Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 104 105 106 107 108 109 110 111 112 ... 217
Перейти на страницу:

Dat deed ze door opzij te kijken. ‘Dus jij bent Rhand Altor, de Herrezen Draak. Ik zou toch hebben gedacht dat een kind als Moiraine je wel manieren had kunnen bijbrengen.’

Riallin stak de speer in haar rechterhand bij de andere speren achter haar schild en flitste wat handtaai rond naar de anderen. Ditmaal lachte niemand. Voor het eerst wist Rhand zeker dat haar opmerking geen grapje was. ‘Ontspan je, Riallin,’ zei hij, zijn hand heffend. ‘Allemaal, ontspan je.’

Ook dit negeerde Cadsuane; ze schonk Berelain een glimlach. ‘Zo, Annoura, dus dit is jouw Berelain. Knapper dan ik had vernomen.’ Haar knix met gebogen hoofd was heel diep, maar op de een of andere manier zonder enige aanduiding van gehoorzaamheid of onderdanigheid. Het was een hoffelijke groet, meer niet. ‘Mijn vrouwe, Eerste van Mayene, ik moet met deze jongeman spreken en ik heb de diensten van uw raadsvrouwe nodig. Ik heb vernomen dat u hier veel plichten hebt. Ik wil u daar niet van weerhouden.’ Alleen door de deur voor Berelain open te houden had ze haar duidelijker kunnen wegsturen. Berelain gaf een sierlijk hoofdknikje, wendde zich even gladjes tot Rhand en spreidde haar rok uit voor zo’n diepe knix dat hij zich bezorgd afvroeg of haar kleding nog wel zou blijven zitten. ‘Mijn heer Draak,’ zei ze zangerig, ‘mag ik mij met uw toestemming terugtrekken?’

Rhands buiging voor haar was niet zo geoefend. ‘Uw wens wordt toegestaan, mijn vrouwe Eerste.’ Hij reikte haar een hand om op te staan, ‘Ik hoop dat u mijn voorstel wilt overwegen.’

‘Mijn heer Draak, ik zal u dienen waar, wanneer en hoe u ook wenst.’ Haar stem was weer een en al honing. Terwille van Cadsuane, veronderstelde hij. Er lag zeker geen vleierij op haar gezicht, slechts vastberadenheid. ‘Denk aan Harine,’ voegde ze er fluisterend aan toe.

Nadat de deur achter Berelain was dichtgevallen, zei Cadsuane: ‘Altijd zo mooi om kinderen te zien spelen. Vind je niet, Merana?’ Merana’s grote ogen schoten schichtig van Rhand naar de grijsharige zuster en weer terug. Annoura leek alleen door wilskracht overeind te blijven.

Nadat de Speervrouwen blijkbaar hadden besloten dat er geen doden zouden vallen, waren de meesten Berelain gevolgd, maar Riallin en twee anderen bleven nog steeds gesluierd voor de deur staan. Het kon toeval zijn dat er voor iedere Aes Sedai een Speervrouw was. Dashiva leek ook te denken dat alle gevaar geweken was. Hij stond met een voet tegen de muur geleund. Zijn lippen bewogen zwijgend, hij had zijn armen over elkaar en leek de Aes Sedai in het oog te houden.

Narishma keek vragend naar Rhand, maar die schudde slechts zijn hoofd. De vrouw probeerde hem uit te dagen. De vraag was waarom ze een man tartte van wie ze wist dat hij haar moeiteloos kon sussen of doden. Lews Therin mompelde hetzelfde. Waarom? Waarom? Rhand stapte de verhoging op, nam de Drakenstaf van de troon en ging zitten, wachtend op wat er komen zou. Het zou die vrouw niet lukken.

‘Nogal opzichtig, nietwaar?’ zei Cadsuane tegen Annoura terwijl ze rondkeek. Afgezien van al het andere goud waren er brede stroken boven de spiegels op de muren en de deklijsten waren bijna twee voet grote schubben, ‘Ik heb nooit geweten wie het meest overdrijft, de Tyreners of de Cairhienin, maar beiden kunnen Ebodaranen doen blozen. Een ketellapper wordt er nog rood van. Is dat een blad met thee?

Ik zou wel iets willen, als het vers is en warm.’

Rhand geleidde, pakte het blad op, half in de verwachting het metaal door de smet te zien roesten, en liet het naar de drie vrouwen drijven. Merana had veel kopjes meegenomen en er stonden nog vier schone op het blad. Hij vulde er drie, zette de theepot terug en wachtte af. Het blad bleef in de lucht zweven, gedragen door saidin.

