Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 101 102 103 104 105 106 107 108 109 ... 203
Перейти на страницу:

‘Hij is gestild, Egwene. Hij is niet gevaarlijker meer dan een andere man. Maar ik weet nog dat toen ik hem voor het eerst zag, er zes Aes Sedai aan te pas moesten komen om hem ervan te weerhouden de Kracht te gebruiken en ons allemaal te vernietigen.’ Ze huiverde. Ook Egwene huiverde. Dat zou de Rode Ajah ook met Rhand doen. ‘Moeten ze altijd gestild worden?’ vroeg ze. Elayne staarde haar met open mond aan en voegde er haastig aan toe: ik bedoel alleen maar dat de Aes Sedai een andere manier zouden moeten vinden om ze aan te pakken. Anaiya en Moiraine hebben allebei gezegd dat voor de grootste daden in de Eeuw der Legenden de samenwerking van mannen en vrouwen met de Kracht nodig was. Ik dacht alleen maar dat ze misschien een manier konden vinden.’

‘Nou, laat een Rode zuster dat maar niet horen, Egwene. Ze hebben het geprobeerd. Driehonderd jaar lang na de bouw van de Witte Toren hebben ze het geprobeerd. Ze gaven het op omdat ze niets konden vinden. Kom mee, ik wil dat je Min ontmoet. Niet in de tuin waar Logain naartoe gaat, Licht zij dank.’

Die naam kwam Egwene vaag bekend voor en toen ze de jonge vrouw zag, wist ze waarom. In de tuin stroomde een beekje onder een lage, stenen brug door. Op het stenen muurtje zat Min, met haar benen onder zich. Ze droeg een mannenbroek en een flodderig hemd, en met haar donkere kortgeknipte haar kon ze bijna voor een jongen doorgaan, zij het een ongewoon knappe jongen. Naast haar lag een grijze mantel.

‘Ik ken jou,’ zei Egwene. ‘Jij werkte in Baerlon, in de herberg.’ Een briesje rimpelde het water onder de brug en grijsmerels zongen in de bomen.

Min glimlachte. ‘En jij was een van die gasten die Duistervrienden naar ons hebben geleid die de herberg in brand hebben gestoken. Nee, maak je geen zorgen: de boodschapper die mij kwam halen, had zoveel goud bij zich dat baas Fits een nieuwe herberg kan bouwen, een die wel twee keer zo groot is. Goedemorgen, Elayne. Niet in een les aan het sloven? Of een stel pannen aan het boenen?’ Ze zei het plagend, zoals tussen vriendinnen. Elayne schonk haar een grijns die dat bevestigde.

‘Ik zie dat het Sheriam nog niet is gelukt jou in een jurk te krijgen.’ Min lachte sluw. ‘Ik ben geen Novice.’ Ze liet haar stem piepen. ‘Ja, Aes Sedai. Nee, Aes Sedai. Mag ik nog een vloertje vegen, Aes Sedai?’ Met haar gewone lage stem ging ze verder: ik kleed me zoals ik dat wil.’ Ze wendde zich tot Egwene. ‘Gaat alles goed met Rhand?’ Egwenes lippen vormden een smalle streep. Hij zou ramshoorns moeten dragen, net als een Trollok, dacht ze nijdig. ‘Het speet me toen jullie herberg in brand vloog en ik ben blij dat baas Fits hem opnieuw kan opbouwen. Waarom ben je in Tar Valon? Het is duidelijk dat je geen Aes Sedai wilt worden.’ Min trok een wenkbrauw op, en volgens Egwene keek ze alsof ze die gedachte wel vermakelijk vond. ‘Ze vindt hem aardig,’ legde Elayne uit.

‘Ik weet het.’ Min keek even naar Egwene en een moment dacht Egwene dat er droefheid – of spijt? – in die ogen lag. ‘Ik ben hier,’ zei Min kalm, ‘omdat ik werd gevraagd en mocht kiezen tussen gewoon hierheen rijden of vastgebonden in een zak.’

‘Als gewoonlijk overdrijf je weer,’ zei Elayne. ‘Sheriam Sedai heeft de brief gezien en ze zegt dat het een verzoek was. Min ziet dingen, Egwene. Daarom is ze hier, zodat de Aes Sedai kunnen onderzoeken hoe ze het doet. Het is niet de Kracht.’

‘Verzoek,’ snoof Min. ‘Als een Aes Sedai je aanwezigheid verlangt, is het net een bevel van een koningin, met honderd krijgslieden om het kracht bij te zetten.’ iedereen ziet dingen,’ zei Egwene.

Elayne schudde het hoofd. ‘Niet zoals Min. Zij ziet een... waas... om mensen. En beelden.’

‘Niet altijd,’ voegde Min eraan toe. ‘En niet bij iedereen.’

