt dat het geheeld wordt, zal Nynaeve je volgens mij wel helpen.’ Als ze ooit boos genoeg was om te geleiden, was het nu. Nynaeves gezicht betrok en ze keek haar schuins aan. ‘Natuurlijk,’ haastte ze zich te zeggen. ‘Als je dat wilt.’ De kleur op haar wangen bevestigde Elaynes vermoeden over wat er die ochtend in het paleis was voorgevallen.

Hij bleef een ondankbare kerel en snauwde: ‘Vergeet mijn hoofd maar. Ik red het wel zonder Aes Sedai.’ Om alles nog wat verwarrender te maken, dacht ze, voegde hij er aarzelend aan toe: ‘Maar ik dank je voor de aangeboden hulp.’ Bijna alsof hij het meende!

Elayne slaagde erin haar mond niet open te laten vallen. Haar inzicht in mannen was beperkt tot Rhand, en wat Lini en haar moeder haar hadden bijgebracht. Zou Rhand even verwarrend blijken te zijn als Mart Cauton?

Het laatste dat ze deed voor hun vertrek, was hem te laten beloven dat hij onmiddellijk naar het paleis zou verhuizen. Nynaeve had, hoe onwillig ook, heel zeker geweten dat hij zich altijd aan een gegeven woord hield. Maar laat een kiertje open en hij zou honderd manieren vinden om erdoorheen te glippen. Dat had Nynaeve maar al te graag benadrukt. Hij deed zijn belofte met de schaduw van een onwillige grimlach, maar dat konden ook zijn ogen geweest zijn. Toen ze de kom aan zijn voeten neerzette, leek hij zowaar dankbaar. Ze wilde geen medeleven voelen, zeker niet.

Toen ze weer op de gang stonden en de deur naar Marts kamer gesloten was, schudde Nynaeve haar vuist naar het plafond. ‘Die man kan het geduld van een steen nog uitputten! Ik ben blij dat hij met zo’n hoofd wil blijven zitten! Hoor je me? Blij toe! Hij gaat moeilijkheden maken, beslist.’

‘Jullie brengen hem meer moeilijkheden dan hijzelf ooit kan maken.’ De spreekster kwam driftig op hen toelopen, een vrouw met wat grijs in haar haren, een streng gezicht en een bevelende stem. Ze keek bijna dreigend. Ondanks de trouwdolk in haar halsopening was haar huid te licht voor een Ebodaraanse. ‘Ik kon het niet geloven toen Caira het me vertelde. Nog nooit heb ik in twee rokken zoveel dwaasheid bij elkaar gezien.’

1 ... 120 121 122 123 124 125 126 127 128 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)