Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 99 100 101 102 103 104 105 106 107 ... 178
Перейти на страницу:

‘Tyr?’ De Aiel klonk verbaasd. ‘Waarom...? Maar zo moet het zijn. De Voorspelling zegt dat als de Steen van Tyr valt, wij het Drievoudige Land ten laatste zullen verlaten.’ Dat was de Aielnaam voor de Woestenij. ‘De Voorspelling zegt dat wij veranderd zullen worden en weer zullen vinden wat van ons was, en wat verloren was.’

‘Misschien is dat zo. Ik ken jullie voorspellingen niet, Gaul. Ben je bijna klaar om te gaan? Er kan elk ogenblik iemand komen.’

‘Het is te laat om te vluchten,’ zei Gaul, en een zware stem brulde: ‘De wilde is los!’ Tien, twaalf in witte mantels geklede mannen renden het plein over en trokken hun zwaarden. Hun kegelvormige helmen glommen in het maanlicht. Kinderen van het Licht.

Gaul trok kalm, alsof hij alle tijd van de wereld had, een donker stuk stof van zijn schouders en bond het om zijn hoofd. Hij maakte het af met een zware, zwarte sluier die op zijn ogen na zijn hele gezicht verborg. ‘Hou je van dansen, Perijn Aybara?’ vroeg hij. Toen sprong hij van de kooi weg. Recht op de naderende Witmantels af. Even waren ze verrast, maar dat was kennelijk alles wat de Aiel nodig had. Hij schopte het zwaard uit de hand van de eerste die hem bereikte en zijn gestrekte hand sloeg als een dolk naar de keel van de Witmantel, waarna hij om de vallende soldaat heen gleed. De arm van de man erachter knapte krakend toen Gaul hem brak. Hij schoof die man onder de voeten van een derde en schopte een vierde in zijn gezicht. Het was als een dans, van de een naar de ander, zonder te vertragen of stil te staan, hoewel de gestruikelde man weer opkrabbelde en de man met de gebroken arm zijn zwaard in de andere hand hield. Gaul danste in hun midden rond.

Perijn had maar even tijd om verbaasd te zijn, want niet alle Witmantels hadden hun aandacht op de Aiel gericht. Hij was maar net op tijd toen hij de steel van de bijl met twee handen vastgreep om een zwaardslag te blokkeren. Hij zwaaide... en wilde een schreeuw geven toen het halvemaanvormige blad de keel van de man doorsneed. Maar daarvoor had hij geen tijd meer, en al helemaal niet voor berouw; er volgden nog meer Witmantels voor de eerste gevallen was. Hij haatte de gapende wonden die de bijl maakte, haatte de manier waarop het wapen door wapenrustingen kliefde en het vlees eronder verscheurde, en helm en schedel met evenveel gemak doormidden spleet. Hij haatte het allemaal. Maar hij wilde niet sterven.

De tijd scheen zich tegelijkertijd samen te ballen en uit te strekken. Zijn lichaam voelde aan alsof hij uren had gevochten en zijn adem gierde pijnlijk door zijn keel. Mannen schenen te bewegen alsof ze door een dikke mist zweefden. Zij schenen in een oogwenk te verspringen, van waar ze begonnen naar waar ze vielen. Het zweet druppelde over zijn gezicht, maar hij voelde zich even kil als koel water. Hij vocht voor zijn leven, en hij kon niet zeggen of het enige tellen duurde of een hele nacht.

Toen hij ten slotte hijgend en bijna verdoofd ophield om naar een tiental lieden in witte mantels te kijken die op het plein lagen, leek de maan zich totaal niet bewogen te hebben. Een paar mannen kreunden; anderen lagen stil en bewegingloos. Gaul stond tussen hen in, nog steeds gesluierd, nog steeds met lege handen. De meeste gevallenen waren zijn werk. Perijn wilde dat ze het allemaal waren en schaamde zich. De geur van bloed en dood was scherp en bitter. ‘Je danst de speren niet slecht, Perijn Aybara.’

Het duizelde Perijn. ‘Ik begrijp niet hoe twaalf mannen tegen twintig van jullie konden vechten, en winnen, zelfs al waren twee van hen Jagers.’

‘Is dat wat ze zeggen?’ Gaul lachte zachtjes. ‘Sarien en ik waren onoplettend, omdat we zo lang in deze zachte landen hebben verkeerd, en de wind kwam uit de verkeerde richting, dus we konden niets ruiken. We liepen hen tegen het lijf voordat we er erg in hadden. Wel, Sarien is dood en ik werd gekooid als een dwaas, dus misschien hebben we genoeg betaald. Het is tijd om te rennen, natlander. Tyr. Ik zal het onthouden.’ Toen liet hij de sluier zakken. ‘Moge je altijd water en schaduw vinden, Perijn Aybara.’ Hij draaide zich om en rende weg in de nacht.

