De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
Het betekende dat ze zich een weg tussen de rekken moesten zoeken en Rhand hield iedere keer zijn adem in als hij langs een rek streek. De dingen erin bewogen bij de lichtste aanraking. Hij hoefde ze maar eventjes aan te raken of er klonk gerammel. Ze leken allemaal van hout te zijn gemaakt, zonder één stukje metaal. Hij kon zich de herrie voorstellen als er een werd omgestoten. Hij liet zijn ogen behoedzaam over de hoge buizen glijden en dacht terug aan de knal die zo’n buisje van een vinger lang maakte. Als dit vuurwerk was, wilde hij niet in de buurt zijn.
Loial bleef maar in zichzelf mompelen, vooral als hij tegen een rek stootte, waarna hij zo snel terugweek dat hij tegen een ander rek aanliep. De Ogier sloop verder in een wolk van gerammel en gemompel.
Selene maakte hem net zo zenuwachtig. Ze schreed er net zo achteloos tussendoor alsof ze op een markt liep. Ze stootte nergens tegenaan, maakte geen enkel geluid maar deed ook geen enkele poging haar mantel dicht te houden. Het wit van haar gewaad leek witter dan alle muren samen. Hij gluurde naar de verlichte vensters en verwachtte dat er iemand zou verschijnen. Er hoefde er maar één te komen en Selene zou zeker worden gezien, waarna het alarm zou opklinken.
De vensters bleven echter leeg. Rhand slaakte net een zucht van opluchting, terwijl ze op een lage muur toeliepen – en op de stegen en gebouwen erachter – toen Loial een rek vlak naast het muurtje aanstootte. Er stonden tien stokken in die er slap uitzagen en even lang waren als Rhands arm. Rook kringelde ijl op uit de punten. Er was amper iets te horen toen het rek omviel, maar de smeulende stokken vielen op een lont. Met een knetterend gesis sprong de lont aan en de vlam snelde naar een van de lange buizen.
Rhand keek even met grote ogen toe en probeerde toen fluisterend te schreeuwen: ‘Achter de muur!’
Selene maakte een boos geluidje toen hij haar achter de muur op de grond trok, maar daar trok hij zich weinig van aan. Hij probeerde haar met zijn lichaam te beschermen toen Loial naast hen neerplofte. Hij lag te wachten tot de buis zou ontploffen en vroeg zich af of er iets van de muur zou blijven staan. Er klonk een doffe klap die hij zowel hoorde als in de grond onder zich voelde. Behoedzaam duwde hij zich zo ver van Selene op dat hij over de rand kon turen. Ze gaf hem een harde por in zijn ribben en kronkelde zich onder hem uit met een vloek in een taal die hij niet kende, maar hij sloeg er geen acht op.
Een pluimpje rook dreef uit een van de buizen omhoog. Dat was alles. Hij schudde verwonderd het hoofd. Als dat nou alles is... Met een donderende klap bloeide hoog aan de nu donkere hemel een enorme roodwitte bloem open die met trage vonken begon weg te drijven.
Terwijl hij er met grote ogen naar lag te kijken, barstte er lawaai los in het verlichte gebouw. Roepende mannen en vrouwen vulden de venstergaten, kijkend en wijzend.
Rhand wierp een verlangende blik naar de donkere steeg die slechts een tiental stappen verder lag. Maar de eerste stap zou in het volle zicht zijn van de mensen in de vensters. In het gebouw waren roffelende voeten hoorbaar.
Hij drukte Loial en Selene terug tegen de muur en hoopte dat ze er net zo uitzagen als de andere schaduwen. ‘Hou je stil,’ fluisterde hij. ‘Het is onze enige hoop.’
‘Soms,’ zei Selene kalm, ‘kan niemand je zien als je heel stil blijft.’ Ze klonk allerminst bezorgd.
Laarzen stampten heen en weer aan de andere kant van de muur en stemmen verhieven zich boos. Vooral die ene die Rhand herkende als Aludra.
‘Grote opschepper! Tammuz, jij, ja! Stom varken! Je moeder was een geit, Tammuz! Jij bent nog eens onze dood! Van ons allemaal!’
‘Je kunt mij niet de schuld geven, Aludra,’ stribbelde de man tegen, ik weet zeker dat ik alles heb geplaatst waar het hoort en de tondeldozen waren echt...’
