Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 105 106 107 108 109 110 111 112 113 ... 217
Перейти на страницу:

Cadsuane zuchtte. ‘Je bent een jongeman die weinig benul heeft van waar hij heen gaat, waarom, en wat er voor hem in het verschiet ligt. Je lijkt overspannen. Misschien kunnen we verder praten wanneer je weer wat rustiger bent. Heb je er bezwaar tegen als ik Merana en Annoura even meeneem? Ik heb ze beiden al enige tijd niet meer gezien.’

Rhand keek haar met open mond aan. Ze viel hier binnen, beschuldigde hem, bedreigde hem, verkondigde terloops dat ze wist van de stem in zijn hoofd en nu wilde ze weg voor een praatje met Merana en Annoura? Is zij gek? Nog steeds geen antwoord van Lews Therin. De man was echt. Echt!

‘Ga weg!’ zei hij. ‘Ga weg en...’ Hij was niet krankzinnig. ‘Jullie allemaal, donder op. Donder op!’

Dashiva stond te knipperen met zijn ogen en keek hem wat schuins aan, maar haalde vervolgens zijn schouders op en liep naar de deur. Cadsuane glimlachte hem zo vreemd toe dat hij er half en half op rekende dat zij zou herhalen dat hij een beste jongen was. Ze wenkte echter Merana en Annoura en leidde hen naar de Speervrouwen die hun sluier lieten zakken en bezorgd fronsten. Narishma keek hem eveneens weifelend aan, tot Rhand kortaf een gebaar maakte. Eindelijk waren ze allemaal verdwenen en was hij alleen. Alleen!

Met een bevende schok smeet hij de Drakenstaf weg. De speerpunt bleef trillend in een stoelleuning steken.

‘Ik ben niet krankzinnig,’ zei hij tegen de lege kamer. Lews Therin had hem van alles verteld. Zonder de stem van de dode man zou hij nooit uit Galina’s kist zijn ontsnapt. Maar hij had de Ene Kracht al gebruikt voor hij de stem ooit had gehoord. Hij had zelf uitgevonden hoe hij bliksems kon oproepen en vuur kon werpen en iets schiep wat honderden Trolloks had gedood. Aan de andere kant had dat ook Lews Therin kunnen zijn, net als die herinnering aan klimplanten in een prui-menboomgaard en het betreden van de Zaal der Dienaren en nog een tiental andere herinneringen die hem onverwachts beslopen. En misschien waren die herinneringen ook allemaal ijdele dromen of de waanzin van een zieke geest, net als de stem.

Hij besefte dat hij door de kamer ijsbeerde en niet kon stilstaan. Het voelde aan alsof hij moest lopen, of de spieren zouden hem door krampen in stukken scheuren, ‘Ik ben niet krankzinnig,’ hijgde hij. Nog niet. ‘Ik ben niet...’ Het geluid van een opengaande deur deed hem zich met een ruk omdraaien, in de hoop dat het Min was.

Het was echter Riailin weer die een kleine stevige vrouw in een donkerblauw gewaad ondersteunde, met heel dun grijzig haar en een nietszeggend gezicht. Een gezwollen gezicht, met rode ogen.

Hij wilde zeggen dat ze op moesten hoepelen, hem alleen moesten laten. Alleen. Was hij alleen? Was Lews Therin een droom? Konden ze hem maar met rust laten... Idrien Tarsin was het hoofd van de school die hij hier in Cairhien had gesticht, een vrouw die zo nuchter was dar hij er niet eens zeker van was, of ze wel in de Ene Kracht geloofde, omdat ze die niet kon zien en niet aan kon raken. Waardoor verkeerde ze in deze toestand?

Hij dwong zich haar aan te kijken. Krankzinnig of niet, alleen of niet; er was niemand anders die kon doen wat gedaan moest worden. Zelfs deze kleine verplichting niet. Zwaarder dan een berg. ‘Wat is er? vroeg hij, en hij maakte zijn stem zo vriendelijk mogelijk.

Idrien barstte opeens in tranen uit, kwam struikelend naar hem toe en drukte zich tegen zijn borst. Toen ze genoeg hersteld was om haar verhaal te doen, voelde hij ook de aandrang te gaan huilen.

19

Diamanten en sterren

Merana volgde Cadsuane zo dicht op de hielen als ze maar durfde. Honderden vragen brandden haar op de tong, maar Cadsuane was niet iemand die je zomaar aan de mouw trok. Deze vrouw bepaalde zelf wie ze aansprak en wanneer. Annoura zweeg eveneens en ze volgden de vrouw door lange paleisgangen en over lange trappen, waarbij het glimmende marmer van de hogere verdiepingen overging in sterk en eenvoudig steenwerk. Merana keek zo nu en dan naar de Grijze zuster en voelde een steek van medelijden. Ze kende de vrouw eigenlijk niet, maar Annoura had die verstokte blik van een meisje dat op weg is naar de Meesteres der Novices en vastbesloten is dapper te blijven. Ze waren geen novices. Ze waren geen kinderen. Ze wilde wat zeggen en... deed haar mond weer dicht, diep onder de indruk van de grijze haarknot die voor hen uit deinde met de erin vervlochten sieraden van manen, sterren, vogels en vissen. Cadsuane was... Cadsuane.

