De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Ze zuchtte en de zucht ging over in een nieuwe geeuw. Zij was met de anderen na het ontbijt naar Marts kamer gegaan om te zien hoe het met hem ging, maar hij was er niet.
Hij is misschien al zoveel beter dat hij is gaan dansen. Licht, nu zal ik waarschijnlijk dromen dat hij met Seanchan danst! Geen gedroom meer, beval ze zichzelf ferm. Nu niet. Ik zal er weer over denken als ik niet meer zo moe ben. Ze dacht aan de keuken, aan het noenmaal dat bijna gereed was en het avondeten daarna, en het ontbijt morgenochtend, en aan die lange uren van poetsen en schuren en schrobben. Alsof ik nog een dag zal kennen waarop ik niet moe ben. Ze ging anders liggen en keek weer naar haar vriendinnen. Elayne nam nog steeds de lijst namen door en Nynaeve stapte nu wat langzamer rond. Nu. Nu gaat Nynaeve het weer zeggen. Nu.
Nynaeve stond stil en keek op Elayne neer. ‘Leg dat maar weg. We hebben ze al zo’n twintig keer bekeken en er staat geen letter in die ons helpt. Verin heeft ons waardeloos spul gegeven. De vraag is: was dat alles wat ze had of heeft ze ons met opzet troep gegeven?’ Zie je wel. Misschien zegt ze het over een halfuur opnieuw. Egwene keek fronsend neer op haar handen, blij dat ze die niet goed kon zien. De Grote Serpent-ring leek misplaatst en paste niet aan een rimpelige hand van het vele werk met heet sop.
‘Het helpt als je de namen kent,’ zei Elayne, die doorlas. ‘Het helpt als je weet hoe ze eruitzien.’
‘Je weet heel goed wat ik bedoel,’ snauwde Nynaeve. Egwene zuchtte, sloeg haar armen over elkaar en liet haar kin erop rusten. Toen ze die ochtend uit Sheriams werkkamer was gekomen, terwijl de zon nog niet meer was dan een lichte streep aan de horizon, stond Nynaeve in de koude donkere gang met een kaars op haar te wachten. Ze had het niet goed kunnen zien, maar ze wist zeker dat Nynaeve kiezel leek te kauwen maar toch wist dat het geknars niets zou veranderen. Daarom was ze lichtgeraakt. Haar trots is even snel gekwetst als die van een man. Maar dan hoeft ze het nog niet op Elayne en mij te verhalen. Licht, als Elayne ertegen kan, moet zij dat ook kunnen. Ze is geen Wijsheid meer.
Elayne leek amper te merken of Nynaeve geïrriteerd was of niet. Peinzend staarde ze in de verte. ‘Liandrin was de enige Rode zuster. Alle andere Ajahs zijn er twee kwijt.’
‘Ach, hou je mond, kind,’ zei Nynaeve.
Elayne bewoog haar vingers om de ring te tonen, keek Nynaeve veelzeggend aan en praatte gewoon door. ‘Ze werden allemaal in een andere stad geboren en er zijn er niet meer dan twee uit één land. Amico Nagoyin was de jongste, slechts vier jaar ouder dan Egwene en ik. Joiya Byir zou onze grootmoeder kunnen zijn.’ Egwene vond het vervelend dat een Zwarte zuster dezelfde naam had als haar dochter. Dwaze meid! Er zijn altijd mensen die hetzelfde heten en je hebt nooit een dochter gehad. Het was niet echt! ‘En, wat hebben we eraan?’ Nynaeves stem was veel te kalm; ze stond op het punt als een kar vol vuurwerk te ontploffen. ‘Welke geheimen heb jij aangetroffen die ik over het hoofd heb gezien? Het geeft niet hoor, ik ben toch maar oud en blind!’
‘We hebben eraan dat we zien dat het te mooi is,’ zei Elayne kalm. ‘Hoe groot is de kans dat dertien vrouwelijke Duistervrienden zo nauwkeurig verdeeld zijn naar leeftijd, vaderland en Ajah? Zouden er geen drie Roden moeten zijn, of vier die in Cairhien zijn geboren, of gewoon twee van dezelfde leeftijd, als het allemaal toeval was? Ze hadden dus keus, anders hadden ze alles niet zo netjes kunnen verdelen. De Zwarte Ajah zit nog steeds in de Toren of op plekken die we niet kennen. Dat hebben we eraan.’