‘Zeg maar niks meer, Tammuz! Zo’n groot varken hoort niet als een mens te praten!’ De stem van Aludra veranderde bij een vraag van iemand anders. ‘Er is geen tijd meer om een ander klaar te maken. Galdrian moet voor vannacht maar tevreden zijn met de rest! En met dat vroege vuurwerk. Jij, Tammuz! Zet alles weer goed neer en morgen ga je met de karren mee om mest te kopen. Als er vannacht nog meer fout gaat, vertrouw ik je zelfs de mest niet meer toe.’ De voetstappen en het begeleidend gemopper van Aludra stierven langzaam weg in de richting van het gebouw. Tammuz bleef achter, zachtjes mopperend hoe oneerlijk dit allemaal was. Rhand hield zijn adem in toen de man naar hen toe liep om het omgevallen rek weer overeind te zetten. Vanuit de schaduw naast de muur kon hij de rug en schouders van Tammuz zien. De man hoefde slechts om te kijken om Rhand en de anderen te zien. Nog steeds klagerig in zichzelf pratend zette hij de smeulende stokken weer rechtop en beende toen terug naar het gebouw waar de anderen heen waren gegaan.
Rhand liet zijn adem ontsnappen en keek kort naar de verdwijnende man, waarna hij zich weer in de schaduw terugtrok. Nog steeds stonden er enkele mensen bij de vensters te kijken. ‘Op nog meer geluk mogen we vanavond niet hopen,’ fluisterde hij. ‘Men zegt dat grote mannen hun eigen geluk afdwingen,’ zei Selene zachtjes.
‘Wil je daarmee ophouden,’ maakte hij haar vermoeid duidelijk. Hij wilde maar dat zijn hoofd niet zo vol was van haar geur, waardoor hij niet goed kon nadenken. Hij herinnerde zich nog hoe haar lichaam voelde toen hij haar omlaag trok – zacht en toch stevig – en dat hielp ook allerminst.
‘Rhand?’ Loial gluurde rond het andere eind van de muur naar de andere kant van het plein, ik denk dat we nog meer geluk nodig hebben.’
Rhand schoof opzij om over Loials schouders te kijken. Aan de andere kant van de open plek, in de steeg die naar de niet-afgesloten poort leidde, gluurden drie Trolloks behoedzaam vanuit de schaduwen naar de verlichte ramen. Er stond een vrouw achter een raam; ze leek de Trolloks niet te zien.
‘Tja,’ zei Selene kalm. ‘Dit betekent een val. Deze mensen zullen je misschien doden als ze je pakken. De Trolloks zullen het zeker doen. Maar misschien kun je de Trolloks zo snel verslaan dat er geen opwinding ontstaat. Misschien kun je de mensen tegenhouden die je willen doden om hun kleine geheimpjes te bewaren. Misschien wil je niet groot zijn, maar alleen een groot man zal dit lukken.’
‘Daarom hoef je het nog niet zo opgewekt te zeggen,’ zei Rhand. Hij probeerde niet langer aan haar geur te denken of aan hoe ze voelde, en de leegte omringde hem bijna. Hij schudde die af. De Trolloks leken hen nog niet te hebben gezien, nog niet. Hij schoof terug en staarde naar de nabije donkere steeg. Als ze erheen zouden hollen, zouden de Trolloks hen zeker zien, evenals de vrouw in het venster. Het was de vraag wie hen het eerst zou pakken: de Trolloks of de Vuurwerkers.
‘Jouw grootsheid zal mij gelukkig maken.’ Ondanks haar woorden klonk Selene boos. ‘Misschien zou ik je in de steek moeten laten om je ditmaal zelf een uitweg te laten zoeken. Als je grootsheid afwijst als die binnen je bereik ligt, verdien je het te sterven.’ Rhand weigerde haar aan te kijken. ‘Loial, kun jij zien of er in die steeg nog een poort is?’
De Ogier schudde zijn hoofd. ‘Het is hier te licht en daar te donker. Als ik in de steeg was, ja dan wel.’
Rhand voelde aan het gevest van zijn zwaard. ‘Neem Selene mee. Zodra je een deur ziet – als je er een ziet – roep je me en dan kom ik jullie achterna. Als er aan de andere kant geen poort is, zul je haar moeten optillen, zodat ze bij de bovenkant van de muur kan om eroverheen te klimmen.’
‘In orde, Rhand.’ Loial klonk bezorgd. ‘Maar als we gaan lopen, zullen die Trolloks achter ons aankomen. Hun maakt het niet uit wie staat te kijken. Zelfs als er een poort is, zullen ze ons vlak op de hielen zitten.’
‘Laat de zorg voor de Trolloks maar aan mij over.’ Drie stuks. Met de leegte zou ik het kunnen. De gedachte aan saidin deed hem anders besluiten. Er waren te veel vreemde dingen gebeurd als hij de mannelijke helft van de Ware Bron te dichtbij liet komen, ik volg jullie zodra ik kan. Lopen.’ Hij draaide zich om en loerde langs de muur naar de Trolloks.