Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
Onwillekeurig schrok Merana verward. De ogen van de andere vrouw beloofden de beulsbijl en het blok. ‘Wat voor vuiligheid? Ik weet niet waar je het over hebt.’
De beschuldigende blik raakte Annoura zo hard dat ze bijna van het bed gleed. ‘De Aiel-oorlog?’ verzuchtte ze terwijl ze weer goed schoof. ‘De jaren erna heb ik slechts pogingen gedaan om het zogenaamde Grote Verbond inhoud te geven.’
Merana keek Annoura belangstellend aan. Heel wat Grijze zusters hadden zich na de oorlog van hoofdstad naar hoofdstad gehaast in een vergeefse poging het verbond bijeen te houden dat zich tegen de Aiel had gevormd, maar ze had nooit geweten dat Annoura een van hen was geweest. Dan kon ze toch niet zo’n slechte onderhandelaar zijn. ‘Ik ook,’ zei ze. Waardigheid. Sinds ze achter Altor aan uit Caemlin vertrokken waren, had ze er niet veel meer van over. De laatste restjes waren te kostbaar om kwijt te raken. Ze dwong zich kalm en ferm te klinken. ‘Wat voor vuiligheid bedoel je, Cadsuane?’
De grijsharige vrouw wuifde de vraag gewoon weg, alsof ze het woord nooit had uitgesproken.
Heel even vroeg Merana zich af of Cadsuanes verstand met haar op de loop was gegaan. Ze had nooit gehoord dat dat een zuster was overkomen, maar de meeste Aes Sedai trokken zich aan het einde van hun leven terug, ver van de listen en verwikkelingen die slechts de zusters kenden. Ze trokken dan heel vaak ver bij iedereen vandaan. Niemand wist eigenlijk wat hun nog voor het einde overkwam. Een blik op de open, vaste ogen die haar boven het theekopje opnamen, bevrijdde haar snel van elk idee in die richting. Wat het ook geweest was, vuiligheid van twintig jaar geleden was niet eens een kaarsje vergeleken bij de huidige wereldbrand. Maar Cadsuane had nog steeds haar oorspronkelijke vragen niet beantwoord. Wat was ze van plan? En waarom kwam ze nu?
Voor Merana haar vragen opnieuw kon stellen, ging de deur open en werden Bera en Kiruna naar binnen gedreven door Corele Hovian, een jongensachtige, slanke Gele zuster, met dikke zwarte wenkbrauwen. Ze had een grote bos zwart haar, waardoor ze er zelfs in de netste kleren wat wild uitzag. Ze kleedde zich trouwens altijd alsof ze naar een dorpsdans ging, met een overvloed van borduurwerk op haar gewaad. Nu zich zoveel mensen in de kleine ruimte bevonden, was er amper ruimte om te bewegen. Corele leek bij alles wat gebeurde onveranderlijk vermaakt, maar nu toonde ze een brede glimlach die ergens tussen ongeloof en een regelrechte lachbui zweefde. In Kiruna’s ijskoude en hooghartige gezicht flitsten haar ogen boos, terwijl Bera vuur spoog met haar strakke mond en diepe frons. Tot ze Cadsuane zagen. Merana veronderstelde dat het voor hen tweeën net was alsof ze oog in oog kwamen te staan met Alind Dyfelle of Sevlana Meseau, of misschien wel Mabriam en Shareed. Hun ogen puilden uit. Kiruna’s mond viel open.
‘Ik dacht dat je dood was,’ zuchtte Bera.
Cadsuane snoof geërgerd. ‘Ik ben het zat dat telkens te horen. De volgende dwaas die dat zegt, zal een week lang piepen.’ Annoura bekeek de punten van haar muiltjes.
‘Je raadt nooit waar ik deze twee aantrof,’ zei Corele met haar lispelende Morlandse tongval. Ze tikte tegen de vleugel van haar opgetrokken neus, zoals ze altijd deed wanneer ze een mop ging vertellen of iets wat zij grappig vond. Er verschenen rode blosjes op Bera’s wangen en nog grotere op die van Kiruna. ‘Bera zat zo mak als een muisje onder de ogen van een handvol van die Aiel-wilders. Die maakten me ijskoud duidelijk dat ze niet mee mocht tot Sorilea klaar was. Kijk, dat is nou echt een vrouwmens om nachtmerries van te krijgen. Ik mocht Bera pas meenemen toen Sorilea een persoonlijk gesprekje had gehad met haar andere leerlinge. Onze lieve Kiruna hier.’
Het waren geen blosjes meer, maar het rood was zowel bij Kiruna als bij Bera tot in hun haarwortels gekropen, waarbij ze ieders ogen ontweken. Zelfs Daigian keek hen met grote ogen aan.
