Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 106 107 108 109 110 111 112 113 114 ... 217
Перейти на страницу:

‘Had’ en ‘was’ waren kinderpraat. Ze had talloze verdragen voorbereid, waarvan vele echt hadden bereikt waarvoor ze waren bedoeld. Ze had een eind gemaakt aan drie oorlogen en er zeker zo’n twintig voorkomen, had met koningen, koninginnen en generaals gepraat en hen overtuigd. Desondanks... Ze betrapte zichzelf erop dat ze beloofde nooit meer te klagen, hoe vaak die man haar ook voor dienstmeid liet spelen, als Seonid maar om de volgende hoek zou opduiken, of Masuri of Faeldrin. Iemand, wie dan ook. Licht! Kon ze maar met haar ogen knipperen en ontdekken dat alles sinds hun vertrek uit Salidar slechts een nachtmerrie was geweest.

Tot haar verbazing leidde Cadsuane hen recht naar het kamertje dat Bera en Kiruna deelden, ergens beneden in het paleis, waar de bedienden verbleven. Een smal raampje boven in de muur, op gelijke hoogte met de plavuizen van een binnenplaats, liet een bundel licht binnen, maar de kamer leek somber en duister. Aan haken in gebarsten vergeelde kalkmuren hingen mantels, zadeltassen en enkele gewaden. Groeven hadden de kale houten vloer beschadigd, hoewel er was gepoogd ze weer glad te schuren. Een rond armetierig tafeltje stond in de ene hoek en een even armzalig wastafeltje in een andere met een bak en een lampetkan waar scherven vanaf waren. Merana keek naar het smalle bed. De kamer leek niet veel kleiner dan degene die zij moest delen met Seonid én Masuri, zo’n twee deuren verder. Dat vertrek was misschien een pas breder en langer, maar was niet bedoeld voor drie mensen. Coiren en de andere zusters die nog steeds in de Aieltenten werden vastgehouden, hadden het als gevangenen waarschijnlijk beter.

Bera noch Kiruna was er, maar wel Daigian, een gezette bleke vrouw die op haar voorhoofd een ronde maansteen droeg aan een dun zilveren kettinkje dat in haar lange zwarte haren was gevlochten. Haar donkere Cairhiense gewaad had vier smalle gekleurde stroken over het lijfje en ze had witte splitten in haar rok voor haar Ajah. Ze was de jongste dochter van een van de lagere Huizen en deed Merana altijd denken aan een pruilende duif. Bij Cadsuanes binnenkomst ging Daigian vol verwachting op haar tenen staan.

Er was maar één stoel in het vertrek, eigenlijk niet meer dan een krukje met iets laags wat een rugleuning moest voorstellen. Cadsuane nam er met een zucht op plaats. ‘Thee, alsjeblieft. Twee slokken van wat die jongen schonk en ik had mijn tong kunnen gebruiken om mijn laars te verzolen.’

Onmiddellijk hing er een saidargloed om Daigian, al was die zwak. Een gedeukte theepot zweefde van de tafel naderbij, terwijl stroompjes Vuur het water verhitten en zij een met koper beslagen theekistje opende.

Merana had geen andere keus dan op het bed te gaan zitten. Ze schikte haar rok en verschoof wat op de ongelijke matras, terwijl ze haar gedachten probeerde te ordenen. Dit kon weleens veel belangrijker worden dan elke onderhandeling die ze ooit had bijgewoond. Even later zette Annoura zich heel voorzichtig op de matrasrand naast haar. ‘Uit je aanwezigheid maak ik op, Merana,’ zei Cadsuane abrupt, ‘dat de verhalen dat die jongen zich aan Elaida heeft onderworpen vals zijn. Kijk niet zo verbaasd, kind. Dacht je dat ik niets wist van jullie... jullie verbintenissen?’ Ze verdraaide het woord zodanig dat het even smerig klonk als een vloek van een krijgsman. ‘En jij, Annoura?’

‘Ik ben alleen hier als raadsvrouwe van Berelain, maar feitelijk heeft ze mijn raad genegeerd want ze is toch hierheen gekomen.’ De Taraboonse hield haar hoofd hoog en klonk vol vertrouwen. Maar ondanks haar ervaring wreef ze met haar duimen langs de andere vingers. Ze zou het aan een onderhandelingstafel niet goed doen als ze zo doorzichtig was. ‘Verder,’ zei ze zorgvuldig, ‘heb ik nog geen besluit genomen.’

‘Kijk, dat is een wijze beslissing,’ mompelde Cadsuane met een felle blik op Merana. ‘Blijkbaar hebben de laatste paar jaar veel te veel zusters vergeten dat ze over hersens of een eigen oordeel beschikken. Er is een tijd geweest dat een Aes Sedai haar beslissing bereikte na kalm beraad, waarbij steeds het welzijn van de Toren voorop stond. Bedenk maar eens wat die Sanche-vrouw heeft gewonnen door dat gerommel met Altor, Annoura. Als je vlak bij een smidsvuur staat, kun je je lelijk verbranden.’

