Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 101 102 103 104 105 106 107 108 109 ... 217
Перейти на страницу:

Merana’s tijdloze trekken onthulden zelfs nog minder dan die van de stamhoofden. Ze streek haar lichtgrijze rok glad, knielde naast Rhand en tilde de theepot op. Een dikke bol van goud met zilver. De voetjes en het handvat hadden de vorm van luipaarden en boven op het deksel zat er nog een ineengedoken. Het vereiste beide handen en ze beefde enigszins, terwijl ze zorgvuldig Rhands kopje vulde. Haar wijze van optreden leek te zeggen dat ze dit uit zichzelf deed, om haar eigen redenen, die zij nooit zouden begrijpen. Haar doen en laten verkondigden nog luider dan haar gezicht dat ze Aes Sedai was. Hielp dat nou of werkte het averechts?

‘Ik sta ze niet toe zonder toestemming te geleiden,’ zei hij. De stamhoofden bleven stil. Merana stond op en liep naar de hoofden, naast wie zij een voor een neerknielde voor de thee. Mandelain hield zijn hand op het kopje om aan te geven dat hij niets meer wilde. De anderen hielden haar hun kopje voor, en blauwgrijze en groene ogen namen haar op. Wat zagen ze? Wat kon hij meer doen?

Ze plaatste de zware theepot terug op een dienblad met handvatten als grote luipaarden en bleef geknield zitten. ‘Kan ik mijn heer Draak nog op enige andere wijze van dienst zijn?’

Haar stem klonk volkomen beheerst, maar nadat hij haar naar de hoek had terugverwezen, grepen haar slanke handen even in haar rok bij het opstaan en omdraaien. Dat kon echter ook veroorzaakt zijn doordat ze oog in oog kwam met Dashiva en Narishma. De twee Asha’man – in feite was Narishma nog steeds slechts een soldaat, de laagste rang van Asha’man, zonder zwaard of draak op zijn kraag — stonden onbewogen tussen twee hoge spiegels met gouden lijsten die aan de muren hingen. De jongste man leek tenminste op het eerste gezicht onaandoenlijk. Met de duimen in zijn zwaardriem gehaakt negeerde hij Merana en gaf Rhand of de Aielmannen weinig meer aandacht, maar bij een tweede blik was te zien dat zijn zwarte al te grote ogen nooit op één plaats bleven rusten. Het leek of hij elk ogenblik verwachtte dat er iets onverwachts uit de lucht zou springen. En wie kon ontkennen dat zoiets mogelijk was? Dashiva leek met zijn gedachten in de wolken. Zijn lippen bewogen geluidloos en hij stond fronsend met zijn ogen in het niets te knipperen.

Lews Therin gaf een snauw bij Rhands blik op de Asha’man, maar de man in Rhands hoofd hield zich veel meer met Merana bezig. Alleen een dwaas denkt een leeuw of een vrouw te kunnen temmen.

Geërgerd onderdrukte Rhand de stem tot een gedempt gezoem. Lews Therin kon erdoorheen breken, maar het zou hem moeite kosten. Hij greep saidin aan en weefde opnieuw de ban die Merana buitensloot. Het loslaten van de Bron deed zijn ergernis groeien, zijn hoofd siste als waterdruppels op roodhete kolen. Een echo die gelijk klopte en bonsde met de waanzinnige verre woede van Lews Therin.

Merana stond achter het scherm dat ze niet kon zien of voelen, hield haar hoofd hoog en had haar handen gevouwen alsof er een omslagdoek over haar armen lag. Tot aan haar teennagels een Aes Sedai. Ze gaf hem en de stamhoofden een koele blik, haar bruine ogen toonden gele vlekjes. Niet al mijn zusters beseffen hoezeer wij jou nodig hebben, had ze hem die ochtend in deze zelfde kamer verteld, maar allen die jou trouw hebben gezworen, zullen alles doen wat je vraagt, tenzij het de Drie Geloften schendt. Hij was vlak voor haar binnenkomst onder begeleiding van Sorilea wakker geworden. Geen van beiden leek het iets te kunnen schelen dat hij alleen nog een kamerjas aanhad en nog maar net de eerste hap van zijn ontbijt had genomen. Ik ben meer dan begaafd bij het voeren van onderhandelingen en als tussenpersoon. Mijn zusters hebben andere gaven. Laat ons jou dienen zoals we gezworen hebben. Laat mij jou dienen. We hebben je nodig, maar je kunt ons ook gebruiken.