In verrukkelijke golven schoot de opluchting door Merana heen. Zij zou niet de zuster hoeven te zijn die uitlegde hoe de Wijzen die vervelende opdracht van Altor over de gehoorzaamheid van de Aes Sedai hadden uitgelegd. Ze waren immers geen echte leerlingen, want er werden natuurlijk geen lessen gegeven. Wat kon zo’n stel wilders, nog wel onbeschaafde wilden, een Aes Sedai bijbrengen? Dat woord leerlingen kwam alleen maar, doordat de Wijzen graag wilden weten waar iedereen stond. Alleen maar? Bera en Kiruna konden vertellen hoe Altor had gelachen – gelachen! – en gezegd had dat het hem niet uitmaakte en dat hij erop rekende dat ze gehóórzame leerlingen zouden zijn. Niemand had het gemakkelijk als je je nek moest buigen en Kiruna wel het minst van allen.
Cadsuane wilde echter geen verklaringen horen. ‘Ik rekende al op een hondenmaal,’ zei ze droog, ‘maar geen emmer vol drek. Laat me eens horen of ik alles goed heb begrepen. Jullie kinderen zijn in opstand gekomen tegen een rechtmatig verheven Amyrlin. Jullie hebben je nu op een of andere manier verbonden met die Altor-jongen en als jullie de bevelen van die Aielvrouwen opvolgen, neem ik aan dat jullie ook hem gehoorzamen.’ Haar gegrom klonk zo vol afkeer dat het leek alsof ze een mond vol rotte pruimen had. Ze schudde het hoofd, tuurde in haar kopje en keek het tweetal vervolgens weer aan. ‘Nou ja, wat maakt nog een keer verraad uit? De Zaal zal je als straf tot aan Tarmon Gai’don op de knieën houden, maar je hoofd kunnen ze er maar één keer afslaan. Hoe staat het met die anderen daar in het Aielkamp? Allemaal van Elaida neem ik aan. Hebben zij zich ook in de rol van... leerling geschikt? Niemand van ons mocht één stap binnen de buitenste rij tenten komen. Die Aiel lijken weinig op te hebben met Aes Sedai.’
‘Ik weet het niet, Cadsuane,’ antwoordde Kiruna. Haar gezicht was zo rood dat ze in brand leek te staan. ‘We mochten niet bij elkaar komen.’ Merana’s ogen werden nog groter. Nooit eerder had ze Kiruna zo eerbiedig gehoord.
Bera daarentegen haalde diep adem. Ze stond al kaarsrecht maar leek zich nog meer op te richten voor een nare klus. ‘Elaida is niet de...’ begon ze verhit.
‘Elaida is al te belust op macht, voor zover ik kan zien,’ onderbrak Cadsuane haar. Opeens boog ze zich zo fel naar voren dat zowel Merana als Annoura op het bed naar achteren schoof, al keek ze hen niet aan. ‘Misschien is ze een smeulende ramp, maar ze blijft de Amyrlin Zetel, verheven door de Zaal, in volledige overeenstemming met de wetten van de Toren.’
‘Als Elaida zo’n wettige Amyrlin is, waarom heb je dan haar bevel om terug te keren niet opgevolgd?’ Het enige dat Bera’s geschoktheid verried waren de roerloze handen op haar rok. Alleen een bewuste inspanning om te voorkomen dat ze in haar rok kneep of hem gladstreek, zorgde dat haar handen zo stil bleven.
‘Dus een van jullie heeft nog wat ruggengraat.’ Cadsuane lachte zachtjes maar haar ogen keken zeker niet vrolijk. Ze ging weer recht zitten en nipte aan haar thee. ‘Ga nu maar zitten, ik heb nog veel meer vragen.’
Merana en Annoura stonden op en boden hun plekjes op het bed aan, maar Kiruna bleef bezorgd naar Cadsuane turen en Bera wierp een blik op haar vriendin en schudde vervolgens het hoofd. Corele draaide met haar blauwe ogen en grijnsde om de een of andere reden breed, maar het leek Cadsuane niets te kunnen schelen.
‘De helft van de geruchten die ik heb opgevangen, betreffen de uitgebroken Verzakers,’ merkte ze op. ‘Naast al dat andere zou dat amper een verrassing zijn, maar hebben jullie enig bewijs of het waar is of niet?’
Het duurde niet lang of Merana was blij dat ze zat, en het duurde ook niet lang voordat ze wist hoe wasgoed voelt als het door de mangel van een wasmeid gaat. Cadsuane bleef maar vragen en sprong van het ene naar het andere onderwerp, zodat je nooit wist wat er zou komen. Corele hield zich erbuiten, maar giechelde zo nu en dan en schudde het hoofd. Uiteraard deed Daigian zelfs dat niet eens. Merana mocht de ergste vragen beantwoorden, vervolgens zij, Bera en Kiruna, maar ook Annoura werd zeker niet gespaard. Telkens wanneer Berelains raadsvrouwe zich ontspande in de gedachte dat ze het achter de rug had, reeg Cadsuane haar wederom aan het spit.