De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
‘Ik heb al een paar lessen gehad,’ zei Egwene, die probeerde bescheiden te klinken. Ze opende zichzelf voor saidar – dat gedeelte ging nu makkelijker en ze voelde hoe de warmte in haar lichaam doordrong. Ze besloot dat ze het grootste kunstje zou proberen dat ze kende. Ze strekte een hand uit en een gloeiende bol vormde zich boven haar hand. De bol trilde, want het lukte haar nog steeds niet die onbeweeglijk te houden, maar hij was er.
Kalmpjes stak Elayne haar hand uit en ook boven haar handpalm verscheen een bol van licht. Die van haar flikkerde ook.
Even later gloeide rond Elayne helemaal een wazig licht. Egwene
hield haar adem in en haar bol verdween.
Plotseling giechelde Elayne en de bol en het licht om haar heen doofden. ‘Zag je dat om me heen?’ zei ze opgewonden, ik zag het om jou. Sheriam Sedai zei dat ik het op een dag zou zien. Dit was voor het eerst. Voor jou ook?’
Egwene knikte en lachte met het meisje mee. ‘Ik vind je aardig, Elayne. Ik geloof dat we vriendinnen gaan worden.’
‘Dat geloof ik ook, Egwene. Je komt uit Tweewater, hè, uit Emondsveld. Ken jij een jongen die Rhand Altor heet?’ ik ken hem.’ Opeens herinnerde Egwene zich het verhaal dat Rhand had vertqld, een verhaal dat ze niet had geloofd. Over van een muur vallen, in een tuin, en een ontmoeting met... ‘Jij bent de erfdochter van Andor,’ zei ze gesmoord.
‘Ja,’ zei Elayne enkel. ‘Als Sheriam hoort dat ik die naam heb laten vallen, denk ik dat ze me in haar werkkamer heeft gesleurd voor ik uitgesproken ben.’
‘Iedereen praat over Sheriams werkkamer. Zelfs de Aanvaarden. Scheldt ze zo erg? Ze lijkt me zo aardig.’
Elayne aarzelde en haar woorden kwamen langzaam. Ze keek Egwene niet aan. ‘Ze heeft een wilgentak op haar werktafel. Ze zegt dat als je niet op een verstandige manier de regels leert gehoorzamen, ze het je op een andere manier bijbrengt. Er bestaan zoveel regels voor Novices dat het moeilijk is geen fout te maken,’ besloot ze. ‘Maar dat is... dat is verschrikkelijk. Ik ben geen kind, en jij ook niet. Ik wil niet als een kind behandeld worden.’
‘Maar we zijn kinderen. De Aes Sedai, de zusters, zijn de volwassen vrouwen. De Aanvaarden zijn de jonge vrouwen, oud genoeg om vertrouwd te worden zonder dat er iemand elk moment over hun schouder meekijkt. En de Novices zijn de kinderen, die beschermd en verzorgd moeten worden. Die begeleid worden in de richting waarin ze horen te gaan en gestraft voor wat ze niet mogen. Zo legt Sheriam Sedai het uit. Niemand zal je bij het leren straffen, tenzij je iets probeert te doen wat niet mag. Soms is het moeilijk geen poging te wagen. Je zult merken dat je net zo vaak wilt geleiden als ademen. Maar als je te veel borden breekt omdat je onder de afwas staat te dromen, of als je oneerbiedig bent tegen een Aanvaarde, of de Toren zonder toestemming verlaat, of een Aes Sedai toespreekt voordat ze jou aanspreekt, of... Je kunt maar beter je best doen. Er zit niet veel anders op.’
‘Het klinkt bijna alsof ze proberen ons weg te jagen,’ protesteerde Egwene.
‘Dat proberen ze niet, of misschien toch weer wel. Er zijn maar veertig Novices in de Toren, Egwene. Maar veertig, en niet meer dan zeven of acht zullen worden aanvaard. Dat is niet genoeg, zegt Sheriam Sedai. Ze zegt dat er vandaag de dag niet genoeg Aes Sedai zijn om te doen wat nodig is. Maar de Toren gaat... kan haar eisen niet verlagen. De Aes Sedai kunnen geen vrouw als zuster aanvaarden als ze daartoe niet het vermogen, de kracht of het verlangen heeft. Ze kunnen de ring en de stola niet aan iemand geven die de Kracht heel matig geleidt, of het goedvindt dat ze wordt geringeloord, of zich afwendt als het moeilijk wordt. Oefenen en uitproberen zorgen voor het geleiden, en wat de kracht en de wens betreft... ach, als je wilt gaan, dan laten ze je gaan. Als je tenminste genoeg weet om niet uit onwetendheid dood te gaan.’
‘Het zal wel,’ zei Egwene langzaam. ‘Sheriam heeft ons daar iets over gezegd. Maar ik heb er nooit bij stilgestaan dat er niet genoeg Aes Sedai zijn.’