‘En ze kan er dingen over iemand uit lezen, hoewel ik niet zeker weet of ze altijd de waarheid vertelt. Ze zegt dat ik mijn echtgenoot met twee andere vrouwen moet delen, en dat zou ik nooit toestaan. En dan lacht ze enkel en zegt dat zoiets ook nooit haar idee was. Maar ze zei dat ik koningin zou worden voor ze wist wie ik was. Ze zei dat ze een kroon zag en het was de rozenkroon van Andor.’ Ongewild vroeg Egwene: ‘Wat zie je als je naar mij kijkt?’ Min keek even naar haar. ‘Een witte vlam en... o, van alles. Ik weet niet wat het betekent.’

‘Dat zegt ze heel vaak,’ zei Elayne droog. ‘Een van de dingen die ze bij mij zag, was een afgehakte hand. Niet de mijne, zegt ze. Ze beweert dat ze ook niet weet wat dat betekent.’

‘Omdat ik het niet weet,’ zei Min. ‘Van de helft weet ik niet wat het betekent.’

Ze hoorden laarzen knerpen op het pad en zagen twee jongemannen met hun hemd en mantel over hun arm, zodat hun bezwete bovenlijf bloot was. Ze droegen een in de schede gestoken zwaard mee. Egwene merkte dat ze zich stond te vergapen aan een van de knapste mannen die ze ooit had gezien. Hij was lang, slank en sterk, en bewoog zich met een katachtige sierlijkheid. Ze besefte opeens dat hij zich over haar hand had gebogen; ze had niet eens gevoeld dat hij die had gepakt en zocht in haar geest naar de naam die ze had gehoord.

‘Galad,’ mompelde ze. Zijn donkere ogen staarden in de hare. Hij was ouder dan zij. Ouder dan Rhand. De gedachte aan Rhand liet haar opschrikken en tot zichzelf komen.

‘En ik ben Gawein,’ grinnikte de andere jongeman, ‘aangezien ik aanneem dat je mijn naam de eerste keer niet hebt gehoord.’ Min grinnikte ook en alleen Elayne keek honend.

Egwene voelde opeens hoe haar hand nog steeds door Galad werd vastgehouden en trok hem los.

‘Als je plichten het toestaan,’ zei Galad, ‘zou ik je graag nog eens willen opzoeken, Egwene. We zouden wat kunnen wandelen of, als je toestemming krijgt buiten de Toren te komen, zouden we ergens een veldmaal kunnen houden.’

‘Dat... dat zou leuk zijn.’ Ze voelde zich onbehaaglijk omdat Min en Gawein nog steeds vermaakt stonden te grijnzen en Elayne nog steeds honend keek. Ze probeerde haar kalmte terug te winnen door aan Rhand te denken. Hij is zo... mooi. Ze sprong op, half bevreesd dat ze het hardop had gezegd.

‘Tot dan.’ Galad wendde eindelijk zijn ogen van haar af en boog voor Elayne. ‘Zuster.’ Zo soepel als een kat wandelde hij de brug over. ‘Die man,’ mompelde Min en tuurde hem na, ‘zal altijd doen wat goed is. Het maakt niet uit of iemand eronder lijdt.’

‘Zuster?’ zei Egwene. Elaynes honende blik was niet veel minder geworden. ‘Ik dacht dat hij jouw... ik bedoel, zoals je net keek...’ Ze had gedacht dat Elayne jaloers was en ze dacht het eigenlijk nog steeds.

‘Ik ben zijn zuster niet,’ zei Elayne op besliste toon. ‘Ik weiger het te zijn.’

‘Onze vader is ook zijn vader,’ zei Gawein droog. ‘Dat kun je niet ontkennen, tenzij je moeder een leugenaarster wilt noemen, en dat zou denkelijk meer moed vereisen dan wij tweeën kunnen opbrengen.’

Voor het eerst besefte Egwene dat hij hetzelfde rossige gouden haar had als Elayne, hoewel het nu donker en plakkerig was door het zweet.

‘Min heeft gelijk,’ zei Elayne. ‘Galad heeft nog geen sikkepitje menselijkheid in hem. Hij verkiest recht boven vergeving of medelijden, of... hij is net zo menselijk als een Trollok.’

Gaweins grijns kwam terug. ‘Daar weet ik niks van. Als je denkt hoe hij naar Egwene keek.’ Hij ving haar blik op en die van zijn zuster, en hief zijn handen op alsof hij hen met zijn zwaardschede wilde afweren. ‘Bovendien is hij de beste zwaardvechter die ik ooit gezien heb. De zwaardhanden hoeven hem maar één keer iets te laten zien en hij heeft het onder de knie. Als ik me voor hen in het zweet werk, kan ik nog maar de helft van wat Galad zonder enige oefening doet.’

‘En goed met het zwaard is genoeg?’ snoof Elayne. ‘Mannen! Egwene, je zult het wel geraden hebben, maar deze schandalig ongeklede pummel is mijn broer. Gawein, Egwene kent Rhand Altor. Ze komt uit hetzelfde dorp.’

1 ... 101 102 103 104 105 106 107 108 109 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)