Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 73 74 75 76 77 78 79 80 81 ... 178
Перейти на страницу:

‘Ik heb een boodschap voor jullie,’ zei Else kalm. Haar ogen namen alles op, de verspreid liggende papieren en toen de drie vrouwen om de tafel. ‘Van de Amyrlin.’

Egwene keek Nynaeve en Elayne even verbaasd aan als zij haar. ‘Nou, wat is er dan?’ blafte Nynaeve.

Else trok vermaakt een wenkbrauw hoog op. ‘De eigendommen die zijn achtergelaten door Liandrin en de anderen werden opgeborgen in de derde opslagkamer rechts van de hoofdtrap in de onderkelder van de librije.’ Ze keek opnieuw naar de papieren en ging rustig weg. Egwene had het gevoel of ze stikte. Wij zijn te bang om iemand te vertrouwen en de Amyrlin besluit uitgerekend Else Grinwel een boodschap te laten doorgeven!

‘Je kunt die dwaze meid niet vertrouwen. Ze zal kletsen tegen iedereen die wil luisteren.’ Nynaeve liep al naar de deur toe. Egwene tilde haar rok op en holde langs haar heen. Haar schoenen slipten op de stenen van de galerij, maar ze zag een glimp wit op de dichtstbijzijnde trap en schoot erachteraan. Zij moet ook hollen om al zo ver weg te zijn. Waarom holt ze? De witte flits verdween langs een andere trap. Egwene volgde.

Een vrouw onder aan de trap keek om en Egwene bleef in verwarring staan. Wie het ook was, Else zeker niet. Ze was helemaal gekleed in zilver en witte zijde en wekte gevoelens die Egwene nooit eerder had ervaren. Ze was langer dan Egwene en de knapste vrouw die zij ooit had gezien. Bij de blik uit haar zwarte ogen voelde Egwene zich klein, uitgeput en allesbehalve schoon. Ze kan waarschijnlijk ook beter geleiden dan ik. Licht, ze is waarschijnlijk slimmer dan wij met z’n allen bij elkaar. Het is niet eerlijk dat één vrouw... Abrupt besefte ze welke kant haar gedachten opgingen. Haar wangen kleurden en ze stond weer met beide voeten op de grond. Ze had zich nog nooit... minder gevoeld dan een andere vrouw en ze wilde er nu niet mee beginnen. ‘Moedig,’ zei de vrouw. ‘Je bent moedig dat je zomaar rondholt, alleen, waar al zoveel moorden zijn gepleegd.’ Het klonk of ze blij was. Egwene sterkte zichzelf en streek haastig haar kleding goed in de hoop dat de andere vrouw het niet zou merken, wetend dat ze dat wel deed. Ze wilde maar dat de vrouw haar niet als een klein kind had zien hollen. Hou op! ‘Pardon, maar ik zoek een novice die hierlangs is gekomen, denk ik. Ze heeft grote donkere ogen en donker haar in vlechten. Ze is vrij stevig en op een bepaalde manier wel knap. Hebt u gezien welke kant ze opging?’

De lange vrouw nam haar vermaakt van top tot teen op. Egwene wist het niet zeker, maar ze meende dat de vrouw even naar haar vuist met de stenen ring gluurde, ik denk niet dat je haar kunt inhalen. Ik heb haar heel hard zien langsrennen. Ik vermoed dat ze nu wel ver weg zal zijn.’

‘Aes Sedai,’ begon Egwene, maar ze kreeg geen enkele kans om te vragen waar Else heen was gehold. Iets wat op boosheid of ergernis leek, vlamde in die donkere ogen op.

‘Ik heb nu wel genoeg tijd aan je besteed! Ik heb belangrijker dingen te doen. Ga weg.’ Ze maakte een gebaar naar de gang waaruit Egwene was gekomen.

Ze klonk zo bevelend dat Egwene zich omdraaide en al drie treden hoger was voor ze besefte wat ze deed. Briesend draaide ze zich om. Aes Sedai of niet, ik... De galerij was verlaten.

Fronsend liep ze de dichtstbijzijnde deuren voorbij – in die kamers woonde niemand, muizen hoogstens – en sprong de treden af, waarna ze links en rechts keek en met haar ogen de bocht van de galerij afzocht, de hele gang. Ze tuurde zelfs over de leuning omlaag in de kleine Tuin van de Aanvaarden en keek lang naar de andere galerijen, zowel boven als onder haar. Ze zag twee Aanvaarden, Faolain en iemand die ze alleen van gezicht kende. Maar er was geen vrouw in zilver en wit re bekennen. Nergens.