‘Ze heeft een idee. Ze zegt dat we de mensheid hebben uitgefokt. Weet je wat dat is? De dieren uit de kudde halen die ongewenste eigenschappen hebben?’ Egwene knikte ongeduldig; iedereen die met schapen opgroeide, wist wat uitfokken betekende. ‘Sheriam Sedai zegt dat het door de Rode Ajah komt, die drieduizend jaar lang iedere man die kan geleiden, heeft opgejaagd. Daardoor is de kunde van het geleiden bij ons uitgefokt. Als ik jou was, zou ik dit niet zeggen met een Rode zuster in de buurt. Sheriam Sedai heeft hierover al heel vaak ruzie gehad, en wij zijn nog maar Novices.’ ik zal het niet doen.’
Elayne hield even stil en zei toen: ‘Gaat alles goed met Rhand?’ Egwene voelde plotseling een steek van jaloezie – Elayne zag er heel aardig uit – maar een nog scherpere steek van angst verdreef die. Ze ging na wat ze van Rhands ontmoeting met de erfdochter wist en stelde zichzelf gerust dat Elayne niet kon weten dat Rhand in staat was te geleiden. ‘Egwene?’
‘Het gaat zo goed met hem als het maar kan.’ Ik hoop dat het goed gaat, die stomme wolkop. ‘De laatste keer dat ik hem zag, trok hij er met een paar Shienaraanse krijgslieden op uit.’
‘Shienaranen! Hij zei tegen mij dat hij schaapherder was.’ Ze schudde het hoofd, ik merk dat ik op de vreemdste tijden aan hem denk. Elaida denkt dat hij op de een of andere manier belangrijk is. Ze zei het wel niet ronduit, maar ze heeft de garde bevolen hem te zoeken en ze was woedend toen ze hoorde dat hij Caemlin had verlaten.’
‘Elaida?’
‘Elaida Sedai. De raadgeefster van mijn moeder. Ze is een Rode Ajah, maar moeder schijnt haar ondanks dat wel te mogen.’ Egwenes mond werd droog. Rode Ajah en belangstelling voor Rhand. ik... ik weet niet waar hij nu is. Hij is uit Shienar vertrokken en ik denk niet dat hij terugkomt.’
Elayne keek haar effen aan. ‘Ik zou Elaida niet vertellen waar ze hem zou kunnen vinden, zelfs al zou ik het weten, Egwene. Voor zover ik weet, heeft hij niets kwaads gedaan en ik ben bang dat ze hem op de een of andere manier wil gebruiken. Hoe dan ook, ik heb haar na mijn reis hier niet meer gezien, na die Witmantels die ons spoor volgden. Ze hebben nog steeds hun kampement op de helling van de Drakenberg.’ Opeens sprong ze overeind. ‘Laten we over leukere dingen babbelen. Er zijn er nog twee die Rhand kennen en ik wil je graag aan een van hen voorstellen.’ Ze nam Egwenes hand en trok haar de kamer uit.
‘Twee meisjes? Rhand schijnt een hoop meisjes te ontmoeten.’
‘Mmmm?’ Elayne trok Egwene nog steeds de gang door en keek haar nu onderzoekend aan. ‘Ja. Eentje is een lui jong ding dat Else Grinwel heet. Ik geloof niet dat ze hier lang zal blijven. Ze ontloopt haar werk en ze sluipt altijd weg om de zwaardhanden met hun zwaard te zien oefenen. Ze zegt dat Rhand naar haar vaders boerderij kwam, met een vriend van hem. Mart. Het schijnt dat ze iets van de grote wijde wereld in haar hoofdje hebben geplant en toen is ze weggelopen om Aes Sedai te worden.’
‘Mannen,’ mompelde Egwene. ‘Ik dans een paar keer met een aardige jongen en Rhand krijgt een humeur om op te schieten, terwijl hij maar...’ Ze zweeg toen een man voor hen de gang inkwam. Naast haar bleef Elayne ook staan en Egwene voelde de erfprinses in haar hand knijpen.
Hij had niets schrikwekkends, behalve dat hij zo plotseling was verschenen. Hij was groot en knap, nog niet zo oud, met lang, donker en krullend haar, maar hij had afhangende schouders en zijn ogen
stonden bedroefd. Hij ging niet naar Egwene en Elayne toe, maar stond hen slechts aan te kijken tot naast hem een Aanvaarde verscheen.
‘Je mag hier niet zijn,’ zei ze tegen hem, maar niet onvriendelijk. ‘Ik wilde mijn benen strekken.’ Zijn lage stem paste bij zijn treurige ogen.
‘Je kunt in de tuin wandelen, waar je geacht wordt te zijn. De zon zal je goed doen.’
De man gromde een bittere lach. ‘Waar er twee of drie elke beweging van mij kunnen bespieden? Jullie zijn gewoon bang dat ik een mes zal vinden.’ Hij zag hoe de Aanvaarde keek en lachte weer. ‘Voor mezelf, vrouw. Voor mezelf. Breng me naar je tuin en je spiedende ogen.’ De Aanvaarde raakte even zijn arm aan en bracht hem weg. ‘Logain,’ zei Elayne toen hij weg was. ‘De valse Draak!’