Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 111 112 113 114 115 116 117 118 119 ... 203
Перейти на страницу:

‘Als ze ons eenmaal naar buiten hebben gedreven,’ zei Loial, ‘hoeven ze zich over toeschouwers geen zorgen te maken.’ Rhand gebaarde naar de muren rond de heuvel. ‘Die moeten een Trollok tegen kunnen houden. Het moet een landhuis zijn. Misschien laten ze ons binnen. Een Ogier en een buitenlandse heer? Vroeg of laat moet deze jas toch ergens goed voor zijn.’ Hij keek achter zich de straat in. Er waren nog geen Trolloks te zien, maar hij trok Loial toch de hoek om, uit het zicht.

‘Ik denk dat dat het gildehuis van de Vuurwerkers is, Rhand. De Vuurwerkers bewaken hun geheimen heel streng. Ik denk dat ze daar Galdrian zelfs niet binnenlaten.’

‘In wat voor problemen hebben jullie je nu weer gewerkt?’ zei een bekende vrouwenstem. Er hing opeens een kruidige geur in de lucht. Rhand staarde. Selene kwam de hoek om waar zij net vandaan waren gekomen. Haar witte mantel lichtte op in de grijze schemer. ‘Hoe ben je hier gekomen? Wat doe je hier? Je moet hier meteen weg. Hollen! Er zitten Trolloks achter ons aan.’

‘Dat heb ik gezien.’ Haar stem was droog, maar ook koel en beheerst. ‘Ik was je aan het zoeken en ik vind je hier, terwijl je toestaat dat Trolloks jullie als een kudde schapen opdrijven. Kan de man die de Hoorn van Valere bezit, zich dit laten welgevallen?’

‘Die heb ik niet bij me,’ snauwde hij. ‘En ik snap niet hoe die zou kunnen helpen als ik hem wel bij me had. De dode helden worden niet verondersteld terug te komen om mij van Trolloks te redden. Selene, je moet ervandoor. Nu!’ Hij tuurde rond de straathoek. Op niet meer dan honderd pas afstand stak een Trollok zijn gehoornde kop voorzichtig de straat in om de lucht op te snuiven. Een grote schaduw naast hem duidde op een tweede Trollok en hij zag ook kleinere schaduwen. Duistervrienden.

‘Te laat,’ mompelde Rhand. Hij verschoof het fluitkistje om zijn mantel af te doen en om haar heen te slaan. Die was te lang voor haar; haar hele mantel werd er door bedekt en hij sleepte over de grond. ‘Je zult hem moeten ophouden als we wegrennen,’ vertelde hij haar. ‘Loial, als ze ons niet binnenlaten, zullen we een manier moeten vinden om naar binnen te sluipen.’

‘Maar Rhand...’

‘Wil je liever op de Trolloks wachten?’ Hij gaf Loial een duw en greep de hand van Selene en zette het op een hollen. ‘Zoek het beste pad zodat we onze nek niet zullen breken, Loial.’

‘Je zenuwen worden je de baas,’ zei Selene. Ze leek Loial in het schemerende licht gemakkelijker te kunnen volgen dan Rhand. ‘Zoek de Eenheid en blijf kalm. Iemand die groot kan zijn, moet altijd rustig blijven.’

‘De Trolloks kunnen je horen,’ zei hij tegen haar. ‘Ik wil geen grootsheid.’ Hij meende een geërgerd gegrom van haar op te vangen. De stenen rolden soms onder hun voeten weg, maar het pad over de heuvels was ondanks de schemerige schaduwen niet moeilijk. Al heel lang geleden waren de bomen en zelfs de struiken op deze heuvel gerooid voor brandhout. Er groeide niets dan kniehoog gras, dat zachtjes rond hun benen ritselde. Een zachte nachtwind stak op. Rhand maakte zich zorgen dat die hun geur naar de Trolloks zou voeren. Loial bleef bij de muur staan. Die was tweemaal zo hoog als hij en de stenen waren afgewerkt met wit pleisterwerk. Rhand tuurde achter hen naar Voorpoort. Lichtbanen van verlichte vensters vielen als spaken van een wiel uit de stadsmuren. ‘Loial,’ zei hij zachtjes, ‘kun jij ze zien? Volgen ze ons?’ De Ogier keek in de richting van Voorpoort en knikte ongemakkelijk. ‘Ik zie maar een paar Trolloks, maar ze komen deze kant uit. Ze hollen. Rhand, ik denk eigenlijk met...’

Selene onderbrak hem. ‘Als hij naar binnen wil, alantin, heeft hij een deur nodig. Zoals die daar.’ Ze wees op een donkere vlek even verderop in de muur. Zelfs toen ze het zei, wist Rhand niet eens of er een deur zat, maar toen ze erheen liep en ertegen duwde, ging die open.

