De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
‘Het laat hoofdpijn verdwijnen zodat je kan slapen,’ zei Egwene even zachtjes. En bijna net zo grimmig, tot ze hoorde wat ze zei. ‘Het maakt je wat doezelig, maar dat is alles.’ De dikke man had niet al te best geluisterd naar zijn oma. ‘Maar ze hebben daarmee slechts de pijn van de klap op ons hoofd verholpen.’
‘Precies,’ zei Nynaeve. ‘En als we Elayne eenmaal wakker hebben gemaakt, zullen we ze een bedankje geven dat ze nooit zullen vergeten.’ Ze stond op en hurkte naast de goudharige vrouw neer. ‘Ik geloof dat ik, toen ze ons binnenbrachten, er buiten meer dan honderd heb gezien,’ fluisterde Egwene tegen Nynaeves rug. ‘Ik neem aan dat je het niet erg vindt als ik ditmaal de Kracht als wapen gebruik. En er komt kennelijk iemand die óns wil kopen. Wat ik die kerel ga aandoen, zal ervoor zorgen dat hij tot zijn dood in het Licht zal blijven lopen.’ Nynaeve zat nog steeds over Elayne gebukt, maar geen van beiden bewoog. ‘Wat is er aan de hand?’
‘Ze is ernstig gewond, Egwene. Ik denk dat haar schedel gebroken is, en ze haalt nauwelijks adem. Egwene, ze gaat even zeker dood als Dailin vanmiddag.’
‘Kun je niet iets doen?’ Egwene probeerde zich alle stromen te herinneren die Nynaeve had geweven om de Aielvrouw te helen, maar ze kon zich amper de helft voor de geest halen. ‘Je moet!’
‘Ze hebben mijn kruiden afgepakt,’ mompelde Nynaeve woedend. Haar stem beefde, ik kan het niet! Niet zonder de kruiden!’ Ontsteld besefte Egwene dat Nynaeve op het punt stond om in tranen uit te barsten. ‘Verbrand ze allemaal, ik kan het niet zonder...!’ Plotseling greep ze Elaynes schouders alsof ze de bewusteloze vrouw wilde optillen en door elkaar schudden. ‘Drakenvuur, meisje,’ kraste ze. ‘Ik heb je niet al die tijd meegenomen om te sterven! Ik had je bij de potten en pannen moeten laten om ze te schuren! Ik had je in een zak moeten binden en door Mart naar je moeder laten brengen! Ik laat je niet onder mijn handen sterven. Hoor je me! Ik sta het niet toe!’ Plotseling gloeide saidar om haar heen en Elaynes mond en ogen sperden zich wijd open.
Egwene legde haar hand juist op tijd op Elaynes mond om elk geluid te smoren, dacht ze, maar toen ze haar aanraakte, grepen de kolkende krachten van Nynaeves Heling haar beet als een strootje aan de rand van een wervelwind. Kou bevroor haar tot op het bot, ontmoette hitte die naar buiten brandde als wilde het haar vlees schroeien; de wereld verdween in een gevoel van kolken, vallen, vliegen, wentelen. Toen het voorbij was, staarde ze hijgend naar Elayne, die terugstaarde over de hand die ze nog steeds op haar mond hield. Het laatste restje van Egwenes hoofdpijn was verdwenen. De weerkaatsing van Nynaeves Heling was kennelijk al voldoende. De murmelende stemmen in de andere kamer waren niet luider geworden; als Elayne of zij enig geluid hadden gemaakt, hadden Adden en de anderen het niet opgemerkt.
Nynaeve zat in elkaar gedoken en hield haar hoofd gebogen. Ze beefde. ‘Licht!’ mompelde ze. ‘Op deze manier... leek het of ik mijn eigen – mijn eigen huid afstroopte. O, Licht!’ Ze tuurde naar Elayne. ‘Hoe voel je je, meisje?’ Egwene trok haar handen weg. ‘Moe,’ murmelde Elayne. ‘En hongerig. Waar zijn we? Er waren mannen met slingers...’
Haastig vertelde Egwene wat er gebeurd was. Voordat ze klaar was, had Elaynes gezicht al weer wat meer kleur gekregen. ‘En nu,’ voegde Nynaeve er met een stem van ijzer aan toe, ‘laten we deze pummels zien wat het betekent om zich met ons bemoeien.’ Opnieuw gloeide saidar rond haar op.
Elayne kwam wat onzeker overeind, maar ook zij werd door de gloed omgeven. Egwene reikte met bijna iets van vreugde naar de Ware Bron.
