Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 116 117 118 119 120 121 122 123 124 ... 203
Перейти на страницу:

‘Laten we eerst afwachten wat wijzelf tegen de invallers klaarspelen, Byar, voor we afgeven op deze mannen, nietwaar?’ In de ogen van de gevangenen lag een verslagen blik die er al was geweest voor zijn mannen hier waren aangekomen. ‘Laat Muadh er een bij me brengen.’ Het gezicht van Muadh was al voldoende om de meest vastberaden man zwak te maken. ‘Het liefst een officier. Eentje die er intelligent uitziet en zonder toeters en bellen kan vertellen wat hij heeft gezien, maar jong genoeg om nog geen sterke wil te hebben. Laat Muadh niet al te zachtzinnig met hen omspringen, begrepen? Laat die man geloven dat ik ergere dingen zal doen dan hij in zijn naarste dromen droomt, tenzij hij me overtuigt van het tegendeel.’ Hij gooide een van de Kinderen de teugels toe en beende de herberg binnen.

Verwonderlijk genoeg was de herbergier er nog, een gedienstige, zwetende man. Zijn hemd spande zich zo strak over zijn buik dat de erop geborduurde rode tierelantijnen eraf leken te springen. Bornhald gebaarde de man weg te gaan. Vaag besefte hij dat in de doorgang enige kinderen zich aan een vrouw vasthielden tot de dikke herbergier hen naar buiten leidde.

Bornhald trok zijn handschoenen uit en ging aan een tafel zitten. Hij wist te weinig van de invallers, de vreemden. Zo werden ze door bijna iedereen genoemd die niet over Artur Haviksvleugel liep te raaskallen. Hij wist dat ze zichzelf Seanchanen noemden en Hailene. Hij wist genoeg van de Oude Spraak om te weten dat dat laatste woord ‘Zij die eerst komen’ of ‘de Voorlopers’ betekende. Ze noemden zichzelf ook Rhyagelle, ‘Zij die thuiskomen’, en ze spraken over Corenne, ‘de Terugkeer’. Hij was bijna geneigd aan te nemen dat de verhalen over de terugkerende legers van Artur Haviksvleugel waarheid bevatten. Niemand wist waar de Seanchanen vandaan kwamen, behalve dat ze met schepen aan land waren gekomen. Bornhalds verzoek bij het Zeevolk om inlichtingen was met zwijgen beantwoord. Amador had niet veel op met de Atha’an Miere en die houding werd met afkeer beantwoord. Het enige dat hij van de Seanchanen wist, had hij gehoord van mannen van het type dat nu buiten zat. Gewond, verslagen gepeupel dat met grote ogen en zwetend vertelde over mannen die vaak op monsters en op paarden ten strijde trokken, die vochten met die monsters aan hun zijde en die Aes Sedai bij zich hadden om de aarde onder de voeten van hun vijanden te splijten.

Bij het geluid van laarzen in de deuropening trok hij een wolfachtige grijns, maar Byar werd niet vergezeld van Muadh. Het Kind van het Licht dat kaarsrecht naast hem stond met de helm in de kromming van zijn arm, was Jeral, die volgens Bornhald honderd span verder zou moeten zijn bij de Ondervragers. Over zijn wapenrusting droeg de jongeman een Domaanse mantel, afgezet met blauw, in plaats van de witte mantel van de Kinderen.

‘Muadh staat nu te praten met een jonge kerel, kapiteinheer,’ zei Byar. ‘Kind Jeral is net met een boodschap aangekomen.’ Bornhald gebaarde Jeral te spreken.

De jongeman bleef stijf rechtop staan. ‘Eer en groeten van Jaichim

Carridin,’ begon hij recht voor zich uit kijkend, ‘die de Hand van het Licht leidt in...’

‘Ik heb geen behoefte aan de eer van de Ondervrager,’ gromde Bornhald en zag de geschrokken blik van de jongeman. Jeral was nog jong. Wat dat betrof keek Byar trouwens even verontrust. ‘Je komt toch met een boodschap van hem? Geef het me niet letterlijk, tenzij ik erom vraag. Vertel me enkel wat hij wil.’

Het Kind dat al klaarstond de boodschap woordelijk op te dreunen, slikte voor hij begon. ‘Kapiteinheer, hij... hij zegt dat u te veel manschappen te dicht bij de Kop van Toman brengt. Hij zegt dat de Duistervrienden op de Vlakte van Almoth moeten worden uitgeroeid en u dient... vergeef me, kapiteinheer – u dient meteen om te keren en de vlakte op te trekken.’ Hij bleef stijf staan.

