Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 112 113 114 115 116 117 118 119 120 ... 178
Перейти на страницу:

Egwene keek even naar Nynaeve. Licht, zojuist lachten ze nog en nu zijn ze zo gespannen als een aangelegde boog. ‘Wij jagen op slechte vrouwen,’ zei Nynaeve. ‘Duistervrienden.’

‘Schaduwlopers.’ Joline vertrok haar mond bij het woord alsof ze in een rotte appel had gebeten.

‘Schaduwlopers in Tyr,’ zei Bain, en Chiad zei, alsof het een deel van dezelfde zin was: ‘En drie Aes Sedai die het Hart van de Steen zoeken.’ ik zei niet dat we naar het Hart van de Steen gaan,’ zei Nynaeve scherp, ik zei alleen maar dat ik hier niet wilde blijven tot die tot stof vergaat. Egwene, Elayne, zijn jullie klaar?’ Ze liep het bosje uit zonder op antwoord te wachten. Haar wandelstaf plofte op de grond en met lange schreden koerste ze naar het zuiden. Egwene en Elayne namen haastig afscheid voor ze haar achterna gingen. Vier Aielvrouwen keken hen na.

Toen ze een eind van de bomen vandaan waren, zei Egwene: ‘Mijn hart hield bijna op met slaan toen je jezelf bekendmaakte. Was je niet bang dat ze zouden proberen je te doden of gevangen te nemen? De Aiel-oorlog is nog niet zó lang geleden, en ook al zeggen ze dat ze vrouwen zonder speren geen kwaad doen, in mijn ogen leek het of ze elk moment klaarstonden hun speren ergens voor te gebruiken.’ Elayne schudde spijtig haar hoofd, ik heb zojuist geleerd hoe weinig ik over de Aiel weet, maar ze hebben me geleerd dat ze de Aiel-oorlog helemaal niet als een oorlog zien. Uit de manier waarop ze zich ten opzichte van mij gedroegen, geloof ik dat dat deel van mijn lessen waar is. Of misschien kwam het doordat ze dachten dat ik een Aes Sedai was.’

‘Ik weet dat ze vreemd zijn, Elayne, maar niémand kan drie jaren van veldslagen iets anders dan ‘oorlog’ noemen. Het kan me niet schelen hoeveel ze onder elkaar vechten, oorlog is oorlog.’

‘Niet voor hen. Duizenden Aiel zijn over de Rug van de Wereld gekomen, maar zij vonden zichzelf blijkbaar meer dievenpakkers of beulen, die koning Laman van Cairhien wilden oppakken vanwege zijn misdaad van het omhakken van Avendoraldera. Voor de Aiel was het geen oorlog; het was een straffen van de schuldige.’ Avendoraldera was, volgens een van Verins lessen, een spruit van de Levensboom zelf geweest, die zo’n vierhonderd jaar geleden naar Cairhien gebracht was. Het was een ongekend vredesaanbod van de Aiel. Met de boom verleenden zij Cairhien het recht de Woestenij te doorkruisen, een recht dat anders slechts werd verleend aan marskramers, speelmannen en de Tuatha’an. Een groot deel van Cairhiens rijkdom was geworteld in de handel in ivoor, reukwater en specerijen, maar vooral in zijde uit de landen achter de Woestenij. Zelfs Verin wist niet hoe de Aiel aan een loot van Avendesora gekomen waren. Allereerst stond er duidelijk in de oude boeken dat de boom geen zaad droeg. En vervolgens wist niemand waar de Levensboom zelf groeide, afgezien van enkele verhalen die overduidelijk met klopten. Maar de Levensboom kon toch niets met de Aiel van doen hebben? Verin had ook niet geweten waarom de Aiel de Cairhienin ‘Waterdelers’ hadden genoemd of waarom ze eisten dat hun handelskaravanen een banier met het drievoudige blad van de Avendesora voerden. Egwene gaf met tegenzin toe dat ze begreep waarom ze een oorlog begonnen waren – zelfs al dachten ze niet dat het er een was – toen koning Laman hun geschenk liet omhakken om er een troon van te maken die in de hele wereld niet geëvenaard werd. Ze had gehoord dat het Lamans Zonde genoemd werd. Volgens Verin had de oorlog niet alleen een einde gemaakt aan Cairhiens handel met de overzijde van de Woestenij, maar waren de Cairhienin die zich nog in de Woestenij waagden, spoorloos verdwenen. Verin beweerde dat het gerucht ging dat zij ‘als dieren waren verkocht’ in de landen achter de Woestenij, maar zelfs zij begreep niet hoe een man of vrouw kon worden verkocht.

‘Egwene,’ zei Elayne, ‘Je weet wie “Hij die komt met de dageraad” moet zijn, hè?’

Egwene staarde naar Nynaeves rug, die nog steeds een flink eind voor hen uit liep, en schudde het hoofd – Wil ze ons naar Jurene laten hardlopen? – en stond toen bijna stil. ‘Je bedoelt toch niet...?’ Elayne knikte, ik denk het wel. Ik weet niet veel van de Voorspellingen van de Draak, maar een paar regels ken ik. Eentje die ik me herinner gaat zo: “Op de hellingen van de Drakenberg zal hij worden geboren, geboren uit een vrouw, gebonden aan geen man.” Egwene, Rhand ziet eruit als een Aiel. Nou ja, hij lijkt ook op Tigraine, die ik van plaatjes ken, maar zij verdween vóór zijn geboorte, en ik mag toch nauwelijks aannemen dat ze zijn moeder was. Ik denk dat Rhands moeder een Speervrouwe was.’