Toen ze weer door de spleten keken om te zien met wie ze te maken hadden, stonden er drie Myrddraal in de kamer. Zij stonden bij de tafel en hun dodelijk zwarte gewaden hingen onnatuurlijk stil. Iedere man, behalve Adden, had zich zover mogelijk teruggetrokken, tot ze allemaal met de rug tegen de muur stonden met hun ogen op de grond gericht. Aan de andere kant van de tafel staarde Adden naar hun oogloze blikken, maar zijn zweet trok strepen in het vuil op zijn gezicht. De Schim pakte een ring van de tafel op. Egwene zag nu dat het een veel zwaardere gouden cirkel was dan de Grote Serpent-ring. Nynaeve drukte haar gezicht tegen de spleet tussen twee stammen. Ze hijgde zachtjes en greep naar de hals van haar jurk. ‘Drie Aes Sedai,’ siste de Halfman. Zijn tevredenheid klonk als dood stof. ‘En een ervan droeg dit.’ De ring maakte een harde klap toen de Myrddraal hem op tafel terugwierp.
‘Dit zijn degenen die ik zoek,’ kraste een van de anderen. ‘Je zult goed beloond worden, mens.’
‘We moeten ze verrassen,’ zei Nynaeve zacht. ‘Wat voor soort slot zit er op deze deur?’
Egwene kon nog net het slot aan de buitenkant van de deur zien; een ijzeren geval aan een ketting die zwaar genoeg was om een woedende stier te bedwingen. ‘Hou je klaar,’ zei ze. Ze verdunde een stroompje Aarde tot minder dan een haar en hoopte dat de Halfmannen die kleine geleiding niet zouden opmerken. Ze weefde het in het kleinste stukje van de ijzeren ketting.
Een Myrddraal hief zijn hoofd op. Een andere leunde over de tafel naar Adden. ‘Het jeukt bij mij, mens. Weet je zeker dat ze slapen?’ Adden slikte heftig en knikte.
De derde Myrddraal draaide zich om en staarde naar de deur van de kamer waarin Egwene en de andere twee zaten weggedoken. De strak naar de vallende ketting kijkende Myrddraal gaf een snauw, de buitendeur vloog open en de zwartgesluierde dood vloeide uit de nacht naar binnen.
De kamer was opeens vol gillende en schreeuwende mannen die naar hun zwaarden klauwden om de stekende Aielsperen af te weren. De Myrddraal trokken klingen die nog zwarter waren dan hun gewaden en vochten eveneens voor hun leven. Eens had Egwene zes katten gezien die elkaar allemaal bevochten; dit was honderd keer zo erg. Toch daalde er binnen enkele tellen stilte neer. Bijna stilte. Alle ongesluierde mannen lagen doodgestoken op de vloer; één speer prikte Adden aan de muur. Twee Aiel lagen ook stil tussen de puinhoop van omgevallen meubels en doden. De drie Myrddraal stonden rug aan rug in het midden van de kamer, met zwarte zwaarden in hun handen. Een ervan drukte tegen zijn zijde alsof hij gewond was, hoewel er verder niets was te zien. Een andere had een lange snee over zijn bleke gezicht; het bloedde niet. Om hen heen cirkelden ineengedoken de vijf overgebleven Aiel. Van buiten kwam geschreeuw en metaalgekletter waaruit bleek dat er buiten nog steeds Aiel in gevecht waren gewikkeld, maar in de kamer klonk een zachter geluid. Dansend in een kring sloegen de Aiel hun speren tegen de kleine huidschilden. Etrum trum ETRUM-Etrum... trum-trum-ETRUME-trum... trum-trum-ETRUME-trum... trum-trum-ETRUME-trum. De Myrddraal draaiden met hen mee en hun oogloze gezichten leken verontrust, doordat de vrees die hun blik opriep, deze mensen niet scheen te deren.
‘Dans met me, Schaduwman!’ riep een van de Aiel plotseling uitdagend. Hij klonk als een jonge man. ‘Dans met mij, Oogloze.’ Dat was een vrouw. ‘Dans met mij.’
‘Dans met mij.’
‘Ik geloof,’ zei Nynaeve, en richtte zich op, ‘dat het tijd is.’ Ze gooide de deur open en de drie vrouwen, omgeven door de glans van saidar, stapten naar buiten.
Het leek wel of de Aiel voor de Myrddraal niet meer bestonden en of de Aiel de Myrddraal vergaten. De Aiel staarden over hun sluiers naar de drie vrouwen alsof ze niet wisten wat ze zagen. Egwene hoorde een van de Aiel luid hijgen. De starende blikken van de oogloze Myrddraal waren anders. Egwene kon bijna voelen hoe ze hun eigen dood zagen naderen; een Schim herkende een vrouw die de Ware Bron omarmde. Ze voelde eveneens hun verlangen naar haar dood, als hun dood die van haar kon veroorzaken, en een nog sterker verlangen haar ziel uit het vlees te scheuren en daarvan speelgoed voor de Schaduw te maken, een verlangen...
Ze was nog maar net in de kamer, maar het leek of ze die blik al uren had verdragen, ik neem dit geen moment langer,’ gromde ze en ontketende een stroom van Vuur.