Bornhald nam hem op. Het stof van de vlakte had vlekken achtergelaten op Jerals gezicht, mantel en laarzen. ‘Zorg dat je wat te eten krijgt,’ zei Bornhald tegen hem. ‘In een van die huizen moet waswater zijn, als je dat wilt. Kom over een uur bij me terug. Ik wil je enkele berichten meegeven.’ Hij gebaarde de jongeman te vertrekken.

‘De Ondervragers kunnen gelijk hebben, kapiteinheer,’ zei Byar toen Jeral weg was. ‘Er zijn veel dorpjes, overal verspreid op deze vlakte, en de Duistervrienden...’

Bornhald mepte op de tafel en bracht hem tot zwijgen. ‘Welke Duistervrienden? In geen enkel dorp dat wij op zijn bevel hebben ingenomen, heb ik iets gezien. Afgezien van boeren en ambachtslieden die bang zijn dat hun bedrijf wordt platgebrand en enkele oude vrouwen die de zieken verzorgen.’ Byars gezicht stond opmerkelijk nietszeggend. Hij stond altijd vlugger klaar om Duistervrienden te vinden dan Bornhald. ‘En kinderen, Byar? Zijn kinderen hier ook al Duistervrienden geworden?’

‘De zonden van de moeder zetten zich voort tot in het vijfde geslacht,’ haalde Byar aan, ‘en de zonden van de vader tot in het tiende geslacht.’ Maar zijn ogen stonden verontrust. Zelfs Byar had nog nooit een kind gedood.

‘Heb jij je ooit weleens afgevraagd, Byar, waarom Carridin onze vaandels heeft weggenomen en waarom de Kinderen die onder bevel staan van de Ondervragers, hun mantels niet mogen dragen? Zelfs de Ondervragers hebben het wit afgelegd. Dat duidt toch op iets?’

‘Hij moet zijn redenen hebben gehad, kapiteinheer,’ zei Byar langzaam. ‘De Ondervragers hebben altijd een reden, zelfs als ze die niet aan ons vertellen.’

Bornhald herinnerde zichzelf eraan dat Byar een goed soldaat was. ‘De Kinderen in het noorden dragen Taraboonse mantels, Byar, en die in het zuiden Domaanse. Wat dat inhoudt, bevalt me niets. Natuurlijk zijn hier Duistervrienden, maar die zitten in Falme, niet op de Vlakte van Almoth. Als Jeral uitrijdt, gaat hij niet alleen. Er zullen boodschappen doorgegeven worden aan iedere groep Kinderen die ik maar kan vinden. Ik ben van plan het legioen naar de Kop van Toman te brengen, Byar, en uit te zoeken wat die echte Duistervrienden, die Seanchanen, van plan zijn.’

Byar keek moeilijk, maar voor hij iets kon zeggen, verscheen Muadh met een gevangene. De zwetende jongeman in het gedeukte, bewerkte borstkuras keek met angstogen naar het lelijke gezicht van Muadh. Bornhald trok zijn dolk en begon zijn nagels bij te snijden. Hij had nooit begrepen waarom mensen daar zenuwachtig van werden, maar hij wilde er best gebruik van maken. Zelfs zijn grootvaderlijke glimlach liet het groezelige gezicht van de gevangene verbleken. ‘Zo, jongeman. Jij gaat me alles vertellen wat je van die vreemden weet, nietwaar? Als je behoefte hebt om na te denken over wat je wilt gaan zeggen, stuur ik je met Kind Muadh mee om het te overwegen.’ De gevangene keek met grote bange ogen naar Muadh. Toen barstte het verhaal uit hem los.

De lange deining van de Arithische Oceaan liet de Schuimvlok rollen, maar Domon hield zich wijdbeens in evenwicht terwijl hij door de lange buis van zijn kijkglas het grote schip in het oog hield dat hem achtervolgde. Een achtervolger die langzaam op hem inliep. De wind die de Schuimvlok voortjoeg, was niet de gunstigste of de sterkste, maar voor het andere schip, dat met zijn stompe boeg de golven in bergen van schuim kapotsloeg, had de wind niet gunstiger kunnen staan. In het oosten doemde de kustlijn van de Kop van Toman op met donkere rotsen en smalle zandstroken. Het had hem niet uitgemaakt dat de Schuimvlok zo ver buitengaats was gevaren, maar nu was hij bang dat hij daarvoor moest boeten. ‘Vreemden, schipper?’ Jarins angst klonk door in zijn woorden, is het een schip van de vreemden?’

1 ... 116 117 118 119 120 121 122 123 124 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)