Merana had haar eenmaal eerder ontmoet, of liever, had als novice naar haar geluisterd en was toegesproken. Van elke Ajah kwamen zusters met deze vrouw spreken, vervuld van een ontzag dat ze niet konden verbergen. Ooit was Cadsuane Melaidhrin de maatstaf geweest waaraan iedere nieuweling in de noviceboeken werd afgemeten. Vóór Elayne Trakand was er in Merana’s tijd niemand naar de Toren gekomen die haar benaderde, laat staan overtrof. Op velerlei gebied was iemand als zij al zo’n duizend jaar niet meer bij de Aes Sedai voorgekomen. Het afslaan van een uitverkiezing als Gezetene was ongehoord, maar men zei dat zij het had gedaan, tweemaal zelfs. Men zei ook dat zij geweigerd had overste van de Groene Ajah te worden. Men zei dat ze eens tien jaar lang uit de Toren was verdwenen, omdat de Zaal van plan was haar tot Amyrlin te verheffen. Niet dat ze ooit een dag langer in Tar Valon doorbracht dan nodig was. Berichten over Cadsuane bereikten de Toren, verhalen die de zusters met open mond aanhoorden, avonturen waarvan vrouwen die over de stola droomden, huiverden. Ze zou als een legende onder de Aes Sedai eindigen, als ze al geen legende was.

Merana’s schouders hadden de stola al ruim vijfentwintig jaar gedragen, toen Cadsuane aankondigde dat ze zich uit de wereld terugtrok. Haar haren waren toen al volkomen grijs en bij het uitbreken van de Aiel-oorlog, vijfentwintig jaar later, had iedereen aangenomen dat ze allang dood was. Maar voor de strijd drie maanden had geduurd, verscheen ze weer, vergezeld door twee zwaardhanden, mannen van gevorderde leeftijd maar nog zo sterk als staal. Men zei dat Cadsuane in de loop der jaren meer zwaardhanden had versleten dan een andere zuster schoeisel. Nadat de Aiel weer naar de Woestenij waren teruggekeerd, trok ze zich wederom van alles terug, maar sommigen zeiden, niet eens bij wijze van grap, dat Cadsuane nooit zou sterven, zolang er ergens ter wereld een vonkje avontuur sprankelde.

Net het soort onzin dat novices bij de thee uitkramen, bedacht Merana ferm. Zelfs wij sterven uiteindelijk. Niettemin: Cadsuane bleef Cadsuane. En als zij niet een van de zusters was die na Altors ontvoering waren verschenen, zou de zon die avond niet ondergaan. Merana bewoog haar armen om de stola te verschikken en besefte dat die nog aan een haak in haar kamer hing. Belachelijk. Ze had geen behoefte eraan herinnerd te worden wie ze was. Was het maar iemand anders dan Cadsuane geweest...

Een paar Wijzen stonden in een zijgang en keken toe toen ze langs kwamen. Kille lichte ogen in rotsharde gezichten onder donkere hoofddoeken. Edarra en Leyn. Beiden konden geleiden en waren heel sterk. Ze zouden een heel hoge positie hebben gekregen, wanneer ze als meisje naar de Toren waren gekomen. Cadsuane liep voorbij, blijkbaar zonder de afkeurende blikken van de wilders op te merken. Annoura zag ze wel en mopperde hoofdschuddend, wat haar smalle vlechtjes heen en weer deed zwieren. Merana hield haar ogen op de vloertegels gericht.

Ongetwijfeld kwam het nu op haar neer om Cadsuane de... schikking uit te leggen die de vorige avond met de Wijzen was overeengekomen, voordat zij en de anderen naar het paleis waren gebracht. Annoura wist er niets van – ze was er niet bij geweest – en Merana had maar weinig hoop dat Rafela of Verin of iemand anders zou opduiken, op wie ze deze taak op de een of andere manier kon afschuiven. Het was in zekere zin een minnelijke schikking, misschien wel de beste die gezien de omstandigheden te verwachten was, maar ze betwijfelde zeer of Cadsuane dat ook zo zou opvatten. Ze was veel liever niet degene geweest die deze zuster daarvan moest overtuigen. Dan schonk ze die vervloekte mannen nog liever een maand lang thee in. Was ze maar niet zo loslippig geweest tegen die jonge Altor. De wetenschap waarom hij haar thee had laten inschenken, praatte niet goed dat ze daarmee elk voordeel had verloren dat ze had kunnen winnen. Ze koesterde veel liever het idee in zo’n ta’veren werveling van het Patroon te zijn gesleurd, dan aan te nemen dat de ogen van een jongeman, glinsterende blauwgrijze edelstenen, haar uit pure angst aan het praten hadden gekregen. Hoe dan ook, ze had hem elk voordeeltje op een dienblad aangeboden. Had ik maar...

1 ... 105 106 107 108 109 110 111 112 113 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)