De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
‘Moiraine zegt dat het de Hoorn is,’ zei Rhand. Thoms vrolijkheid was ineens verdwenen. ‘Zegt ze dat? Ik dacht dat je me had verteld dat ze niet bij je was.’
‘Dat is ze niet, Thom. Ik heb haar sinds mijn vertrek uit Fal Dara niet meer gezien, en daarvoor heeft ze een maand lang alles bij elkaar niet meer dan twee woorden tegen me gezegd.’ Hij kon de verbittering niet uit zijn stem houden. En toen ze wel tegen me praatte, bad ik liever dat ze me bleef negeren. Ik zal nooit meer naar haar pijpen dansen, het Licht verzenge haar en iedere andere Aes Sedai. Nee. Egwene niet. Nynaeve niet. Hij merkte dat Thom hem nauwlettend gadesloeg. ‘Ze is hier niet, Thom. Ik weet niet waar ze is, en het kan me niet schelen.’
‘Nou, je bent tenminste verstandig genoeg om het geheim te houden. Als je dat niet had gedaan, dan had heel Voorpoort het nu geweten en zou half Cairhien op je loeren om hem af te pakken. De halve wereld.’
‘O, we hebben het geheim gehouden, Thom. En ik moet hem terugbrengen naar Fal Dara zonder dat Duistervrienden of anderen hem van me stelen. Dat is toch een goed verhaal voor jou, hè? Ik kan een vriend die de wereld kent, best gebruiken. Jij bent overal geweest; jij weet dingen die ik me niet eens voor kan stellen. Loial en Hurin weten meer dan ik, maar we waden alle drie door diep water.’
‘Hurin...? Nee, vertel me nu niets. Ik wil het niet weten.’ De speelman duwde zijn stoel achteruit, liep naar het venster en staarde naar buiten. ‘De Hoorn van Valere. Dat betekent dat de Laatste Slag eraan komt. Zullen ze het merken? Heb je gezien hoe de mensen daarbuiten op straat aan het lachen zijn? Als er een week lang geen enkel graanschip binnenloopt, zal het lachen hun wel vergaan. Galdrian zal denken dat het allemaal Aielmensen zijn geworden. De hele adel speelt het Spel der Huizen; ze maken plannetjes om dicht bij de koning te komen, bedenken listen om meer macht te verkrijgen dan de koning, zweren samen om Galdrian omver te werpen en zélf de volgende koning te worden. Of koningin. Zij zullen denken dat Tarmon Gai’don gewoon een zet in het Spel is.’ Hij wendde zich van het venster af. ‘Ik neem aan dat je het niet hebt over een simpel ritje naar Shienar om de Hoorn over te dragen aan... aan wie? Aan de koning? Waarom Shienar? Alle legenden verbinden de Hoorn met Illian.’ Rhand keek naar Loial. Zijn oren zakten steeds lager. ‘Shienar. Omdat ik weet aan wie ik hem daar kan geven. En er zitten Trolloks en Duistervrienden achter ons aan.’
‘Waarom verbaast me dat niet? Nee, ik mag dan een oude zot zijn, maar ik wil het op mijn eigen manier zijn. Neem jij de roem maar, jongen.’
‘Thom...’
‘Nee!’
Er hing een stilte die alleen werd verbroken door het gekraak van het bed toen Loial bewoog. Ten slotte zei Rhand: ‘Loial, vind je het erg mij en Thom een poosje alleen te laten? Alsjeblieft?’ Loial keek verbaasd – de toefjes op zijn oren spitsten zich bijna – maar hij knikte en stond op. ‘Dat dobbelspel in de gelagkamer zag er interessant uit. Misschien laten ze me hier wel meespelen.’ Thom keek Rhand argwanend aan terwijl de deur zich achter de Ogier sloot. Rhand aarzelde. Er waren dingen die hij moest weten, dingen die Thom volgens hem zeker zou weten. De speelman had eens laten blijken heel veel af te weten van een verrassend aantal zaken, maar hij wist niet hoe hij het moest vragen. ‘Thom,’ zei hij ten slotte, ‘bestaan er boeken waar de Karaethon reeks in staat?’ Hij vond het gemakkelijker deze titel te gebruiken dan de Voorspellingen van de Draak. ‘In de grote librijen,’ zei Thom langzaam. ‘In een heleboel vertalingen, en zelfs hier en daar in de Oude Spraak.’ Rhand wilde vragen of er een manier bestond er een in handen te krijgen, maar de speelman ging door. ‘De Oude Spraak heeft muziek, maar zelfs onder de adel zijn er tegenwoordig maar weinigen met genoeg geduld om ernaar te luisteren. Iedereen denkt dat de edelen de Oude Spraak nog beheersen, maar de meesten leren er net genoeg van om indruk te maken op de mensen die hem niet kennen. Vertalingen hebben niet
dezelfde klank, tenzij ze in de Hoge Zang staan en soms verandert dat de betekenis nog meer dan de meeste vertalingen. Er staat een vers in de Reeks, maar je kunt het niet letterlijk vertalen zonder iets van de schoonheid te verliezen. Het gaat zo:
‘Tweemaal en tweemaal wordt hij getekend. Tweemaal voor leven, tweemaal voor sterven Eenmaal de reiger om zijn pad te bepalen Tweemaal de reiger om hem te erkennen Eenmaal de Draak, als herinnering aan weleer Tweemaal de Draak, als de prijs van wederkeer.’
