Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
‘Doe niet zo dwaas,’ gromde hij. ‘Een beurzensnijder, met een handvol gardisten om je heen?’ Er verschenen rode blosjes op haar wangen, want ze besefte het heel goed. Hij bood haar niet de kans hem tegen te spreken, iets uit te leggen of andere dwaasheden te verkondigen. ‘Dobraine vertelde me dat hij in het paleis heeft horen fluisteren dat jij Colavaere hebt verraden. De mensen die haar hebben gesteund, zijn misschien te bang om boe tegen mij te zeggen, maar ze zullen er veel geld voor over hebben om je aan het mes te laten rijgen.’ En dat gold volgens Dobraine ook voor Faile, maar daar had hij al wat aan gedaan. ‘Ze zullen echter de kans niet krijgen, omdat je naar Mayene terugkeert. Dobraine neemt je plaats hier over tot Elayne haar aanspraken op de Zonnetroon waarmaakt.’
Ze sputterde wat, alsof hij ijskoud water over haar gewaad had gegooid. Haar ogen werden vervaarlijk groot. Hij was blij geweest toen ze niet meer bang van hem was, maar nu was hij daar niet zo zeker van. Ze wilde briesend ontploffen, maar Annoura raakte haar arm aan en Berelain keek wild om. Ze keken elkaar lang aan en het gesputter van de Eerste van Mayene verdween. Ze streek haar rok glad en rechtte krachtig de schouders. Rhand keek haastig de andere kant op.
Merana draalde aan het randje van zijn ban. Hij vroeg zich af of ze erdoorheen was gestapt en weer was teruggegaan. Hoe kon ze anders zo precies op de lijn staan van iets wat ze onmogelijk kon ontdekken? Toen hij opkeek, schoof ze naar achter tot ze bijna tegen de muur stond, maar ze hield haar ogen strak op hem gericht. Aan haar gezicht te zien was ze bereid hem nog tien jaar elke dag thee te schenken om te horen wat er gezegd was.
‘Mijn heer Draak,’ zei Berelain glimlachend. ‘We hebben nog steeds te maken met de Atha’an Miere.’ Haar stem klonk als warme honing. De boog van haar lippen zou zelfs een rots de gedachte aan een kussen ontlokt hebben. ‘Golfvrouwe Harine is er niet blij mee dat ze zo lang op haar schip moet blijven. Ik heb haar een aantal keren bezocht. Ik kan daar moeilijkheden gladstrijken die heer Dobraine volgens mij amper aan kan. Ik neem aan dat het Zeevolk voor u van levensbelang is, of De Voorspellingen van de Draak hen nu noemen of niet. Volgens hun voorspellingen bent u voor hen wel van groot belang, al spreken ze daar slechts met tegenzin over.’ Rhand staarde. Waarom deed ze zoveel moeite om een lastige klus te behouden die haar slechts weinig dank van de Cairhienin had opgeleverd, zelfs niet vóórdat sommigen haar wilden vermoorden? Ze was een vorstin, gewend aan onderhandelingen met vorsten en gezanten, niet aan straatschenners en messen in de nacht. Warme honing of niet, het was niet vanwege de wens vlak bij Rhand Altor te blijven. Ze had zich... nou ja, aan hem aangeboden... toen in de Steen, maar het harde feit bleef dat Mayene een klein land was en Berelain haar schoonheid gebruikte zoals een man zijn zwaard, om te zorgen dat haar land niet werd opgeslokt door de machtige buur Tyr. ‘Berelain, ik weet niet wat ik nog meer kan doen om jou de zekerheid van een veilig Mayene te geven, maar ik wil elke brief schrijven...’ De kleuren wervelden zo door zijn hoofd dat het zijn tong verlamde. Lews Therin kakelde. Een moedige vrouw die het gevaar kent, is een schat die alleen een gek zou versmaden.
‘Zekerheid.’ De honing ging ten onder in zwaarmoedigheid en opnieuw kolkte haar boosheid op, ditmaal koel. Annoura gaf rukjes aan Berelains mouw, maar die schonk er geen aandacht aan. ‘Terwijl ik in Mayene zit met jouw papieren zekerheden, zullen anderen jou dienen. Ze zullen hun beloning opvragen, en de dienst die ik je hier heb bewezen, zal oud en vergeten zijn terwijl die van hen nog vers en stralend in je geheugen ligt. Als Hoogheer Weiramon je Illian schenkt en op zijn beurt Mayene vraagt, wat zeg je dan? Als hij je Morland en Altara geeft en alles tot aan de Arythische Oceaan?’