Egwene was diep in gedachten terwijl ze zich verder haastten en ging in gedachten alles na wat ze wist over Rhands geboorte. Hij was opgevoed door Tham Altor nadat Kari Altor was gestorven, maar als Moiraine de waarheid verteld had, waren zij niet Rhands echte moeder en vader. Ze had soms de indruk gehad dat Nynaeve een of ander geheim rond Rhands geboorte kende. Maar ik durf te wedden dat ik bet er bij haar zelfs niet met een vork uit kan wrikken! Ze haalden Nynaeve in. Egwene bleef boos kijken terwijl ze nadacht. Nynaeve bleef strak vooruit kijken naar Jurene en dat schip. Elayne keek fronsend naar het stel, alsof het twee kinderen waren die sikkeneurig deden over het grootste stuk van de koek.

Na een tijdje in stilte gelopen te hebben, zei Elayne: ‘Dat heb je goed gedaan, Nynaeve. De Heling en zo. Ik geloof niet dat ze er één moment aan hebben getwijfeld dat je een Aes Sedai was. Of dat we dat allemaal waren, zoals jij je gedroeg.’

‘Je hebt goed werk gedaan,’ zei Egwene na een poosje. ‘Dat was de eerste keer dat ik echt heb kunnen zien wat er bij een Heling gebeurt. Daarmee vergeleken lijkt het maken van bliksems op het mengen van haverkoekmeel.’

Er verscheen een verraste glimlach op Nynaeves gezicht. ‘Dank je,’ mompelde ze, en trok toen eventjes aan Egwenes haar, zoals ze deed toen Egwene nog een klein meisje was.

Ik ben geen klein meisje meer. Het moment verdween even snel als het gekomen was en ze liepen weer zwijgend verder. Elayne zuchtte luid. Ze legden nog een span af, of iets meer. Het ging snel, hoewel ze soms door bosjes werden gedwongen van de rivier af te gaan. Nynaeve stond erop dat ze op een behoorlijke afstand van de bomen bleven. Egwene vond het een dwaas idee dat er nog meer Aiel in de bosjes verborgen zouden zijn, maar het omlopen voegde niet veel toe aan de afstand die ze moesten afleggen; geen enkel bosje was erg groot. Elayne hield een oogje op de bomen en zij was het die plotseling schreeuwde: ‘Kijk uit!’

Egwene draaide met een ruk haar hoofd om. Er kwamen mannen tussen de bomen vandaan, die met slingers boven hun hoofden wervelden. Ze reikte naar saidar, maar iets raakte haar hoofd en duisternis overspoelde haar.

Egwene voelde hoe ze zwaaide, voelde iets onder zich bewegen. Haar hoofd scheen niets dan pijn te bevatten. Ze probeerde een hand tegen haar slapen te houden, maar iets prikte in haar polsen en haar handen bewogen niet.

‘... beter dan hier de hele dag te liggen en op het donker te wachten,’ klonk de ruwe stem van een man. ‘Wie weet wanneer er een ander schip voorbijkomt? En ik vertrouw die boot niet. Hij lekt.’

‘Je mag hopen dat Adden je gelooft als je zegt dat je die ringen zag voordat je die beslissing nam,’ zei een andere man. ‘Hij wil een rijke lading, geen vrouwen, denk ik.’ De eerste man mompelde iets grofs over wat Adden kon doen met zijn lekke boot en met zijn lading. Haar ogen gingen open. Aan de rand van haar gezichtsveld dansten zilverkleurige vlekjes; ze dacht dat ze zou moeten overgeven op de grond die onder haar hoofd heen en weer zwaaide. Ze was vastgebonden op de rug van een paard; haar polsen en enkels waren aan elkaar gebonden met een touw dat onder de buik van het paard liep. Haar haren hingen naar beneden.

Er was nog steeds daglicht. Ze rekte haar hals uit om om zich heen te kijken. Ze was omringd door zoveel grof geklede mannen op paarden dat ze niet kon zien of Nynaeve en Elayne ook gevangen waren genomen. Sommigen droegen stukken wapenrusting – een gebutste helm, een gedeukte borstplaat of een wambuis met metalen ringetjes erop genaaid – maar de meesten droegen alleen maar jassen die in geen maanden waren schoongemaakt, of helemaal nooit. Aan de stank te merken, hadden de mannen zichzelf ook in geen maanden gewassen. Ze droegen allemaal zwaarden, om hun middel of op hun rug. Woede overviel haar, en angst, maar vooral withete woede. Ik wil geen gevangene zijn. Ik wil niet geketend worden. Nee! Ze reikte naar saidar en door de pijn leek het of de bovenkant van haar hoofd eraf vloog; ze kon een kreun nauwelijks onderdrukken.

1 ... 112 113 114 115 116 117 118 119 120 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)