Hij stak zijn hand uit en raakte de reigers aan die op Rhands hoge kraag geborduurd waren.
Heel even kon Rhand hem alleen maar met open mond aangapen en toen hij weer iets kon zeggen, klonk zijn stem onvast. ‘Met het zwaard mee zijn het er vijf. Gevest, schede en kling.’ Hij legde zijn hand plat op de tafel om het brandmerk in zijn palm te verbergen. Voor het eerst sinds Selenes balsem de wond had genezen, kon hij het voelen. Het deed geen pijn, maar hij voelde dat het er zat. ‘Dat is waar.’ Thom lachte blaffend. ‘Ik denk opeens aan een ander vers.’
‘Tweemaal daagt de dageraad
en tweemaal vloeit die dag zijn bloed.
Eenmaal voor rouw, eenmaal voor leven.
Rood en zwart, bevlekt
het Drakenbloed Shayol Ghul.
In de Krocht des Doems vloeit zijn bloed
en bevrijdt ons van de Schaduw.’
Rhand schudde ontkennend zijn hoofd maar Thom leek het niet te merken, ik zie niet in hoe het tweemaal op een dag ochtend kan worden, maar ja, heel veel stukken lijken wartaal. De Steen van Tyr zal nooit vallen tot de Herrezen Draak Callandor verheft, maar het Zwaard dat niet kan worden aangeraakt, bevindt zich midden in de Steen, dus hoe kan hij dat dan in handen hebben, hè? Nou ja, hoe dan ook, ik vermoed dat de Aes Sedai de gebeurtenissen zo nauwkeurig mogelijk bij de Voorspellingen willen laten passen. De dood
ergens in de Verwoeste Landen zou een hoge prijs betekenen voor de vervulling.’
Met een enorme inspanning wist Rhand zijn stem kalm te laten klinken, maar het lukte hem. ‘Er is geen Aes Sedai die mij gaat gebruiken. Ik heb het je al gezegd; Moiraine heb ik voor het laatst in Shienar gesproken. Ze zei dat ik overal heen mocht gaan en ik ben vertrokken.’
‘En er is momenteel geen Aes Sedai bij je? Niemand?’
‘Niet een.’
Thom streek met zijn knokkels langs zijn witte hangsnor. Hij scheen tevreden en tegelijkertijd verbaasd. ‘Waarom vraag je me dan naar de Voorspellingen? En waarom stuur je dan de Ogier weg?’ ik... wilde hem niet van streek brengen. Hij is al zenuwachtig genoeg vanwege de Hoorn. En daar wilde ik je naar vragen. Wordt de Hoorn genoemd in de... de Voorspellingen?’ Nog steeds kon hij het niet over zijn lippen krijgen. ‘Al die valse Draken en nu is de Hoorn gevonden en zo. Iedereen neemt aan dat de Hoorn van Valere de dode helden zal oproepen voor de Laatste Slag tegen de Duistere en men veronderstelt dat de... de Herrezen Draak... de Duistere in de Laatste Slag zal bevechten. Het leek me heel gewoon ernaar te vragen.’ ik veronderstel van wel. Er zijn maar weinig mensen die weten dat de Herrezen Draak de Laatste Slag zal strijden, en zij die dat wel weten, denken dat hij zij aan zij met de Heer van de Nacht strijdt. Maar weinig mensen lezen de Voorspellingen om het uit te zoeken. Wat zei je ook alweer over de Hoorn? Wordt verondersteld?’
‘Ik heb hier en daar na ons afscheid wat geleerd, Thom. Ze zullen voor iedereen komen die de Hoorn steekt. Zelfs voor een Duistervriend.’ De borstelige wenkbrauwen rezen haast tot Thoms haren. ‘Kijk, dat wist ik nou niet. Je hebt inderdaad wat geleerd.’
‘Het betekent niet dat ik me door de Witte Toren als valse Draak zal laten gebruiken. Ik wil niets te maken hebben met Aes Sedai, valse Draken, de Ene Kracht of...’ Rhand slikte zijn woorden in. ]e wordt waanzinnig en begint van alles uit te kramen. Stommerik! ‘Een tijdlang heb ik gedacht, jongen, dat Moiraine jóü zocht en ik heb zelfs gedacht dat ik wist waarom. Weet je, geen enkele man verkiest uit zichzelf de Kracht te geleiden. Zoiets overkomt hem als een ziekte. Je kunt een man niet de schuld geven als hij ziek wordt, zelfs niet als jijzelf er óók door gedood kan worden.’