Nynaeve gaf haar vlecht een venijnige ruk. ‘Licht! Ik denk dat je gelijk hebt. Je hebt inderdaad geheimen gevonden die ik nier zag. Licht, ik hoopte dat ze allemaal met Liandrin waren meegegaan.’
‘We weten niet eens of ze wel de leidster is,’ zei Elayne. ‘Het kan zijn dat ze opdracht heeft gekregen om ons... uit de weg te ruimen.’ Haar mond verwrong zich wrang, ik ben bang dat ik maar één reden kan bedenken voor hun inspanning om alles te spreiden. Ze wilden natuurlijk vermijden dat er een patroon zichtbaar zou worden door het ontbreken van een patroon. Ik denk dat het betekent dat er een soort patroon is voor de Zwarte Ajah.’
‘Als er een patroon is,’ zei Nynaeve vastberaden, ‘zullen we dat vinden. Elayne, als jij zo hebt leren denken door je moeder aan het hof gade te slaan, dan ben ik blij dat je zo goed hebt opgelet.’ De dankbare glimlach van Elayne maakte een kuiltje in haar wang. Egwene keek de oudere vrouw nauwlettend aan. Het leek of Nynaeve zich eindelijk niet meer ging gedragen als een boer met kiespijn. Ze keek op. ‘Tenzij ze willen dat wij denken dat er een verborgen patroon is, zodat we onze tijd verknoeien met ernaar te zoeken. Ik zeg niet dat er geen patroon is, ik zeg alleen dat we het nog niet weten. Laten we ernaar zoeken, maar ik denk dat we andere zaken moeten bekijken, vinden jullie niet?’
‘Je hebt dus eindelijk besloten iets te doen,’ zei Nynaeve. ‘Ik dacht dat je in slaap was gevallen.’ Maar ze had nog steeds een glimlach rond de lippen.
‘Ze heeft gelijk,’ zei Elayne vol afkeer, ik heb een brug gebouwd van stro. Nog erger dan stro. Van wensen. Misschien heb jij ook wel gelijk, Nynaeve. Wat hebben we aan... aan die rommel?’ Ze griste een papier van het stapeltje voor haar. ‘Rianna heeft zwart haar met een witte lok boven haar linkeroor. Als ik zo dichtbij sta dat ik dat zie, dan ben ik veel te dicht bij haar.’ Ze greep een ander papier. ‘Chesmal Emry is een van de begaafdste Heelsters van de laatste jaren. Licht, kun je je voorstellen dat je door een Zwarte zuster wordt geheeld?’ Een derde blaadje. ‘Marillin Gemalfin is dol op katten en zal alle mogelijke moeite doen om gewonde dieren te helpen. Katten! Poeh!’ Ze grabbelde alle papieren bij elkaar en verfrommelde ze in haar gebalde vuisten. ‘Het is écht nutteloze rommel!’
Nynaeve knielde naast haar neer en trok zachtjes het papier uit haar handen. ‘Misschien wel en misschien niet.’ Ze streek de blaadjes voorzichtig tegen haar rok glad. ‘Jij hebt er iets nuttigs in gevonden waar we op door kunnen gaan. Misschien vinden we meer, als we volhouden. En we hebben nog een tweede lijst.’ Zowel haar ogen als die van Elayne schoten naar Egwene, en zowel de bruine als de blauwe ogen knepen zich bezorgd samen.
Egwene vermeed naar het tafeltje te kijken waarop de andere papieren lagen. Ze wilde er niet aan denken, maar ze moest wel. De lijst ter’angrealen had zich in haar geest gebrand.
Voorwerp. Een staaf van helder kristal, glad en volmaakt doorzichtig, een voet lang en een duim dik. Toepassing onbekend. Het laatst bestudeerd door Corianin Nedeal. Voorwerp. Een albasten beeldje van een naakte vrouw, een hand lang. Toepassing onbekend. Het laatst bestudeerd door Corianin Nedeal. Voorwerp. Een schijf, blijkbaar van gewoon ijzer maar niet aangetast door roest, drie duim breed, aan beide kanten gegraveerd met een fijne spiraal. Toepassing onbekend. Het laatst bestudeerd door Corianin Nedeal. Voorwerp. Te veel dingen, en van meer dan de helft wist niemand waarvoor ze dienden, maar ze waren bestudeerd door Corianin. Dertien, om precies te zijn. Egwene rilde. Het komt nog eens zover dat ik niet eens meer aan dat getal wil denken!