Drie zeer verschillende vrouwen in uiterlijk, en drie verschillende reacties. Annoura bekeek het blad zoals ze een opgerolde adder zou bekijken, schudde snel haar hoofd en deed een stap naar achteren. Merana haalde diep adem en pakte langzaam met een licht trillende hand een kopje. Weten dat een man kon geleiden en gedwongen worden het met eigen ogen te zien, was niet hetzelfde. Cadsuane pakte echter haar kopje en rook met een blije glimlach aan de damp. Ze kon niet weten welke geleider de thee had ingeschonken, maar ze keek over haar kopje recht naar Rhand, die met een been over de armleuning zat. ‘Brave jongen,’ zei ze. De Speervrouwen keken elkaar over hun sluier geschokt aan.

Rhand beefde. Nee, ze zou hem niet uit zijn tent lokken. Hij wist niet waarom, maar dat wilde ze bereiken en het zou haar niet lukken! ‘Ik vraag het nog één keer,’ zei hij. Vreemd dat zijn stem zo kil kon klinken, vanbinnen was hij heter dan het heetste saidinvuur. ‘Wat wil je? Geef antwoord of ga weg. Door de deur of door het raam, jouw keus.’ Weer wilde Merana wat opmerken en weer bracht Cadsuane haar tot zwijgen. Ditmaal met een scherp gebaar zonder haar ogen van hem af te wenden. ‘Jou spreken,’ zei ze kalm. ‘Ik ben van de Groene Ajah, niet de Rode, maar ik draag de stola al langer dan iedere andere zuster en heb tegenover meer geleiders gestaan dan vier willekeurige Rode zusters, misschien wel meer dan tien. Niet dat ik op ze gejaagd heb, begrijp me goed, maar ik schijn er een neus voor te hebben.’ Heel kalm, alsof een vrouw zei dat ze een- of tweemaal in haar leven naar de markt was gegaan. ‘Sommigen hebben tot het bittere eind gevochten, schoppend en krijsend, zelfs nadat ze waren afgeschermd en geboeid. Anderen hebben gehuild en gesmeekt, goud aangeboden, alles tot hun ziel aan toe, om niet naar Tar Valon te worden gebracht. Weer anderen huilden van opluchting, zo mak als lammetjes en dankbaar dat er eindelijk een eind aan kwam. In de waarheid van het Licht, uiteindelijk huilen ze allemaal. Er rest hen tot slot niets anders dan tranen.’

De hitte in hem ontplofte in woede. Het dienblad en de zware theepot vlogen dwars door de kamer en spatten met een donderende klap tegen een spiegel. Ze klapten in een regenbui van glasscherven omlaag. Uit de half platgeslagen theepot lekte thee en het rondtollende blad op de vloer was dubbelgebogen. Iedereen was opgesprongen, behalve Cadsuane. Rhand sprong van de verhoging en hield de Drakenstaf zo vast omkneld dat zijn knokkels er zeer van deden. ‘En daarmee wil je me bang maken?’ gromde hij. ‘Verwacht je dat ik smeek of dankbaar ben? Tranen? Aes Sedai, ik kan mijn hand dichtknijpen en je vermorzelen.’ De opgestoken hand trilde van woede. ‘Merana weet waarom ik het hoor te doen en slechts het Licht weet waarom ik het niet doe.’

De vrouw keek naar de beschadigde theespullen alsof ze alle tijd van de wereld had. ‘Nu weet je,’ zei ze ten slotte, even kalm als eerst, ‘dat ik je toekomst en je heden ken. De genade van het Licht vervaagt tot niets voor een geleider. Sommigen begrijpen dat en geloven dat het Licht die mannen ontkent. Ik niet. Hoor je al stemmen?’

‘Wat bedoel je?’ vroeg hij langzaam. Hij voelde Lews Therin meeluisteren.

Zijn huid tintelde weer en bijna geleidde hij, maar het enige dat gebeurde was dat de theepot opsteeg, naar Cadsuane dreef en langzaam in de lucht ronddraaide zodat ze hem kon bekijken. ‘Sommige geleiders gaan stemmen horen.’ Ze zei het haast verstrooid; fronsend bezag ze de platgeslagen bol van zilver met goud. ‘Het maakt deel uit van de waanzin. Stemmen die hun zeggen wat ze moeten doen.’ De theepot zette zich zachtjes bij haar voeten op de vloer. ‘Heb jij al iets gehoord?’

Verrassend genoeg barstte Dashiva uit in een bulderend gelach. Narishma bevochtigde zijn lippen. Wellicht was hij eerder niet bang voor de vrouw geweest, maar nu hield hij haar even scherp in het oog als een schorpioen.

‘Ik stel hier de vragen,’ zei Rhand strak. ‘Je vergeet blijkbaar dat ik de Herrezen Draak ben.’ Jij bént echt, niet? vroeg hij zich af. Er kwam geen antwoord. Lews Therin? Soms gaf de man geen antwoord maar Aes Sedai trokken hem altijd uit zijn schuilplekje. Lews Therin! Hij was niet gek; de stem was echt, geen verbeelding. Geen waanzin. Een plotseling verlangen om te lachen hielp niet veel.

1 ... 104 105 106 107 108 109 110 111 112 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)