Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 104 105 106 107 108 109 110 111 112 ... 203
Перейти на страницу:

‘Natuurlijk, mijn heer Rhand.’ Sandair maakte een buiging. ‘Enne... de herberg?’

‘Ik zal het u laten weten wanneer we er een hebben gevonden.’ Rhand draaide Rood bij en wachtte toen. Het briefje van Selene ritselde in zijn zak. ‘Ik moet een jonge vrouw uit Cairhien zien te vinden. Vrouwe Selene. Ze is van mijn leeftijd en zeer schoon. Haar Huis ken ik niet.’

Sandair en Tavolin keken elkaar aan en toen zei Sandair: ik zal navraag doen, mijn heer. Misschien kan ik u meer vertellen als u morgen langskomt.’

Rhand knikte en ging Loial en Hurin voor de stad in. Ze trokken weinig aandacht, hoewel er maar weinig ruiters waren. Zelfs Loial trok weinig aandacht. De mensen leken zich bijna nadrukkelijk alleen met hun eigen zaken bezig te houden.

‘Zullen ze het verkeerd opvatten,’ vroeg Rhand aan Hurin, ‘dat ik naar Selene vroeg?’

‘Wie kan zoiets bij Cairhienin zeggen, heer Rhand? Ze nemen aan dat alles met Daes Dae’mar te maken heeft.’

Rhand haalde zijn schouders op. Hij had het gevoel dat de mensen naar hem keken. Hij kon haast niet wachten om weer een goede, eenvoudige mantel te dragen en op te houden met te lijken op iemand die hij niet was.

Hurin kende verschillende herbergen in de stad, hoewel hij het grootste deel van zijn verblijf in Cairhien in Voorpoort had doorgebracht. De snuiver bracht hen naar een herberg die De Verdediger van de Drakenmuur heette. Het uithangbord toonde een gekroonde man met zijn voet op de borst van een andere man en zijn zwaardpunt op diens keel. De liggende kerel had rood haar. Een stalknecht kwam hun paarden overnemen en elke keer wanneer hij dacht dat ze niet op hem letten, wierp hij schichtige blikken op Rhand en Loial. Rhand dwong zichzelf niet langer te fantaseren. Niet iedereen in de stad zou dat Spel van hen spelen. En als ze dat wel deden, nou, hij deed er niet aan mee.

De gelagkamer was netjes en de tafeltjes stonden er even recht als de straten liepen. De weinige mensen die binnen waren, keken even naar de nieuwe gasten en toen meteen weer naar hun wijn. Rhand had echter het gevoel dat ze nog steeds zaten te kijken en te luisteren. In een grote haard brandde een klein houtvuur, hoewel het buiten snel warmer werd.

De herbergier was een plompe, onderdanige man met één groene streep in zijn donkergrijze jas. Hij schrok op toen hij het groepje voor het eerst zag en dat verbaasde Rhand niets. Loial had de kist in de gestreepte deken in zijn armen en moest bukken bij de deur. Hurin droeg alle zadeltassen en pakken, en zijn eigen rode jas vormde een scherpe tegenstelling met de sombere kleren die de mensen aan de tafeltjes droegen.

De herbergier bekeek Rhands jas en zwaard en zijn vettige glimlach kwam terug. Hij boog en wreef zijn gladde handen. ‘Vergeef me, mijn heer. Het was enkel dat ik een ogenblik dacht dat... Vergeef me. Mijn hersens zijn niet meer wat ze waren. U wilt kamers, mijn heer?’ Hij voegde er een tweede, minder diepe buiging voor Loial aan toe. ‘Ik heet Cuaal, mijn heer.’

Hij denkt dat ik een Aielman ben, dacht Rhand zuur. Hij wilde dat hij uit Cairhien weg was. Maar het was de enige plek waar Ingtar hen kon vinden. En Selene had gezegd dat ze in Cairhien op hem zou wachten.

Het duurde even voor hun kamers klaar waren, legde Cuaal met te veel glimlachjes en buiginkjes uit, omdat voor Loial een bed bijgeplaatst moest worden. Rhand wilde eigenlijk best een kamer delen, maar na een ontzette blik van de herbergier en op aandringen van Hurin – ‘We moeten die Cairhienin laten zien dat wij weten wat volgens hen gepast is, heer Rhand’ – eindigden ze met twee kamers. Een voor hem alleen, verbonden door een tussendeur met de kamer van Hurin en Loial.

De kamers waren vrijwel hetzelfde, behalve dat hun kamer twee bedden had, een op maat voor de Ogier, terwijl in Rhands kamer slechts één bed stond. Dat was haast net zo groot als de andere twee samen, met massieve vierkante stijlen die bijna tot het plafond reikten. Zijn zachte stoel met de hoge rug en de wastafel waren eveneens vierkant en massief, en de kleerkast tegen de zijmuur toonde zulk zwaar en strak houtsnijwerk dat het leek of het ding op het punt stond op hem neer te tuimelen. De twee ramen naast zijn bed keken uit op de straat, twee verdiepingen lager.