26

Achter slot en grendel

Hoofdschuddend liep Egwene terug naar de deuren die ze links had laten liggen. Ze moet toch ergens heen zijn gegaan. In de eerste kamer waren de spaarzame meubels vormeloze hopen onder stofdoeken en de lucht was muf, alsof de deur al enige tijd niet meer was open geweest. Ze trok een grimas, er stonden muizensporen in het stof op de vloer. Maar geen andere. Twee andere deuren die ze haastig opendeed, lieten hetzelfde zien. Het verbaasde haar niet. Er waren veel meer lege dan bewoonde kamers in het Aanvaardenkwartier. Toen ze haar hoofd uit het derde vertrek terugtrok, kwamen Nynaeve en Elayne rustig over de trap naar beneden. ‘Verstopt ze zich ergens?’ vroeg Nynaeve verbaasd. ‘Daarbinnen?’

‘Ik ben haar kwijtgeraakt.’ Opnieuw zocht Egwene beide kanten van de galerij af. Waar is ze heen? Ze bedoelde niet Else. ‘Als ik had vermoed dat Else sneller was dan jij,’ zei Elayne glimlachend, ‘dan zou ik ook achter haar aan zijn gegaan, maar ze leek me altijd veel te plomp om hard te kunnen hollen.’ Toch was haar glimlach bezorgd.

‘We zullen haar later moeten vinden,’ zei Nynaeve, ‘om ervoor te zorgen dat ze haar mond stijf dicht houdt. Hoe is het mogelijk dat de Amyrlin haar vertrouwde?’

‘Ik dacht dat ik vlak achter haar zat,’ zei Egwene langzaam, ‘maar het was iemand anders. Ik draaide me even om en toen was ze weg. Niet Else – die heb ik niet meer gezien! – maar de vrouw van wie ik eerst dacht dat het Else was. Ze was gewoon... weg, en ik weet niet waarheen.’

Elaynes adem stokte. ‘Een zielloze?’ Ze keek snel rond, maar afgezien van hun groepje lag de galerij er nog verlaten bij. ‘Nee, zij niet,’ zei Egwene ferm. ‘Zij...’ Ik ga ze niet vertellen dat ik me door haar zes jaar oud voelde, met een scheur in mijn kleren, een smerig gezicht en een snotneus. ‘Ze was geen grijzel. Ze was lang en indrukwekkend, met zwarte ogen en zwart haar. Ze zou in een grote menigte nog opvallen. Ik heb haar nog nooit eerder gezien, maar het moet volgens mij een Aes Sedai zijn.’

Nynaeve zweeg, alsof ze meer verwachtte, en zei toen ongeduldig: ‘Als je haar weer terugziet, wijs haar dan aan. Als je denkt dat er reden voor is. We hebben geen tijd om hier te staan praten. Ik wil zien wat er in de opslagruimte ligt, voor Else kans ziet het aan de verkeerde te vertellen. Misschien waren ze onvoorzichtig. Laten we hun niet de kans geven die fout te herstellen, als ze dat waren.’

Toen ze zich bij Nynaeve voegde, met Elayne aan haar andere zijde, besefte Egwene dat ze nog steeds de stenen ring vasthield – de ter’angreaal van Corianin Nedeal. Met tegenzin stak ze die terug in haar beurs en trok het koordje strak aan. Zolang ik niet slaap met die bloed... Maar dat ben ik toch van plan?

Maar dat was voor vannacht en het had geen zin er zich nu zorgen over te maken. Terwijl ze door de Toren liepen, bleef ze uitkijken naar de vrouw in het zilver en wit. Ze wist niet waarom ze zich opgelucht voelde toen ze nergens te zien was. Ik ben volwassen en heel goed in staat mijn eigen zaakjes op te knappen. Maar eigenlijk was ze toch wel blij dat ze niemand tegenkwamen die op haar leek. Hoe meer ze aan de vrouw dacht, hoe sterker ze voelde dat er iets... verkeerds aan haar was. Licht, nou ga ik al Zwarte Ajah onder mijn eigen bed zien. Maar misschien liggen ze wel onder mijn bed.

De librije stond apart, vlak naast de hoge witte kolom van de eigenlijke Toren. De lichtgekleurde stenen vertoonden dikke blauwe aders; ze leken op brandingsgolven die op het hoogste punt waren versteend. Die golven rezen in het ochtendlicht zo hoog op als een paleis en Egwene wist dat er zich zeker ontelbare kamers in bevonden. Al die vertrekken – onder de vreemde gangen op de hogere verdiepingen, waar Verins kamers huisden – waren vol planken met boeken, manuscripten, papieren, rollen, plattegronden en kaarten die in de loop van drieduizend jaar uit alle hoeken van de wereld waren bijeengebracht. Zelfs de grote librijen van Tyr en Cairhien hadden er niet zoveel. De boekbewaarsters – allemaal Bruine zusters – bewaakten de planken en deuren naar die planken uiterst angstvallig, om er zeker van te zijn dar geen snippertje papier verdween, tenzij ze wisten wie het had en waarvoor. Maar Nynaeve leidde Egwene en Elayne niet naar een van de bewaakte toegangen.

1 ... 73 74 75 76 77 78 79 80 81 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)