Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 72 73 74 75 76 77 78 79 80 ... 178
Перейти на страницу:

De bekende voorwerpen waren veel minder in aantal, en niet allemaal even nuttig, maar dat stelde haar amper gerust. Een uit hout gesneden egel, niet groter dan het kootje van een mannenduim. Een heel simpel ding en vast en zeker ongevaarlijk. Iedere vrouw die ermee probeerde te geleiden, viel in slaap. Een halve dag vredige, droomloze slaap, maar het klonk zo bekend dat ze er kippenvel van kreeg. Nog drie andere hadden op een of andere manier met slaap te maken. Het was bijna een opluchting iets tegen te komen als een taps toelopende, zwartstenen staaf, een pas lang, die lotsvuur kon maken, voorzien van de aantekening gevaarlijk en bijna onmogelijk te beheersen. Verin had daarbij zo hard op het papier gedrukt dat het bijna doormidden was gescheurd. Egwene had nog steeds geen idee wat lotsvuur was, maar ze vond het heel gevaarlijk klinken, gevaarlijker dan wat dan ook. Het had echter zeker niets te maken met Corianin of met dromen. Nynaeve bracht de gladgestreken velletjes naar de tafel en legde ze neer. Ze aarzelde even voor ze de andere papieren uitspreidde en haar vinger langs de tekst liet glijden, eerst over het ene, toen over het tweede blad. ‘Dit zou Mart wel leuk vinden,’ zei ze met een stem die veel te licht en luchtig klonk. ‘Voorwerp. Zes van ogen voorziene, bewerkte dobbelstenen, aan de hoeken met elkaar verbonden en minder dan een duim in doorsnede. Gebruik onbekend, maar als je ermee geleidt, lijkt het of het toeval op de een of andere manier wordt uitgesloten of gewijzigd.’ Ze las verder. ‘Munten die opgeworpen werden, kwamen iedere keer met dezelfde kant boven en bij één proef bleven ze honderd keer na elkaar op hun kant staan. Duizend worpen met de dobbelstenen leverden duizend keer vijf kronen op.’ Ze lachte gemaakt. ‘Mart zou het prachtig vinden.’

Egwene zuchtte, stond op en liep stijf naar het open vuur. Elayne krabbelde overeind en keek net als Nynaeve zwijgend toe. Egwene rolde haar rechtermouw zo hoog mogelijk op en stak voorzichtig haar hand in de schoorsteen. Haar vingers raakten wol op de rookplank en ze trok een opgevulde geschroeide kous te voorschijn met een hard voorwerp in de teen. Ze veegde wat roet van haar arm, hield toen de kous boven de tafel en schudde. De gevlochten stenen ring met de streperige vlekken tolde over het tafelblad en viel neer op het blad met de lijst met ter’angrealen. Heel even stonden ze er alleen maar naar te staren. ‘Misschien heeft Verin het gewoon over het hoofd gezien,’ zei Nynaeve ten slotte, ‘dat zoveel voorwerpen op de lijst voor het laatst door Corianin zijn bestudeerd.’ Het klonk niet of ze het echt geloofde. Elayne knikte weifelend, ik heb haar een keer in de regen zien lopen, door- en doornat, en toen heb ik haar een mantel gebracht. Ze was zo diep in gedachten verzonken dat ze volgens mij pas merkte dat het regende toen ik de mantel om haar schouders legde. Misschien heeft ze dit over het hoofd gezien.’

‘Misschien,’ zei Egwene. ‘Zo niet, dan wist ze dat het snel ontdekt zou worden. Ik weet het niet. Soms denk ik dat Verin meer ziet dan ze laat merken. Ik weet het gewoon niet.’

‘Dus dan moeten we Verin verdenken,’ zuchtte Elayne. ‘Als zij van de Zwarte Ajah is, weten ze precies wat wij aan het doen zijn. En dan is er nog Alanna.’ Ze keek Egwene van opzij onzeker aan. Egwene had hun alles verteld, behalve wat er bij haar beproeving binnen de ter’angreaal was gebeurd. Ze kon het niet opbrengen daarover te praten, maar Nynaeve en Elayne konden dat evenmin. Alles wat in de beproevingszaal was gebeurd, alles wat Sheriam had gezegd over die verschrikkelijke zwakte die deel uitmaakte van de aanleg tot geleiden, ieder woord dat Verin had gezegd, of het nu belangrijk leek of niet. Het enige dat ze maar moeilijk konden aanvaarden, was Alanna’s gedrag. Aes Sedai deden zulke dingen gewoonweg niet. Niemand die verstandig was, deed zoiets, laat staan een Aes Sedai. Egwene keek hen woest aan en hoorde het ze al zeggen. ‘Aes Sedai worden ook niet geacht te liegen, maar Verin en de Moeder komen er wel heel dichtbij met wat ze ons venellen. Wij nemen van hen toch ook niet aan dat ze tot de Zwarte Ajah behoren?’