Zodra de herbergier wegging, opende Rhand de tussendeur en liet Loial en Hurin binnen. ‘Deze plek vreet aan me,’ zei hij tegen hen. ‘De mensen kijken je aan alsof ze denken dat je iets van plan bent. Ik ga zeker terug naar Voorpoort, waar ik tenminste leuk kan wandelen en waar de mensen in ieder geval lachen. Wie van jullie wil als eerste de Hoorn bewaken?’

‘Ik blijf,’ zei Loial snel. ‘Ik zou graag een kans krijgen weer wat te lezen. Dat ik geen enkele Ogier heb gezien, wil niet zeggen dat er geen steenwerkers uit stedding Tsofu zijn. Die ligt hier niet zo ver vandaan’

‘Ik zou denken dat je ze graag wilt opzoeken.’

‘Eh... nee, Rhand. Ze stelden de laatste keer zoveel vragen waarom ik alleen buiten was. Als ze bericht hebben gekregen van stedding Shangtai... Nou, ik ga hier gewoon rustig zitten lezen, denk ik.’ Rhand schudde het hoofd. Hij vergat vaak dat Loial feitelijk van huis was weggelopen om wat van de wereld te zien. ‘Hoe staat het met jou, Hurin? Ze maken muziek in Voorpoort, en daar lachen de mensen. Ik wed dat daar niemand Daes Dae’mar speelt.’

‘Daar zou ik niet zo zeker van zijn, heer Rhand. Hoe dan ook, dank u voor de uitnodiging, maar ik denk van niet. In Voorpoort wordt zoveel gevochten – en ook gemoord – dat het er stinkt, als u begrijpt wat ik bedoel. Ze zullen het daar een heer natuurlijk niet gauw lastig maken, want de soldaten zouden ze meteen in de kraag grijpen. Maar als het u niet ontrieft, zou ik graag gewoon in de gelagkamer wat willen drinken.’

‘Hurin, je hebt mijn toestemming niet nodig, nergens voor. Dat weet je.’

‘Wat u zegt, mijn heer.’ De snuiver maakte een buiging die net geen buiging was.

Rhand haalde diep adem. Als ze niet gauw uit Cairhien weggingen, zou Hurin om de haverklap staan buigen en de knokkels tegen zijn voorhoofd drukken. En als Mart en Perijn dat zagen, zouden ze hem voortdurend uitlachen. ‘Ik hoop maar dat Ingtar nergens door wordt opgehouden. Als hij niet gauw komt, zullen we de Hoorn zelf naar Fal Dara moeten brengen.’ Hij voelde in zijn jas naar Selenes briefje. ‘Dat zullen we wel moeten. Loial, ik kom bijtijds terug, zodat jij nog iets van de stad kunt zien.’

‘Ik zou die kwade kans liever niet willen lopen,’ zei Loial. Hurin vergezelde Rhand naar beneden. Zodra ze de gelagkamer inkwamen, boog Cuaal voor Rhand en hield hem een dienblad voor waarop drie opgevouwen en verzegelde perkamenten lagen. Rhand pakte ze op, aangezien dat de bedoeling van de herbergier leek te zijn. Ze waren van een fijn soort perkament, het voelde zacht en glad aan. Duur.

‘Wat zijn dit?’ vroeg hij.

Cuaal maakte weer een buiging. ‘Uitnodigingen natuurlijk, mijn heer. Van drie adellijke Huizen.’ Buigend schuifelde hij achteruit. ‘Wie stuurt mij nou een uitnodiging?’ Rhand bekeek ze van alle kanten. Niemand aan de tafeltjes keek op, maar hij had het gevoel dat ze toch zaten te loeren. Hij herkende geen van de zegels. De maansikkel met sterren van Selene zat er niet bij. ‘Wie zou er nu weten dat ik hier ben?’

‘Zo langzamerhand iedereen, heer Rhand,’ zei Hurin zachtjes. Hij leek de spiedende ogen ook te voelen. ‘De wachten bij de poort zullen hun mond niet houden over een buitenlandse heer die naar Cairhien is gekomen. De stalknecht, de herbergier... iedereen vertelt wat hij weet waar het hem het meest oplevert, heer.’ Met een grimmige grijns liep Rhand in twee stappen naar het vuur en slingerde de uitnodigingen erin. Ze vatten onmiddellijk vlam. ‘Ik doe niet mee aan Daes Dae’mar,’ zei hij zo hard dat iedereen het kon horen. Zelfs Cuaal keek niet naar hem. ‘Ik heb met jullie Grote Spel niets te maken. Ik ben hier alleen om op enkele vrienden te wachten.’ Hurin greep hem bij zijn arm. ‘Alstublieft, heer Rhand.’ Zijn stem klonk ondanks het gefluister dringend. ‘Doet u dat alstublieft niet nog eens.’

1 ... 104 105 106 107 108 109 110 111 112 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)