Ook Perijn wilde weg, totdat hij besefte dat hij een bebloede bijl in zijn handen had. Haastig veegde hij het gebogen blad af aan de mantel van een dode. Drakenvuur, hij is dood en er zit al bloed op. Hij dwong zichzelf de steel door de lus in zijn riem te steken voor hij het op een hollen zette.

Bij zijn tweede pas zag hij haar, een slanke gestalte aan de rand van het plein, in een donkere, nauwe rok. Ze draaide zich om en hij kon zien dat haar rok gesplitst was voor paardrijden. Ze sprong weg, de straat in en verdween.

Lan verscheen nog voordat hij de plek bereikte waar ze gestaan had. De zwaardhand nam de kooi op die leeg onder de galg stond en de beschaduwde witte heuveltjes die door het maanlicht geraakt werden, en hij wierp zijn hoofd in de nek alsof hij op het punt stond los te barsten. Met een stem die zo strak en hard als een nieuwe hoepel klonk, zei hij: ‘Heb jij dit aangericht, smid? Het licht verbrande mij! Is er iemand die dit alles met jou in verband kan brengen?’

‘Een meisje,’ zei Perijn. ‘Ik denk dat ze het gezien heeft. Ik wil niet dat je haar wat aandoet, Lan! Er zijn genoeg anderen die het gezien kunnen hebben. Er zijn overal verlichte vensters.’

De zwaardhand greep Perijn bij zijn mouw en gaf hem een duw in de richting van de herberg. ‘Ik zag een meisje wegrennen, maar ik dacht... Laat maar. Trek die Ogier uit zijn bed en sleur hem naar de stal. Na dit alles moeten we de paarden zo snel mogelijk op de kade zien te krijgen. Alleen het Licht weet of er vannacht een schip zeilt, of wat ik moet betalen om er een te huren als dat niet zo is. Geen vragen, smid! Doe het! Ren!’

35

De valk

De lange benen van de zwaardhand waren sneller dan die van Perijn en tegen de tijd dat hij zich door de menigte bij de herbergdeur drong, besteeg Lan al de trap, ogenschijnlijk rustig. Perijn dwong zichzelf net zo rustig te lopen. Achter hem hoorde hij mopperende mensen die trachtten voor te dringen.

‘Nog eens?’ hoorde hij Orban zeggen, zijn roemer ophoudend om bijgevuld te worden. ‘Nou, goed dan. Ze lagen in een hinderlaag, langs de weg waarover we reisden, en ik verwachtte geen hinderlaag zo dicht bij Remen. Schreeuwend renden ze vanuit de dichte bosjes op ons af. In een zucht stonden ze midden tussen ons in. Ze staken met hun speren en doodden onmiddellijk twee van mijn beste mannen en een van Gan. Nou, op het eerste gezicht herkende ik Aiel en...’ Perijn haastte zich de trap op. Wel, Orban kent ze nu. Achter Moiraines deur klonken stemmen. Hij wilde niet horen wat ze hierover te zeggen had. Hij haastte zich erlangs en stak zijn hoofd in Loials kamer. Het Ogierbed was een laag, zwaar geval dat twee keer zo lang en half zo breed was als elk mensenbed dat Perijn ooit gezien had. Het nam veel van de ruimte in beslag, en de kamer was even groot en fraai als die van Moiraine. Perijn herinnerde zich vaag dat Loial iets over zanghout had gezegd, en op elk ander tijdstip zou hij zijn blijven staan om de golvende rondingen te bewonderen waardoor het net was of het bed op de plek waar het stond, was gegroeid. Remen moest inderdaad in het verleden door Ogier zijn bezocht, want de herbergier had ook een passende houten leunstoel gevonden, gevuld met kussens. De Ogier zat heel ontspannen, slechts gekleed in hemd en broek. Hij krabde afwezig met een teennagel aan een blote enkel terwijl hij op een armleuning in een groot, gebonden boek zat te schrijven. ‘We vertrekken!’ zei Perijn.

Loial schrok op, gooide zowat zijn inktpot om en liet het boek bijna vallen. ‘Weggaan? We zijn net aangekomen,’ mompelde hij. ‘Ja. We gaan weg. Ontmoet ons zo snel mogelijk bij de stal. En laat niemand je zien. Ik geloof dat er een achtertrap naar de keuken loopt.’ Dat moest: de geur van voedsel aan hun kant van de gang was te sterk. De Ogier gaf het bed een spijtige blik en begon zijn laarzen aan te sjorren. ‘Maar waarom?’

1 ... 99 100 101 102 103 104 105 106 107 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)