‘Zul je me ook dienen als dat je vertrek inhoudt?’ vroeg hij kalm. ‘Je bent wel uit het oog, maar niet uit mijn gedachten.’ Lews Therin lachte weer, zodanig dar Rhand er haast van moest blozen. Hij genoot van het kijken, maar soms dacht Lews Therin dingen... Berelain nam hem koppig op en hij kon bijna zien hoe de vragen achter Annoura’s voorhoofd opschoten en hoe ze zorgvuldig afwoog welke ze zou stellen.
Opnieuw verscheen Riallin in de deuropening. ‘Een Aes Sedai die de Car’a’carn wil spreken.’ Het lukte haar tegelijk kil en onzeker te klinken. ‘Ze heet Cadsuane Melaidhrin.’ Riallin werd op de voet gevolgd door een opvallend knappe vrouw met de ijzergrijze haren in een knot vol ornamenten. En toen leek alles tegelijk te gebeuren.
‘Ik dacht dat je dood was.’ Annoura snakte naar adem en haar ogen rolden bijna uit haar hoofd. Merana schoot met uitgestoken armen dwars door de ban heen. ‘Nee, Cadsuane!’ gilde ze. ‘Je moet hem geen kwaad doen. Doe het niet!’
Rhands huid tintelde alsof iemand in de ruimte saidar omhelsde, misschien wel meer dan één vrouw. Hij schoot snel bij Berelain vandaan, graaide naar de Bron, liet zich volstromen met saidin en voelde dat de Asha’man hetzelfde deden. Dashiva’s gezicht betrok, terwijl hij van de ene Aes Sedai naar de andere keek. Ondanks de Kracht die hij vasthield, greep Narishma het zwaardgevest met twee handen beet en nam de houding aan die Luipaard in de boom werd genoemd. Hij stond op het punt zijn zwaard te trekken. Lews Therin snauwde iets over doden, dood ze allemaal, dood ze nu. Riallin trok haar sluier op, schreeuwde iets en opeens stond een tiental gesluierde Speervrouwen in het vertrek met de speren in de aanslag. Het was amper verrassend dat Berelain keek alsof iedereen gek geworden was.
Voor iemand die zo’n ophef had veroorzaakt, bleef deze Cadsuane opmerkelijk onverstoorbaar. Ze keek hoofdschuddend naar de Speervrouwen en de gouden sterren, manen en vogels op haar kapsel zwierden zachtjes mee. ‘Een poging om behoorlijke rozen in het noorden van Geldan te kweken, Annoura, mag op de dood lijken,’ zei ze droogjes, ‘maar is nog geen echt graf. O, hou je rustig, Merana, voor je iemand laat schrikken. Men zou toch aannemen dat je wat minder snel opgewonden raakt sinds je het novice-wit hebt afgelegd.’
Merana deed haar mond open en dicht en keek opvallend beteuterd, en opeens verdween de tinteling. Rhand liet saidin echter niet los en de Asha’man evenmin.
‘Wie ben je?’ wilde hij weten. ‘Welke Ajah?’ Aan Merana te zien was ze van de Rode Ajah, maar het zou van doodsverachting getuigen als een Rode zuster hier ontspannen kwam binnenvallen. ‘Wat wil je?’
Cadsuanes ogen bleven slechts heel kort op hem rusten en ze gaf geen antwoord. Merana’s lippen gingen open, maar de grijsharige vrouw keek haar kort aan, trok één wenkbrauw op, waarna Merana was afgehandeld. Die werd zelfs vuurrood en sloeg haar ogen neer. Annoura stond nog steeds naar de nieuw binnengekomene te staren alsof ze een geest zag. Of een reuzin.
Zwijgend stapte Cadsuane vastberaden op de twee Asha’man af en haar donkergroene rijrok ritselde luid. Rhand kreeg meer en meer het gevoel dat ze altijd met die glijdende snelheid bewoog, sierlijk maar doelgericht, en zonder zich door iets te laten tegenhouden. Dashiva nam haar schamper van top tot teen op. Hoewel ze hem recht aankeek, leek ze dat niet te merken. En evenmin dat Narishma zijn handen aan zijn zwaard had geslagen, hoewel ze een vinger onder zijn kin hield en zijn hoofd van links naar rechts bewoog voor hij zich losrukte. ‘Wat een prachtige ogen,’ mompelde ze. Narishma knipperde onzeker met zijn ogen en de schampere blik van Dashiva ging over in een grijns. Wel een heel onaangename, waarbij zijn eerder meesmuilen opgewekt was.
‘Doe niets,’ snauwde Rhand. Dashiva had de onbeschaamdheid hem woest aan te kijken, voor hij stuurs een vuist tegen zijn borst drukte, de groet van de Asha’man. ‘Wat wil je, Cadsuane?’ vervolgde Rhand. ‘Bloedvuur, kijk me aan.’