Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 116 117 118 119 120 121 122 123 124 ... 178
Перейти на страницу:

‘In de nacht, Aes Sedai?’ zei Rhuarc. ‘Is uw reis dan zo dringend dat u in deze gevaarlijke landen in het donker wilt reizen?’ Nynaeve worstelde duidelijk met zichzelf voor ze nee zei. Op een beslistere toon voegde ze eraan toe: ‘Maar ik ben van plan met zonsopgang te vertrekken.’

De Aiel droegen de doden buiten de omheining, maar Egwene noch de andere twee wensten het smerige bed te gebruiken waarin Adden had geslapen. Ze raapten hun ringen op en sliepen onder de open hemel in hun mantels en de dekens die de Aiel hun gaven. Toen de dauw de lucht in het oosten deed parelen, bereidden de Aiel een ochtendmaal van taai, gedroogd vlees – Egwene twijfelde tot Aviendha haar zei dat het geitenvlees was – platbrood dat al bijna net zo moeilijk te eten was als het vlees, en witte, blauwdooraderde kaas met een scherpe smaak, die zo hard was dat Elayne mompelde dat de Aiel hier zeker voor oefenden door keien te eten. Maar de erfdochter at evenveel als Egwene en Nynaeve samen. De Aiel lieten de paarden vrij – zij reden nooit, tenzij het moest, legde Aviendha uit, en het klonk alsof ze zelf liever met blaren zou rennen – nadat ze de beste drie voor Egwene en de anderen hadden uitgezocht. De dieren waren groot en bijna even zwaar als krijgsrossen, met een trotse hals en fiere ogen. Een zwarte hengst voor Nynaeve, een voskleurige merrie voor Elayne en een grijze voor Egwene.

Ze besloot de grijze Mist te noemen, in de hoop dat een rustige naam haar ook rustig zou stemmen, en Mist bezat inderdaad een lichte tred toen ze naar het zuiden reden, juist toen de zon een rode rand boven de horizon stak.

De Aiel begeleidden hen te voet, allen die het gevecht hadden overleefd. Er waren buiten de hut nog drie gedood, naast de twee die door het staal van de Myrddraal waren getroffen. Ze waren nu met negentien in totaal. Ze liepen met lange stappen soepel naast de paarden mee. Eerst probeerde Egwene Mist te bewegen tot een langzame stap, maar de Aiel vonden dit heel grappig.

‘Ik zal tien span met je hardlopen,’ zei Aviendha, ‘en we zullen zien wie er wint, jouw paard of ik.’

‘Ik twintig!’ riep Rhuarc lachend.

Egwene begon te geloven dat ze het echt meenden, en toen zij en de anderen hun paarden sneller lieten lopen, raakte er geen Aiel achterop.

Toen de rieten daken van Jurene in zicht kwamen, zei Rhuarc: ‘Vaart wel, Aes Sedai. Moge u altijd water en schaduw vinden. Misschien zullen wij elkaar wederzien voor de verandering komt.’ Hij klonk grimmig. Terwijl de Aiel naar het zuiden afbogen, hieven Aviendha, Chiad en Bain hun hand ten afscheid. Ze leken niet langzamer te lopen, nu ze niet meer met de paarden meerenden; misschien wel sneller. Egwene had zo’n idee dat ze dit tempo zouden volhouden tot ze waren aangekomen waar ze ook heengingen.

‘Wat bedoelde hij daarmee?’ vroeg ze. ‘Dat “Misschien zullen wij elkaar wederzien voor de verandering komt”?’ Elayne schudde haar hoofd.

‘Het maakt niet uit wat hij bedoelt,’ zei Nynaeve. ‘Ik ben even blij dat ze vannacht zijn gekomen als dat ze nu weer weg zijn. Ik hoop dat er een schip is.’

Jurene zelf was een klein plaatsje met allemaal houten huizen, waarvan er geen hoger was dan één verdieping. Op een hoge mast wapperde de banier van de Witte Leeuw van Andor; er waren vijftig manschappen van de koninginnegarde gelegerd, in rode jassen met hoge witte kragen onder schitterende borstplaten. Ze waren hierheen gestuurd, zei de gardekapitein, om een veilig toevluchtsoord voor vluchtelingen naar Andor te scheppen. Maar daarvan kwamen er elke dag minder. De meesten trokken nu naar dorpen die verder stroomafwaarts lagen, dichter bij Aringil. Het was maar goed dat de drie vrouwen nu waren gekomen, want hij verwachtte zeer binnenkort het bevel om zijn troepen terug naar Andor te leiden. De weinige bewoners van Jurene zouden waarschijnlijk met hen meegaan en de rest achterlaten voor rovers en de Cairhiense krijgslieden van Huizen die met elkaar in oorlog waren.