‘Ik mag Alanna wel.’ Nynaeve trok aan haar vlecht en haalde toen haar schouders op. ‘Nou ja, goed dan. Missch... Nou ja, ze gedroeg zich wel vreemd.’

‘Dank je wel,’ zei Egwene en Nynaeve beaamde het met een knikje alsof ze de spot niet had gehoord.

‘In ieder geval weet de Amyrlin ervan en zij kan gemakkelijker een oogje op Alanna houden dan wij.’

‘Hoe zit het met Elaida en Sheriam?’ vroeg Egwene. ‘Ik had nooit veel op met Elaida,’ zei Elayne, ‘maar ik kan niet echt geloven dat zij tot de Zwarte Ajah behoort. En Sheriam? Onmogelijk.’ Nynaeve snoof. ‘Het hoort bij ieder onmogelijk te zijn. Als we ze vinden, zal het zeker niet zo zijn dat we aan al die vrouwen een hekel hebben. Maar ik wil niet argwanend zijn – niet dit soort argwaan! – tegen elke vrouw. We hebben meer aanwijzingen nodig dan dat ze misschien iets zagen wat ze niet mochten zien.’ Egwene knikte instemmend, even vlug als Elayne, en Nynaeve ging door: ‘We zullen dit in ieder geval aan de Amyrlin doorgeven en het niet erger maken dan nodig is. Als zij ons tenminste opzoekt, zoals ze heeft beloofd. Als je bij ons bent wanneer ze komt, Elayne, denk er dan aan dat ze niet weet dat je helpt.’

‘Dat zal ik zeker niet vergeten,’ zei Elayne vurig. ‘Maar er zou een andere manier moeten zijn om haar iets door te geven. Mijn moeder zou zoiets beter hebben geregeld.’

‘Niet als ze niemand een boodschap durft toe te vertrouwen,’ zei Nynaeve. ‘We wachten af. Tenzij een van jullie denkt dat we met Verin moeten praten? Dat zou niemand opvallen.’

Elayne aarzelde en schudde toen kort het hoofd. Egwene deed het sneller en feller. Toevallig iets vergeten of niet, Verin had te veel weggelaten om haar volledig te vertrouwen.

‘Goed.’ Nynaeve klonk behoorlijk tevreden. ‘Ik ben er wel blij mee dat we niet vrijelijk met de Amyrlin kunnen praten. Op die manier nemen we onze eigen beslissingen, zonder dat zij ons iedere stap voorschrijft, en doen we iets wanneer wij het besluiten.’ Haar hand gleed over de lijst van gestolen ter’angrealen, alsof ze deze herlas, en sloot zich toen om de gestreepte stenen ring. ‘En de eerste beslissing betreft dit ding. Het is het enige dat echt een schakel vormt met Liandrin en de anderen.’ Ze stond met diepe rimpels in haar voorhoofd naar de ring te staren en haalde toen diep adem. ‘Ik ga er vanavond mee slapen.’ Egwene aarzelde niet en pakte de ring uit Nynaeves hand. Ze wilde aarzelen – ze wilde de ring niet aanraken – maar ze deed het toch en was er blij om. ‘Ze denken dat ik een Droomster ben. Ik weet niet of me dat enig voordeel oplevert, maar Verin zegt dat het gevaarlijk is om dit te gebruiken. Wie van ons het ook gebruikt, ze heeft elk voordeel nodig dat ze kan krijgen.’

Nynaeve greep haar vlecht en deed haar mond open om te protesteren. Maar uiteindelijk zei ze alleen: ‘Weet je het zeker, Egwene? We weten niet eens óf je een Droomster bent en ik ben een sterkere geleidster dan jij. Ik denk echt dat ik...’ Egwene onderbrak haar. ‘Jij bent sterker als je kwaad bent. Weet je zeker dat je in een droom kunt geleiden? Zul je de tijd krijgen om kwaad te worden voor je moet geleiden? Licht, we weten niet eens of je in een droom wel kunt geleiden. Als iemand van ons het moet doen – en je hebt gelijk: het is onze enige schakel – dan moet ik dat zijn. Misschien ben ik echt een Droomster. Bovendien heb ik hem van Verin gekregen.’ Nynaeve keek of ze er ruzie over wilde maken, maar gaf ten slotte aarzelend toe. ‘Goed dan. Maar Elayne en ik blijven bij je. Ik weet niet wat we kunnen doen, maar als er iets fout gaat, kunnen we je misschien wakker maken, of... Nou ja, we blijven bij je.’ Ook Elayne knikte.

Nu ze hun instemming had, voelde Egwene een knoop onder in haar maag. Ik heb ze omgepraat. Waarom hoopte ik dan dat ze het mij uit het hoofd zouden praten? Ze besefte opeens dat er een vrouw in de deuropening stond, een vrouw in het Novicewit, met lange vlechten. ‘Heeft niemand je ooit geleerd aan te kloppen, Else?’ vroeg Nynaeve. Egwene verborg de stenen ring in haar hand. Ze had het vreemde gevoel dat Else ernaar had staan staren.

1 ... 72 73 74 75 76 77 78 79 80 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)