‘Rhand,’ begon Loial weer.

Rhand duwde hem naar de poort. ‘Later, Loial. Zachtjes. We gaan ons verstoppen, weet je nog?’ Hij werkte hen naar binnen en sloot de poort achter hen. Er waren beugels voor een sluitbalk, maar er was geen balk te zien. Die zou ook niemand tegenhouden, maar misschien zouden de Trolloks aarzelen om naar binnen te gaan. Ze stonden in een steeg die tussen twee lange vensterloze gebouwen de heuvel opleidde. Eerst dacht hij dat die ook van steen waren, maar toen besefte hij dat het witgepleisterd hout was. Het was nu zo donker dat het van de muren terugkaatsende maanlicht ze licht deed lijken.

‘We kunnen beter gevangen worden genomen door Vuurwerkers dan door Trolloks,’ mompelde hij en stapte de omhoog lopende steeg in. ‘Maar dat wil ik je nou net de hele tijd al vertellen,’ protesteerde Loial. ‘Ik heb gehoord dat de Vuurwerkers indringers ombrengen.

Ze beschermen hun geheimen hardhandig en snel, Rhand.’ Rhand bleef stokstijf staan en staarde naar de poort achter hen. Daarbuiten waren nog steeds Trolloks. Zelfs in het ergste geval konden ze toch beter met mensen dan met Trolloks te maken hebben. Misschien kon hij de Vuurwerkers ompraten om hen te laten gaan. Trolloks luisterden niet voor ze je doodden. ‘Het spijt me dat ik je hierbij heb betrokken, Selene.’

‘Gevaar voegt er zeker iets aan toe,’ zei ze zachtjes. ‘En tot dusver pak je het goed aan. Zullen we eens kijken wat we tegenkomen?’ Ze schoof langs hem de steeg in. Rhand volgde; haar geur vulde zijn neusgaten.

Boven op de heuvel kwam de steeg uit op een groot leeg plein van aangestampte klei, net zo licht als het pleisterwerk en bijna geheel omringd door nog meer witte, vensterloze gebouwen met daartussen de schaduwen van smalle steegjes. Rechts van Rhand stond een gebouw met vensters waaruit licht op de lichte klei viel. Hij trok zich terug in de schaduw van de steeg toen er een man en een vrouw verschenen en langzaam het open stuk op wandelden. Hun kleren waren zeker niet Cairhiens. De man droeg een kniebroek die even wijd uitbolde als zijn hemdsmouwen. Beide waren zachtgeel, met borduurwerk op de broekspijpen en de borst van zijn hemd. Het lijfje van haar bleekgroene gewaad was fraai bewerkt en haar haren waren gekapt in heel veel korte vlechten. ‘Dus alles is klaar, zeg je?’ wilde de vrouw weten. ‘Weet je het zeker, Tammuz? Alles?’

De man spreidde zijn handen. ‘Je loopt altijd al mijn werk na, Aludra. Alles is gereed. Het vuurfeest zou op dit moment al kunnen worden gegeven.’

‘Zijn de poorten en deuren allemaal afgesloten? Alle...’ Haar stem stierf weg toen ze naar de andere kant van het verlichte gebouw liepen.

Rhand bekeek het open plein en herkende er bijna niets. In het midden stonden op grote houten voeten verscheidene rechtopstaande buizen, elk bijna even lang als hij en een voet of meer dik. Uit iedere buis liep een donker gekronkeld koord over de grond naar de overzijde, waar een lage muur was van ongeveer drie pas lang. Rond het plein stond een wirwar van houten rekken met bakken en buizen, gevorkte stokken en tientallen andere zaken.

Het enige vuurwerk dat hij ooit had gezien, kon je in de hand houden en dat was het enige dat hij wist. Het sprong met een enorme knal uit elkaar of gierde met vonkenregens over de grond en heel soms schoot er iets hoog de lucht in. De dingen gingen altijd vergezeld van de waarschuwingen van Vuurwerkers dat ze uit elkaar sprongen als je er een openmaakte. In ieder geval was vuurwerk te kostbaar voor de dorpsraad om ze aan een ondeskundige te geven. Hij kon zich nog goed de keer herinneren dat Mart er een had opengepeuterd. Een week lang had alleen Marts moeder het hoognodige tegen hem willen zeggen. Rhand herkende aan die uitstalling voor hem alleen de koorden. De lonten. Hij wist dat je die eerst aan moest steken.

Met een blik over zijn schouder naar de niet-afgesloten poort gebaarde hij de anderen hem te volgen en liep om de buizen heen. Als ze een plek moesten zoeken om zich te verbergen, wilde hij zo ver mogelijk bij die poort vandaan zijn.

1 ... 111 112 113 114 115 116 117 118 119 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)