Elayne hield haar gezicht verborgen onder de kap van haar stevige wollen mantel, maar geen van de krijgslieden scheen het meisje met het roodgouden haar in verband te brengen met de erfdochter. Een paar vroegen haar om te blijven; Egwene wist eigenlijk niet of Elayne geschokt was of aangenaam verrast. Zelf vertelde zij de mannen die haar hetzelfde vroegen, dat ze geen tijd had. Op een rare manier was het toch aardig om gevraagd te worden. Ze was zeker niet van plan om wie van deze kerels dan ook te kussen, maar het was fijn om weer eens te merken dat op z’n minst een paar mannen dachten dat ze er even aardig uitzag als Elayne. Nynaeve gaf een man een klap in zijn gezicht. Egwene moest er bijna om lachen en Elayne glimlachte openlijk. Egwene dacht dat Nynaeve geknepen was en ondanks haar boze gezicht leek ze het toch niet helemaal onplezierig te vinden. Ze droegen hun ringen niet. Het had Nynaeve niet veel moeite gekost om hen ervan te overtuigen dat de ene plek waar ze niet voor Aes Sedai aangezien wilden worden, Tyr was, vooral als de Zwarte Ajah zich daar bevond. Egwene had de hare in haar buidel, samen met de stenen ter’angreaal; ze raakte beide ringen vaak aan om vast te stellen of ze er nog steeds waren. Nynaeve droeg de hare tussen haar borsten, aan het koord waaraan ook Lans zware ring hing. In Jurene lag een schip gemeerd aan de stenen pier in de Erinin. Kennelijk niet het schip dat Aviendha had gezien, maar het was een schip. Egwene was teleurgesteld toen ze het zag. De Schicht was twee keer zo breed als de Blauwe Kraanvogel en deed haar naam geen eer aan, met haar hoge boeg die net zo rond was als haar schipper. Deze goede man knipperde met zijn ogen en krabde zijn oor terwijl hij naar Nynaeve keek toen ze hem vroeg of zijn schip snel was. ‘Snel? Ik zit vol met duur hout uit Shienar en tapijten uit Kandor. Wie heeft er met zo’n lading nog snelheid nodig? De prijzen worden alleen maar hoger. Ja, ik mag aannemen dat er snellere schepen achter mij zijn, maar die leggen hier niet aan. Ik zou zelf niet gestopt zijn als ik geen maden in het vlees had gevonden. Een dom idee, dat ze in Cairhien vlees zouden verkopen. De Blauwe Kraanvogel? Ik zag Ellisor vanmorgen stroomopwaarts ergens vastzitten. Daar komt-ie niet gauw los. Dat heb je met die snelle schepen.’

Nynaeve betaalde hun reis – en nog eens twee keer zoveel voor hun paarden – met zo’n blik in haar ogen dat Egwene en Elayne lang nadat de Schicht al slingerend Jurene had verlaten, niet met haar spraken.

40

Een held in de nacht

Mart stond tegen de reling geleund en zag de vestingstad Aringil naderen, terwijl de roeiers de Grijze Meeuw naar de uitgestrekte, geteerde houten kaden stuurden. Deze werden beschermd door hoge, stenen pieren in de rivier. De kaden krioelden van de mensen, en er kwamen er nog meer van de verschillende kleine en grote schepen die langs de kaden lagen afgemeerd. Sommigen duwden kruiwagens of trokken sleeën of karren met hoge wielen, allemaal hoog opgestapeld met vastgesjorde meubels en kisten, maar de meesten droegen bundels op hun rug. Niet iedereen was druk. Veel mannen en vrouwen waren schichtig bij elkaar gekropen en hun kinderen klemden zich huilend aan hun benen vast. Soldaten in rode jassen en gepoetste kurassen bleven proberen hen van de kaden naar de stad te krijgen, maar de meesten leken te bang om ook maar één stap te verzetten. Mart draaide zich om en tuurde met een hand boven zijn ogen stroomopwaarts. De Erinin was hier drukker dan ten zuiden van Tar Valon. Hij zag een tiental schepen onder zeil, van een slanke klipper met een scherpe boeg die met twee driehoekige bramzeilen tegen de stroming in kliefde, tot een breed schip met ronde boeg en vierkante zeilen dat langs ploeterde op weg naar het noorden.

Ongeveer de helft van het aantal schepen had iets te maken met de rivierhandel. Twee brede boten met lege dekken kruisten de rivier naar een kleine stad aan de overkant, terwijl er drie terug naar Aringil zwoegden, met mensen als haringen in een ton op het dek. De ondergaande zon, nog steeds een handbreedte boven de horizon, wierp lange schaduwen over een banier boven de andere stad. Daar lag de Cairhiense oever, maar hij hoefde niet naar de banier te kijken om te weten dat het de Witte Leeuw van Andor was. Hij had genoeg geruchten opgevangen in de paar Andoraanse dorpen waar de Grijze Meeuw kort had aangelegd.

1 ... 116 117 118 119 120 121 122 123 124 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)