Voortdurend aanwezig lag Alanna opgerold in een hoekje van zijn hoofd. Ze was weer aan het huilen. Hij begreep niet waarom ze zo vaak huilde. Hij had haar verboden in zijn buurt te komen tenzij ze geroepen werd, en ze mocht haar kamer alleen uit wanneer een groep Speervrouwen haar begeleidde – de zusters die hem trouw hadden gezworen, hadden de vorige avond kamers gekregen in het paleis, zodat hij een oogje op ze kon houden – maar hij had tranen gevoeld vanaf het ogenblik dat ze de binding met hem aanging, tranen en een rauw verdriet alsof ze door klauwen werd opengescheurd. Soms was het minder, soms meer, maar het was er altijd. Alanna had hem ook gezegd dat hij de gezworen zusters nodig had. Uiteindelijk had ze het hem zelfs toegeschreeuwd, met een vuurrood en betraand gezicht, voor ze letterlijk bij hem vandaan rende. En zij had ook van dienen gesproken, hoewel hij betwijfelde of een van hen op Merana’s huidige taken had gedoeld. Zou een soort bediendenkleding dat duidelijk maken? De stamhoofden zagen hoe Merana naar hen keek. Nog geen trilling van hun oogleden verried hun gedachten.

‘De Wijzen hebben jullie verteld waar de Aes Sedai staan,’ zei Rhand bot. Sorilea had hem gezegd dat ze het wisten, maar dit gegeven was al duidelijk door hun gebrek aan verbazing bij Merana’s komst en haar knix. ‘Jullie hebben gezien hoe ze het blad binnenbrengt en thee inschenkt. Jullie hebben gezien dat ze komt en gaat op mijn woord. Als jullie willen laat ik haar de hop dansen.’ De Aiel overtuigen dat hij niet aan de lijn van de Aes Sedai liep, was de beste dienst die een zuster hem op dit ogenblik kon bewijzen. Hij zou ze allemaal de hop laten dansen als dat nodig was.

Mandelain schoof de grijsgroene ooglap voor zijn rechteroog goed, zoals hij altijd deed wanneer hij even na wilde denken. Een dik rimpelig litteken kwam onder het leren lapje vandaan en liep over zijn voorhoofd tot halverwege zijn grotendeels kale hoofd. Toen hij eindelijk het wóórd nam, was hij slechts iets minder kortaf dan Rhand. ‘Sommigen zeggen dat een Aes Sedai alles zal doen om te krijgen wat ze wil hebben.’

Indirian trok zijn dikke witte wenkbrauwen omlaag en tuurde langs zijn lange neus naar zijn thee. Voor een Aiel was hij van gemiddelde lengte – ongeveer een halve hand kleiner dan Rhand – maar alles aan hem leek lang. De hitte van de Woestenij scheen elk onsje vlees van hem afgebrand te hebben en zijn ogen fonkelden als smaragden in diepe grotten. ‘Ik praat liever niet over Aes Sedai.’ Zijn zware volle stem was altijd een schok, uit zo’n uitgemergeld gezicht. ‘Wat gedaan is, is gedaan. Laat de Wijzen hen afhandelen.’

‘We kunnen het beter over de Shaido-honden hebben,’ zei Janwin goedmoedig. Het was een bijna even grote schok zoiets uit zo’n fel gezicht te horen komen. ‘Binnen enkele maanden, op z’n hoogst een halfjaar, zal elke Shaido dood of gai’shain zijn.’ Dat hij zo’n zachte stem had, wilde niet zeggen dat hij zacht was. De andere twee knikten; Mandelain glimlachte gretig.

Ze leken nog steeds niet overtuigd. De Shaido waren de rechtstreekse aanleiding van deze bijeenkomst en niet minder belangrijk omdat ze niet het allerbelangrijkste waren. Niet onbelangrijk – de Shaido hadden lang genoeg problemen veroorzaakt – maar in zijn boek stonden ze niet op dezelfde bladzijde als de Aes Sedai. Ze zorgden echter wel voor moeilijkheden. Drie stammen, onderweg naar Timolans Miagoma bij Therins Dolk, zouden wellicht kunnen klaarspelen wat Janwin zei, maar sommige Shaido konden niet gai’shain gemaakt of gedood worden. Sommigen waren gevaarlijker dan anderen. ‘En hoe zit het met de Wijzen?’ vroeg hij.

Hun gezichten stonden een ogenblik uitdrukkingsloos; zelfs Aes Sedai konden dat niet zo goed als Aiel. De Ene Kracht tegenover zich te weten joeg ze geen angst aan, niet zichtbaar tenminste. Niemand kon de dood ontlopen, was de overtuiging van de Aiel. Honderd woedende Aes Sedai konden er niet voor zorgen dat een eenzame Aiel zijn sluier liet zakken als die was opgetrokken. Maar het nieuws dat de Wijzen deel hadden genomen aan de strijd bij Dumais Bron had hen net zo hard geraakt als te zien hoe een zon ’s nachts opkwam en de maan overdag aan een bloedrode hemel stond.

1 ... 101 102 103 104 105 106 107 108 109 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)