Merana hief haar kin en bewoog haar hoofd om de strakke nekspieren te ontspannen. Opeens besefte ze wat ze aan het doen was en dwong zich ermee op te houden. Zo ver stond die vrouw niet boven haar. Niet echt. Enkel wat hoger dan iedere andere zuster. ‘Als ik je zou mogen vragen’ – te bedeesd, maar stoppen en opnieuw beginnen was erger – ‘wat zijn je bedoelingen, Cadsuane?’ Met moeite wist ze haar waardigheid te behouden. ‘Klaarblijkelijk heb je je tot vandaag... ver van alles... gehouden... Waarom heb je besloten... Altor... juist in deze tijd te... benaderen? Je was behoorlijk... vrijmoedig tegen hem.’

‘Je had hem net zo goed een klap in z’n gezicht kunnen geven,’ bracht Annoura naar voren en Merana kreeg een kleur. Van hun tweeën zou Annoura het hier bij Cadsuane verreweg het moeilijkst moeten hebben, maar zij struikelde helemaal niet over haar woorden.

Cadsuane schudde bijna medelijdend het hoofd. ‘Als je wilt weten met wat voor man je te maken hebt, moet je hem vanuit een onverwachte hoek aanporren. Er zit een stevig metaal in die jongen, denk ik, maar hij zal moeilijk zijn.’ Ze zette haar vingertoppen tegen elkaar en keek de twee vrouwen bij de muur strak aan, terwijl ze peinzend mompelde: ‘Er steekt een woede in hem waarmee hij de wereld in vuur en vlam kan zetten en hij houdt het nog net met zijn nagels in bedwang. Als je hem al te veel uit zijn evenwicht brengt... Poeh! Altor is nog niet zo hard als Logain Ablar of Mazrim Taim, maar ik vrees dat hij wel honderdmaal zo moeilijk is.’ Merana’s tong plakte aan haar gehemelte bij het horen van deze drie namen achter elkaar.

‘Heb je én Logain én Taim gezien?’ zei Annoura met grote ogen. ‘Ik heb gehoord dat Taim Altor volgt.’ Merana wist een opgeluchte zucht binnen te houden. De verhalen van Dumais Bron hadden zich nog niet wijd en zijd verbreid. Al zou dat wel gebeuren.

‘Ik heb oren, Annoura, en ik kan horen,’ zei Cadsuane bits. ‘Hoewel ik dat liever niet zou kunnen, na wat ik van die twee heb gehoord. Al mijn werk verknoeid, ik kan weer opnieuw beginnen. Ook het werk van anderen, maar ik heb mijn aandeel geleverd. En dan hebben we nog die zwartjassen, die Asha’man.’ Ze nam het kopje van Daigian aan, glimlachte warm en bedankte mompelend. De Witte zuster met haar appelwangetjes leek op het punt te staan een knix te maken, maar trok zich slechts terug in een hoekje, waar ze haar handen vouwde. Ze was langer novice en Aanvaarde geweest dan alle anderen die men zich kon herinneren. Het was haar nog net gegund in de Toren te blijven, ze had de ring op het nippertje verworven en de stola met een wimperhaartje. Daigian maakte zich bij andere zusters altijd onzichtbaar. Na de damp van haar kopje te hebben geblazen sprak Cadsuane onverwachts verder alsof het een gezellig gesprek was. ‘Door Logain, die praktisch op mijn stoep woonde, ben ik van mijn rozen gelokt. Poeh! Een vechtpartij op een schapenmarkt had me van die Lichtvervloekte planten kunnen lokken. Als je de Kracht gebruikt om ze te kweken, schenkt het geen voldoening en als je dat nalaat, krijg je tienduizend doorns voor elke... Poeh! Ik zou nog overwogen hebben de eed als Jager naar de Hoorn af te leggen, als de Raad van Negen zoiets zou toestaan. Nou ja, ik had een paar leuke maanden tijdens de jacht op Logain, maar na zijn gevangenneming had ik evenveel zin om hem naar Tar Valon te brengen als rozen te kweken. Ik heb wat rondgezworven om te zien wat ik tegenkwam. Misschien een nieuwe zwaardhand, maar ik neem aan dat zoiets nu een tikkeltje te laat is, als ik zo’n man redelijk wil behandelen. Toen hoorde ik van Taim en reed zo snel mogelijk naar Saldea. Er is niets zo opwindend als een man die kan geleiden.’ Opeens werden haar stem en ogen harder. ‘Was een van jullie betrokken bij die... vuiligheid... vlak na de Aiel-oorlog?’

1 ... 106 107 108 109 110 111 112 113 114 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)